Recente ontwikkelingen op Hydepark
De hervormde synode vergaderde voor de laatste maal op Hydepark, het landgoed in Driebergen waar in 1962 een hervormd seminarium werd geopend. In Hydepark brachten alle hervormde predikanten eerst alleen in de afronding van hun studie, later in twee fasen (voor en direct na hun predikantschap), een aantal weken door. Bij het afscheid van Hydepark door de synode sprak prof. dr. F. G. Immink over ‘Het seminarie en de dominee’. Nadat hij een historische schets had gegeven sloot hij af met ‘Recente ontwikkelingen’. Dat gedeelte staat bijgaand afgedrukt.
Hydepark heeft zich steeds kunnen en moeten aanpassen aan de ontwikkelingen in de kerk en in de samenleving. In de loop van de jaren veranderde het type student. In de 70-er en 80-er jaren vlogen de theologische visies nog over de tafel. Toen waren de controversen groot, maar in het debat was er wel houvast te vinden. De barthiaanse traditie gaf in het begin de toon nog aan in het taalveld. Zeker, ook daarin had je allerlei schakeringen: Amsterdamse school, politieke-interpretaties, orthodoxe dogmatische barthianen… en ga zo maar door. En dan hoorde je ineens iemand roepen: het Woord geschiedt. Met enige inspanning kon de helft van een groep zich daar nog wel iets bij voorstellen- Maar allengs groeide de groep pastoraal en antropologisch ingestelde predikanten die van mening waren dat door al dat theologisch geweld de mens niet aan bod kwam. Mag de mens in het pastorale gesprek zichzelf ook nog een keer uitspreken, zonder dat daar van buitenaf een inbreuk op wordt gemaakt? Merkwaardig dat sommige bonders qua karakter en structuur van theologie zich verwant voelden met de 'barthianen', terwijl anderen juist meer aansluiting vonden bij een meer vrijzinnig type, waar de bevinding en de aandacht voor de mens meer aandacht krijgt. Zelf ontdekte ik steeds meer dat het karakter van de mens een niet onbelangrijke rol speelt in de theologische keuzes.
Maar de tijden veranderen nog steeds. De grote vanzelfsprekendheden zijn ons ontvallen. Het kerkelijke leven fragmentariseert, maar ook de theologiebeoefening valt uiteen in deelperspectieven. Er zijn nauwelijks gezaghebbende theologische stemmen. Het oeuvre van mensen als Barth en Miskotte kunnen studenten zich moeilijk eigen maken. Het is te breed, te omvangrijk, en qua taal en verstaan niet snel genoeg. Zelf lees ik nog graag Van Ruler. Dat gaat tenminste ergens over. Maar terwijl je het leest voel je dat dit soort systeemontwerp en holisme moeilijk past in onze generatie.
Het seminarie heeft in onze tijd kansen en het loopt gevaar. Laat ik met de kansen beginnen. Het theologisch gesprek ontspringt aan de praktijk, aan de leefwereld van mensen, aan de leefwereld van de moderne mens. Geen abstracte verhandelingen, maar reflectie op datgene wat zich feitelijk voltrekt. Maar, en dat is de keerzijde, die reflectie vereist juist een ontwikkelde en volwassen theologische competentie. Daarvoor is een gedegen academische vorming nodig. Anders ontaardt zo'n gesprek in prietpraat. Ik vrees wel eens dat we daar tegenwoordig in de kerk niet meer bovenuit komen. Hebben predikanten nog de professionele competentie om theoretisch op de praktijk te reflecteren? En kunnen ze van daaruit ook leiding geven aan het gemeentelijke en kerkelijke gesprek? Of laten we ons meesleuren door de macht van het getal, door de grote bekken (dat is nog wat anders dan één mondig mens), door de partijvorming? Het gekke is vandaag aan de dag: iedereen doet zijn zegje (en dat moet vooral ook, want dat is democratisch) en na die kakofonie kunnen er twee dingen gebeuren: we gaan stemmen, óf iemand zegt: ik neem het mee en ik zie wel wat ik er mee doe. Dat laatste gebeurt steeds meer. In dit verband moet ik ook denken aan de synodevergaderingen van de NHK die hier tot op vandaag gehouden werden. Gaat het nog zo? Er melden zich 20 sprekers. Vervolgens wordt de spreektijd verdeeld: 2,5 tot 3 minuten, of je nou wat te zeggen hebt of niet. Welnu, de spreektijd wordt een soort stemverklaring, of men doet een poging om in de krant te komen. Ondertussen kan een synodebestuur cd zo'n beetje vaststellen of het er in zit of niet. Maar een gesprek waarin je echt tot een uitwisseling van overtuigingen en meningen komt, en daar ook nog op door kunt praten en argumenteren? Weegt theologische competentie niet meer, of is het er gewoon niet meer?
