De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De enige Naam tot behoud

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De enige Naam tot behoud

In conflict met Jezus (3)

10 minuten leestijd

F. Zijn persoon en Zijn werk
Bij het boeddhisme staat de leer centraal, bij de islam de Qor'an, bij het christendom gaat het om de persoon van Jezus.
Er is veel geschreven over de afwezigheid van God, de absentia Dei. Daarin is alles afwezig. Dan is alles zinloos en doelloos geworden. In deze angst zijn de mensen ook elkaar kwijt. Zonder liefde zijn we opgeblazen in onze eigen hoogmoed en hardheid. Wij zijn verpest door jaloezie. In plaats van te offeren uit liefde, zoeken wij onszelf. Daarom komen we in botsing met een aanwezige God: Jezus. De ergste ziekte met een kerngezond lichaam blijkt de ziekte der liefdeloosheid te zijn.
Wij zeggen: ik houd er maar mee op, want het mensdom is het niet waard.
Hij zegt: Ik moet nog méér onverdiende liefde geven, anders redden ze het nooit!
Het Koninkrijk van God is in Hem gekomen, daarom komt Hij ook eens in heerlijkheid. De onbekeerlijkheid van het volk ligt voor hun eigen verantwoording: 'Gij hebt niet gewild'.
Hij is juist een waarachtig mens met naastenliefde. Hij kijkt dwars door mensen heen met hun hoogmoed, leugen, zelfzucht, onreinheid, geldzucht en ontrouw. Hij heeft macht over zonde, ziekte, demonen, dood en natuurkrachten. In Zijn gebed laat Hij Zijn rechten gelden tot in de hoogste hemelen. 'Ik wil'. Hij staat daar in zijn volstrekte zondeloosheid en smetteloze gaafheid: 'Wie van u overtuigt Mij van zonde?'
De bodem van het mensenhart doet ons schrikken. Hem niet!

G. Zijn zelfgetuigenis
Zijn reddingswerk draagt een beslissend karakter. Wie Hem nu verwerpt, ontmoet Hem als Rechter aan het einde der tijden. Onze houding t.o.v. Hem is beslissend voor tijd en eeuwigheid. Hij grijpt in Zijn optreden terug op teksten die de joodse theologie verwaarloosde en stelt zich in de rij der zondaren op om zich te laten dopen. Daarna zegt Hij 'De tijd is vervuld'. Gods rijk is nabij gekomen.
Daarna schuift Hij de wet van Mozes terzijde: 'Gij hebt gehoord dat van de ouden gezegd is… maar Ik zeg u…' Wie vader of moeder of vrouw of kinderen niet haat, kan zijn discipel niet zijn.
Hij is de openbaring Gods. In dit licht zijn alle andere godsdiensten vluchten voor God: dwalingen, hoewel groots van geest en vorm. Maar het blijft dan een weigering om God te laten uitmaken, wat de ware aard van ons mens-zijn is.
'Ik ben het licht der wereld… de ware wijnstok… de deur… de goede herder… de weg…'.
Dit is: óf waarachtig, óf een waan. Anders kan niet!
De demonen getuigen dat Hij Gods zoon is, ook de engelen, de discipelen en Thomas. Je kunt 'ja-zeggen' of 'nee-zeggen'.

H. Zijn gelijkenissen
Het lijken gewone verhalen, maar ze hebben een eigenaardige wending. Opeens gaat er iets mis, er gebeurt iets vreemds, iets merkwaardigs.
Dat een jongeman zich aan het toezicht der ouders onttrekt en de erfenis opeist, nou ja! Maar als hij bij thuiskomst – na alles erdoor gejaagd te hebben – onthaald wordt op een feestmaal, is raar.
Dat vijf dwaze meisjes te laat komen op een bruiloft (die bij de familie bekend zijn!) en de bruidegom zelf zegt: 'Ik ken jullie niet' en de deur blijft dicht!
Er is een herder die zijn schaap verliest, en zijn negenennegentig andere achterlaat in de bergen in de wildernis. Is dat een goede herder?
Een koning houdt afrekening met zijn slaven: een is hem tienduizend talenten schuldig, d.w.z. om en nabij een half miljard. Wie ter wereld is dat ooit aan een ander schuldig?
Er zijn 'losse' arbeiders in de wijngaard, leder krijgt het minimumloon, zeg maar ƒ 80,–. Ook zij, die maar één uurtje gewerkt hebben. En deze gaan nog vóór de anderen die vanaf de vroege ochtend begonnen zijn!
Een zaaier gaat zó slordig om met zijn zaaigoed, dat driekwart verloren blijkt te zijn en een kwart komt terecht.
Neem nu het verhaal van de koninklijke bruiloft: de genodigden weigerden op het laatste moment voor de herhaalde officiële invitatie. Dat is toch gewoon idioot. En dat doen ze nog wel met doorzichtige smoesjes. De koning stuurt er een leger op af: dat lijkt toch ook nergens naar! Dan worden de misdeelden genodigd en daar is één bij zonder passende kleding. Dat is toch zot!
Er zijn hoorders, die alleen maar horen en niet verstaan: het woord draagt bij hen geen vrucht. Hij strijkt tegen de haren in: de mensen moeten leren alleen van genade te kunnen leven. Dat gaat dwars tegen alles in.

