Globaal bekeken
Naar aanleiding van het stukje in deze rubriek d.d. 13 mei ll. over de schoolwet-Kappeyne (1877) stuurde een lezeres ons de volgende brief:
'Naar aanleiding van uw rubriek "Globaal bekeken" van 13 mei in de Waarheidsvriend, schrijf ik naar aanleiding van de schoolwet-Kappeyne (1877).
Mijn grootvader was Marienus Steenwijk, geboren 17 februari 1847 te Rotterdam en overleden 2 juni 1921. Hij woonde in Rotterdam en was daar kleermaker Zijn ouders waren in 1834 met de afscheiding meegegaan. In die kringen waren er gezelschappen, waar mijn grootvader regelmatig kwam. Veel mensen die daar bijeenkwamen waren voorstanders van het christelijke onderwijs.
Op een dag kwam er één van die mannen bij mijn grootvader en zei, dat hij iets bijzonders had. Hij had een droom gehad, dat hij naar Koning Willem III moest gaan. Hij moest tegen de koning zeggen dat, als hij die schoolwet-Kappeyne tekende, er in 100 jaar geen mannelijk zaad op de troon zou zitten.
Die vrienden hebben toen met elkaar besloten en gezegd dat hij naar de koning moest gaan. Deze man heeft audiëntie gevraagd bij Het Loo en… gekregen!
Opnieuw hoor ik het mijn moeder wéér vertellen en ze zei dan: "Kind, die man is in al zijn eenvoud naar Het Loo gegaan. En hij heeft alles aan de koning verteld. Ook zéér gewaarschuwd om deze schoolwet-Kappeyne beslist niet te tekenen met het oog op de troonopvolging in de toekomst".
Wat was het antwoord van de koning? "Ik heb twee zonen: Prins Willem en Prins Alexander". Helaas… de koning tekende de wet toch.
Vrij onverwacht zijn echter deze twee prinsen overleden:
Prins Willem 1840-1879 overleden in Parijs
Prins Alexander 1851-1884.
En… toen in 1890 ook koning Willem III overleed was er géén mannelijke opvolger.
Nadat Koning Willem III overleed, is er al ruim 100 jaar geen koning meer geweest. En wat de koning, en die man toen nog niet wisten, is… dat die droom van God is uitgekomen!'
Van de bekende (em.) hoogleraar fenomenologie en conflictpsychologie in Leiden, prof. dr. Jan Hendrik van den Berg, verscheen dezer dagen een boek 'Twee wetten' (de twee hoofdwetten van de thermodynamica, uitgave Agora, Baarn). Uit dit geschrift drie passages:
• Over William Thomson (Lord Keivin)
'William Thomson, van Schotse afkomst, werd geboren te Belfast, Ierland, in 1824. Zijn vader James, hoogleraar in de wiskunde aan de Universiteit van Glasgow, zag al spoedig dat zijn zoon over bijzondere talenten beschikte, op de gebieden van wiskunde en natuurkunde. Hij onderrichtte zijn zoon en werd zijn mentor. Toen William zeventien jaar oud was achtte zijn vader hem in staat student te worden aan de Universiteit van Cambridge, destijds, en nog, een van de belangrijkste universiteiten van Engeland. Bewuste bedoeling van de vader was zijn zoon langs die subliem te heten weg aanvaardbaar te maken voor een leerstoel wiskunde in Glasgow. – Als éénentwintigjarige publiceerde William twee artikelen in de Cambridge Mathematical Journal. Opzienbarend feit, dat begreep natuurlijk "iedereen" en men hoeft er niet aan te twijfelen dat Williams attente vader van de prestatie genoot.
In 1845 verhuisde William naar Parijs waar zijn vader een passend onderkomen en de kennismaking met de belangrijkste geleerden in Parijs voor zijn zoon van tevoren geregeld had. In Parijs zocht William persoonlijk nader contact met de destijds beroemdste wiskundigen en natuurkundigen. Dat viel hem gemakkelijk door zijn voorkomendheid en zijn niet-geringe intelligentie.
Toen de leerstoel Natural philosophy aan de universiteit van Glasgow vacant werd, bleek de vader weer eens en nu met bijzondere ijver Williams tireless campaigner te zijn, met dit verheugende gevolg dat zijn zoon – die niet ouder was dan tweeëntwintig jaar – de leerstoel kreeg. William doceerde briljant briljant en schreef onvermoeibaar oorspronkelijke artikelen.'
(Keivin was de grondlegger van de absolute temperatuurschaal, met als abolute nulpunt -273 C° ofwel 0° Kelvin, red.)
• Over de eerste foto
'De allereerste foto is van 1824. De belichtingstijd bedroeg acht uur. Met zo'n lange belichtingstijd is geen portret, noch trouwens een foto van een stadsdeel of van een landschap te maken, om deze reden dat van geen mens verwacht kan worden acht uur lang volmaakt stil te zitten (zelfs niet met alle later uitgevonden stutjes voor armen, benen en hoofd) en het stadsdeel of landschap onder de draaiende zon "alle schaduwen" bezit. De eerste foto, van 1826, geeft een binnenplaats weer met "al die schaduwen".
Omstreeks 1850 was de belichtingstijd van één seconde bereikt. Om die reden ontstond de bloeitijd van de fotografie na 1850.'
• Overbevolking
Curieus is (of moet men het juist niet curieus noemen?) dat in dezelfde tijd (halverwege de vorge eeuw, red.) de grote steden van West- en Midden-Europa overbevolkt raakten. Door de overbevolking ontstond de emigratie, waarvan al melding werd gemaakt bij de bespreking van Browns Last of England.
Van die overbevolking is in dit boek een karikatuur opgenomen, gemaakt door de toen befaamde karikaturist George Cruikshank, in 1851, met de titel Overpopulation. De tekening moet Londen voorstellen, in een te verwachten toekomst. Een karikatuur, dat is zeker. Maar een karikatuur die de vrees weergeeft voor een nooit vertoonde mensenmenigte. Onafhankelijk van Cruikshank maakte Gustave Doré een prent van Londen die er ook niet om liegt. Een mensenmassa ziet men. Een nachtmerrie. – Karikaturen nogmaals. Maar inmiddels laten alle grote steden, niet alleen van Europa, zo'n nachtmerrie zien. En zelfs niet alleen de grote steden geven deze of verwante aanblik. Daarbij denkt ieder onvermijdelijk aan de autosnelwegen. In mijn jeugd was er tussen Deventer (waar ik woonde) en Apeldoorn alleen een straatweg, met zo weinig verkeer dat mijn ouders op de fiets naast elkaar reden, tot iemand riep: "Er komt een auto aan!" Was die met een stuifwolk achter zich verdwenen dan kon het naast elkaar fietsen hervat worden; er zou voorlopig geen auto aankomen. – De overbevolking en het daardoor opgeroepen moderne verkeer heeft aan de normale eenvoud van 's mensen bestaan een einde gemaakt. Laat ons de ets van Cruikshank nog eens bekijken. Zelfs de daken van de krioelende onderkomens zijn bezet. Opschriften maken duidelijk dat woonruimte gezocht wordt. Rechtsonder zit een gezelschap rond de tafel, met op die tafel bier. De moderne aanblik! Want de overbevolking gaat in onze tijd met overvoeding en "overdrinking" gepaard. Desgewenst op straat; buiten. Drinken uit een tinnetje. Eten uit een zakje.
Op de plaat van Cruikshank is geen geestelijke te zien. Noch een edelman. Eerste en tweede stand ontbreken op de ets. Toen al waren beide standen uit de tijd.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's