Dienstvaardig tot Zijn eer (1)
Ter inleiding
Deze tijd van secularisatie, waarin God steeds minder als relevant gezien wordt voor het dagelijks leven, vraagt veel van mensen die werken binnen de kerk. Het werk van ambtsdragers wordt er niet gemakkelijker op. Gemeenteleden met relatieproblemen vragen steeds meer aandacht binnen het pastoraat. Ambtsdragers zien soms op tegen kerkenraadsvergaderingen wanneer het zoveelste conflict zich aandient. Er wordt soms verzucht: 'Vroeger was er nog respect voor het ambt', nu spreken mensen je aan op hoe je het zou moeten doen. De hoge roeping van Godswege verbleekt steeds meer. Er wordt steeds meer een louter functionele invulling aan het ambt gegeven; je wordt dus als ambtsdrager puur 'afgerekend' op de vervulling van taken die de gemeente nuttig acht. Ook in het jeugdwerk zijn er steeds meer geluiden te horen dat de omgang met jongeren er niet gemakkelijker op wordt. Normen en waarden die jongeren hanteren, botsen met die van leidinggevenden, met teleurstelling tot gevolg. Vroeger werd er gezegd: 'Bedien je van het Woord', laat dat gezag hebben. Mooie woorden, die waar zijn. Ambtsdragers worden bevestigd met de bemoedigende woorden: 'Je hebt God achter je staan, Hij die roept is getrouw'. Wanneer dan gezegd wordt dat je denkt het niet te kunnen, wordt dit juist als een voordeel gezien, want onze onmogelijkheden zijn juist Gods mogelijkheden. Ik wil niets afdoen van de kracht van het Woord en van een roeping door God zelf, maar toch…. God geeft gaven en wil dat we ze ontplooien, dat wil echter niet zeggen dat je als goed functionerende kerkelijk werker geboren wordt, of dat de roeping een pakket vaardigheden in je schoot legt. Bezinning op het werk in de kerk is nodig.
Nieuwe bezinning op het ambt
Graafland wijst er in zijn boek Gedachten over het ambt op, dat de ambtelijke structuur bij Calvijn grotendeels is opgekomen uit de Schrift, maar tevens vorm heeft gekregen vanuit de 'noodzakelijkheid der tijden'. De tijd van Calvijn vroeg om een andere ambtsinvulling dan daarvoor. Ik heb er geen behoefte aan te sleutelen aan de invulling van de ambten, maar dat deze tijd een nieuwe bezinning vraagt op de functionele kant van het ambt wordt mij steeds duidelijker. Nieuwe bezinning op het ambt, waarbij de Schrift het richtsnoer is, juich ik toe. Dat acht ik ook het waardevolle in het nieuwe boek van Graafland. Bij enkele elementen uit dit boek wil ik in deze artikelen aansluiten en deze toelichten vanuit mijn vakgebied. Twee lijnen die door deze artikelen heenlopen zijn: 'de noodzakelijkheid der tijden' en 'de functionele kant' van het ambt, maar in zijn totaliteit ook breder van het kerkelijk werk. Hieronder hoop ik deze twee lijnen nader toe te lichten. Hiermee wil ik voortbouwen op de artikelen over gemeenteopbouw van drs. Van Campen.
De gemeente van vroeger
De context van deze tijd vraagt om nieuwe accenten. Het werk in de kerk is al jaren aan verandering onderhevig. Ter Horst schrijft in Wijs me de weg! over vroeger: 'De kerk stond in het midden van het dorp en het haantje van de toren was het hoogste punt in de verre omgeving. De waarden, de normen, de regels en de gebruiken lagen vast en werden door iedereen aanvaard. Anders gezegd: ze leefden in een overzichtelijke, stabiele cultuur'. Ambtsdragers hadden vanzelfsprekend gezag en deden het gemeentewerk alleen. Deze tijd is voorbij. Het vanzelfsprekende van duidelijke normen en waarden is voorbij.