I. De weerstanden
In oktober 1808 ontmoette Napoleon in Weimar een zekere Wieland. Het gesprek ging over het christendom. Napoleon fluisterde: 'Het is wel zeer de vraag, of Jezus ooit heeft geleefd.'
Wieland antwoordde dat men dat over een poosje ook over Napoleon kon zeggen. De keizer lachte: 'Bon, très bon.'
In 1827 zou een zekere Pérès aantonen dat Napoleon nooit geleefd kon hebben. Dit deed hij als grap, nota bene zes jaar na de dood van Napoleon…
Napoleon is de zonnegod, Apollo. 'Apollo' betekent: verwoesten. Napoleon roeide immers ook uit wat hem in de weg stond. Die letter n is die van 'nai', heb ik jou daar! Bonaparte = het goede deel, licht tegenover het duister. Apollo werd op Delos geboren en Napoleon op Corsica, dat eenzelfde verhouding tot Frankrijk had als Delos t.o.v. Griekenland. Zijn moeder heette Laetitia, de dageraad, zonsopgang. Napoleon had drie zusters: de drie gratiën. Hij had vier broers, de vier jaargetijden. Drie van hen werden koning, de vierde niet: de winter. De keizer had twee vrouwen: de maan en de aarde. Zijn twaalf maarschalken zijn de 12 tekens van de dierenriem. De zon kan zich niet te ver in het noorden wagen: de tocht naar Moskou mislukte. De zon gaat op in 't oosten en gaat onder in 't westen. De keizer begon zijn furore in Egypte en ging onder in Sint Helena na twaalf jaren = 12 uren!
Conclusie: Napoleon heeft nimmer bestaan: hij is een mythologische figuur!
Aan de andere kant heeft Nietzsche gezegd: 'Ik zou best in de Verlosser willen geloven, als de christenen er maar wat verloster uitzagen!'
En was het niet Pascal die zuchtte: 'Wat een onbegrijpelijk monster is de mens toch.'
Nu geeft Jezus de taak om lief te hebben. Dat kun je alleen doen als je ontdekt dat God ons éérst heeft liefgehad.
Wat doen we nog met die enkele jaren die we nog te leven hebben? Jezus verwachten en Hem alleen? Anders loopt dit conflict uit op een scheiding.
Vergelding en oordeel is juist evangelisch. Dit is tegen het patroon dat Nietzsche wil hanteren. Immers: als het evangelie betekent dat er redding is, is de tegenhanger dat je verloren kunt gaan! Als wij eikaars misdaden niet vergeven, dan doet de hemelse Vader dat ook niet. Daar was Nietzsche het niet mee eens, maar echte liefde leert ook vergeven. Schuld is namelijk zo groot, dat ze niet goedgepraat kan worden en evenmin gebagatelliseerd. Alleen een streep erdoor: vergeven! Andere weg is er niet!
De opstanding op de paasmorgen is het bewijs dat de aanspraken van Jezus juist zijn: het graf blijft leeg! Onze doodsangst die zelfs tot slavernij kan leiden, verraadt dat wij niet van ons Slachtoffer kunnen losraken…
Wij antwoorden met verzet, opstand en leugen. Dat is de manier waarop we tenminste nog iets terugzeggen. Jezus stelt ons in staat van beschuldiging, als we niet op Zijn wegen wandelen. Wij zijn niet te verontschuldigen, want God heeft deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon. Hij is de Wetgever.
Vanuit ons mensenhart komen we op zelfverlossing uit, mystieke devotie, magie, afgoderij of noodlot. In principe is iedere mens vijandig tegenover de verlossing die God in Christus aanbiedt!
De 'rijke jongeman' heeft het schema: goed-beter-best. Jezus leert hem langs de weg van de tweede tafel der geboden doodlopen. Hij is de eerste tafel voorbijgelopen en tobt met zijn zelfverlossing. Achteraf blijkt het bezit nog een grote rol te spelen: weer de afgoderij. 'Dat is: je vertrouwen stellen op iets anders, buiten God om'. Bij hem wordt de onrust openbaar: dat bezit stond niet onder Gods controle en hij moet juist bevrijd worden!
We hebben allemaal onze geheime kamer van geld, haat, wrok, seksualiteit, godsdienst, verslaving… Onze godsdienst kan zelfs tegen God gericht zijn: 'Saul, Saul, wat vervolgt ge Mij?'
De doodlopende wegen van gnostiek en moralisme, mysticisme en magie brengen ons niet verder. Er is maar één weg tot de Vader.

