Uit de pers
Opleiding predikanten
Onlangs vergaderde de hervormde synode voor het laatst op Hydepark. Na een ingrijpende verbouwing zal Hydepark een gezamenlijk theologisch centrum zijn van de drie kerken. Predikanten en aanstaande predikanten zullen er bijeenkomen voor hun opleiding en voor nascholing. Tijdens die laatste synodezitting in Hydepark spraken rector ds H. de Leede en prof. dr. F. G. Immink hun zorgen uit over het theologisch gehalte van de huidige kandidaatpredikanten. De toespraak van prof. Immink stond in De Waarheidsvriend van 25 juni jl. te lezen (87e jrg. nummer 25), een boeiende uiteenzetting over de veranderingen in kerk en samenleving waar ook de (aanstaande) predikanten mee te maken hebben. Immink onderstreepte de noodzaak van een gedegen academische vorming anders ontaardt het gesprek op het seminarie in prietpraat. Hij sloot zijn beschouwing af met deze veelzeggende woorden: 'Ik denk dat het tijd wordt dat we meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Nu de meer objectieve beschutting van kerk en ambt aan het wegvallen zijn, zullen predikanten persoonlijkheden moeten zijn'.
In de rubriek Reflexen van het tijdschrift Theologia Reformata (jaargang 42, no. 2, juni 1999) besteedt prof. dr. H. G. L. Peels aandacht aan een nieuwe vorm van het studiefinancieringssysteem waar minister Hermans mee bezig is. Dit biedt de student theologie naar het lijkt iets meer adem om grondig te kunnen studeren, aldus prof. Peels. Juist om het ontbreken van een klassieke vooropleiding (de kennis van Latijn en Grieks) weg te werken heeft een student theologie recht op 6,5 jaar studiebeurs. Hij mag dus rekenen op financiële steun om de ontbrekende kennis van Latijn en Grieks in te halen. En, aldus prof. Peels, je zou verwachten dat theologische faculteiten en universiteiten daar dankbaar gebruik van zouden maken. Echter, kennelijk overheerst ook hier het marktdenken: de ene opleiding na de andere gaat knagen aan de vooropleidingseisen. 'Is dat wel zo hard nodig dat Latijn en Grieks? Hierbij hield men elkaar nauwlettend in het oog, immers elke nieuwe student betekende ook een aanzienlijke som gelds ten goede van het budget', aldus prof. Peels.
'Recente discussies binnen het Discipline Orgaan Godgeleerdheid van de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) maken duidelijk dat het roer om gaat. Aan de katholieke universiteiten krijgen de studenten, wat het Grieks betreft, uitsluitend les in nieuwtestamentisch Grieks en wordt nauwelijks nog iets aan Latijn gedaan, mirabile dictu. Ook de meeste protestantse faculteiten lijken nu door de bocht te gaan voor wat betreft de klassieke onderbouw van de theologie. Een beetje Grieks vooraf en verderop in het curriculum een facultatief spoedcursusje Latijn kan toch ook volstaan, dat scheelt een hoop ellende en bevordert een snelle studiegang. Je moet niet aan nostalgie doen, is de kreet. Theologie vandaag de dag heeft inmiers veel sociaal-agogische en psychologische interessen en is meer empirisch gericht. Wanneer theologische opleidingen als Kampen II en Apeldoorn nog zo nodig de eis van kennis van klassieke talen willen stipuleren, moeten zij dat weten.
Eén ding is duidelijk: hier is de klassieke studie theologie in geding. Eeuwenlang is de noodzaak van een goede kennis van de klassieke talen voor een student theologie ingezien. Dit lijkt nu verleden tijd te gaan worden. De algemene redenering wordt: je kunt beter teksten in vertaling lezen, dat spaart tijd en energie. De onderwijsvisitatiecommissie godgeleerdheid die in december 1997 rapport uitbracht, had al geconstateerd dat het Latijn in de rest van het theologische curriculum vrijwel niet meer terugkeert. Ik moet zeggen dat de logica van deze ontwikkelingen mij ontgaat. Dit riekt naar vrijwillige kwaliteitsamputatie, en dat terwijl de categorale gymnasia in Nederland bloeien. Ik ga voorbij aan het feit dat de theologentaal achttien eeuwen lang het Latijn is geweest, wat met het oog op bronnenstudie natuurlijk van onschatbaar belang is, en dat niet alleen voor kerkhistorici en dogmatici. De hele theologie is gelardeerd met Latijnse termen. Denk slechts aan de infrastructuur van de Hebreeuwse grammatica en syntaxis. Hoe moet je filosofiegeschiedenis zonder kennis van het Latijn fatsoenlijk doceren en studeren? En dan de systematische theologie. Leg een student die geen klassieke talen kent even het verschil tussen de fides qua en de fides quae uit, of het onderscheid tussen quia en quatenus.
Maar belangrijker nog dan de noodzaak om via de kennis van Latijn en Grieks het begrippenapparaat en allerlei categorieën van theologische stelsels te kunnen vatten, acht ik het inzicht in de klassieke cultuur in zijn algemeenheid van onschatbaar belang voor een theoloog. Het is door deze talen en culturen dat onze westerse samenleving in verregaande mate bepaald is. Juist een theoloog, die te maken heeft met tekst en geschiedenis, met cultuur en samenleving, kan de kennis hiervan niet missen. Zonder kennis van Latijn en Grieks krijg je op den duur een ander soort theologie, het taÜge aspect van de studie is niet indifferent. Een theologie zonder talenkennis resulteert in een theologie die de prioriteit van het Woord en van de exegese niet meer onderkent, waardoor het Sola Scriptura onherroepelijk in gevaar komt. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, als ik me niet vergis. Laten de kerken dit zomaar gebeuren?'
