De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Godsdienstige opvoeding in het jodendom (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Godsdienstige opvoeding in het jodendom (2)

7 minuten leestijd

Eten en drinken
Een heel belangrijke plaats in de opvoeding binnen het jodendom wordt gevormd door de voedselvoorschriften, de kasjroet. In Leviticus 20 : 25 lezen we: 'Ik ben de Heere uw God, die u van de volken afgezonderd heb! Daarom zult gij onderscheid maken tussen reine en onreine beesten en tussen het onreine en reine gevogelte; en gij zult uw zielen niet verfoeilijk maken door de beesten en door het gevogelte en al wat op de aardbodem kruipt, hetwelk Ik voor u afgezonderd heb opdat gij het onrein houdt'.
In de kasjroet gaat het om verbod op het eten van vlees van onreine dieren, zoals varkens, maar ook paling, oester, kreeft. Er zijn ook vierentwintig verboden vogelsoorten.
In de kasjroet gaat hef echter ook om het gebod om het toegestane voedsel kosjer, dat is geschikt te bereiden. De moeder in een joods gezin is er druk aan. Melk en vlees mogen niet samen worden bereid, want een bokje mag niet worden gekookt in de melk van de moeder (Deut. 14 : 21). Omdat joodse vrouwen het zo druk hebben met het bereiden van kosjere maaltijden, zijn ze ontheven van de verplichting om naar de synagoge te gaan. Als ze er zijn, zijn ze er kort, gescheiden van de mannen.


Maar hun godsdienstige taak ligt in de bereiding van het voedsel. Orthodoxe joden leven zeer nauwgezet volgens de regels van de kasjroet. Mr. Abel J. Herzberg, de bekende, enkele jaren overleden joodse jurist uit Amsterdam vertelt in 'Amor fati' de volgende gebeurtenis uit het kamp Bergen Belsen, waar hij verbleef. Een jonge 'godvruchtige onderwijzer' weigerde de watersoep te gebruiken, want daarin zou weleens een haartje paardenvlees kunnen drij­ven. 'Maar straks komen de paarden je halen', werd hem toegevoegd. Zijn enige antwoord was: 'omdat er verschil is tussen rein en onrein'.

De feesten en de sabbat
Joodse feesten nemen een belangrijke plaats in in het joodse leven. Bijgaand staat een overzicht van de belangrijke joodse feestdagen. Daarop gaan we hier nu niet verder in.

Maar de wekelijks terugkeerende feestdag is de sabbat. Sabbat is eigenlijk een bruiloftsfeest, een koninginnedag, een bevrijdingsfeest. Ooit beklaagde de sabbat zich bij de Eeuwige, een alleenstaande vrouw te zijn. Toen zei de Eeuwige: 'De gemeenschap van Israël zal jouw gezel zijn'. De sabbat wordt dan ook als een bruid begroet. Bij de aanvang van de sabbat gaan mensen soms het veld in voor die begroeting. De beleving van de sabbat is heiliging van de tijd,
Aan vele voorschriften is de beleving van de sabbat onderworpen. De hoofdlijnen zijn, dat men geen vuur mag ontsteken op de dag van de sabbat (Exodus 35 : 3). Dat betekent, dat men ook geen elektrisch licht mag ontsteken. Men mag niet rneer dan een sabbatsreis maken (Exodus 26 : 29), dat wil zeggen een afstand van een kilometer. En men mag geen lasten dragen op de dag van de sabbat (Jeremia 17 : 22). Er is sprake van een oneindige regelgeving, bepaald door de rabbijnen, van wat wel of niet op de sabbat geoorloofd is, of hoe men aan sabbatsverplichtingen kan ontsnappen als de nood ertoe dringt. Op vele dingen heeft men wat gevonden, bijvoorbeeld in deze tijd het inschakelen van tijdklokken om zelf geen elektrisch licht te behoeven ontsteken. Bekend zijn ook de sabbatsliften in de religieuze gebouwen (ziekenhuizen).

Talmoed
Het leren, het 'lernen' is een wezenlijk element in de joodse religie, c.q. in de opvoeding. Daarbij speelt de Talmoed een hele wezenlijke rol.
Het meest belangrijke is Tenach, dat is het boek van het Oude Testament, met daarin de Tora, dat is de schriftelijke overlevering.
In het jaar 200 is de misjna vastgesteld. Dat is 'de herhaalde leer', bestaande uit twee gedeelten: een wetstechnisch gedeelte, de halacha, en een verhalend gedeelte, de aggada. Hier gaat het om de wet in haar innerlijke betekenis. Later zijn aan de misjna toegevoegd de Babylonische en Palestijnse Talmoed, die samen met de misjna de Gemara vormen.
De Talmoed is de ontwikkelde leer, zeg ook de Schriftverklaring, met het geheel van uitspraken, zoals die in de leerhuizen van de rabbijnen zijn gedaan. De rabbijnen hebben de eeuwen door gedisputeerd over wat mocht en niet mocht; en hoe in concrete moeilijke gevallen moest worden beslist. Dat is allemaal in de Talmoed bijeengebracht. Vaak gaat het om spitsvondigheden. Henk van der Molen geeft een voorbeeld daarvan. Een huis is voor Pesach gezuiverd van al het gezuurde, maar een muis sleept toch nog wat korrels van het gezuurde naar binnen. Hoe dan te handelen?