Het is waarachtig ook niet eenvoudig vandaag aan de dag. Er heerst grote onzekerheid. De kerk brokkelt af. Het predikantschap heeft geen status meer. De gemeenten zijn niet alleen mondig geworden, maar ook meer en meer conflicthaarden. We horen dat collega's afknappen op hun werk. De diversiteit is niet alleen een probleem in de landelijke kerk, maar ook meer en meer op gemeentelijk niveau. Studenten vragen: leer ons om te gaan met conflicten? En op Hydepark komen steeds meer predikanten binnen die in een conflict verzeild zijn geraakt.
Het kerkelijk gesprek
Laat ik proberen een kleine aanzet te geven tot meningsvorming. Allereerst dit. De verdeeldheid is nooit weg geweest in de NHK. De na-oorlogse eenheid was slechts een korte en wellicht ogenschijnlijke onderbreking in de geschiedenis. Al in de 60er en 70er jaren bleek dat de scheuren van de richtingen niet verdwenen zijn. De polarisatie is alleen maar toegenomen en dat merk je op Hydepark aan den lijve. Hebben we nog een gemeenschappelijk belijden? Delen we een gezamenlijke traditie? Lezen we dezelfde Schrift? Sommigen durven zelfs te beweren dat we niet meer in dezelfde God geloven. Er zijn momenten dat je denkt: we zijn verbrokkeld en gefragmentariseerd tot op het bot.
Hydepark heeft zichzelf nooit beschouwd als de hoedster van de eenheid der kerk. Als dat de opdracht zou zijn, dan is het einde van deze instelling in zicht. Maar we hebben altijd wel geloofd in de kracht van de ontmoeting en van het kerkelijk gesprek. In de nieuwe constructie in SoW-verband zal de ontmoeting een belangrijke peiler blijven in het werk van het seminarie. Ik denk dat dat een hele goede zaak is. Wie hier binnenkomt kan alleen tot eigen schade het gesprek ontlopen. Dat neemt niet weg dat die ontmoeting ook een uitermate kwetsbaar gebeuren is. Soms ontmoet je elkaar niet, en wordt de verwijdering alleen maar groter. De ontmoeting tussen de mensen die hier komen – predikanten die een stukje van de kerkelijke werkelijkheid meebrengen in het gesprek – heeft in zichzelf een bepaalde waarde. Geen waarde die je van te voren gezamenlijk vaststelt, maar een betekenis die je al doende ontdekt of niet ontdekt. Wie de ontmoeting niet aangaat voorkomt daarmee wellicht dat hij/zij niet beschadigd wordt. Zo'n houding is voorstelbaar. Er zijn hier in dit huis mensen beschadigd, in ieder geval hebben ze het zo ervaren. Daarvan zijn er misschien ook enkelen die hun wonden graag koesteren. Minderheidsgroepen hebben het niet altijd gemakkelijk gehad: ik denk daarbij aan de vrouwen van het eerste uur. Tegelijkertijd hebben mannen aan de rechterflank zich ook niet altijd even vrij en veilig gevoeld. Ze kregen wel eens het gevoel dat ze beschouwd werden als museumstukken van een andere planeet. Anderzijds waren zij zelf vaak weer een bron van bedreiging voor anderen. Met name wanneer anderen de maat genomen wordt. Dat belemmert het gesprek wel zeer. Maar ontmoetingen en gesprekken brengen ook een geweldige verrijking met zich mee. Herkenning, soms uit hoeken waar je het helemaal niet zou verwachten. Merkwaardige processen doen zich soms voor. Bondgenootschappen waar je het niet verwacht, en ook nieuwe tegenstellingen waar je van opkijkt. In de gesprekken werden allerlei mechanismen op het communicatieve vlak blootgelegd. Wanneer je elkaar langdurig meemaakt kun je in de bescherming van de groep elkaar daar op wijzen en daarbij helpen.
