De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vijf broden en twee vissen (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijf broden en twee vissen (1)

8 minuten leestijd

Een boek om mee aan de slag te gaan
Vijf broden en twee vissen. Dat is de sprekende titel die dr. A. Noordegraaf meegaf aan zijn praktisch-theologische studie over missionair gemeente-zijn in een (post)moderne samenleving. Vijf broden en twee vissen: 'het tekent onze verlegenheid om de schare vandaag de dag in Christus' Naam te voeden én het herinnert aan de belofte van ongedachte mogelijkheden en geschonken overvloed uit Christus' handen. Aan beide zijden, die ten principale onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn, zoekt Noordegraaf in zijn handboek – ja zo mag je deze studie gerust noemen! – recht te doen.

Afkalving
In een paar korte lijnen schetst Noordegraaf het proces van afkalving van de christelijke gemeente in het Nederland van de twintigste eeuw. Zakelijk zet hij de cijfers op een rij. Schokkend, maar heilzaam. Zonder pardon worden we hiermee gewekt uit 'de slaap des genisten'. Noordegraaf beoogt hiermee op te wekken tot een bijbelse nuchterheid, die rekent met de voorhanden werkelijkheid. De cijfers spreken boekdelen: afnemende betrokkenheid bij de kerk en toenemende sprakeloosheid van de kerk, zowel naar binnen als naar buiten, zijn kemnerkend voor onze tijd. Al bespeurt de auteur links en rechts ook, ondanks én dankzij dit proces, nieuwe impulsen om als gemeente weer te worden wat zij naar haar oorsprong is: getuige van de hoop die in haar is.
Succesformules om de impasse te doorbreken wijst Noordegraaf onomwonden van de hand. Wel wijst hij onverkort op de genadige beloften die klinken in de ballingschap. 'Teruggeworpen op dit beloftevolle Woord' ziet Noordegraaf er heil in om, via tekst en context na te speuren hoe de gemeente in déze tijd haar onopgeefbare (!) missionaire roeping kan vervullen (22).

Opbouw
Tegen de tendens in dat in vele gemeenten het missionaire element een geïsoleerd extra(atje) is, pleit Noordegraaf dan ook voor een bijbelse opbouw van de gemeente, waarin haar missionaire roeping voluit is geïntegreerd: een gezonde en een gezonden gemeente! De gemeente is immers de belangrijkste intermediair tussen het evangelie van Jezus Christus en de samenleving? In dit licht geeft Noordegraaf de evangelistiek (apostolaat) dan ook een plaats in de praktische theologie (31).
Het bovenstaande lijkt een open deur. Maar dat is het allerminst in het bewustzijn van de gemiddelde gemeente. Juist in deze tijd van verlamming en verlegenheid én van zelfgenoegzaamheid en traditionalisme kan die missionaire roeping zomaar worden ervaren als een irritant klapperende deur, die mensen geneigd zijn te sluiten. Het is daarom goed dat Noordegraaf in zijn boek die deur weer wagenwijd openzet en deze met de haak van het evangelie vastzet. Want de essentie van het evangelie is dat het licht schijnt in de duisternis. En een behoudende gemeente in bijbelse zin is een gemeente die bij uitstek zich inzet voor het behoud van het verlorene.

Communicatie
De missionaire taak van de gemeente wordt door Noordegraaf principieel omschreven als een communicatief handelen in dienst van het evangelie. Dit impliceert intense aandacht voor communicatieve processen in het algemeen. Van harte onderstreep ik dit pleidooi. Helaas maken wij met het oog op de voortgang van Gods Zaak nog veel te weinig gebruik van deze gegeven middelen. De kinderen van de wereld blijken in dit opzicht vaak veel zorgvuldiger te werk te gaan dan de kinderen van het licht (Luk. 16 : 8). Tegelijk neemt Noordegraaf duidelijk stelling tegen vormen van communicatie waarbij de kritische en beslissende boodschap van het evangelie ondersneeuwt doordat deze vanuit het hedendaagse moderne denken wordt geïnterpreteerd. Het sleutelbegrip voor Noordegraaf is kerugmatische communicatie, waarin de Heilige Geest werkzaam is en de doorslag geeft en wij verantwoordelijk zijn voor de goede toon en het juiste woord ter rechter tijd (38).

