De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Postmodernisme
U bent dat woord vast weleens tegengekomen de laatste tijd. Iemand probeert uit te leggen waarom het in onze tijd zo anders is geworden dan het vroeger was. En dan concludeert hij met woorden als: 'We leven nu eenmaal in een postmoderne cultuur'. Ja, dan weet u misschien nog niets. Maar u voelt aan: het heeft met veranderingen om ons heen en misschien ook wel met veranderingen in onszelf te maken. Vroeger wisten we alles heel zeker. We beriepen ons op de vastomlijnde traditie waarin we waren opgevoed en waarmee we groot waren geworden. Maar het is net of dat niet meer echt lukken wil. Er vallen gaten in. Je voelt je er niet meer helemaal gelukkig bij. Post-modern. De eeuwen die achter ons liggen zijn te typeren met het woord 'modern'. We konden met ons verstand het geheel van mens en wereld tamelijk grondig overzien en doorzien. En wat met het verstand niet te doorgronden was, lieten we los. Er is veel tot stand gebracht in de vorm van vooruitgang op allerlei gebied. Maar de laatste decennia beginnen we veel meer te letten op de schaduwkanten van die moderne wereld. De nadagen van de moderne tijd zijn aangebroken: na-modern, laat-modern of postmodern.
Wie zich erin verdiept, ontdekt hoe vaag deze term tegelijk is. Je kunt er alle kanten mee uit. Je kunt er van alles en nog wat onder vangen. De emeritus-hoogleraar dr. Coert H. Lindijer schreef er onlangs een zeer lezenswaardig boek over: Postmodern bestaan. Hij blijkt erg gegrepen te zijn door wat in het postmodernisme aan de orde is. Hij voelt er zich mee verwant. Dat heeft ook weer alles te maken met de ontwikkeling in zijn eigen geloofsleven, zo schrijft hij. In zijn broek geeft hij op een leesbare manier volop informatie en toelichting bij deze stroming. De teneur van zijn boek is: we moeten er niet tegenin gaan. We hoeven niet zoiets als een tegencultuur te organiseren. Hij ziet dat vandaag gebeuren in bewegingen als het fundamentalisme en in wat onder een verzamelnaam New Age wordt genoemd. Daar voelt hij helemaal niets voor. We moeten niet zo verkrampt reageren op onze tijd, aldus dr. Lindijer. Laten we maar proberen om ook zelf postmoderne mensen te zijn. De ondertitel van zijn boek luidt dan ook: Menszijn en geloven in een na-moderne cultuur.
Dr. Lindijer laat zien wat het postmoderne levensgevoel met mensen doet. Mensen verliezen hun geloof in de grote filosofische, politieke en godsdienstige systemen (de 'grote verhalen'). Daardoor hebben ze het gevoel dat ze de zin van alles kwijtraken. Bezieling en gedrevenheid om grote en hoge doeleinden na te jagen verdwijnen. Wat weet je eigenlijk nog zeker? Wat is eigenlijk de mens zelf nog? Is er überhaupt wel een doel om voor te leven? Is het bestaan niet veeleer afgrondelijk en chaotisch? Goed, er zijn tradities. Er is die traditie waarin je zelf bent opgevoed. Veel ervan heeft zijn waarde voor je verloren. Maar je kunt er nog wel enkele onderdelen, fragmenten uitlichten. Dat doe je tegelijk ook met onderdelen van andere tradities. Zo combineer je het een met het ander en daar heb je genoeg aan. Lindijer, ik schreef het al, vindt dat we er maar niet al te moeilijk over moeten doen. De twee laatste hoofdstukken van zijn boek gaan over: Menszijn in een postmoderne tijd én Postmodern theologiseren en geloven. Hoe is dat dan?
Wel, zegt hij, we worden veel bescheidener als het gaat om ferme uitspraken over hoe het allemaal zit met God, mens en wereld. Ons formuleren is meer een vorm van proberen. En verder: je wordt meer open voor de ander en zijn/haar opvattingen. Er komt veel meer mimte om te twijfelen aan alles wat eerder vaststond. We weten de dingen niet meer zo precies. We zijn zoekers geworden. Dat in de Bijbel alles gezegd is voor alle eeuwen en tijden kan niet waar zijn. De Bijbel moet in een nooit ophoudend proces steeds weer uitgelegd worden. Postmoderne mensen krijgen steeds meer moeite met het gebed. Meditatie en korte momenten van bezinning spreken hen meer aan. Dat God alles in het leven leidt, ook in hun eigen leven, ze kunnen het niet echt meer geloven.
Kort samengevat is de mening van dr. Lindijer: met dat leefklimaat hebben we te maken. Het heeft weinig nut je ertegen te verzetten. Je kunt als kerk er beter op inspelen, wil je je mensen niet allemaal kwijtraken. Je moet je als kerk juist aanpassen aan het leefklimaat waarin je mensen elke dag leven.
Dat is het zo ongeveer wat dr. Lindijer in zijn boeiende schets over postmodern geloven uiteenzet. De vraag die opkomt is uiteraard: Is dat alles wat er te zeggen valt? Om tegengas te geven laat ik twee stemmen horen die ik tegenkwam in het Nederlands Dagblad.

