De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Dr

Drs. J. M. Aarnoudse e.a., Vrouwen op een zij-spoor? – Emancipatie van de vrouw en het verstaan van de Schrijï in gereformeerd perspectief, uitgave Buijten & Schipperheijn, 270 pagina's, ƒ 38,90.
Met name in drie kerken van gereformeerde signatuur heeft de discussie over 'de vrouw in het ambt' nieuwe inspiratie opgedaan. Ik bedoel de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken. De Studie- en bezinningsgroep van Christelijk-gereformeerde predikanten en theologen (de 'Amersfoortse kring') liet vorig jaar een publicatie het licht zien waarin vanuit de genoemde kerken opnieuw fundamenteel wordt ingegaan op vragen rond de gelijkwaardigheid van man en vrouw in maatschappij en kerk. De enige hervormde in het gezelschap van scribenten is dr. S. Meijers. In een voorwoord verantwoordt de redactie-commissie de uitgave. Ze vinden het niet terecht dat nog altijd de indruk wordt gewekt als zou er vanuit een klassiek-gereformeerde schriftbeschouwing geen enkele ruimte zijn voor een plaats van de vrouw in de gemeente en in de samenleving. De bundel laat vooral de plaats van de Schrift in de discussie aan de orde komen. Dat gebeurt dan ook op een fundamentele manier door verschillende scribenten. Je kunt het met sommiger standpunt niet of niet geheel eens zijn, maar er wordt wel uiterst grondig en serieus aan Schriftonderzoek gedaan in deze bundel. Ik vind dat een hele sterke kant aan deze studie. Het moet een gereformeerd mens daar toch ook steeds weer om begonnen zijn, om de vraag: wat staat er nu precies? En is onze uitleg die we tot nu toe altijd hebben aangehangen, nog wel houdbaar? We hoeven niet elke generatie opnieuw het wiel uit te vinden, zo wordt soms gezegd en daar zit iets in. Maar dat mag ons niet verleiden tot gemakzucht en herhaling van eeuwenoude standpunten.
Bovendien vragen de grondige veranderingen in onze maatschappij om hernieuwde bezinning op de bijbels verantwoorde plaats van de vrouw. Willen we tenminste niet iets dubbels krijgen: wel scholing van onze dochters met de bedoeling hen op grond daarvan ook een overeenstemmende positie te laten vinden, maar in de kerk en in de gemeente doen we het ineens heel anders want daar blijven ze grotendeels buiten beeld en buitenspel staan.
Welnu, dat maakt een studie als de hier besprokene voluit relevant. Wat staat er allemaal in en wat zijn de uitkomsten? Het boek is bedoeld als een bijdrage aan de discussie over de plaats van de vrouw. Maar voor sommige scribenten is die discussie al min of meer beslist. Tegenstanders van de vrouw in het ambt beroepen zich steevast op wat heet de scheppingsordeningen. God heeft vanaf de schepping plaats en positie van man en vrouw voor altijd vastgelegd: hoofd en onderdanigheid typeren respectievelijk de plaats van man en vrouw. Omdat het een scheppingsordening is, valt daar niet en nooit meer aan te wrikken.
Ds. Aarnoudse vindt exegetisch voor deze positie geen enkele grond in de Schrift. Hij geeft uitvoerig aan hoe hij daartoe komt. Terecht geeft hij aan dat de visie op de Schrift ook in deze materie doorslaggevend is. Daarom schrijft hij nog een tweede artikel om zich voor zijn schriftstandpunt te verantwoorden. Dr. Meijers gaat in op het begrip 'organische inspiratie': bijbelschrijvers zijn als mensen van hun tijd ten volle aanwezig in hun tekst. Bij het verstaan ervan dienen ook wij nu eveneens zo aanwezig te zijn. De Schrift is niet een statisch geheel, maar een dynamisch brok openbaring vol Geestesleven. En wie daarin staat met een gelovig hart, gaat Gods hart meer en meer verstaan ook en juist in de vragen die onze tijd stelt.
Ook ds. J. M. Mudde komt via een studie van een stuk wijsheidsliteratuur tot de conclusie dat hier geen sprake is van scheppingsordeningen. Veelmeer is het woord 'gerechtigheid' doorslaggevend. Het gaat er om dat een mens 'tot zijn recht komt'.
Ds. M. C. Mulder geeft zijn visie op de 'zwijgteksten' waarin vooral het schriftberoep van Paulus onder de loep genomen wordt. Ds. H. Folkers en M. J. Verkerk gaan op de vragen in vanuit het ambt. Juist in kerken van gereformeerde signatuur wringt volgens hen hier de schoen: wat is het ambt precies en is onze visie daarop wel zo bijbels? Ten slotte, dr. G. C. den Hertog geeft een aantal hermeneutische overwegingen die van belang zijn voor wie de manvrouw verhouding in bijbels licht wil blijven zien. We moeten niet vanuit de vragen van de cultuur starten, vindt hij, maar proberen er achter te komen wat de bijbel zelf zegt over Gods bedoeling met de relatie tussen man en vrouw.
De standpunten zijn verschillend: voor een aantal scribenten is het geen vraag meer of vrouwen méér ruimte en een belangrijker plaats in kerk en gemeente dienen te krijgen. Anderen blijven hun aarzelingen daarover houden. Ik heb dit boek meerdere keren gelezen en bestudeerd. Het gaat om een aangelegen zaak. Niet de cultuur en de maatschappij mogen uiteindelijk beslissen over schriftuurlijke, principiële zaken. De kerk heeft haar eigen geestelijk hart verwoord gekregen in de Schriften. Daar legt dr. Den Hertog sterk de nadruk op. We moeten niet met onze vragen naar de Schrift gaan en haar laten zeggen wat we eigenlijk al vinden. Anderzijds heeft ds. Aarnoudse gelijk als hij zegt dat de kerk ook eeuwenlang het gevaar heeft gelopen en nauwelijks heeft onderkend dat ze de Schrift las en verstond vanuit een patriarchale denktrant. De vraag die dat dan weer oproept voor mij is: is die patriarchale samenleving waarbinnen de Schriften zijn ontstaan en waardoor ze kennelijk zijn bepaald door God gewild en bedoeld? Of is dat een cultuurgebonden gegeven waar we in de exegese duidelijk rekening mee moeten houden?
Kortom, een studie die aandacht verdient en de moeite van het bezinnen waard is. Laten we niet vergeten dat er een generatie in onze gemeenten opkomt die juist vanuit de cultuur waarin ze opgroeien en meegroeien nauwelijks meer vatbaar voor en aanspreekbaar is op onze argumenten tegen de vrouw in het ambt.
J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's