Perspectief
Na de essentie van de missionaire taak omschreven te hebben doet Noordegraaf een poging de kerk in praktisch-theologisch perspectief te plaatsen. Deze volgorde kwam op mij wat onlogisch over.
De positiebepaling van Noordegraaf is eigentijds én gereformeerd: een wezenstrek die zijn hele studie kenmerkt. Een praktisch-theologische ecclesiologie rekent met de dubbele werkelijkheid van de gemeente: zij is schepping van de Geest en zij krijgt gestalte in de tijd. Theologische bezinning op haar wezen en taak en sociologische doorlichting van haar praxis gaan dan ook hand in hand. Om werkelijk trouw te zijn aan de Zaak van God moet zij erop bedacht zijn trouw te blijven aan de menselijke werkelijkheid. Met andere woorden: om de 'vreemde' boodschap van het evangelie zo adequaat mogelijk te communiceren, moet de gemeente in haar organisatie bij de tijd zijn. Voor alle duidelijkheid: Noordegraaf verzet zich tegen een nevenschikking van theologie en sociologie: de theologische norm gaat altijd vooraf aan de sociologische vorm (43). Het is de opdracht van een (gereformeerde) praktisch-theologische ecclesiologie om met een open oog voor de tijdbepalende factoren in de Schrift, de geschiedenis en de eigen situatie te koersen op het kompas van de constanten in het bijbelse spreken over de kerk, als belofte en gebod voor de (missionaire) opbouw van de gemeente vandaag (43-47). Ik onderschrijf dit van harte, maar vraag mij tegelijk af of ons niet vaak de geloofsmoed ontbreekt hier daadwerkelijk invulling aan te geven. Worden wij niet vaak beheerst door een collectieve angst om aan oude vertrouwde vormen te tornen, ook al gaan deze ten koste van de doorwerking van het evangelie? Met als gevolg dat wij de boot missen en er mensen buiten de boot vallen? Dit is geen opruiende, maar een ontdekkende vraag. Met als diepste intentie: hoeveel is het eeuwig wel of wee van de hedendaagse mens ons waard?

Apostolaat
In hoofdstuk 3 geeft Noordegraaf een doorwrocht overzicht van een halve eeuw apostolaat. Het belangrijkste punt in deze analyse is de knak die er sinds de zestiger jaren gekomen is in het na-oorlogse optimisme met betrekking tot evangelisatie en kerstening. Zekerheid veranderde in verlegenheid. De kerk verruilde haar pretentie als boodschapper van heil gaandeweg voor een presentie in solidariteit met de maatschappij. De secularisatie werd aanvaard als een uitdaging tot vernieuwing van de theologie, waarin de omgang met God vooral geïnterpreteerd werd als een humaan handelen jegens de naaste: 'Wij moeten wereldlijk spreken over God en de mondigheid en autonomie van de moderne mens respecteren' (71).
Toch bleef er ook een tegenstroom: de evangelicale John Stott bleef volhouden dat de miljoenen die zonder Christus verloren gingen de kerk het meeste ter harte moesten gaan. In dit kader verscheen ook het Getuigenis (1971) waarin tegenover de mening dat de kerk er alleen voor de wereld is gesteld werd: 'De kerk zal weer moeten worden een ark van Noach die veiligheid biedt als de golven van het oordeel Gods over de wereld gaan'. Bijbels gezien was deze kritiek op 'anderen' terecht. Al lezend vroeg ik mij echter af in hoeverre een dergelijke uitspraak een kritische doorwerking en heilzame uitwerking gehad heeft op het functioneren van de gemeente in 'eigen gelederen'?
In de negentiger jaren bespeurt Noordegraaf in de verschillende hoeken van de kerk een groeiend inzicht dat spiritualiteit en solidariteit onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Over de invulling van beide begrippen bestaan echter diepgaande verschillen. Maar Noordegraaf wil meer dan constateren en kritiseren vanaf de zijlijn. Hier ligt een roeping voor de orthodoxie, met haar aandacht voor een praktijk der godzaligheid die het hele bestaan omspant, een actuele bijbelse bijdrage te leveren aan de discussie. Zijn boek is daarvan een proeve. Tevens noopt de secularisatie, die het einde betekent van de verstrengeling van christendom en cultuur, de kerk tot nieuwe bezinning op haar roeping in de wereld van vandaag, de vanzelfsprekendheden voorbij.
Het is uitermate nuttig dat Noordegraaf ons door dit overzicht bepaalt bij de huidige situatie, ons helpt onze taak vandaag de dag te verstaan. Pakken wij die op – en gereformeerden zouden hierin voorop moeten lopen krachtens hun hoopgevende belijdenis 'dat Christus tot het einde der wereld zich een gemeente vergadert uit het ganse menselijke geslacht' (HC Zondag 21) – dan kan uit het verlies winst geboren worden. Geldt ook hier niet: De drukking van de melk brengt boter voort' (Spr. 30 : 33)? Bepaalt de secularisatie ons niet opnieuw bij de missionaire roeping te schijnen als lichten temidden van een krom en verdraaid geslacht? Terecht wijst Noordegraaf op de zegenrijke ontwikkeling dat orthodoxen en evangelischen elkaar in deze bezinning versterken in een wederzijdse correctie.
Zonder iets af te doen aan alles wat te berde is gebracht, vraag ik mij af hoe de ontwikkeling van het apostolaat verlopen was als de kerk – en dat is allereerst een vraag richting de gereformeerde vleugel – haar hoogste en eerste roeping intenser had beoefend: die van het gebed! En wat zou er de komende halve eeuw kunnen gebeuren als de vele duizenden gelovigen (die Nederland nog steeds telt!) hier hun dagelijks werk weer van maakten met het oog op de miljoenen om hen heen. Niet als uitvlucht, maar als uitvalsbasis. Omdat het geslacht van boze machten, die onze samenleving bezetten, niet uitvaart dan door bidden en vasten. Of geloven ook wij maar moeilijk meer in de beloofde wonderen?

P. J. Visser, Den Haag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Vijf broden en twee vissen (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's