Robuust en toch wankel?
Gereformeerd zijn en blijven: een wankel evenwicht?! (1)
Oktober 1998 promoveerde de Katwijkse wethouder J. E. Post aan de Rijksuniversiteit van Leiden op een studie getiteld: Gereformeerd zijn en blijven: een wankel evenwicht?! Als nadere aanduiding van wat hij met zijn studie bedoelt, geeft hij aan dat het is een: historisch-sociologisch onderzoek naar de ontwikkelingen van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN), de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk (GB) en de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) gedurende de twintigste eeuw. Via het vraagteken en het uitroepteken achter de titel van zijn proefschrift, zal hij vermoedelijk willen aangeven: om gereformeerd te zijn en vooral om het door de tijden heen te blijven, lijkt een wankele zaak te zijn. Tegelijk kan het kennelijk niet anders. Het gereformeerde is zozeer een voortdurend bedreigde en aangevochten realiteit, je kunt dat alleen maar beleven als de atleet op de evenwichtsbalk. De één is er meer bedreven in dan de ander, maar je voelt steeds de neiging om te wankelen, om je evenwicht te verliezen.
Hoe zit het?
Wat is er toch gebeurd in de kring van hen die zich tooien met de belijdende naam 'gereformeerd'? Hoe en waarom zijn de GKN aan de ene kant en de CGK en de GB an de andere kant zo uit elkaar gegroeid? Nog anders geformuleerd: waarom zijn de GKN zo veranderd? Of: waarom zijn de GB en de CGK zo weinig veranderd? Of lijkt dat allemaal maar zo? Op dit soort vragen probeert dr. Post een antwoord te vinden.
Al speelt de kerkgeschiedenis wel een rol in zijn boek, voor Post geldt een andere invalshoek om zijn vragen beantwoord te krijgen. Hij wil met behulp van godsdienst- en organisatie-sociologische inzichten proberen een antwoord te formuleren op deze voor hem centrale vraag: In welke mate en op welke wijze zijn opvattingen over de identiteit binnen de GKN, de CGK en de GB gedurende de twintigste eeuw aan verandering onderhevig geweest en welke (sociologische) verklaring is te geven voor verschillen in ontwikkeling tussen deze drie groepen. Voor wie het wat zegt: dr. Post maakt voor zijn onderzoek gebruik van het sociologisch kader van Thurlings.
Geschiedenis
Het aardige van dit boek voor een geïnteresseerd gemeentelid is dat dr. Post in overzichtelijke en heldere lijnen de geschiedenis van de 'gereformeerden' in ons land neerzet vanaf 1572 en dan de hele twintigste eeuw door. Voorzover ik kan nagaan, doet hij dat op een correcte manier. Het is uiteraard allemaal in vogelvlucht, of zoals ze dat tegenwoordig wel noemen in 'helicopterview'.
Ze waren ooit één (o, dierbare herinnering!) maar raakten in de negentiende eeuw van elkaar gescheiden doordat andere keuzen werden gemaakt. Het deed de familieband geen goed. Men raakte op den duur van elkaar los. Afgescheidenen (1834) en Dolerenden (1886) probeerden nog wat te herstellen bij de Vereniging (1892) waaruit de GKN ontstonden. Maar het lukte niet meer echt: de CGK vonden hun ontstaan.
Verder: tussen de A- en de B-gemeenten bleef binnen de GKN in de eerste decennia van de twintigste eeuw de nodige spanning bestaan. Voor een deel ligt hier een oorzaak van de Vrijmaking die in 1944 de gereformeerde wereld nog verder uit elkaar liet vallen.
En ja, dan de 'gereformeerden' in de Hervormde Kerk. Ze konden toen (in 1834 én in 1886) ook al niet mee en niet weg. Niet mee met de ethischen (Gunning) en de confessionelen (Hoedemaker). En niet weg met afgescheidenen en dolerenden. Ze bleven dus waar ze al eeuwen mochten zijn. Ze beleefden en bleven de Hervormde Kerk belijden als een planting van Gods genadige hand te midden van ons volk. Wat God nog niet heeft uitgerukt, mogen wij niet zomaar prijsgeven. De GB werd opgericht: 1906.
Wat wilden de mannen van het eerste uur? Ze wilden (Hugo Visscher en ds. Gewin in ieder geval) een vorm van binnenkerkelijke doleantie opstarten. Alle gereformeerden binnen de NHK bijeenbrengen in een stevig verband. En zo hopelijk de weg banen voor alle gereformeerden die buiten de NHK beland waren om weer terug te keren en de ontstane breuken te herstellen. Daar moest de politiek zelfs voor ingeschakeld worden. De rest van de Hervormde Kerk zou zich óf alsnog bekeren tot het gereformeerde beginsel óf ten onder gaan aan eigen onbijbelse keuzen en standpunten. Zo hoopte men op kerkherstel en sanering van bijbels gereformeerd leven binnen de kerk der vaderen. Wat Kuyper deed buiten de NHK dat probeerde Visscher binnen die kerk.
Hoe ging het?