'De noodzakelijkheid der tijden'
De huidige cultuur is steeds verder uiteengevallen in allerlei subculturen. Er zijn veel keuzemogelijkheden bijgekomen met betrekking tot leven en geloven. Veel gemeenteleden leven in verschillende culturen. De gevaren hiervan worden steeds duidelijker. Het leven wordt steeds meer in diverse segmenten opgedeeld. Steeds minder van die segmenten staan open voor het gezag van God. Een dubbelleven is steeds gewoner. Jongeren komen weinig gemeenteleden tegen voor wie het christelijk geloof relevant is en alle uithoeken van hun bestaan doordringt. Deze elementen zorgen er mede voor dat ook het denken binnen de gemeente verandert. Mensen zijn autonomer dan vroeger en vragen naar het 'waarom' van zaken die vroeger vanzelfsprekend waren. De leiding van God in het wereldgebeuren is iets wat vragen oproept. Steeds meer gemeenteleden merken dat godsdienst een privé-aangelegenheid en een randverschijnsel geworden is. Echtscheiding komt in de christelijke gemeente steeds meer voor. Incest komt binnen de christelijke gemeente niet minder voor dan buiten de kerk. De aanvallen op de gemeente worden steeds heviger. De media hebben hun duizenden verslagen en het denkschema van de wereld in de harten van velen geplant. Conflicten en relatieproblemen tussen gemeenteleden komen steeds meer voor. Er vindt steeds meer afval van de waarheid plaats en velen zetten vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de Schrift. Deze ontwikkelingen vormen voor menig ambtsdrager een bedreiging. Gemeentebeleid wordt dan ook veelal gemaakt op basis van angst en krampachtigheid. Deze tijd vraag om toerusting vanwege 'de noodzakelijkheid der tijden'.
Toch zijn er bok lichtpunten in de duisternis van de secularisatie
Toch zijn er in deze geseculariseerde samenleving ook lichtpunten. Dat het christendom een subcultuur geworden is, houdt ook een uitdaging. Steeds meer mensen tonen belangstelling voor het christelijk geloof als één van de vele subculturen. Denk hierbij ook aan de vele oriëntatiecursussen christelijk geloof, die opgestart worden. Er wordt veel opener over het geloof gesproken, en de vraag van jongeren 'wat heb je er aan?' is niet altijd negatief te duiden. Als ik denk aan de bijbelstudieweekenden waar ik veel jongeren zie worstelen met betrekking tot de toe-eigening van het heil en waar ik ook jong geestelijk leven zie ontwaken, komt er weer meer licht in het donker. We kunnen vanuit de slachtofferrol kijken naar de negatieve ontwikkelingen en terugduiken in ons isolement, maar dat is niet de bedoeling. Deze tijd heeft zijn uitdagingen, zeker wanneer we vanuit een persoonlijk geloof steun in de rug hebben van het Woord van onze God.
Onze tijd kunnen we typeren als een functioneel tijdperk waarin subjectieve beleving en religieus gevoel steeds meer ruimte krijgen en de vraag is of je hierbij aan zou moeten sluiten. Aansluiten bij de subjectieve beleving van deze tijd heeft het gevaar in zich dat de vaste ankergrond van het Woord van God wordt weggeslagen. Ingaan op de vraag naar het functionele heeft het gevaar dat het kerkelijk werk een eenzijdig sociaal-technologisch karakter krijgt waar de mens onafhankelijk van God 'maakbaar' wordt.
De functionele kant van het kerkelijk werk kan dan ook alleen op een goede manier aandacht krijgen, wanneer men met Christus verbonden is. In het tweede artikel kom ik hier uitvoerig op terug.
De functionele kant van het kerkelijk werk.