Wie zelf nog het voorrecht heeft genoten van een klassiek gymnasiale opleiding kan de woorden van prof. Peels alleen maar van harte onder strepen. Of het veel zal uithalen valt te betwijfelen. Het hoort kennelijk tot het veelgeroemde 'poldermodel' van onze samenleving om de 'markt' zijn werk te laten doen en je aan te passen bij de vraag van de consument. Het mag niet te veel (moeite) kosten en het moet zijn geld ook weer op brengen. Om dat doel te bereiken saneer je in onderdelen die niet lonend genoeg zijn c.q. laat dat Latijn en Grieks maar een 'onsje of wat' minder zwaar wegen.
Herder en leraar
Je kunt de vorming en opleiding van (aanstaande) predikanten ook benaderen vanuit een meer communicatieve toerusting om werkelijk die persoonlijkheid te kunnen zijn die zozeer vereist is in het huidig tijdsgewricht. In een column in het blad Wapenveld (jaargang 49 nr. 3, juni 1999) schrijft drs. Wim H. Dekker (Utrecht) onder het opschrift herder en leraar daarover het volgende:
'Een jaar of tien geleden las ik een boek van Van Ruler over het waarom van de kerkgang. Eén van de redenen om naar de kerk te gaan was "om een gewoonte vol te houden". Voor trouwe kerkgangers moet dit een herkenbaar antwoord zijn geweest. 's Mensen aard en karakter is niet zodanig dat je iedere week vol van jubel of verlangen op kunt gaan. Kerkgang heeft ook iets van een ingesleten praktijk. Uit gewoonte en bijgelovigheid, om het formulier maar eens te citeren. Dat Van Ruler dit antwoord volstrekt legitiem achtte, gaf blijk van zijn originahteit en zijn inzicht in mensen. Wanneer ik tijdens een kerkdienst in een willekeurige gemeente zo eens om mij heen kijk, valt mij in veel gevallen de matheid van de gemeente op. Gelaten onderwerpt men zich aan de orde van dienst. Men zingt wat, bidt wat en luistert wat. Dat de gemeente ophoort, vind ik een groot woord. De gemeente wekt veel meer de indruk het wekelijkse uur van stilte te hebben. Een uur van mijmeren, wegdromen, fysiek en geestelijk wat tot rust komen. Op zichzelf al een weldaad in deze stressvolle tijden.
Voorafgaand aan, tijdens of na zo'n dienst wordt over die gemeente een rij mededelingen gestort, waar eenieder met een overbezette agenda ter plekke burnt-out van zou raken. Maandag alphacursus (komt allen, er is nog plek), dinsdag sing in, woensdag jong belijdende ledenkring, donderdag leerhuis (de stukken liggen achter in de kerk gereed), vrijdag jongerensoos en zaterdag is er weer onze driemaandelijkse gemeentedag.
Gemeenteopbouw lijkt er toe te leiden dat het hart van het gemeentezijn steeds meer in de doordeweekse activiteiten komt te liggen. De invloed van onze managementcultuur doet zich gelden. De gaventest doet zijn opmars in tal van gemeenten: charismatic resources management.
De kern mag wijd zien, maar laten de kerken de kern dan ook wel de kern laten zijn. Met name de leidslieden, in dit geval vooral de predikanten, dienen zich te concentreren op hun core-business. Ook dat valt te leren van het moderne management, de hedendaagse bron van populair ethische maatstaven. Kerkverlating is volgens mij in de meeste gevallen het gevolg van niet aansprekende diensten en blunders in het pastoraat, de gezinssituatie buiten beschouwing gelaten. En juist op dit punt tref je de matheid en de gekwetstheid aan.
Nu de landelijke kerken de theologieopleidingen gereorganiseerd hebben (hervormd en gereformeerd) of de opleiding opnieuw bemand is (christelijke gereformeerde kerk), zou het goed zijn om eens naar het curriculum van die opleidingen te kijken. Een goed herder en leraar moet kunnen spreken, preken, luisteren en begrijpen. Te veel lijkt verondersteld te worden dat dit algemeen aanwezige eigenschappen zijn. Plaats een stage niet aan het einde van de opleiding en zet een goed systeem van individuele studiebegeleiding op, waarin de eisen die het beroep van predikant aan de persoon stelt centraal staan. Binnen de agogische beroepen is hier al veel ervaring mee opgedaan. Vorm die studenten.
Liturgie en pastoraat vormen de essentie van de gemeente. Laat dat dan ook de essentie van het predikantschap zijn.
Wij dolen immers allen als schapen?'
Steeds valt de term 'curriculum', dat zal voor vele lezers die geen Latijn in hun pakket hebben gehad een onbekende term zijn. Het wil zo veel zeggen als: wat in de 'loop' van de studie allemaal aan de orde komt. Uw zoon of dochter zal het weleens hebben over z'n cv. Nee, dat slaat niet op de centrale verwarming maar op het 'curriculum vitae': de levensloop van de sollicitant. Wat heeft hij/zij gepresteerd wat betreft vooropleiding, stages e.d. De a.s. predikant dient in zijn curriculum een grondige toerusting mee te krijgen om een persoonlijkheid te worden, aldus drs. Dekker. Het theologisch seminarium is daarop altijd gericht geweest en heeft voor velen grote waarde gehad, ondanks veel gemopper en gezucht onder de deelnemers. Terecht stelt prof. Immink dat je als student dan wel over een bepaalde competentie dient te beschikken als het gaat over communicatieve vaardigheden. Je kunt voor het mislukken van een (aanstaande) predikant daarom niet alleen maar de oorzaak zoeken bij de opleiding, vindt Immink. Als we zien dat iemand de noodzakelijke vaardigheden mist, moeten we hem niet blijven aanmoedigen tegen beter weten in.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's