Nihilisme met een glimlach
In een column (Nederlands Dagblad 1 mei 1999) schrijft dr. R. Kuiper onder de titel Het postmodernisme voorbij. Hij begint zijn bijdrage met bovenstaande typering. Postmodernisme is als 'nihilisme met een glimlach'.

'Zo wordt het postmodernisme wel getypeerd. Postmodernisme is een begrip dat gevuld is met modeme teleurstelling, fundamentele twijfel, vrijblijvend cynisme. Onze cultuur is er druk mee. Christenen ook? Er wordt de laatste jaren vaak gesproken over de invloed van het postmodernisme op christenen. Volgens uitgever en christen-publicist mr. H. P. Medema zit het postmodernisme onder de knopen van ons overhemd.
Dit is de meest vergaande bewering over de invloed van het postmodernisme die ik sinds jaren heb gehoord. Er zit niet alleen een virus in de lucht, we zijn er ook nog eens door geïnfecteerd. Als dit inderdaad zo is, dan staan christenen zwak en is de strijd verloren. Immers, als we emst maken met het bijbels gebod de geesten te onderzoeken of ze uit God zijn, dan valt het postmodernisme door de mand. Christelijk geloof en postmodernisme gaan niet samen.
Ik zeg dit met opzet zo scherp, omdat ik zo langzamerhand tot de overtuiging kom dat het tijd wordt voor nuchter christelijk zelfbewustzijn tegenover al dit spreken over postmodernisme. Ik geloof niet in diepgaande beïnvloeding door het postmodernisme bij bijbelgetrouwe christenen. En christelijke zelfanalyses in termen van "postmodern" en "postmodernisme" zijn onvruchtbaar. Deze begrippen brengen geen enkele oplossing voor problemen op het christelijk erf. Daarvoor zijn ze te wezensvreemd aan het christelijk geloof en het christelijk leven.'

Dr. Kuiper vraagt zich ook af wat het postmodemisme nu precies is. Hij noemt dan een drietal hoofdbetekenissen op. Ik citeer de derde door hem omschreven betekenis, inclusief de conclusie die hij daaraan verbindt.

'Een derde betekenis kan worden gevonden in de leefsfeer van mensen. Het postmodernisme is een hedendaags levensgevoel. Het staat als zodanig in verband met het verües van vertrouwen in de grote verhalen. De moderne levensbeschouwing heeft plaatsgemaakt voor een postmoderne, waarin het besef van funderende waarheden is verdwenen. De wereld blijkt niet maakbaar, de rede is een dubbelzinnig instrument en de mens is als een golf van de zee, heen en weer bewogen door de wind. Er zijn geen perspectieven meer, geen waarden, alles is betwijfelbaar, de samenhang bestaat slechts in ons subjectieve denken, de waarheid is ons gevoel. Het beste wat overblijft, is de vrolijkheid van een illusieloos bestaan: nihilism with a smile. Religie is al weggedaan door het modernisme, het postmodernisme kan er niet een nieuwe zekerheid in vinden.
Wanneer het gaat om de invloed van het postmodernisme op het christelijk leven, dan wordt vaak verwezen naar deze derde betekenis. Het postmoderne levensgevoel kom je inderdaad ook in de kerk tegen. We vallen vandaag terag op de subjectieve gebieden van ons bestaan: de beslotenheid van de kleine gemeenschap, de geloofsbeleving en het geloofsgevoel. Er is een kritische reserve en soms zelfs afkeer van het objectieve van kerk en dogma. Het idealisme voor maatschappelijke, politieke en culturele strijd lijkt uit te doven. Ziedaar het postmodernisme onder de knopen van ons overhemd.'

