Niet drijven maar gedreven zijn
Het werk van de Pinkstergeest
De geschiedenis kent wereldbekende Geestdrijvers. Ik noem de leider der Wederdopers in de zestiende eeuw, Thomas Münzer, die als een 'apocalyptisch ruiter' door Europa trok en het Nieuwe Jeruzalem wilde vestigen in steden als Münster en ook Amsterdam. Vooruitgrijpen op het Koninkrijk Gods. Vooruitgrijpen op wat de Geest zou doen in de loop, het verloop en de afloop van de geschiedenis.
In deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren herinneren we in deze aan de vraag, die de discipelen stelden aan Jezus: 'Zult Gij in deze tijd aan Israël het koninkrijk weder oprichten?' (Hand. 1 : 6) 'Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft', antwoordde Jezus toen Hij hun Zelf, na Zijn Opstanding, had gesproken van het Koninkrijk Gods. Hier krijgt elk vooruitgrijpen op het Koninkrijk de doodsteek.
Maar er zijn ook de tijden door de 'kleine' Geestdrijvers geweest. Mensen bij wie het in hun persoonlijk leven louter 'geest' was en die daarbij veronachtzaamden het werk, dat de Heilige Geest breder doet dan in het persoonlijke geestelijke leven. Ze drijven de Geest, boven en buiten de geschapen dingen, in de kerk, in de wereld. Mensen, die door wijlen prof. dr. S. van der Linde werden aangeduid als 'bedorven mystieken, spiritualisten en vrijgeesten.' Luther noemde hen Schwärmers, mensen, die eigen inzichten en ingevingen stellen boven het geopenbaarde Woord en hùn weg stellen boven de weg, die de Geest met dat Woord gaat in de geschiedenis en in het persoonlijke leven.
Kracht
Direct nadat Jezus, tussen Hemelvaart en Pinksteren, de vraag aangaande het Koninkrijk heeft beantwoord, zei Hij wèl, dat zijn discipelen 'de kracht van de Heilige Geest' zouden ontvangen en dat zij, door die Geest gedreven, getuigen zouden zijn tot aan de einden der aarde. De Zijnen zouden wel gedrevenen zijn maar geen drijvers. Hier geldt het Schriftwoord: 'Niet door kracht noch door geweld maar door Mijn Geest zal het geschieden'.
Degenen, die Christus volgen, zullen wel krachtig zijn in de Geest maar geen eigen kracht aanwenden. Dat wil zeggen: Geen onheilig vuur op het altaar brengen en nochtans aangevuurd worden door de Heilige Geest.
Vuur is één van de tekenen van de Geest van Pinksteren. De vurige tongen zaten op elk van de apostelen. Ze werden met vuur bedeeld en zo aangevuurd voor hun missionaire roeping. In de kracht van de Geest behoeft vurigheid dan ook geen verdacht woord te zijn. 'Zijt vurig van Geest', zegt Paulus (Rom. 12 : 11), nadat hij eerst heeft gezegd, dat men niet traag moet zijn in ijver. Dat is iets anders dan een Jehu's ijver. Calvijn spreekt hier over de ijver, die de Geest Zèlf doet ontbranden. Waarom wekt Paulus dan tot vurigheid op? Calvijn zegt daarvan, dat de vlam, die van Godswege is ontstoken, moet worden gevoed, omdat zo vaak 'de aansporing van de Heilige Geest door onze ongerechtigheid wordt verstikt en uitgeblust'. Hij zegt zelfs, dat het christelijke leven 'vol van activiteit behoort te zijn.'
Zo wordt van Apollos gezegd, dat hij vurig van geest was en met ijver de zaken des Heeren leerde (Hand. 18 : 25). Het gaat hier om iemand, die zelfs nog niet ten volle onderwezen was in het Evangelie. Calvijn stelt hem echter ten voorbeeld aan hen, die een verkeerde ijver voor de wèt aan de dag leggen en aan hen' – wat het allerergste is' – die de kerk met twistingen en scheuringen beroeren. Lucas, zegt hij, kent hem een ijver des Geestes toe, die zeldzaam is. 'Want ik verklaar het niet zo, dat Apollos door de aandrift van zijn eigen geest aangezet werd, maar door de drijving van de Heilige Geest'.
Er is ook in het leven van de Pinksterchristen geheiligde activiteit. Geen doodse rust, maar Geest-krachtig leven.
Gaan in de kracht van de Heilige Geest, gedreven zijn door de Heilige Geest, betekent dan ook zoveel als geloven in en vertrouwen op de leiding van de Heilige Geest en daardoor worden aangevuurd. De Geest leidt, drijft de zijnen. De zijnen drijven niet de Geest. Op Pinksteren gebeurde het in één keer met volle kracht, dat de Geest werd uitgestort. Sindsdien weet de gemeente Gods van alle tijden zich door diezelfde uitgestorte Geest van Pinksteren geleid en voortgestuwd.
Het leven
De kracht van de Geest manifesteert zich, wat het persoonlijke leven betreft, in de levensvernieuwing. Die kracht van de Geest, in de wedergeboorte, is zelfs te vergelijken met de schepping en de opwekking uit de doden, zeggen de Dordtse Leerregels.'
