De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een boek om mee aan de slag te gaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een boek om mee aan de slag te gaan

Vijf broden en twee vissen (3)

9 minuten leestijd

De Nederlanders een Nederlander
De kern van Noordegraafs studie ligt in hoofdstuk 5. Onder de titel 'Visie en werkelijkheid' doet hij een doordachte poging om een brug te slaan tussen de roeping van de gemeente en de hedendaagse samenleving. Om tekst en context, theologische visie en culturele werkelijkheid, op elkaar te betrekken. Dit impliceert dat Noordegraaf de huidige cultuur als een gegeven aanvaardt en de uitdaging aangaat om de gereformeerde (praktische) theologie hiermee te confronteren en zodoende te actualiseren. Hij maakt zodoende ernst met de apostolische hartstocht om de joden een jood en de Grieken een Griek te zijn: hij wil de hedendaagse Nederlanders een hedendaagse Nederlander zijn om er op zijn minst enigen (en liefst zo veel mogelijk!) te winnen voor Christus. Me dunkt, dat is geen geringe inspanning. Maar bijbels gezien schieten wij in onze roeping tekort als wij hiervoor weglopen. Helaas gebeurt dit 'onder ons' al te vaak. Uit angst en/of gemakzucht. Noordegraafs benadering vraagt om geestelijke moed en hartstochtelijke ijver. Vanuit een diepe liefde voor de zaak van God. Een liefde die het niet verdragen kan dat de Naam van God in Nederland teloor gaat…

De missionaire beweging
Noordegraaf zet in met een schets over de plaats van de gemeente in het heilshandelen van God. Hij wijst erop dat de gemeente als intermediair is opgenomen in de missionaire beweging van Gods wereldwijde liefde en werkt dit vervolgens trinitarisch uit (167 e.v.).
De zendende God is de Schepper van hemel en aarde. Dit betekent dat de missionaire roeping universeel is (op alle mensen als schepselen Gods gericht is) en allesomvattend is (betrokken is op de hele geschapen werkelijkheid, politiek, cultureel, economisch). Dit spoort met het gereformeerde belijden dat het eigene van Gods scheppingswerk beklemtoont naast het verlossingswerk. De belijdenis dat de aarde des Heeren is, impliceert ook een blijvende bemoeienis van God met de mensen die daarin wonen (Ps. 24). Zich aansluitend bij missiologen als J. H. Bavinck en J. Verkuyl wijst Noordegraaf erop dat de gemeente alert heeft te zijn op de menselijkheid, de gerechtigheid en het religieuze besef dat wij in deze wereld aantreffen. Hoewel er vanwege de zondige verbastering van de scheppingsopenbaring geen sprake kan zijn van een alternatieve heilsweg of opstap voor de genade, hebben wij missionair wel zorgvuldig om te gaan met deze 'vrucht van Gods goedheid en van de wijde actieradius van de Geest' (172).
De scheppingsopenbaring leidt niet tot herstel van de verhouding tussen God en wereld. God zet een ultieme en definitieve stap in de zending van de Zoon. Deze heilsopenbaring is beslissend en uniek. En impliceert dat het heil niet opkomt uit de boezem van de mensheid. God daalt in Christus neer in de ellende van de gevallen mens om dat door de dood en opstanding heen te verzoenen en te verlossen. Het hart van de missionaire praxis ligt derhalve in de bediening der verzoening, in de verkondiging van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen (174).
Hierbij voegt zich de zending van de Heilige Geest. 'In het geding van God om zijn wereld treedt de Geest op als getuige en aanklager (Joh. 16 : 8-11). Zo is de Geest bij uitstek de relatiehersteller in de communicatie van het heil, door het geloof te schenken, door mensen te vernieuwen, door de gemeente bij te staan en toe te rusten tot haar roeping in de wereld' (175).

