'Arm en toch rijk'
'Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u; in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel!'Hand. 3 : 6
'Het valt niet mee, om van het gekregene te leven', zegt de één.
'Je kunt je geen betere plek wensen', zegt de ander.
Vaak zijn het losse opmerkingen die, zomaar, midden in een gesprek vallen.
De één zegt het alleen met de lippen, soms zonder er bij na te denken.
De ander laat zijn/haar hart spreken, maar 't wordt niet altijd verstaan.
Het volk, dat samengestroomd is in Jeruzalem, heeft de waarheid onder woorden gebracht… 'wij horen de grote werken Gods spreken' (Hand. 2 : 11b).
Grote dingen hebben zij gehoord en gezien. 'En de Heere deed er dagelijks toe tot de gemeenten, die zalig werden' (Hand. 2 : 47).
Tegen de tijd van het avondoffer gaan de apostelen Petrus en Johannes op zekere dag naar de tempel. Ze gaan erheen, zonder enige 'bijbedoeling'. Ze gaan erheen om tot God te bidden. Ze gaan, net als andere tempelgangers, om dank, lof en voorbede bij de HEERE te brengen. Om te staan in de traditie van Gods volk, door de eeuwen heen.
Onderweg daarheen kun je door verschillende poorten. Eén van die poorten echter onderscheidt zich van de andere. Wanneer je daar voor stond, had je een heel bijzondere doorkijk naar het brandofferaltaar en het frontaanzicht van de tempel. Vandaar de naam 'Schone Poort'.
Uitgerekend dáár zit hij. Op één van de trappen naar omhoog. Een man van ruim 40 jaar. Gehandicapt vanaf zijn geboorte. Hij kan niet lopen, niet werken, niet zelfstandig zijn eigen weg gaan. In alles afhankelijk. Hij leeft van de kleine giften (de aalmoezen) die hem worden toegeworpen. Hij vraagt daar ook om aan iedereen die voorbij gaat. Dus ook aan deze twee mannen.
Het contrast is groot:
- Tussen zijn hulpbehoevende bestaan en de ongekende schoonheid van de 'Schone Poort'.
- Tussen zijn bestaan en dat van de twee apostelen (geen van de drie bezit overigens iets van al dat flonkerende zilver en goud).
Deze bedelaar strekt zijn hand er begerig naar uit om er in ieder geval 'iets' van te hebben. Dat is de grondtoon van zijn bestaan. En… van zoveel mensen óók in onze tijd. Een onverzadigbare honger naar 'méér' en… een lege ziel…! Trouwens, het geldt van onze geboorte af aan voor ieder van ons. De zonde 'verlamt' in de geestelijke betekenis van het woord. Vanuit onszelf kunnen we niet één stap zetten op het pad van Gods geboden in liefde tot Hem en onze naaste. Met alle gevolgen van dien. Soms tot in het extreme toe.
Wat zei de Heiland ook al weer? 'De wereld gaat voorbij en al zijn begeerlijkheid, maar… die de wil van Mijn Vader doet, blijft in der eeuwigheid'.
Van dat laatste weten Petrus en Johannes alles af. Zij hebben een heerlijker rijkdom ontdekt, die vér uitgaat boven alles wat zo betrekkelijk en tijdelijk is. Zij weten van het onvergankelijk leven in hun Heere en Heiland, Jezus Christus. Wat er op die plek gebeurt, is in feite dan ook heel verwonderlijk.
Hadden Petrus en Johannes hem een paar munten toegestopt, dan was alles in de ogen van de bedelaar met succes verlopen. Méér vraagt hij niet. Trouwens, wat zou hij meer moeten vragen? Genezing? Niet meer mogelijk! Hoop op enig herstel? Die hoop heeft hij allang laten varen! Verdienen kan hij niet. Bedelen aan de poort? Ja, dat wel.
En nu? Twee mannen staan voor hem en één van hen zegt: 'Zilver en goud heb ik niet!'
Je zou bijna medelijden met zo'n man krijgen. Een mens, die niet krijgt wat hij begeert. Het is toch maar een aalmoes, een 'iets'?
En dan, ineens, gaan er allerlei ogen oplichten. Het lijkt wel alsof ook andere mensen denken… hier gaat het over mij!… Ik heb niet die gezondheid, die ik zou wensen; ik heb niet… Wat een gemis komen mensen vaak tegen. En nu gaat het alleen nog maar over de alledaagse dingen.
Het kan ook zijn in de geestelijke dingen, dat iemand bedelt aan de poort. Ook in het geloofsleven kunnen er verlangens aanwezig zijn, die, naar uw gedachten, niet vervuld worden. Een voorbeeld? Goed, hoe kwam u bv. uit de kerk thuis afgelopen zondag? U hoorde niet waar uw hart naar uitging? Hoe luisterde u naar de Bijbellezingen in de kerkdiensten? Afstandelijk? Of werd u niet zo aangesproken in uw verwachtingen? Op die manier worden heel wat mensen teleurgesteld in hún wensen en begeerten.
Die bedelaar aan de poort ontvangt niet wat hij zo verlangde… een aalmoes.
'Máár...' Eén van die twee mannen gaat nog iets zeggen… 'wat ik heb, dat geef ik u; in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel!'
Hier horen we de apostel spreken vanuit zijn opdracht.
Hier gaat het niet om iets van Petrus of van Johannes, maar van Jezus Christus! Wat Petrus heeft en wat hij geeft, heeft hij eerst zélf ontvangen van de Goede Herder, Die Zijn leven stelt voor Zijn schapen.
'Wat ik heb, dat geef ik u.'
'In de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel!'
De bedelaar aan de Schone Poort was een arme man naar de wereld, geen geld, geen gezondheid, geen werk, geen toekomst… Arm… en tóch rijk!
Ja, want hier staan we voor 't wonder dat we alleen kunnen verstaan, wanneer we, door het geloof, weten wie Jezus Christus ís!
Het vleesgeworden Woord van God. Immanuël. Immers, door Hem komt er een andere werkelijkheid in het gezicht. Boven bidden en danken. Dan leren we stil staan en te letten op Gods wonderdaden. Dan komen we voor het eerst of opnieuw tot de ontdekking, dat onze verwachting van Christus en onze hoop op Christus vaak vér beneden de maat is, vergeleken met Zijn liefde tot zondaren.
Op het woord van Petrus staat hij op. In de Naam van Jezus worden zijn enkels en voeten vast. En de man, die nog nóóit in zijn leven gelopen heeft, wandelt en springt nu over het tempelplein.
Het gaat hem echter niet alleen om het wonder van de genezing. Hij looft Gód!
Hij vraagt niet langer om goud en zilver. Hij vraagt naar de Heere en Zijn sterkte, naar Hem, Die al dit heil ook aan hem bewerkte.
Gods grote werken komen opnieuw openbaar. Nu in het leven van deze man. Opdat… wij… in al onze gebondenheid (niet alleen door ziekte of handicap, maar ook door zonde en afkeer van God) vluchten tot Hem en het uitzeggen met hart en mond: 'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft en Zijn leven gegeven heeft tot een losprijs voor velen.'
J. Vis, Meerkerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's