Uit de pers
Festina lente
'Haast u langzaam' betekenen deze woorden. En in mijn woordenboek las ik dat ze soms werden aangevuld met 'cauta fac omnia mente': doe alles met beleid. Of ook werden de woorden nog weer anders gezegd: festina lente! Recte, sed festina: haast u langzaam! heel goed, maar haast u (in elk geval).
Ik moest aan deze oude doch wijze woorden denken toen ik in het blad De Reformatie (12 juni 1999) een artikel las van ir. A. Vlot onder de titel Kerk in een technologische cultuur. Hij memoreert dat de synode van zijn kerken (vrijgemaakt gereformeerd) in Leusden bijeen wijsheid nodig heeft om 'rust en stabiliteit te paren aan beweging, verandering en reformatie'. Vluchtigheid en de oppervlakkige waan van de dag dreigen het in onze tijd vaak te winnen van grondige bezinning en aanhoudend gebed.
'De kerk heeft als het goed is de tijd, en leeft en denkt in eeuwen en in het relativerende perspectief van de eeuwigheid. En zij is een lichaam, een hechte broederschap, waarin haar verscheidenheid ten dienste staat van het functioneren van de eenheid. Beide kenmerken staan haaks op die van onze tijd. De time-to-market van de stortvloed van nieuwe technische producten die over ons wordt uitgestort, is een kwestie van maanden en is toegesneden op het vervullen van de behoeften van hyper-individuele en uiterst kieskeurige consumenten. Onze cultuur wordt overspoeld door ingrijpende veranderingen die christenen steeds vaker voor het blok zetten. Welke gelovige zal standhouden onder het doorlopende bombardement van prikkels, producten en informatie dat langs allerlei kanalen onze huiskamers binnen dendert? Of dacht u heus dat hun boodschap neutraal is? De komende jaren zullen met name de informatie- en de biotechnologie ons steeds weer opnieuw versteld doen staan. De spanning tussen rust, stabiliteit aan de ene, en beweging, verandering aan de andere kant is eeuwenoud, maar de ongekende dynamiek van onze tijd is gloednieuw.'
Haast u langzaam, uitstekend, maar haast u in elk geval. In de kerk doen de eeuwen altijd mee. Elke zondag belijden we met de kerk der eeuwen ons geloof immers. Tegelijk staan we in deze tijd die gekenmerkt wordt door veel vaart en soms weinig visie. Hoe blijven we op de been?
'Als ik eerlijk ben, kost broederschap me te veel kostbare tijd en raakt het zaad van de blijde boodschap bij mij volkomen verstrikt onder de stress en de stoorzender die mij constant de indruk geven dat God toch niet bestaat, en dat softe, geestelijke zaken zoals verzoening en zonde er niet toe doen en verleden tijd zijn. Preken lijken daarom vaak afkomstig van een andere planeet omdat ze mijn wereld niet aanraken. Want problemen gaan we in onze tijd eigenhandig te lijf, met pillen, programma's en projecten. De rusteloze, moderne mens heeft het recht hier en nu in eigen hand genomen. En de kerk staat midden in déze cultuur, dus heeft het geen zin om bij het front een ijzeren gordijn te laten zakken, maar wel om wapens uit te delen. Als de Here Jezus in onze tijd was geboren, had hij vast voor zijn gelijkenissen andere beelden gekozen. In de trant van een lied uit de E&R-bundel waar we thuis vaak uit zingen:
't Koninkrijk van God ontwaakt tussen flatgebouwen
en het eng'lenlied weerkaatst op 't werkterrein
Zingend van de mensenzoon
met zijn kruis en doornenkroon,
die in de machinehal een herder wezen zal. (145 : 2)
