De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op weg naar de volwassenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op weg naar de volwassenheid

Ouders en grote kinderen (1)

7 minuten leestijd

1. Inleiding
De leeftijd boven de vijftien jaar is er één van grote veranderingen. Dat raakt direct de geloofsontwikkeling van deze jongeren. Er is sprake van allerlei psychische en fysieke veranderingen, maar ook van veranderde situaties waarin zij zich bevinden. Tussen de veranderingen in hun ontwikkeling en de nieuwe situaties is sprake van wederzijdse beïnvloeding. Jongeren zijn op weg naar de volwassenheid. Als het beklimmen van een berg. Het is vaak één groot zoekproces naar wat we de eigen identiteit zouden kunnen noemen. Een zoektocht die soms door crises heen voert. (Erikson). Ook in de wijze waarop ze het geloof en de kerk beleven is dat het geval. Een wezenlijke vraag is die naar de taak van de ouders in deze kritische fase. Het maakt nogal verschil of je kinderen van 10 jaar of van 18 jaar opvoedt. Gehoorzamen omdat je ouders iets willen is in deze fase niet meer vanzelfsprekend. De taak van de ouders wordt dan met name zichtbaar in het onderlinge gesprek. Hoe kan er een klimaat heersen waarin sprake is van een open communicatie, waarbij èn ouders èn jongeren zich veilig voelen. Waarover zijn ouderen en jongeren met elkaar in gesprek? Over deze en andere dingen gaat het in dit artikel. Het terrein is erg breed . We moeten keuzes maken. Wat u hieronder leest wil niet een laatste woord zijn, maar onderdeel van het onderlinge gesprek.

2. Veranderingen van binnen uit
Els en de evangelischen
Els is achttien jaar, is altijd een gelovig meisje geweest. Opgewekt van aard. Nooit problemen met naar de kerk gaan of iets dergelijks. Geen dwarsligger. Toch vinden haar ouders dat ze het laatste jaar aan het veranderen is. Ze is via vriendinnen op school en de koffiebar geraakt door de Evangelische Beweging. Ze is eens een keer meegegaan naar een samenkornst van een evangelische gemeente en dat heeft haar heel veel gedaan. Ze kan zich daar helemaal uiten, spontaan als ze is. Aan de ene kant vinden haar ouders het heel positief dat ze zo openlijk voor haar geloof uitkomt. Een voorbeeld! Maar tegelijk maken ze zich zorgen. Ze merken dat Els de kerkdiensten in de eigen gemeente en het gemeenteleven steeds minder waardeert. Dat ze er van vervreemdt. Dat doet hen pijn. Gaat het wel goed met hun dochter?
In de bovenstaande casus vinden we een voorbeeld uit de praktijk. Zo kan het inderdaad veranderen bij jongeren. De periode van de puberteit gaat voorbij. De volwassenheid komt dichterbij. In de periode van de puberteit werd er van alles en nog wat uit de kindertijd getest, bekritiseerd, soms afgebroken. Nu beginnen jongeren te proberen een eigen levenshuis op te bouwen. Hoe moet het nu met hun eigen normen en waarden?
Hoe moet het met de eigen geloofsbeleving en de eigen levensstijl? Vroeg of laat moeten er echt keuzes gemaakt worden. Ga ik verder in het spoor van thuis of ga ik eigen, nieuwe wegen? Vergelijk het voorbeeld. Els wil enerzijds in het voetspoor van haar ouders treden, maar tegelijk is ze geraakt door de wijze van geloven die ze bij evangelische vriendinnen aantrof. Wat is het belangrijk dat ouders proberen met kinderen zoals Els in gesprek te zijn. Dat ze aanvoelen wat zij bedoelen. Dat ze begrip voor hen hebben. Dat ze hen serieus nemen en eerlijk zijn. Dan kunnen ze ook proberen te laten voelen wat ze zelf in de gemeente hebben gevonden en wat ze er beleven in hun eigen geloofsleven Voor veel jongeren betekent deze periode een moeilijke tijd. Je moet soms door een crisis heen. Jongeren worden in een totaal andere tijd volwassen dan hun ouders vroeger. Toen leefde men in een situatie dat er een gemeenschappelijk normen en waardenbesef was. Nu is er sprake van een pluriforme maatschappij. Dag in dag uit worden jongeren geconfronteerd met van alles wat zich aanbiedt. Constant verkeren ze bijvoorbeeld in de verzoeking om carrière te maken, mee te doen met een onbeperkte vrijheidsbeleving, materialisme enz. Wat moeten ze nu zelf? De socioloog Janssen spreekt over een 'graascultuur' bij jongeren. Ze volgen niet één bepaalde trend, maar kiezen uit de verschillende mogelijkheden datgene wat hen op een bepaald moment goed lijkt. Typisch postmodern. Daarachter zit een stuk onzekerheid. Dat verklaart ook het feit dat ze de definitieve keuzes vaak uitstellen, b.v. het wel of niet belijdenis doen. (Erikson noemt dat het moratorium) Standpunten kunnen nu eens fel verdedigd worden, dan weer doet men er afstand van. Men moet jongeren dan ook niet op een uitspraak vastpinnen.

