Globaal bekeken
Dezer dagen verscheen vanwege de Stichting Geestelijke Liederen te 's-Gravenhage een bundel ter herdenking van het zestigjarig bestaan onder de titel 'Kerklied in beweging'. Hier volgen drie passages.
• Asielzoekers zingen psalmen
'In de Franse vluchtelingengemeente te Straatsburg werd in het midden van de zestiende eeuw stevig gezongen. Calvijn zelf had er de gemeentezang ingevoerd toen hij tegen het eind van de jaren dertig in deze kleine kerk voorging. Ook na zijn terugkeer naar Genève in 1541 bleef het kerklied er in ere. Uit een brief, geschreven in 1545 door een jongeman uit Antwerpen die in Straatsburg als azielzoeker verbleef, blijkt wat voor indruk de gemeentezang op hem maakte:
"Op zondagen zingt men een psalm van David, of een ander gebed, genomen uit het Nieuwe Testament. Men zingt die psalm of dit gebed gezamenlijk, mannen zowel als vrouwen in een schitterende eensgezindheid. Het is prachtig om dit te zien. Want je moet weten dat iedereen een muziekboek in de hand houdt. Vandaar dat zij samen in de maat blijven. Ik had nooit kunnen denken dat het zo heerlijk en aangenaam kon zijn als het werkelijk is. In het begin, gedurende een dag of vijf, zes, toen ik die kleine gemeente zag, verdreven uit alle landen omdat zij de eer van God en van Zijn Evangelie hadden gehandhaafd, begon ik bijna te schreien. Niet van droefheid, maar van vreugde als ik hen zo van harte hoorde zingen. Wanneer ze zongen, brachten zij dank aan de Heer. Hij had hen geleid naar een plaats waar Zijn naam geëerd en verheerlijkt wordt. Geen schepsel zou ooit de vreugde kunnen geloven, als de lofzangen en de wonderen van de Heer in de moedertaal gezongen worden, zoals men hier zingt"'
(prof. dr. W. van 't Spijker)
• Martelaarslied
'Op 15 september 1525 werd Jan de Bakker in Den Haag het schavot opgeleid en vervolgens gewurgd en verbrand. Diep getroffen door deze gebeurtenis gaf een dichter lucht aan zijn verontwaardiging in het oudste martelaarslied in onze taal. Het begint met de regel "Een nieuw lied wij heffen aan" en eindigt met de agressieve strofe:
Zuipt op, gij wolven, der martelaren bloed,
Zuipt op, en vervult uwen nijdigen moed,
Tast toe, en snijdt van 't gebraden:
Is Kaïn van Abel zijn broeders bloed
Nemmermeer te verzaden ?
Het lied doet wegens zijn felheid niet onder voor geuzenliederen die zich een halve eeuw later tegen de Spaanse overheersing keren. Het kon gezongen worden op de melodie van een lied dat met dezelfde regel begon.
In de Zuidelijke Nederlanden waren al twee jaar eerder de eerste martelaren omgebracht. Op 1 juli 1523 werden de Augustijner monniken Hendrik Voes en Johannes van Essen om het geloof verbrand. Toen Luther vernam dat deze geestelijken standvastig gebleven waren, en dat dus mensen hun leven voor de Waarheid veil hadden, was dat voor hem een grote bemoediging. Het inspireerde hem tot het dichten van het lied "Ein newes Lied wir heben an". Zowel dit lied van Luther als de Nederlandse navolging op de dood van Jan de Bakker blaken van nieuw zelfbewustzijn dat zich ook uit in verontwaardiging tegen de inquisitie, die het waagt rechtschapen gelovigen ter dood te brengen. De aanhef klinkt eerder als een vreugdekreet dan als een uiting van verdriet om het leed dat de martelaren werd berokkend.'
(dr. E. Hofman)
• Psalmberijming
'In 1759 besluiten de synoden van Noord- en Zuid-Holland, na uitvoerig overleg, de Staten toestemming te vragen voor verbetering van de psalmberijming. In 1762 verlenen de Staten-Generaal deze toestemming na consultatie van de overige provincies. In 1772 wordt besloten een selectie te laten maken uit de berijmingen van Johannes Eusebius Voet, Hendrik Ghijsen en het kunstgenootschap "Laus Deo, Salus Populo". Dit moet echter zo gebeuren, dat een héle psalm genomen moet worden uit de bepaalde berijming. De Staten benoemen negen predikanten uit de verschillende gewesten. De eerste bijeenkomst wordt gehouden te 's-Gravenhage op 12 januari 1773 en op 2 juli van datzelfde jaar is het werk al klaar. Op 1 oktober voeren de Staten van Holland en Friesland deze nieuwe berijming in en spoedig volgen de andere gewesten. Met muziek en snarenspel, met feest- en gedenkredenen wordt deze gebeurtenis plechtig opgeluisterd. Ds. A. van den Berg, voorzitter van de commissie, besluit zijn inwijdingspreek over Psalm 92 : 2 met dit gedicht:
Zingt, vrome zangers, zingt! De Hemel gaat u voor
En wacht u zingend in zijn choor;
Dáár zult gij Jezus zien met al zijn lievelingen,
En nimmer oude psalmen zingen!
Dat deze berijming van 1773 zo snel en algemeen is aanvaard, wordt toegeschreven aan de volgende zaken: 1. de deugdelijkheid en voortreffelijkheid van deze berijming; 2. het sterk gezag van de Staten, waardoor deze berijming werd bekrachtigd; 3. het handhaven van de oude, bekende melodieën.'
(dr. T. Brienen)
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's