J. Het absolute
De christelijke kerk botste op het vergoddelijkte Romeinse keizerrijk: 'Slechts één wierookkorrel…'
Gautama, Boeddha, Kwan-Yin, Vishnoe, Lessing, Kant en Goethe komen in het schema: 'God, deugd en onsterfelijkheid.' In deze negentiende-eeuwse denktrant paste destijds ook de vrijmetselarij.
Nee. De kern ligt in de verhouding van zonde en genade. Terwijl nu het syncretisme hoogtij viert, komt voor ons de eenvoudige vraag: 'Wat dunkt u van Jezus?'
Jezus is HEER. Dat is intolerant. Zijn Naam is boven alle Naam verheven, dat loopt op een botsing uit.
Wij zouden Jezus willen dienen, maar dat kan niet. Hij kwam om zelf ons te dienen, tot de dood toe.
'O Jezus, ik wil U niet… Ik kan U als God niet verdragen… Ik zou Uw genade niet kunnen verdragen… ik kan Uw goedheid en gave mensheid niet verdragen…'
Dan komt het oordeel: we zijn bankroet, alles wordt uiteengerafeld… We kunnen alleen in Hem geloven, onvoorwaardelijk.
De Kananese vrouw roept: 'Zoon van David, heb meelij.' Hij antwoordde haar niet één woord. Zij: ze valt voor Hem neer. Hij zegt: 'Geen brood voor de honden.' Zij: 'de kruimels dan'.
Dat is een groot geloof!
Wie in Hem niet gelooft, behoort al in Zijn ogen tot de doden en de afgeschrevenen.
Het is niet een kwestie van appèl doen op ons verstand, maar op ons totale mens-zijn.
Hij is de zondeloze – de enige uitzondering.
Hij is eeuwig – voor iedereen anders een dwaasheid.
Hij is Goddelijk – totaal anders dan wij!
Hij heeft volmacht – kan zonden vergeven!
We kunnen geen oppervlakkig antwoord geven, want dat loopt vast op Zijn unieke optreden. Hij is geen idee of nevelig begrip, maar de levende God. 'Een val en opstanding van velen in Israël'.
Hij is een Rots van behoud, of een teken dat weersproken zal worden. 'Wie Mij verwerpt, heeft één die hem oordeelt. Het woord dat Ik gesproken heb, zal hem oordelen ten jongsten dage.'


Julianus Apostata (de afvallige) was de zoon van keizer Constantijn de Grote. Bij zijn troonsbestijging gaf hij zich uit voor een christen. Later ging hij met vlammende haat tegen het christendom in, ook in geschriften: 'Kata Galilaioon logoi'. Hij hief de voorrechten op van de christelijke geestelijkheid, herstelde de verwoeste tempels, sloot door de schoolwet van 361 de christenen van een beschaafde opvoeding uit.
Vóór zijn dood zou hij op het slagveld hebben uitgeroepen: 'Tandem vicisti, Galilaee'. 'Toch hebt Gij overwonnen, Galileeër'.

S. J. Seinen, Vroomshoop

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De enige Naam tot behoud

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's