Boekbespreking
Ria van den Brandt & Rob Plum (red.), De theologie uitgedaagd. Spreken over God binnen het wetenschapsbedrijf, Uitg. Meinema, Zoetermeer 1999, 167 blz., ƒ 32,50.
Zoals de Vrije Universiteit sinds geruime tijd een Bezinningscentrum kent om de bezinning op vragen rond geloof en wetenschap te stimuleren, zo heeft ook de Katholieke Universiteit Nijmegen sinds begin dit jaar een 'interdisciplinair instituut voor theologie, wetenschap en cultuur'. Met behulp van dit type instellingen trachten van huis uit confessionele, maar inmiddels sterk geseculariseerde universiteiten vandaag de dag nog iets van hun bijzondere identiteit tot uitdrukking te brengen. In De theologie uitgedaagd presenteren medewerkers en andere betrokkenen bij het nieuwe Nijmeegse instituut hun plannen en bedoelingen. Helaas wordt de achtergrond van de naam die men aan de instelling heeft meegegeven – het Heyendaal Instituut – nergens in het boek uitgelegd.
Het boek bevat vijf opstellen, waarvan het eerste geschreven is door de directeur van het instituut, prof. Hermann Haring. Deze voert een pleidooi voor een 'wereldlijk' spreken over God, dat mij sterk deed denken aan de secularisatietheologieën van de zestiger jaren. Ik wist niet dat dit soort knieval voor het hedendaagse geseculariseerde klimaat in cultuur en wetenschap nog steeds zo krachtig bepleit werd. In de lijn van Schillebeeckx (die daarmee op zichzelf een oude rooms-katholieke notie vertolkt) moet God volgens Haring niet zozeer 'van bovenaf' (dus vanuit Schrift en traditie) aan de orde gesteld worden, maar meer van onderop, vanuit menselijke ervaringen en ontdekkingen in de werkelijkheid zelf. In die zin vormen ook de wetenschappen 'vindplaatsen' van theologie. Het Heyendaal Instituut wil dus vooral niet te direct over God spreken. Haring moet weinig hebben van denkers als Luther en Pascal die het God-zijn van God benadrukken (21). Zijn betoog verraadt invloed van de adviestekst voor het Instituut van de hand van Erik Borgman, die als laatste bijdrage in de bundel is opgenomen. Ook dit artikel heeft als voornaamste boodschap: laat niemand bang voor ons zijn, wij hebben niet de bedoeling Gods zaak opnieuw aan de orde te stellen, of de katholieke identiteit nieuw leven in te blazen. Opmerkelijk is wat voor grootse taken en pretenties Borgman niettemin aan de theologie blijft toeschrijven.
Inhoudelijk zet de bijdrage van de onlangs gedoctoreerde mw. Palmyre Oomen over de relatie theologie – natuurwetenschappen veel meer zoden aan de dijk. Ik citeer van dit opstel de eerste zin, dat de teneur van het stuk goed weergeeft: 'Er waart een hardnekkig denkbeeld rond: dat geloof (en vooral de redelijke verantwoording daarvan) niet meer kan sinds de opkomst en zeker de verdere ontwikkeling van de natuurwetenschap'. Oomen laat op een heldere, uitstekend gedocumenteerde en terzake kundige wijze zien hoe onjuist dit denkbeeld is. Aan de hand van recente ontwikkelingen in de natuurwetenschap toont ze aan, dat het laatste woord bepaald niet gezegd is met de cliché-opmerking, dat er voor God geen ruimte meer over zou zijn nu alle 'gaten' in onze kennis successievelijk door wetenschappelijke verklaringen gevuld worden.
Ook het sprankelende opstel van Anton Houtepen, momenteel één van de meest erudiete en creatieve katholieke theologen in ons land, doet sympathiek aan. Het staat vol met ideeën voor nieuwe terreinen waarop theologisch onderzoek z.i. gewenst is. Al lijken niet al die ideeën me even waardevol (bijv. studie van toneel- en cabaretteksten door liturgiewetenschappers, 119), toch verraadt het artikel als geheel een oprecht verlangen om de christelijke traditie opnieuw relevant te maken voor onze hedendaagse cultuur.
De bijdrage van Ria van den Brandt tenslotte verkent een ander terrein waarop het Heyendaal Instituut actief wil zijn: dat van de relatie tussen theologie en literatuurwetenschap. Van den Brandt steunt de suggestie om bepaalde literaire teksten niet zozeer te beschouwen als illustratie maar veeleer als bron ('canon'!) van de theologie, en bevindt zich daarmee weer meer op de liberale lijn van Borgman en Häring. Al met al een bundel die ik met gemengde gevoelens heb gelezen.