Bovenstaande typering van 'de noodzakelijkheid der tijden', maakt duidelijk dat van het kerkelijk werk meer dan vroeger gevraagd wordt, toen gezagsverhoudingen duidelijker lagen. Gemeenteopbouw stond meer in het teken van de cognitieve overdracht van het Woord. Vanuit het geloof werd er nagedacht over hoe men zich moest gedragen. Verbaal werd er leiding gegeven aan de gemeente. Gelukkig waren er gelovigen waar iets vanuit ging, aan wie je merkte dat het geloof leefde. Deze identificatiefiguren in de gemeente waren en blijven onmisbaar. Denk aan de identificatiefiguren van professor Van den Beukel in zijn boek 'De dingen hebben hun geheim'. Van eenvoudige, godvrezende mensen had hij meer opgestoken dan van de vele wetenschappers die zijn weg kruisten. Toch is er meer nodig.
Het gemeentewerk is ingewikkelder geworden. Naast ambtsdragers worden steeds meer gemeenteleden ingeschakeld om leiding te geven aan het jeugdwerk, catechese, bezoekwerk enz. Diverse organisaties geven toerusting op het gebied van evangelisatie, jeugdwerk, zending, en het uitoefenen van het ambt. Te denken is aan het werk van de IZB, HGJB, GZB, en GB. Ook is er voor het pastoraat aan mensen met psychische problemen meer toerusting nodig. Het GLIAGG speelt hierop in door diverse cursussen te verzorgen voor ambtsdragers. Pastorale counseling en het inzetten van klaagvrouwen zijn fenomenen waarvan ook steeds meer gebruik gemaakt wordt.
Aan Klaas Bolt, voormalig organist van de St.-Bavo te Haarlem, werd eens gevraagd wat hij vond van de uitspraak dat je als organist profeet op de orgelbank zou moeten zijn. Zijn antwoord was duidelijk. Hij had teveel diepgelovige organisten abominabel slecht horen spelen. De kwestie is daarmee gesteld. Je kunt gelovig zijn, een diepe roeping gevoelen, maar de vaardigheden en de juiste houding missen. Ik hoop daarmee de komende artikelen nader in te gaan op deze functionele kant van het kerkelijk werk. Veel taken in de gemeente zijn zwaar. Maatschappelijk werkers hebben een opleiding gehad waarin beroepshouding en sociaal-relationele vaardigheden aangeleerd zijn. Veel werk in de kerk wordt gedaan zonder dat men een professionele toerusting gehad heeft. Moet het ambt dan geprofessionaliseerd worden? In Amerika is dit doorgeschoten. Vele professionele christelijke counselors groeiden van het eenvoudige geloof af en de tegenreactie is momenteel merkbaar (J. F. MacArthur: 'Alles in Hem' en L. Crabb: 'Lichtpunt in het lijden'). Ik zou niet willen spreken van het professionaliseren van het ambt, maar wel van de noodzaak van bewustwording en toerusting. Grenzen tussen pastoraat en therapie moeten afgebakend worden. Toch sluit dit niet uit dat bijvoorbeeld ambtsdragers hun van God geschonken gaven mogen ontplooien ,waarbij een gerichte vorm van toerusting noodzakelijk is. Mogen er geen eenvoudige, godvrezende mensen actief zijn in de gemeente? Graag zelfs, maar laten we de gaven op de juiste plaats inzetten onder de leiding van de Heilige Geest, die mensen gaven schenkt.
Overzicht artikelen
In het tweede artikel hoop ik in te gaan op de basishouding van waaruit gewerkt mag worden. Bijbels gezag en een christelijke houding komen dan aan de orde. Vervolgens zal in verschillende artikelen 'leiding geven' aan de orde komen met betrekking tot gemeenteopbouw. Ook zal aandacht gegeven worden aan het omgaan met weerstanden en kritiek. Vervolgens hoop ik in te gaan op de begeleiding van vrijwilligers. Tenslotte hoop. ik een aantal wegen te wijzen waarbij toerusting gegeven kan worden om de functionele kant van het kerkelijk werk te ondersteunen en te ontplooien.
A. Pals, Bleskensgraaf
Docent sociaal-relationele vaardigheden en supervisor aan de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool en de THGB Johannes Calvijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's