Maar ik mis God vaak "in de machinehal". De mens leerde in de loop van de tijd nieuwe materialen te benutten: glas, staal, beton, aluminium, kunststoffen, halfgeleiders. Duizelingwekkende energiestromen wist hij aan te spreken: stoom, bezinemotoren, elektriciteit, gasturbines, kernenergie. En niet minder belangrijk: hij wist complexe organisatiestructuren te ontwikkelen om de benodigde samenwerking van mensen vorm te geven, en onderwijsmethoden om de groeiende berg kennis van generatie op generatie door te geven. De maatschappelijke structuren met vergaande specialisatie – die verantwoordelijkheid deed vervluchtigen – werden afgestemd op technische vooruitgang. Met succes. De gemiddelde levensverwachting van de mens in West-Europa ten tijde van Christus bedroeg 22 jaar, deze was na de Middeleeuwen tot 33 toegenomen, in 1900 gestegen naar 49 jaar en overschrijdt thans de 75 jaar. Dit is vooral te danken aan de toegenomen opbrengst in de landbouw en de vooruitgang in hygiëne en van de medische wetenschap. De technische vooruitgang is de laatste eeuw explosief geweest. De eerste computer in 1943 – de ENI-AC – was opgebouwd uit radiobuizen, besloeg een grote kamer en woog 30 ton. De laptop-computer die vandaag de dag in een tas past, weegt enkele kilo's en heeft een snelheid en een rekencapaciteit die meer dan duizend maal hoger ligt en de grenzen zijn nog lang niet in zicht. In Gods schepping bleken ongekende mogelijkheden besloten te liggen, maar met welk doel voor ogen nu we voldoende welvaart bezitten om tevreden te zijn? '
Brengen alle technische Ontwikkelingen ook werkelijk vooruitgang, winst? En dan bedoelen we daarmee niet alleen maar economische winst?
'Elke nieuwe technische vinding brengt ons niet alleen een langer leven met legio nieuwe mogelijkheden, maar altijd ook tegen een bepaalde prijs die we maar al te vaak vergeten te verdisconteren of die we afwentelen. Meestal gaat buiten het paradijs de wet van behoud van ellende op. Het kan geen kwaad om ons bij elk nieuw technisch snufje af te vragen wat hij ons kost. De tijd die we met onze auto besparen, weegt absoluut niet op tegen de arbeidstijd die de auto van ons vergt om hem te bekostigen. De magnetron in de keuken is niet alleen handig als we haast hebben maar veroorzaakt ook haast, en wie weet smaakt daardoor het eten dat eruit komt wel ininder. De haard van vroeger bond samen; de cv van vandaag geeft eenieder op zijn kamertje het zijne. Genetisch gemodificeerd voedsel kan efficiënter worden geteeld, maar tegen torenhoge, onoverzienbare risico's, en de wet van Murphy leert dat het ooit ook fout zal gaan. En tweede reden waarom de winst van nieuwe mogelijkheden vaak teniet gedaan wordt, is dat we de vruchten niet plukken. We zijn toch knettergek als we de automatisering die ons werk uit handen neemt, gelijk op laten gaan met een toenemende werkdruk?'
Ir. Vlot somt vervolgens in zijn artikel een aantal gevaren op die we lopen in een wereld waarin het technisch vernuft ons tot voorheen ongekende mogelijkheden bracht:
'We worden er met onze neus opgedrukt: de wereld wordt niet volmaakt; de spanningen nemen toe. Er hangt ons een drietal soorten gevaren boven het hoofd. Allereerst psychologische. De stress en werkdruk die de dynamiek van onze tijd oproept, is groot en velen gaan er onderdoor. Waar de omgeving in sneltreinvaart verandert, slaat bovendien de vervreemding toe. Een tweede soort is de sociale problematiek. Individualisme leidt tot technieken die mensen isoleren, en een toenemende verzakelijking van de maatschappij laat mensen vereenzamen, zorgt voor vervlakking, afslijtend normbesef en toenemende criminaliteit. Toenemende ongelijkheid tussen rijk en arm in de wereld zal steeds grotere vluchtelingenstromen veroorzaken. In de derde plaats zijn er risico's, zoals milieuproblemen, toenemende verstedelijking, uitstervende planten- en diersoorten, de geweldige complexiteit van de maatschappij die getuige de parlementaire enquêtes steeds moeilijker beheersbaar is door de overheid, militaire dreigingen van nucleaire en biologische wapens, onzekerheid over gezondheidsrisico's van genetische gemodificeerd voedsel, enzovoort. Niet voor niets spreekt de socioloog Ulrich Beek van een "risico-maatschappij", waarin technologische vooruitgang onvermijdelijk gepaard gaat met grote risico's.'