G. v. d. Brink, Bilthoven
Leanne Payne, Crisis in Mannelijkheid, Herstel van mannelijke en vrouwelijke identiteit, uitg. Navigator 1998, 160 blz, , ƒ 24,95.
Leanne Payne geeft seminars aan dominees, priesters en hulpverleners in de gezondheidszorg. Evenals C. S. Lewis schrijft zij aangrijpend over het mannelijke en het vrouwelijke als essentiële kenmerken van de schepping die Gods eigen wezen weerspiegelen. God schiep de mens voorafgaande aan Eva's schepping mannelijk en vrouwelijk naar Zijn beeld (Genesis 1 : 26-27). Dit wijst op de androgyne (androgyn: man-vrouw) natuur van God Zelf. De schrijfster distantieert zich van onechte androgynie, die vooral door bepaalde feministische en homoseksuele activiteiten wordt verkondigd (blz. 95). Zij neemt het op voor de echte androgynie; 'Mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn eigenschappen van God en wij, naar Zijn beeld geschapen, zijn zeer zeker – in ons geestelijke, psychologische en fysieke wezen – tweepolige schepselen. Onze Schepper, die alles wat waar en echt is in Zich heeft, weerspiegelt zowel het mannelijke als het vrouwelijke, en dat doen wij ook. Hoe meer we naar Zijn beeld functioneren, hoe meer we zowel het mannelijke als het vrouwelijke weerspiegelen in hun juiste evenwicht – dat wil – zeggen in de verschillende gradaties en aanleg passend bij onze seksuele identiteit als man en vrouw'. Dit boek is voortgekomen uit de ontdekking van de schrijfster dat een groot aantal mannen op de een of andere manier onzeker is in zijn mannelijkheid. De crisis in mannelijkheid bestaat uit het feit dat onbevestigde vaders geen bevestiging aan hun kinderen, met name zoons, kunnen geven. Zij worden niet 'bevestigd' tot het leven. En dit ten koste, van de eigen identiteit. Mannen raken van zichzelf vervreemd en gaan 'naast zichzelf lopen'. Een gespleten leven als van Richard is het gevolg: Man in crisis (hfst. 2). De remedie wordt gezocht in het uitdiepen van zijn levensverhaal. Een ware biecht. Daarbij wordt een fundamentele plaats aan het gebed tot heling en genezing gegeven. 'De genezing van herinneringen' is de vergeving van zonde toegepast op het niveau van het diepste innerlijk. Om anderen te kunnen vergeven en om zelf vergeving te ontvangen. Zelfacceptatie heft een geweldige blokkade op. De inwonende Geest herschept naar Christus' beeld: 'incarnationele werkelijkheid' als centrale en unieke waarheid van het christendom. Dat geeft een nieuw zelfbeeld in volledige eenheid met Christus. Leanne Payne heeft het over een man die werkelijk klaar was voor het 'mystieke huwelijk' (blz. 39). Een nieuw leven begint, waar vanuit het centrum de inwonende Christus reinigt, geneest en heelt. Ook wordt aandacht geschonken aan de vrouw in crisis: het verhaal van de vrouw van Richard en anderen. Aan het slot staat een belangrijk 'Appendix': Het echte mannelijke en het echte vrouwelijke. Jungs psychologische theorie wordt kritisch doorlicht (anima: het vrouwelijke in een man – animus: het mannelijke in een vrouw). Belangrijk is Payne's visie op homoseksualiteit, die als volgt begint: 'De mannelijke homoseksueel heeft geen fundamentele gezonde mannelijke identiteit opgebouwd waarbij hij zich prettig voelt' (blz. 145). Homoseksualiteit wordt niet aanvaard als een normale variant in seksuele geaardheid. Met name de bladzijden 145-147 verdienen verder doordacht te worden. Ook nu weer blijft genezing te midden van gebrokenheid de aandacht trekken. Waarbij valt aan te tekenen dat soms homoseksualiteit een onuitroeibare doom in het vlees is. Al zijn er min of meer kritische vragen over gebed, genezing en de wijze van 'in Gods Tegenwoordigheid tot rust komen' te stellen, het zou jammer zijn als dat de aanleiding is dit boek ongelezen te laten. In de crisis blijft de Geest in man en vrouw bidden: Laat Uw gehele Woord een licht op mijn/ons pad zijn.
C. van Sliedregt, Nunspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's