Alles… om niet!
'Doch de koning (David) zeide tot Arauna: …want ik zal de HEERE, mijn God, niet offeren brandoffers om niet.'(2 Sam. 24 : 24m)
Deze woorden staan niet op zichzelf.
Er zit een verhaal aan vast uit het leven van koning David.
Een verhaal met een zeer donkere blijdzijde.
David heeft een grote zonde tegen de HEERE begaan.
Er is een spreekwoord dat zegt: 'Het zijn sterke benen, die de weelde kunnen dragen'. Of: 'Hoogmoed komt voor de val'.
Zo was dat het geval in de bloeiperiode van het koningschap van David.
Hij wilde namelijk Israël 'tellen'. Dat was geen kleinigheid. Iets, waarvan wij zeggen: 'Ach, wat stelt 't voor? Waar maak je je toch zo druk om?'
Nee, het was niet alleen iets van hem zelf, een privé-aangelegenheid. Immers… tegelijkertijd werd ook het volk van z'n hoge bestemming (nl. om volk Gods te zijn) afgebracht.
Iets dat ook vandaag een rol speelt.
Is Israël nu alleen een politieke en militaire natie, zoals de volkeren rondom? Of is het dat volk, dat staat onder de leiding van de HEERE, Die sprak: 'Dit is Mijn volk, de schapen van Mijn weide?'
God heeft aan David toen de keuze gelaten tussen een drietal straffen en hij heeft de 'pest' gekozen.
Wat er ook moest gebeuren… dan maar vallen in de handen van God en niet in de handen van mensen.
Toen woedde er een vreselijke 'pest'-ziekte onder Israëls volk. Ook Jeruzalem wordt door deze pest bedreigd.
En dan komt de profeet Gad tot David en beveelt hem om een altaar op te richten op de dors vloer van Arauna, de Jebusiet (vs. 18).
Zo gaat David daarheen. En aangekomen bij Arauna, vraagt hij hem, om deze dorsvloer met inbegrip van het benodigde voor het brandoffer, te mogen kopen.
Arauna wil het allemaal aan koning David als een geschenk aanbieden. Maar David weigert dat heel beslist.
'Neen, maar ik zal het zeker van u kopen voor de prijs; want ik zal de HEERE, mijn God, niet offeren brandoffers om niet. Alzo kocht David de dorsvloer en de runderen voor vijftig zilveren sikkels. En David bouwde aldaar voor de HEERE een altaar, en offerde brandoffers en dankoffers.'
Nu weten wij, evenals het volk Gods toen, dat het in de dienst aan God niet alleen gaat om uiterlijke dingen. Offers uit gewoonte of als plicht om voor God wat te betekenen. Het komt op het hart aan.
Als er één kennis daaraan had, dan was dat David zelf!
Heeft hij niet in een vroegere donkere periode in zijn leven gebeden: 'Gij hebt geen lust tot offerande, anders zou ik ze U geven; in brandoffers hebt Gij geen behagen. De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten' (Ps. 51 : 18, 19).
En daarom wil David zijn offer niet gratis ontvangen (en dat nog wel van een heidens man, die het hem aanbiedt!). Dát zou hem té goedkoop zijn. Een al te gemakkelijk offer.
Hij zal er de volle prijs voor betalen. Het moet eerst zijn wettig eigendom zijn om het de HEERE aan te bieden. Om daar de erkenning van zijn hart te leggen. Om te belijden: 'HEERE, ik ben de schuldige!' Toon mij en mijn volk weer Uw vriendelijk aangezicht. En zo werd de HEERE verbeden en de plaag weggenomen.
Want, weet u, de HEERE is een gaarne vergevend God wanneer Hij de verootmoediging van het hart opmerkt. Als het maar oprecht is!
Geen brandoffer offeren 'om niet'!
Uiteindelijk houdt dat in, ook voor ons, vandaag: De HEERE verlangt in ons doen en laten ons gehele hart. En niet een stukje ervan.
Terecht is dan de vraag: Hoe is onze omgang met de HEERE en Zijn dienst?
Steeds wanneer de zondag weer gaat aanbreken, nodigt God ons tot Hem te naderen. Worden we opgeroepen om de dingen, die ons zo in beslag nemen (zonden, zorgen, noden, angst en pijn) in Zijn handen te leggen. 'HEERE, hier ben ik; U kent mij! U weet van mijn zonden en mijn opstaan; al mijn gedachten zijn bij U bekend…'
Offers, in de oudtestamentische betekenis van het woord, behoeven we niet meer te brengen. Sinds het eeuwige Offer is gebracht op Golgotha, zijn alle andere offers krachteloos gemaakt en overbodig.
Maar in de nieuwtestamentische betekenis is het offer nog steeds bekend. Nu meer bedoeld als de geestelijke offerande van ons hart. De aanbieding van het onze aan de HEERE. Ons lof- en dankoffer brengen we nu in de eredienst waar de christelijke gemeente samenkomt. Niet om een voorganger te horen of te wegen, maar om de HEERE te aanbidden. Hem te verheerlijken door gebed en prediking en lied. ''k Zal lief en lof voor U ten offer mengen, in 't heiligdom, waar 't volk vergaderd is.'
Offert u Hem dan toch geen brandoffer 'om niet'!
Laat het wél een eerlijke zaak zijn, wanneer we voor Zijn aangezicht komen en Zijn lof op de lippen nemen! Is dat dankoffer uw eigendom of… hebt u het gestolen? Is het door genade het uwe geworden of hebt u wel een vermoeden dat 't er voor Hem niet zo op aankomt? Laten we niet vromer lijken dat de werkelijkheid is. Want de HEERE ziet het hart aan.
En wanneer u tot Hem komt met uw armoede, uw leegte, uw gemis… Hij heeft gaven tot der mensen troost. Handenvol.
En toch gebeurt het, dat Hij ze niet kwijt kan. U vraagt: waarom niet?
Dat is niet zo moeilijk te beantwoorden.
Omdat we in onszelf nog zo rijk zijn. Ons niet schuldig weten voor Hem en genade niet nodig hebben.
David wist, dat hij niet met het gegevene van Arauna voor zijn God kon verschijnen. David wist: Hij moet mij alles of niets zijn. Hoe is dat bij u?
Op de zondag en door de weeks?
De Heere Jezus Christus sprak eens deze woorden: 'Zo gij dan uw gave op het altaar zult offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; laat uw gave voor het altaar, en ga heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave' (Matth. 5 : 23, 24).
Wat is het een voorrecht en een zegen, wanneer we hebben leren zien op dat enige en eeuwige offer van Golgotha. Om van daaruit ons leven te leven in het teken van het offer, in de lofzegging en dank aan Hem, Die Zichzelf aan ons heeft gegeven.
David kwam erdoor in de rust. De plaag over Israël werd opgehouden.
'Een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God, niet verachten!'
Deze gestalte van verootmoediging zou ons allen zeer tot zegen kunnen zijn.
J. Vis, Meerkerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's