Hoe moet je techniek bezien, stelt ir. Vlot vervolgens aan de orde? Je kunt het bezien als een instrument. Je hebt het zelf in de hand wat ermee gebeurt: pistolen schieten geen mensen dood, mensen doen het met pistolen. We kennen ook de visie op de techniek waarbij deze schier autonome macht wordt toegekend. Techniek wordt dan een boze macht die ons voor we er erg in hebben in zijn houdgreep heeft. Ten slotte noemt ir. Vlot een derde stroming (die van het sociaal-constructivisme) waarbij techniek mensenwerk is waarin normen en waarden gestalte krijgen. Om grote problemen op te lossen kun je de techniek niet missen. Hij citeert iemand van het Energieonderzoek Centrum Nederland die ooit zei: Toch zullen we het voor onze welvaart in de toekomst in grote mate van technologie moeten hebben. Het wordt technologie of armoede.
'Niet alleen technici doen dit soort uitspraken. De strekking van deze tamelijk onschuldig klinkende uitspraak is in vele studies en rapporten terug te vinden. Welke geest spreekt hieruit? In de eerste plaats: de toekomst maken wij als mensen zélf, die hebben we in onze hand. En ten tweede: de vooruitgang is duidelijk materialistisch ingevuld. En ten slotte: de mens moet welvaart bewerkstelligen met technologische kennis. Het toverwoord in allerlei rapporten van overheidswege is daarom "innovatie". Technologische oplossingen zijn ook inderdaad de enige uitweg als maatschappelijke consensus uitblijft. De technologie moet dan onze materiële welvaart voor de toekomst garanderen. Er is dus sprake van een materialistische, geseculariseerde heilsverwachting. Ondanks het feit dat het ons deze eeuw niet aan innovatie heeft ontbroken, blijven we toch langs die weg de oplossingen zoeken. Toch ervaar ik de techniek in mijn Delftse lab niet als louter kommer en kwel. De techniek zelf is een prachtige en indrukwekkende gave van God. Maar technische producten zijn wél geladen, en hebben in onze tijd veel weg van het offervlees waar Paulus in zijn tijd over schreef, en je kunt er dus niet onnadenkend en naïef mee omspringen. We zeggen wel eens bewonderend dat de techniek voor niets staat, maar dat is niet waar. De techniek staat wel degelijk voor iets, namelijk voor een bepaalde mentaliteit. Zij moet ook voor iets staan, want zonder inhoud is techniek een lege huls. Want wat baten ons al die innovaties? PowerPoint maakt de inhoud van presentaties echt niet beter. Alle communicatietechnologie is nog geen garantie voor een goed gesprek. Genetisch gemodificeerd voedsel brengt de oplossing van het werkelijke probleem, het wereldvoedselprobleem, geen stap dichterbij. ICT is een prachtig middel, maar is niet een doel van goed onderwijs en kan niet tippen aan de persoonlijke aandacht van de juf of meester. De prachtige lay-out van de rapporten die uit de laserprinter rollen, blijft nogal eens steken in schone schijn. Technologie blijft aan de buitenkant hangen, en is absoluut geen garantie voor geestelijke diepgang. En daarmee zijn we terug bij het begin van dit artikel. Want wat baten duizend gezangen, een overheadprojector op de preekstoel en de prachtigste liturgie met de mooiste muziekinstrumenten? "… ik zal u een weg wijzen die dit alles overtreft.'"
Haast u langzaam, uitstekend, maar haast u in elk geval! Zij die geloven haasten niet. Tegelijk jagen we naar het doelwit in de verte ons getoond: de volmaaktheid. Geen techniek kan ons die geven want ze is ons geschonken in Christus. In Hem zijn we volmaakt en is Gods schepping volmaakt. Daarom haasten we ons die toekomst binnen te gaan. Maar we hebben er geduld bij omdat God op Zijn tijd Zijn werk voor eeuwig kronen zal!
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's