Eindelijk, of: toch, of geen van beide?
Ingezonden
In het derde artikel van ds. S. J. Seinen over 'In conflict met Jezus' in de Waarheidsvriend van 15 juli kan van het slot met enige overdrijving gezegd worden 'In cauda venenum', in de staart zit het venijn. Want het slot kenmerkt zich door een fout tegen het Latijn en een historische onjuistheid. We zien dus al weer de waarheid en de waarde van de bijdrage van ds. J. Maasland in hetzelfde nummer over de opleiding van predikanten, waarin deze een pleidooi houdt voor kennis van het Latijn en Grieks.
Gedachtig aan het gezegde 'Het is een vriend, die mij mijn feilen toont', zal ds. Seinen mijn reactie zeker op prijs stellen.
Ik heb dus twee punten van kritiek.
1. Historisch
Julianus Apostata, de afvallige keizer, die leefde van 331 tot 363, en regeerde van 361 tot 363, was géén zoon van Constantijn de Grote; die was namelijk zijn oom. Constantijn de Grote was de zoon van het ex-barmeisje Helena en Constantius Chlorus; tot een hoge functie geroepen zag deze laatste zich gedwongen met zijn stiefdochter Theodora te trouwen, die hem twee zoons schonk, van wie de jongste Julius Constantius heette; hij was dus een halfbroer van Constantijn de Grote. Uit zijn huwelijk met Basilina werd (Flavius Claudius) Julianus geboren.
2. Taalkundig
Voorzichtig formuleert ds. Seinen in de laatste zin: Voor zijn dood zou Julianus op het slagveld hebben gezegd: 'Tandem vicisti, Galilaee!' (Toch hebt gij gewonnen, Galileeër!) Tandem betekent echter niet 'toch', maar '(uit)eindelijk'; als toch is bedoeld, dan had er 'tamen' moeten staan.
Maar eigenlijk behoeft dit geen punt te zijn, want algemeen wordt aangenomen dat dit weer een van de vele legenden is, die om Julianus zijn geweven. Tachtig jaar na zijn dood zou die voor het eerst opgedoken zijn en in 1489 liet Lorenzo de Medici op de gedenkdag van Johannes en Paulus in Florence een stuk opvoeren, waarin aan het slot ook deze zin voorkomt: 'O Christo Galileo, tu hai vinto!' O Christus Galileeër, gij hebt overwonnen. (Aldus de Julianus-kenner Joseph Bidez.)
Ten slotte: dat Julianus' werken alle in het Grieks geschreven zijn, behoeft geen belemmering te zijn voor een Latijns citaat, want ontwikkelde personen en zeker keizers beheersten en hanteerden soms beide talen.
dr. R. ten Kate, Groningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's