In een drietal hoofdstukken beschrijft dr: Post de ontwikkelingen van de drie genoemde gereformeerde groeperingen gedurende de twintigste eeuw. De tijd ging uiteraard door. Veel veranderingen kwamen tot stand in de maatschappij, de politiek, in economisch en theologisch opzicht. De drie groeperingen hebben daarop verschillend gereageerd. Ze hebben elk hun strategie erop afgestemd en waar nodig meer of minder aangepast en ieder hun eigen keuzen gemaakt. De processen waarin dat is gebeurd, hebben een complex verloop gehad en voor de nodige interne spanningen gezorgd.
De GKN zijn er eigenlijk vanaf het begin op gespitst geweest om het beginsel in rapport te brengen met de tijd. Kuyper was er zeer optimistisch over. De start van de GKN was min of meer juichend en vol verwachting: het moest lukken. Post noemt in het voorbijgaan even de stelling: de GKN zijn in principe niet echt veranderd. Want ze hebben decennialang steeds gedaan wat vanaf het begin hun visie al was: je moet bij de tijd blijven en je overtuiging voortdurend in verbinding met de tijd zien te houden. Ik heb het gereformeerden van vandaag soms zo ook horen zeggen als anderen hen bevroegen op hun beginselverzaking: dat is helemaal niet waar. We zijn aan onszelf gelijk gebleven. We hebben steeds geprobeerd bij de tijd te blijven en weten ons daarin zelfs door de Heilige Geest geleid. Jullie (de behoudende vleugel onder de gereformeerden) zijn ongehoorzaam en lijdelijk door te blijven steken in oude antwoorden. Neem een voorbeeld aan ons. Een vleug triomfalisme die je ook in Kuypers inzet proeft.
Niet alle gereformeerden zeggen dat trouwens. Prof. Runia typeert ergens zijn kerken met de minder juichende typering: plurale allemansvriendin!
De CGK waren klein bij de start na 1892 en daarom lang erg op zichzelf gericht. Hun stellingname was anti-Kuyper. Diens visie op de veronderstelde wedergeboorte was daar vooral de oorzaak van. De toeeigening van het heil zou daardoor onder tafel verdwijnen. Helemaal ongelijk hebben ze niet gekregen. En wie de huidige stand van zaken kent, weet dat de CGK die toe-eigening nog steeds als hun handelsmerk hanteren, nu om de eenwording met vrijgemaakt-gereformeerden en Nederlands-gereformeerden op afstand te houden. Ook de CGK kregen te maken met de invloeden van de tijd. Post signaleert dat het beleid de jaren door eigenlijk steeds er een geweest is van zorgvuldig balanceren tussen uitersten en flanken. De rust binnen de kerken kreeg vaker prioriteit dan het werkelijk ingaan op vragen die werden gesteld. Het kerkelijk weekblad De Wekker waakt er angstvallig voor om partij te kiezen. Men gaat dat uit de weg door het aantal scribenten bewust beperkt te houden.
Dit beleid leidde en leidt nog steeds tot interne spanningen. In de tachtiger jaren escaleerde een en ander in het vertrek van een groep predikanten naar de NHK. De laatste jaren lijken synode en Universiteit de touwtjes strak in overwegend behoudende handen te hebben gekregen. Men wil voorkomen dat ook de CGK pluriforme kerken zouden worden. Wie de kerkelijke praxis in de CGK enigszins kent, weet dat die pluriformiteit niet meer te voorkomen is. Ze is kerkelijke werkelijkheid. Je kunt ontwikkelingen willen onderdrukken, maar je kunt ze niet tegenhouden.
En dan de GB. Drie stromingen signaleert dr. Post al vanaf de beginjaren. Delers (lijn Visscher en later Severijn), helers (lijn Van Grieken en Woelderink) en bevindelijken (I. Kievit en later A. Vroegindeweij e.a.).
De 'delers' richten zich op de eigen groep en schrijven de zieke delen van de kerk min of meer af. De 'helers' willen de hele kerk herstellen door haar te reformeren en daarna te reorganiseren. De 'bevindelijken' zien meer heil in het geestelijk leven dat zich voltrekt in de plaatselijke gemeente. De kerk is min of meer geheel naar de achtergrond verdwenen. In een noot citeert Post een zegsman die meldt dat iemand als ds. I. Kievit zelden of nooit een classisvergadering zou hebben bijgewoond.
Na een lauwe start (weinig predikanten willen lid worden van de GB omdat ze de lijn te sterk op die van de dolerende Kuyper vinden lijken) volgt er in 1909 een nieuwe impuls na het terugtreden van Visscher. Een nieuwe doelstelling wordt geformuleerd en de hele kerk komt in het vizier. De 'helers' bepalen de eerste decennia de lijn van de GB. Maar hoe dichter het herstel van de NHK naderbij komt, des te meer krijgen de 'delers' invloed. Een felle en vaak schaamteloze polemiek in de kerkelijke pers ontsiert de geschiedenis van de GB: Visscher contra Woelderink is wel het ergste voorbeeld. Het leidt ertoe dat de 'helers' binnen het bestuur het veld ruimen (Woelderink, Van Grieken) en de 'delers' krijgen een nieuwe voorman in de kersverse voorzitter van het hoofdbestuur prof. Severijn. Deze stoere en stevige calvinist brengt weer rust binnen de gelederen van de GB.
J. Maasland, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's