In het jaar 1286 verbood paus Honorarius IV de Talmoed. Hij noemde de Talmoed een 'Liber damnalis', een verderfelijk boek, vanwege uitspraken over Christus.
Het Concilie van Trente gaf toestemming voor het uitgeven van de Talmoed, nadat aanstotende passages waren verwijderd.

Wetsgodsdienst
Tot zover (te) kort een aantal elementen m.b.t. de joodse opvoeding. Het zal duidelijk zijn, dat de joodse religie vooral een wetsreligie is en dat de opvoeding in het jodendom dan ook gekenmerkt is door de naleving van wetten, inzettingen en geboden. Toch heeft één en ander niet dezelfde gevoelswaarde als die het woord 'wettisch' in christelijke kring heeft, al zijn er parallellen. Men spreekt echter vooral over 'de vreugde der wet'. Velen doen niet anders dan de hele dag de Tora lezen of bestuderen en vinden daarin hun vreugde. Er is dan ook in de joodse feestdagen en in de beleving van de religie vaak sprake van uiterlijk vertoon, waarin veel uitingen van blijdschap voorkomen. Zelf weet men zich, als gezegd, het Licht der wereld te zijn, gezonden in de wereld. Het joodse volk weet zich ook de Knecht des Heeren te zijn. Bij dit alles beroept men zich op het oude boek, het Oude Testament.


Wanneer we als christenen zeggen, dat we het Oude Testament met de joden gemeen hebben, dan roept dit bij joden vaak tegenspraak op. Ooit zei een rabbijn tot mij: 'Wij hebben niets gemeen, want jullie lezen het Oude Testament, liever Tenach, met de bril van het Nieuwe Testament'. En wie zal dat ontkennen? Wanneer wij zien hoe joden zelf het Oude Testament interpreteren, ermee omgaan, er hun regels aan ontlenen, kunnen we niet zeggen, dat zij op dezelfde wijze de Schriften van het Oude Testament hanteren als wij. De eeuwenoude ceremoniële wetten hebben voor ons afgedaan. Wij lezen inderdaad bij het licht van het Nieuwe Testament en dan is een centrale tekst Romeinen 3 : 21: 'Maar nu is de gerechtigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet… door het geloof in Jezus Christus'. We worden 'om niet gerechtvaardigd door de verlossing die in Christus Jezus is'. De wet is in Christus vervuld. Wanneer we dit Schriftwoord op ons af laten komen, worden we gevrijwaard voor de gedachte van de twee wegen. Wanneer het om de opvoeding van de kinderen gaat, geldt voor ons als christenen het woord van Jezus: 'Laat de kinderen tot Mij komen'. Rondom Jezus als de Messias gaan de wegen uiteen. Hij is voor ons de Knecht des Heeren.


Dat wil niet zeggen, dat er ook niet gemeenschappelijkheid is. Joden wijzen op het belang van de Noachietische geboden in Genesis 9 en komen op voor de eerbied van het leven. Inzake verschillende ethische vragen wordt de accolade geslagen met ons christenen, die ook de eerbied voor het leven kennen vanuit het geloof in de Schepper.


Intussen vertegenwoordigen joden en christenen, hoewel ze een zelfde religieuze wortel hebben, nochtans twee verschillende werelden. De vraag is of wij christenen ook in de opvoeding van onze kinderen joden tot jaloersheid verwekken. Want dat is, naar Paulus zegt in Romeinen 11, toch ook de grote opdracht. Joden weten zich geroepen lichtdragers te zijn in de wereld, maar christenen weten zich daartoe toch ook geroepen? Nemen we op dezelfde wijze Gods inzettingen, geboden en rechten ernstig? Maar dan vanuit Hem, Die de Messias is, gekomen in deze wereld om zondaren zalig te maken. Dit is het hart ook van de opvoeding.

v. d. G.

[Tabel: Joodse feesten (Wanneer we van de maand Niesan uitgaan, ziet de 'liturgische kalender' er als volgt uit: zie tabel)]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Godsdienstige opvoeding in het jodendom (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's