3. Veranderingen van buitenaf
De innerlijke veranderingen worden mede beïnvloed door veranderingen in de levensomstandigheden. Ik noem enkele voorbeelden:

Jan
Jan (19 jaar) heeft de havo gehaald. Hij solliciteerde naar een baan op een accountantskantoor en dat lukte. Hij gaat nu 's morgens met de trein naar zijn werk en komt tegen de avond terug. Je kunt merken dat hij niet meer de afhankelijke houding van een scholier heeft. Hij heeft nu zelf een inkomen en heeft zijn rijbewijs. Hij komt over als een heel zelfstandig iemand. Een coming man'.

Liesbet
Liesbet (20 jaar) is na het VWO pedagogiek gaan studeren. Ze is nu tweedejaars. Je kunt merken dat ze leert om kritisch naar de dingen te kijken. Ook kritisch naar haarzelf en dat raakt ook haar geloof Soms heeft ze het echt moeilijk. Ze worstelt met de vraag: is mijn geloof geen projectie, iets wat ik zelf graag wil? Waarom zouden er anders zoveel andere vormen van (on)geloof zijn?

Henk
Henk (19 jaar) heeft sinds een jaar verkering. Het was zo mooi om te zien hoe verliefd hij op Karin was. Die verliefdheid is overgegaan in een vaste relatie. Dat betekent dat ze soms hele gesprekken hebben over geloof en kerk. Karin is gereformeerd en Henk behoort bij een gereformeerde bondsgemeente. Karin is het lang niet altijd eens met Henk's opvattingen en Henk vindt dat ze eigenlijk vaak gelijk heeft. Lastig is dat voor hem. Hij wil zijn ouders niet afvallen, maar toch voelt hij dat hij meer tot de geloofsbeleving van zijn vriendin wordt aangetrokken dan tot wat hij altijd gewend was.

Erik
Erik (18 jaar) is uitgevlogen. Hij heeft werk gevonden in Rotterdam. Te ver om er elke dag naar toe te reizen. Hij woont op kamers. Hij heeft soms het gevoel in twee werelden te leven. De wereld van thuis in het dorp en de wereld van de stad. Als hij thuis is 's zondags gaat hij natuurlijk naar de kerk, zoals altijd. Maar eigenaardig, als hij in Rotterdam is weet hij niet wat hij wil. Het vertrouwde is daar niet. Hij hoort 's zondags wel ergens een klok luiden, maar wat is dat eigenlijk voor een kerk. Op zijn werk zijn volgens hem geen mensen die gelovig zijn en naar de kerk gaan.

4. Soorten jongeren
Voordat we nu verder nadenken over de wijze waarop ouders met grote kinderen omgaan, kan het nuttig zijn ons te realiseren dat er verschillende soorten jongeren zijn. En dat ook de eigen kinderen daaronder vallen. Zonder jongeren in een vakje te zetten zou je globaal gesproken tussen de volgende soorten jongeren kunnen onderscheiden.
* Traditionele jongeren: ze sluiten zich aan bij het bestaande normen en waardenpatroon.
* Progressieve jongeren: ze willen veranderingen aanbrengen in dat patroon
* Zoekende, kritische jongeren – ze denken na over hun eigen keus en weten niet goed wat ze met het bestaande aan moeten
* Evangelische jongeren ze zijn aangeraakt door een spontane, niet traditionele geloofsbeleving, die voor hun gevoel je meer ruimte geeft om je geloof te beleven dan het strakke patroon in de eigen gemeente.
* Onverschillige jongeren – het kan hen niet zo veel schelen hoe het toegaat in de kerk. Ze hebben er geen innerlijke band mee Als het gaat om de geloofsbeleving van de jongeren kan men ook denken aan de volgende indeling:
* De afhakers. Ze hebben de kerk helaas verlaten. Het knaagde soms al lang.
* De twijfelaars: ze weten niet, wat ze zullen doen.
* De gemotiveerden. Ze hebben de Heere persoonlijk leren kennen. Ze komen tot een eigen geloofskeus. Ze doen belijdenis van het geloof of bereiden zich er op voor.

W. Verboom, Waddinxveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Op weg naar de volwassenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's