Globaal bekeken
In 'De Wekker' (Chr. Geref. Kerken) geeft A. W. Overwater aandacht aan 'kleine gemeenten' In de Chr. Geref. Kerken. Hier volgen wat cijfers:
'Als we de grens stellen bij ISO leden (doop- en belijdende leden) óf minder, dan komen we aan 42 gemeenten op een totaal van 189 gemeenten, die we dan als "klein" kwalificeren. Ruim 22% van onze kerkelijke gemeenten behoort tot die categorie.
Nadere onderverdeling
Het is interessant na te gaan hoe de verdeling is aan de hand van de part. synoden. Het volgende staatje maakt dit duidelijk.
P.S. v.h. Noorden 56 gemeenten 13 kleiner dan 150 zielen
P.S. v.h. Oosten 50 gemeenten 5 kleiner dan 150 zielen
P.S. v.h. Westen 42 gemeenten 13 kleiner dan 150 zielen
P.S. v.h. Zuiden 41 gemeenten 11 kleiner dan 150 zielen
Totaal: 189 42 kleiner dan 150 zielen
Het westen ligt met 31% boven het gemiddelde, evens het zuiden terwijl het oosten lager ligt en het noorden ongeveer op het gemiddelde. In het westen heeft het ontstaan van de kleinere gemeenten te maken met het "grote stadsprobleem" nl. het ontvolken van de binnenstad en de trek naar aangrenzende nieuwe woongemeenten.
In het noorden zal het verkleinen van de kerkelijke gemeente mogelijk te maken hebben met de werkgelegenheid. Kleine gemeenten werden daardoor in het laatste kwart van deze eeuw nog kleiner
Een nadere analyse zou gemaakt kunnen worden door de getallen van nu te vergelijken met die in de vijftiger jaren. Het beeld van de wijzigingen in de tweede helft van deze eeuw wordt dan nog scherper
Om nog één cijfer te noemen, kijken we naar het aantal zielen in deze kleine gemeenten t.o. het totale zielen tal van de kerken. Het jaarboek 1999 geeft een totaal zielental van 75.049 aan. De 42 gemeenten zullen gemiddeld 700 leden tellen, zodat we aan 4200 komen op de 75.000. Dat is een percentage van ca. 6%.'
Hier volgt een historische opfrisser over 'Het wonderjaar' (1566), genomen uit een artikel in het Gereformeerd Kerkblad Midden-Nederland (Geref. Kerken vrijg.):
'Het Wonderjaar. Om terug te gaan naar het jaar 1566 heb ik eerst nog maar eens het boek De Tresoor van Rien Poortvliet erbij gepakt. Dan krijg je weer een idee van hoe de mensen toen leefden. Hoe het er in de Lage Landen (Nederland en België) uitzag. En al bladerend zie je hoe Rien Poortvliet zich de hagepreken en de beeldenstorm voorstelde. Het jaar 1566 heeft zoveel indruk op de mensen gemaakt, dat het in het vervolg het Wonderjaar genoemd werd. Er waren veel wonderlijke dingen gebeurd.
Vlak bij Gent was in dat jaar een siamese tweeling geboren, twee aan elkaar vergroeide kinderen met twee bovenlijven en samen maar twee benen. Er waren aan de Hollandse kust grote inktvissen aangespoeld en een potvis bij Zandvoort. Voor de gewone man met zijn bijgeloof waren dat tekenen dat er bijzondere dingen stonden te gebeuren. Schokkend was het!
Kerkelijk was het voor de gereformeerden ook een wonderjaar. Dat jaar zijn de kerken wonderlijk gegroeid. Men had onlangs besloten in het openbaar te gaan preken. Dat was eerst nog vaak geheim geweest. Daardoor waren de kerken ook nog redelijk onbekend. Maar dat jaar begonnen de hagepreken. En soms kwamen er honderden luisteraars. Soms duizenden. Soms zelfs tienduizenden tegelijk. En ze luisterden naar verschillende predikers. Op een hagepreek konden meer predikers tegelijk zijn. Je zocht een plaats waar je de dominee kon verstaan. En je zocht de dominee die je eigen taal sprak: Frans of Vlaams. Na een warme zomer met hagepreken, kwam een hete herfst met beeldenstorm. De overheid werd onzeker. Duizenden werden gereformeerd. De kerken groeiden als in de tijd van het boek Handelingen. Een wonderjaar'
Uit Levensteken uit Hongarije, de gebruikelijke rondzendbrief van prof. Dr. A(nnemarie Kool) uit Boedapest het volgende:
'Het gebeurde begin juni. Tijdens een officieel bezoek van vertegenwoordigers van de Nederlandse SoW-kerken aan de theologische academie in Papa. In de middagpauze stonden we met enkele delegatieleden wat te praten in het dekanaatsbureau, toen ik een brief overhandigd kreeg. Tot mijn verbazing bevatte die een uitnodiging om uit handen van de president van de Hongaarse republiek, Arpad Goncz, mijn benoeming tot universitair docent in ontvangst te nemen. Dit was iets waar ik nooit van gedroomd had en wat echt als een bliksemschicht bij heldere hemel kwam.
Tijdens een feestelijke plechtigheid op maandag 14 juni vond de benoeming plaats. Mijn zusje Willemien was speciaal voor de gelegenheid overgekomen. Het bleek dat naast 180 docenten van andere vakgebieden ongeveer 20 theologische docenten van Herv. Theologische opleidingen tot universitair docent werden benoemd: voor het eerst sinds 1948 weer een staatserkenning van de theologie als wetenschappelijke discipline. Eerlijk gezegd ging er best wat door me heen toen ik me realiseerde dat ik als enige buitenlandse, als bijna enige vrouwelijke theol. docent deze benoeming in ontvangst mocht nemen. De president wees terecht op de verantwoordelijkheid die deze benoeming met zich meebrengt, en wenste ons allen Gods zegen toe. Indrukwekkend. Soli Deo Gloria!'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's