Het kerkelijk gesprek vindt nu in een andere context plaats dan 50 jaar geleden. De kerk als kerk spreekt ons minder aan. Vlak na WO II was er een duidelijk besef van de betekenis van de kerk als kerk. Hoe kon dat toen ontstaan? (a) Men was moe van de verlamming van de richtingenstrijd (daar zit namelijk altijd een stukje negatieve energie in). In de oorlog had de kerk als kerk eindelijk weer gesproken, (b) Het apostolaire elan was niet alleen een naar buiten gerichte dynamiek, maar kwam ook voort uit het besef dat
God zelf handelt en zendt (missio Dei), (c) De oecumenische gezindheid bracht bezinning op de sacramentele dimensie van de kerk met zich mee. En bij dit laatste punt moeten we niet vergeten dat de liturgische beweging in het interbellum de objectiviteit van de kerk beklemtoonde.
Ik ben van mening dat we nu in een geheel andere situatie verkeren. In onze tijd spelen het individu en de groep een belangrijke rol. Het zelfbewustzijn van de restauratie na de oorlog is stukgelopen op de secularisatie enerzijds en de opnieuw opkomende polarisatie anderzijds. De Woord Gods theologie heeft haar monopolie verloren en ruimte moeten afstaan aan een theologiseren waarin de mens vertrekpunt wordt in het geloofsgesprek. De sociale en psychische werkelijkheid wordt niet langer gezien als object van het apostolaat, maar juist als vindplaats en vertrekpunt voor de godsdienstige praxis. Je zou ook kunnen zeggen dat de vrijzinnige theologie, hoewel ze als georganiseerde richting niet zoveel voorstelt, zich breder in de kerkelijke praxis heeft genesteld met haar aandacht voor de modeme mens als aanknopingspunt in de morele en godsdienstige ontwikkeling. Mijns inziens moeten we de vrijzinnige theologie niet alleen beoordelen op haar verzet tegen dogma en uitwendig gezag, maar ook waarderen vanwege haar oprechte respect voor de mens in de godsdienst. In mijn werk op het seminarie heb ik meer dan eens moeten vaststellen dat juist een bepaalde vorm van vrijzinnigheid oog heeft voor spiritualiteit en bevinding. Ik heb daar een zwak voor gekregen.
Laat ik er dit nog van zeggen. Met een massieve hantering van het Woord Gods kunnen we voorbijgaan aan de complexe structuur van de geloofscommunicatie. Dan verschansen we ons in iets dat heel hoog is en heel massief, en dan is het gewone, menselijke en feilbare nauwelijks meer bespreekbaar. Zelf vind ik het uitermate belangrijk dat we onderkennen dat er een beweging is van God uit. Genade en vergeving zijn zaken die we ontvangen. God is sprekend en handelend tegenwoordig. Maar dat alles neemt wel vorm en gestalte aan in het menselijke leven. En die gestalten in het leven vragen vandaag aan de dag onze aandacht. Vooral nu de religieuze infrastructuur steeds meer gaat ontbreken. Het gevoel voor het Heilige en het besef van het creatuurlijke glijdt ons door de vingers. Daarom moeten we de dimensie van het geloof weer ontwikkelen en niet eenzijdig spreken over de openbaring. Beide bewegingen zijn op elkaar betrokken.
Conflicten en geschiktheid
Zoals ik al even aanstipte dient in het kerkelijke leven het conflict zich gemakkelijk aan. Beginnende predikanten, maar ook ervaren predikanten, zitten soms met de handen in het haar. Het lijkt wel alsof onze tijd dat met zich meebrengt. Soms denk ik wel eens dat de schaalverkleining daar ook mee te maken heeft. Je zit elkaar op de lip. Je kunt nauwelijks nog een beetje anoniem zijn in de kerk. Het lijkt wel alsof iedere kerkbezoeker ook vrijwilliger is. Als je regelmatig naar de kerk gaat, word je prompt gevraagd ouderling te worden. Of je nou geschikt bent of niet. Slinkende kerken hebben gebrek aan menskracht.
Verder is de diversiteit binnen de gemeenten enorm toegenomen. Misschien niet zozeer toegenomen, maar het steekt meer de kop op. De mensen schikken zich tegenwoordig niet zo gemakkelijk. Als je in een samenleving leeft waar heel veel bereikbaar en haalbaar is, nou dan ook in de kerk. Ook de mobiliteit is enorm toegenomen. Als ik toch wil hebben wat ik niet kan krijgen, nou dan haal ik het toch ergens waar het wel te koop is? Zijn deze verschijnselen nieuw?
