Seneca, een liberaal filosoof en onze tijd
3. Elementen
Een vorig maal schreven wij iets over de levensbeschouwing van Seneca. Hij was geen diep denker, maar wel uitermate praktisch. Het wil dan ook wel wat zeggen, als zijn geschriften tot op de huidige tijd nog steeds worden uitgegeven. Een bekende Duitse uitgeverij verspreidt zijn boeken door middel van een luxe uitgave. Aan de linkerzijde van de bladzijde vindt u de Latijnse tekst, aan de rechterkant is een vloeiende Duitse vertaling. Dat gebeurt niet met geschriften van onbelangrijke denkers. Het geeft aan, dat Seneca nog steeds gangbaar is, of anders gezegd, dat zijn stem nog wordt gehoord.
Seneca houdt zich niet zozeer op met de kunst van de logica of de disputeerkunst. Weineen, hij vat de filosofie praktisch op en verlangt van haar, dat ze levensleer is. Ze biedt levenskunde. Ze geeft adviezen voor het alledaagse gewone leven. Haar taal is ethisch van aard, zo u wilt pedagogisch. Het moet eerlijk worden toegegeven: Seneca is geen christen. Maar zijn raadgevingen zijn diep doordacht. Hij biedt voortreffelijke wenken aan. Door de algemene werking van de Heilige Geest heeft het heidendom ook in dit opzicht kostelijke vruchten voortgebracht. Maar van een voorchristelijk christendom is hier geen sprake. Paulus heeft met Seneca geen gemeenschap en staat hemelsbreed af van de stoïcijnen, die hij op de Areapagus bestreed. Seneca moge diep onder de indruk zijn van de boosheid der menselijke natuur, de diepte van het begrip zonde naar de Heilige Schrift kent hij niet. En in verband hiermee wijst Seneca ter restauratie de mens op zijn eigen kracht, terwijl het christendom een zaligworden door genade predikt. Alle heidendom is in de diepste grond op zichzelf aangewezen ter verlossing. Het christendom schrijft de verlossing des mensen enkel en alleen aan God toe.
Deze grondgedachten komen nu op de voorgrond tredend of meer verhuld vóór in enkele elementen uit de wijsbegeerte van Seneca. Wij willen enkele onderdelen daarvan beschrijven en dan zullen wij zien hoezeer deze gedachten corresponderen met het moderne levensgevoel. Een essentieel uitgangspunt bij Seneca luidt, dat de mens van natuur goed is. Wij worden zonder fouten geboren, maar wij worden in de loop van ons leven meer besmet door verkeerde voorbeelden van anderen. Door de eeuwen heen sukkelen de mensen met zichzelf, hun omgeving én God. Door het gehele werk van Seneca loopt het dubbelspoor van wijsheid en dwaasheid. Dwaasheid is de kritiekloze gedachtenloosheid en een slappe, slimme, ondankbare houding van mensen tegenover de ons omringende natuur. De onevenwichtige levenshouding van vandaag dit, morgen weer dat. Wijsheid daarentegen is de doelbewuste houding van te streven naar een vast levensdoel en het tegenovergestelde na te laten. Dat lukt lang niet iedereen. De wijzen struikelen ook wel veel op de weg van de filosofie, die de ware levensweg aanwijst. Maar ze komen langzaam aan verder. Ze steken boven de grauwe massa uit, terwijl de dwazen zich alleen maar verslingeren aan de mode van de dag. Vraagt u waarvandaan de wijze zijn norm haalt, het antwoord moet luiden: uit de rede. De wijze heeft hoge idealen, de dwaze heeft geen enkele norm.
Hoewel wij hier enkele gedachten bemerken, die een hoge waarde vertonen, moet toch worden gezegd, dat prinicpieel die wijze zijn lot in eigen handen houdt. Dit is christelijk vertolkt een bron van hoogmoed, terwijl de christelijke prediking weer de eigen vrijheid aantast en de normloosheid aanvecht. Hier ligt een wereld van conflictstof. Er liggen beginselen in de wijsbegeerte van Seneca, die ons om hun zuiverheid treffen, maar die dieper gezien een andere sfeer ademen.
De wijze is niet ontvankelijk voor onrecht en smaad. Hij leeft in een gedurige onverstoorbaarheid op deugd en rechtschapenheid gericht. Dat is een geestelijke schat van binnen, die gekoesterd wordt boven alle maat. Hij heeft zijn zelfcontrole zo ontwikkeld, dat hij zich niet opwindt over beledigingen en onrecht, maar blijvend vreugde beleeft aan zijn eigen bezit, dus zijn morele levenshouding. Dat betekent allerminst een kille gevoelloosheid, maar er bestaat een groot incassatievermogen. Tegen de achtergrond van de stoïcijnse leer behoren mensen moreel verantwoord aan hun bestemming gestalte te geven en in dienst van de mensheid naar lotsverbetering van allen te streven. Dat is een moeilijke en vaak hachelijke opgave die moet worden doorgezet met de mentaliteit van een topsporter (65). De ware vreugde en het werkelijke geluk kunnen volgens Seneca worden bereikt, wanneer een mens wil openstaan voor een levensstijl, die hem ten volle geneest van zijn geestelijke kwalen. Het einddoel is steeds: leven overeenkomstig de natuur, hetgeen hetzelfde is als leven volgens de rede. Voor mensen is goed wat daaraan beantwoordt, en verkeerd wat daartegen ingaat. Een goed leven wil luisteren naar en gehoorzamen aan de goddelijke geest, waarvan de hele kosmos is doortrokken. Ook hier wordt alle kracht om het doel te bereiken gezocht in de uiterste zelfinspanning. Dit idee komt natuurlijk ten goede aan de eigenwilligheid van de natuurlijke onherboren mens, maar is uiteraard volkomen in strijd met de prediking van Gods Woord; dat legt de nadruk op de bede om de Heilige Geest, die ons in alle waarheid leiden moet.