Maar dan schenkt de Geest ook (stille) kracht aan de gelovigen in de verantwoordelijkheden, die ze dragen, dáár, waar ze in het volle leven staan. Ook daar is sprake van gedreven worden.
Dat geldt de geestelijke arbeid. De profetie, zegt Petrus, is in het verleden niet voortgebracht door menselijke wil, 'maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.' (2 Petr. 1 : 21). Zo – onder de leiding en in de kracht van de Geest – heeft God Zijn Woord te boek doen stellen. Zijn Woord in vele talen doen vertalen en Zijn Woord doen verkondigen, profetisch, priesterlijk en koninklijk.
Maar zo mag de kracht van de Geest ook worden geloofd en beleefd in de dagelijkse arbeid, in het goddelijke beroep, in het omgaan met wat God ons in Zijn schepping heeft gegeven en gelaten. Van Bezaleël wordt gezegd, dat de Geest hem vervuld had 'met wijsheid en met verstand en met wetenschap, namelijk in alle handwerk' (Ex. 31 : 3 en Ex. 35 : 31). De Schrift is niet zo overgeestelijk, dat de 'gewone' arbeid er niet toe zou doen. De Heilige Geest maakt geen scheiding tussen stof en geest.
Het heeft de Heilige Geest goedgedacht bij de schepping te broeden op de wateren. Zo gaat de Heilige Geest ook door met aan de mens gaven te verlenen om uit de schepping te halen wat daarin door de Schepper is gelegd, in wetenschap in techniek, in allerlei vormen van kunst maar ook in het bedenken van mogelijkheden om de aarde voor mens en dier leefbaar te houden.
Pinksteren is dan ook niet alleen vieren het feit, dat de Heilige Geest mensen vervulde door in hun hart intrek te nemen. Maar ook inleven, dat de Heilige Geest mensen krachten en gaven verleent om in de dienst des Heeren bezig te zijn, hetzij in direct geestelijke arbeid, hetzij in andere arbeid, die voor Gods aangezicht en derhalve tot eer van Zijn Naam wordt verricht.
Reactie
Pinksterleven is de Heilige Geest volgen en niet de Heilige Geest voor de voeten lopen. Het is gedreven worden, niet drijven.
De geschiedenis leert intussen, dat Geestdrijverij niet zelden de kop opsteekt wanneer er in de kerk(en) sprake is van een manco van de Heilige Geest, dat wil zeggen een gebrek aan aandacht voor het eigen werk van de Heilige Geest. Zoals Pinksteren het stiefkind is onder de christelijke feestdagen, zo is het eigen werk des Geestes, in de levendmaking en de doorleiding en de leiding van het mensenleven, soms ook verwaarloosd. Dan werd het wat het geestelijk leven betreft puur verstandelijk en wat de heiliging van het leven betreft puur activistisch. Soms zelf werd Geesteswerk, zoals dat in geloofsbevinding gestalte krijgt, als (ongezonde) mystiek of Geestdrijverij áángemerkt.
Uit reactie op zulk een manco des Geestes, wat vooral in verband staat met een sterk rationele, beredeneerde benadering van het geloof, ontstaat dan de behoefte aan sterke(re) prikkels, aan zichtbare manifestaties van het werk van de Heilige Geest, aan sterk gevoelsmatige prediking of aan bizondere ervaringen. Dan gaat het in extreme gevallen zelfs om extase, high zijn in de Geest. We zien het in wat vandaag Torontoblessing heet. Mensen vallen, vervuld door de Geest, ter aarde. Maar het kan ook in het persoonlijke leven van mensen zo toegaan, dat buitenbijbelse openbaringen of visioenen of inwendig licht of geestelijke influisteringen het werk van de Geest door middel van het Woord naar achter dringen. Het Schriftberoep doet dan geen kracht meer. Men weet zich dieper (door)geleid dan anderen. Men staat ook boven degenen, die aan het Woord, als voertuig van de Geest genoeg hebben. Geestdrijverij, in plaats van door de Geest gedreven worden. Het is overigens niet altijd zo eenvoudig om dat van elkaar te onderscheiden. Er zijn ook vloeiende overgangen.
Een manco des Geestes is de ene klip. Vroegtijdig of op buitenbijbelse gronden concluderen tot een manco des Geestes is de andere klip.
Pinksteren
Pinksteren bepaalt ons bij de kracht, die de Geest uitoefent in het leven van de gelovigen. 'Maar gij zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest.' Die Geest schrijft wegen in de tijd, brengt mensen tot Christus en leert hen in navolging en heiliging te leven.
'Neem Uw Heilige Geest niet van mij', bidt de kerk des Heeren (Ps. 51 : 13). Dat wil dan wel zeggen, dat aan de kerk de Geest des Heeren is gegéven. De Geest is uitgestort, op alle vlees. Maar de Geest kan – huiveringwekkende mogelijkheid – wel wijken.
Zònder de Geest wordt het leven geesteloos en krachteloos. Mèt de Geest zal en mag er van Pinkstervuur sprake zijn, in de verkondiging en in de misionaire arbeid maar ook in het aanwenden van gaven, die de Geest in rijke verscheidenheid geeft. Een mens wordt er vurig van, een gedrevene.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's