Ik weet het niet. Het seminarie krijgt steeds meer te maken met mensen die verzeild raken in conflicten. Het is in ieder geval van belang dat we daar nuchter en menselijk naar kijken. Studenten en predikanten moeten ontdekken welke mechanismen daarin spelen. Soms is het belangrijk om een probleem of een conflict daar neer te leggen waar het thuishoort. Daarmee kunnen we voorkomen dat het al maar groter en ondoorzichtelijker wordt. Hoe je het ook wendt of keert, een predikant kan de conflicten niet ontlopen. Maar kunnen we leren hoe we er mee om zouden kunnen gaan? We kunnen daar in ieder geval in groeien, mits we zelf een bepaalde competentie hebben op het gebied van de communicatieve vaardigheden. En helaas ontbreekt het daar nog al eens aan bij een student. In de vaststelling van die lacunes speelt Hydepark in toenemende mate een belangrijke rol. In de omgang met elkaar in de groep komen op een bepaald moment dingen aan het licht. Ik ga daar nu niet verder op in. Wel vind ik dat de kwestie van de geschiktheid te veel afgewenteld wordt op de opleiding. Ook anderen hebben een taak. Als je ziet dat iemand echt geen predikant kan worden, waarom wordt hij/zij dan toch nog aangemoedigd? Wanneer er serieuze twijfels zijn, en er wordt navraag gedaan, waarom houden zo veel mensen zich dan op de vlakte, ook predikanten? Hoe komt het dat kerkenraden lange tijd kritisch zijn, en dan ineens iemand omarmen en als een Godsgeschenk aanvaarden zonder reserve? Het is een uitermate lastig en netelig probleem. Ik denk dat het tijd wordt dat we meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Nu de meer objectieve beschutting van kerk en ambt aan het wegvallen zijn, zullen predikanten persoonlijkheden moeten zijn.
Het gebouw Hydepark
Laten we, nu u als synode afscheid neemt van Hydepark, nog even het gebouw doorlopen. Het was prettig dat u als moderamen hier zo nu en dan vergaderde. De warme maaltijd kende dan namelijk drie gangen in plaats van twee. Onderscheid moet er zijn. Het hart van het werk ligt in de groepsruimtes. U ging als synode enkele keren uiteen in kleinere groepen en dan maakte u gebruik van die ruimtes. Dat waren niet de slechtste bijeenkomsten. In deze grote zaal worden de plenaire bijeenkoihsten gehouden. Een enkele keer kwam er wel eens iemand uit het synodale apparaat. Het was jammer dat u er nooit kon zijn op de bonte avond. Dan had u ook nog eens kunnen lachen. De kapel van Hydepark is schitterend. Maar ook u hebt daar wel eens pijnlijke ervaringen opgedaan. Bijvoorbeeld dat de gemeenschap van het Heilig Avondmaal door sommigen werd ontlopen of geboycot. Samen de liturgie beleven is niet eenvoudig, zeker niet als je zeer intensief met elkaar omgaat en zo verschillend bent. Ik heb er vaak met kromme tenen gezeten en het natte zweet brak me wel eens uit. De mokerslagen van de verdeeldheid kwamen dan op ons neer. Maar er waren ook geweldige momenten, uiterst authentieke vertolkingen van het geloof. Ik ben niet zo'n kapelmens, maar er waren momenten van stichting en ontroering die me een geweldige impuls hebben gegeven.
Hoe zouden we de bar kunnen vergeten? De kelder is een mengelmoes van ontspanning en gesprek. Tijdens de tafeltennis, het biljarten en voor het dartbord ontstaan zo maar diepe gesprekken. Tijdens een drankje is er heel wat afgeboomd, getheologiseerd, maar ook uiterst persoonlijk gesproken. Velen hebben daar uren doorgebracht en ontspannen en ernstig gesproken. Maar Hydepark zou Hydepark niet zijn als er ook ineens niet weer die scheiding der geesten was. Dan klonk beneden op luide toon de popmuziek je in de oren, terwijl boven in de kapel psalmen op hele noten klonken als protestsongs.
Maar al met al is dit een huis van de kerk. Het is jammer dat u als synode vertrekt. Op gepaste afstand bleven we van elkaar op de hoogte. Maar er breken nu nieuwe tijden aan en Hydepark is daar op voorbereid. Ik hoop van harte dat dit huis een huis wordt voor alle SoW-kerken. Als u straks de deur uitgaat en over dit mooie landgoed loopt, dan denkt u misschien wel even: toch jammer dat we weggaan.
F. G. Immink, Doorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's