Mocht het bovenstaande ons nu wel erg individualistisch lijken, toch zien de stoïcijnen de wereld als een organisch geheel, waarin alle leden met elkaar verbonden en op elkaar aangewezen zijn en waarin de mensen in het bijzonder door het gemeenschappelijk bezit van de rede één grote familie uitmaken. Men kan zich de enkeling voorstellen als een kleine cirkel. Om deze heen liggen in concentrische cirkels de gemeenschappen waarvan hij deel uitmaakt en waarvan de voornaamste zijn het gezin, de familie, de staat en de mensheid. Vanzelf gaan zijn liefde en medeleven het meest uit naar degenen die het dichtst bij hem staan, maar het ideaal is dat hij alle mensen even liefheeft als zichzelf. Wij stoten hier op het begrip van de humaniteit, dat bij Seneca een belangrijk begrip werd. Het duidt de welwillende gezindheid jegens de medemens aan, die de wijze past. Wanneer alle mensen, als leden van de ene kosmos, innig met elkaar verbonden zijn, moeten zij elkaar ook als zodanig beschouwen en behandelen, en elkaar dus helpen, weldoen en liefhebben. De idee van de humaniteit heeft een wereldwijde aanvaarding gekregen. Maar men moet ook in dit begrip weer niet te veel zoeken en het niet gelijkstellen met het christelijke begrip 'liefde'. Humaniteit berust op een verstandelijk inzicht in de verbondenheid van de mensen en houdt in dat de mens zich ten opzichte van de medemens niet anders gedraagt dan tegenover zichzelf. Zelfs mengt er zich een clemente van berekening in. Hier kunnen wij oordelen dat de moderne eenheidsdrang maar al te vaak uitloopt op onderdrukking. Om maar niet te spreken van de grauwe massaliteit. De gemeenschap der heiligen heeft toch een andere sfeer en toon.
Bij Seneca is de dood en wat daarmede samenhangt een steeds terugkerend thema. Heel het leven door moet worden geleerd te leven, maar ook om te sterven. Jezelf kwellen door vrees voor de dood getuigt echter van onwijsheid. Het puur heidens denken van Seneca blijkt uit zijn opvatting, dat op basis van dit vermogen tot levenskunst het een waardige keuze kan zijn om met aanvaarding van de speling van het lot te kiezen voor afscheid van het leven. Dat moet niet gebeuren op lichtvaardige gronden. Als het waardig kan vindt ook een wijze het plezierig een hoge leeftijd te bereiken. Wij schreven boven reeds dat Seneca zelfmoord pleegde. Met deze gedachten zijn wij volop aangeland in de moderne problematiek van de suïcide. Uiteraard kunnen wij op dit vraagstuk hier niet breedvoerig ingaan. Maar het blijkt wel, dat het gedachtegoed van Seneca nog lang niet is uitgestorven. Trouwens, niet op dit punt alleen, maar de gehele denk wereld van Seneca wint meer dan ooit terrein. Wij willen dat straks in een laatste artikel nog uiteenzetten. Maar het punt van de gedachtekloof waarover collega Maasland schreef heeft daar vermoedelijk zijn oorzaak. Naarmate de secularisatie voortgaat in de volkskerk, naar die mate komt ook het oude heidendom weer boven. Weliswaar wellicht niet in de uitbundigste vorm, die mogelijk zou zijn. Neen, in een gematigde vorm. Innerlijk is de volksgemeente reeds ontgleden aan de diepste christelijke beseffen. De hulzen blijven over. En zoals er aanvankelijk een doorgang was van het stoïcisme naar het christendom, zo glijdt nu het totaal van de volkskerk weer terug naar het heidendom. Helaas is dat de gang van het christendom momenteel in ons land.
Het spreekt natuurlijk vanzelf, dat ieder prediker moet proberen hedendaagse taal te spreken. Daarin wordt het uiterste van hem gevraagd. Maar dat neemt niet weg, dat de overdracht, het treffen van de ziel een geheim is van de Heilige Geest. Zolang nu de massa van de gemeente nog leeft in algemene christelijke beseffen kan er nog een verstaansgrond zijn. Maar wanneer het wezen van het christelijk geloofsleven aan de gemeente ontzinkt, dan ontstaat de kloof. Als wij Seneca lezen, denkt je gedurig een christen te ontmoeten. Parallelle gedachten, hoge normen, warme idealen. Maar vergis u niet. Er ligt tussen zijn wijsbegeerte en het christendom een dunne scheiding. Zo smal als die van cellof aanpapier, dat om een zakje bonbons zit. Je ziet de bonbons, je kunt ze voelen – maar je kunt er niet bijkomen. Maar – er is een andere wortel.
Welnu, zo kunnen week aan week christelijke woorden over de gemeente heenruisen, maar de gemeente leeft uit heidense beseffen en voorstellingen als die van Seneca. Dat is ten diepste de ernst van de grote kloof, die God alleen kan overbruggen. Seneca's denkwereld kan ons hierin helpen onszelf te verstaan.
A. van Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's