Hart en reikwijdte
Mooi is het dat Noordegraaf dit heilshandelen van God onmiddellijk plaatst in het kader van het Koninkrijk van God. 'De missio Dei heeft als doel de openbaring van het koninkrijk in deze wereld als bevrijdend heil en bindend recht' (176). Hiermee wordt op bijbels verantwoorde wijze de diepte en breedte van het heil gegarandeerd. Met de Schrift in de hand (sola én tota Scriptura!) omschrijft Noordegraaf de missionaire praxis als een communiceren van 'het totale evangelie aan de totale mens in de totale wereld' (179). Zonder aan het eschatologisch tegoed van de voleinding voorbij te gaan: het Koninkrijk manifesteert zich tot de wederkomst in een gebroken gestalte (185). Bijbels evenwichtig werkt Noordegraaf deze gedachte uit: Het gaat God uiteindelijk om de oprichting van zijn rijk op aarde in alle verhoudingen, zodat wij in het eschaton weer volledig mens zijn naar Gods bedoeling. Maar het draait in deze bedeling om de verzoening door Christus, om de betekenis van kruis en opstanding als fundament voor het totale heil in alle dimensies (181). Tegenover de twee gevaren van een spiritualistische of horizontalistische versmalling spreekt Noordegraaf over het hart en de reikwijdte van het heil. En stelt dat juist de gereformeerde theologie met haar nadruk op de twee-eenheid van rechtvaardiging en heiliging (met haar theocratische implicaties) op dit punt een waardevolle bijdrage kan leveren. Juist in een plurale kerk worden wij gedwongen deze notie grondig te doordenken! Met als doel dat wij in kerk en theologie het onvruchtbare denken in tegenstellingen doorbreken: getuigenis, gemeenschap, dienstbetoon en bevorderen van gerechtigheid vormen in de Bijbel een ondeelbaar geheel, verzoening en koninkrijk liggen in elkaars verlengde (193). Er valt hier naar alle richtingen in de kerk nog heel wat uit te leggen. Noordegraaf geeft in zijn boek in ieder geval een aanzet tot indringend gesprek (194 e.v.).
Expliciet gaat Noordegraaf in op de roeping van de missionaire gemeente in een multireligieuze samenleving. Ontnuchterend is de vaststelling dat wij dit contextuele aspect niet moeten overschatten als zou dit een nieuw fenomeen zijn: ook de vroeg-christelijke gemeente leefde in zo'n situatie. En ik voeg daaraan toe: wat te denken van het volk Israël? Juist het Nieuwe Testament (en ook het Oude Testament!) kunnen ons derhalve helpen om zuiver en zorgvuldig te werk te gaan (185 e.v.). De vraag is echter of wij de missionaire uitdaging, die er van onze multireligieuze samenleving uitgaat, op hoop van zegen durven aan te gaan. Het antwoord op die vraag is spannend: juist daaruit zal blijken hoe diep het zit. In de gemeente. En in ons hart. Ik houd mijn hart vast…