Dr. Kuiper geeft toe dat ook christenen de lucht van het culturele klimaat inademen. Maar hij wil er niet aan dat er onder bijbelgetrouwe christenen niet ook wat anders, tegengas zou je het kunnen noemen, aan de gang is. Trouwens, zo vindt dr. Kuiper, die tegenbeweging is er al vanaf de dagen van de Verlichting (eind achttiende eeuw).
Conclusie van dr. Kuiper: Inhoudelijk hebben en modernisme en postmodernisme christenen niets te bieden. Hij roept op te komen tot vemieuwing en bezieling van christelijke tradities in het licht van onze bijbelse roeping. Het zal spoedig met deze stroming zijn gedaan. Het christelijk leven reikt verder. Het postmodernisme voorbij, aldus dr. R. Kuiper.

Onder de knopen van ons overhemd
Enkele dagen na deze column reageerde mr. H. P. Medema omdat hij zich door dr. Kuiper gecorrigeerd voelde. Uiteraard is hij het in principe met Kuiper eens. Maar toch…

'Maar op twee punten zijn we het wellicht oneens. Ten eerste over de vraag, wat er nu onder die keurige christelijke knopen zit. Volgens mij een hele hoop postmodern levensgevoel. Misschien moet dat wel niet, maar daarom is het nog wel zo. Hadden onze ouders, en misschien ook wijzelf, geen last van de tijdgeest van de moderniteit: wetenschapsverheerlijking, kapitalisme, theologisme, systeemdwang in politiek, kerk en maatschappij, cultuuroptimisme? Ik noem maar een paar van die vervelende virussen waar je knap ziek van kunt worden, en waar het christendom nog maar net niet van dood is gegaan.
Wat dachten wij dan van de tijdgeest van de postmoderniteit: zijn wij daar soms immuun voor? Was het maar waar. Irrationalisme, individualisme, fragmentarisering van het leven, consumentisme – ik vermoed dat prof. Kuiper er nog wel een paar nare ziekteverwekkers aan kan toevoegen, die heel wat hedendaagse epidemieën op het christelijke terrein hebben veroorzaakt. Ach, waarschijnlijk zijn we het daarover ook wel eens.
Het tweede is: Of we toch niet iets van het postmodernisme kunnen leren. De denk van wel. Niet de antwoorden; die moeten we niet overnemen. Trouwens, wat heb je aan een antwoord dat inhoudt dat er geen antwoord is? Dat is nihilisme met een barre en bittere glimlach. Nee, niet de antwoorden, maar wel de vragen. Postmoderne denkers hebben, zo vermoed ik, ons iets te zeggen over de diepten van het bestaan, en voornamelijk dit: dat die duizelingwekkende diepten niet met voldoende taalinstrumenten plus scherpzinnigheid onder ons beheer te stellen zijn. Dat was de dwaalweg van de moderniteit, en wij als (neo-)orthodoxe christenen hebben daar ijverig aan meegedaan. De wereld was wel vol raadsels, dat gaven wij toe, maar Jezus was het antwoord, het stond in de Bijbel en wij konden het wel uitleggen.
Het wordt tijd dat wij beseffen dat de wereld zo plat niet is. Er zit wel degelijk een geweldige en soms griezelige diepte in. Als christenen moeten wij niet zeggen: Kom, meneer, mevrouw, dat valt wel mee; we hebben hier nog wat bijbelse laddertjes en handvatten. Maar we moeten ook niet huiverend aan de rand blijven staan, zoals postmoderne denkers doen. Want ten diepste is de diepte niet leeg. Er is wel degelijk iets dat verder gaat dan de tekst, om met Derrida te spreken. Er is Iemand, en Hij spreekt. Hem zoeken en Hem vinden, daar gaat het om, en dat zal een beeldenstorm vereisen waarin veel van onze oppervlakkige argumentatie-afgodjes zullen moeten sneuvelen. Dat moeten we dan maar wel van sommige postmoderne denkers leren.'

Een verschillende beoordeling en inschatting van wat er aan de hand is. Genoeg weer ter overweging voor ieder die met interesse in zijn eigen tijd staat en soms met verbazing ontwikkelingen bij zichzelf bespeurt die hij niet verklaren kan. Of die al pratend met vrienden en kennissen of met zijn eigen kinderen de trekken van het 'postmoderne levensgevoel' herkent.

J. Maasland

N.a.v. Coert H. Lindijer: Postmodern bestaan – Menszijn en geloven in een na-moderne cultuur, uitg. Boekencentrum, 239 pag., ƒ 39,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's