Een regelrechte ramp
In een fijnzinnige analyse schetst Noordegraaf vervolgens de context van de samenleving waarin de gemeente verkeert (199 e.v.). Wie dit op zich in laat werken kan niet anders dan geschokt zijn. Met een negental typeringen toont Noordegraaf aan dat wij alle vanzelfsprekendheden voorbij zijn. De samenleving seculariseert in een razendsnel tempo. En vele gemeenteleden worden in dat proces meegezogen. Zonder iets af te doen aan de zegen van allerlei ontwikkelingen – te denken valt aan verworvenheden waar geen mens achter terug wil – schroomt Noordegraaf niet om te spreken over een regelrechte ramp. En die ramp geldt niet alleen de kerk maar de hele samenleving. Terecht spreekt B. Rootmensen over de 'verwoestijning' van het leven. Ik ben er diep van overtuigd dat wij de 'nood van deze tijd' diep tot ons moeten laten doordringen – en dat kost moeite! – willen wij enigermate gaan inzien hoe wij vandaag de dag de heilrijke boodschap van het Evangelie met vrucht kunnen communiceren.
Onderwijl wijst Noordegraaf erop, in navolging van sociologen als Dekker en Stoffels, dat wij niet per definitie van een onomkeerbare ontwikkeling hoeven uit te gaan. Er is geen reden tot louter wanhoop! Verrassend genoeg blijkt er vandaag meer religieuze interesse en geloofsbeleving te zijn dan de kerkelijke afkalving doet vermoeden. Niettemin blijft staan dat het kerkelijk instituut de boot al meer lijkt te missen. En het wordt tijd dat wij ons dit terdege aantrekken. Terwijl ik dit schrijf, overvalt me echter het wanhopige gevoel dat wij van 'links tot rechts' hier niet voor 'in' zijn. Alle verliezen ten spijt. Hoe gaan wij dat straks verantwoorden…?
Treffend is intussen de wijze waarop Noordegraaf deze schets besluit: 'Het beeld van de woestijn als aanduiding voor de situatie van kerk en samenleving is veelbetekenend. De woestijn is in de Bijbel de plek van oordeel en beproeving, maar ook van loutering en vernieuwing' (218).
Ik voeg hier wel aan toe – en Noordegraaf zal hiermee van harte instemmen – dat dit bijbels gezien geen automatisme is. Er is alleen verwachting als wij ons over de volle breedte van de kerk verootmoedigen, onze schuldige nalatigheid onderkennen en erkennen, genade zoeken in de ogen van Hem die in de toorn gedenkt aan Zijn ontfermen en leren hopen op de Geest die ook in onze eeuw – evenals in het verleden – bij machte is te leiden in de waarheid. Dit is geen vrome beschouwing, maar een dringende nodiging…

Strategie
Als praktisch theoloog zoekt Noordegraaf naar een te volgen strategie. En wie bidt, zoekt met hem mee. Met de nodige nuancering wijs hij het massieve offensief, het getto-achtige defensief en de kritiekloze aanpassing af. In principe kiest hij voor de strategie van 'onderhandelen': de poging om in het spanningsveld van traditie en modem levensgevoel recht te doen aan het overgeleverde geloofsgoed en tegelijk te zoeken naar wegen om in te haken op de situatie van de hedendaagse mens en zijn beleving. Dit doet recht aan het gereformeerde adagium: wel in de wereld maar niet van de wereld. En zo kan de kerk als minderheidskerk toch 'volkskerk' zijn: een kerk die oog heeft voor de schare! Het zal duidelijk zijn dat Noordegraaf hiermee niet kiest voor de weg van de minste weerstand maar voor de zwaarste opgave. In plaats van vluchtwegen in te slaan, gaat hij hiermee de koninklijke weg. Achter de Koning aan die op aarde niet anders heeft gedaan: één met de schare openbaarde Hij in woorden en daden de Naam van de Vader.

Geboden bezinning
In een afsluitend hoofdstuk concretiseert Noordegraaf de missionaire praxis voor de gemeente van vandaag. Een negental aspecten passeren de revue: de eredienst, de gemeenschap, de toemsting, de presentie, het evangeliserend getuigen, het diaconaat, de profetische roeping, de structuur en het beleid.
Ik ga dit niet bespreken. Allen die geroepen zijn vandaag de dag vorm en inhoud te geven aan het missionair gemeente-zijn zouden er goed aan doen zelf te lezen wat Noordegraaf hier praktisch aanreikt. En te overwegen in hoeverre één en ander in de plaatselijke situatie kan worden ingevuld. Het zou toch wel heel treurig zijn als deze doorwrochte studie niet leidt tot een vruchtbare bezinning, juist binnen de gereformeerde gelederen van de kerk. Gewoonweg zonde!
Een broeder deed ons in Gods Naam een eerlijke handreiking in de verlegenheid waarin wij verkeren. Up to date en to the point. Onze dank hiervoor aan Zender en gezondene betuigen wij het beste door het gebodene ter hand en ter harte te nemen.

P. J. Visser, Den Haag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een boek om mee aan de slag te gaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's