De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de dienst van de Heere

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de dienst van de Heere

Roeping en dienst (1)

6 minuten leestijd

'Daarna hoorde ik de stem des Heeren die zei: Wie zal Ik zenden, en wie zal voor Ons heengaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij heen.'Jes. 6 : 1-13 (vs. 8)

Ontmoet u ze wel eens? In het onderwijs gebeurde het me vaak. Jongeren, bezig met de vraag hoe hun leven te besteden. Is er voor mij een plaats in de dienst van God? Hoe dan wel in deze tijd? Ik voel me zo alleen staan. Maar ook in de gemeente. Ouderen en jongeren, bezig met de roeping tot een ambt bijvoorbeeld. Vol vragen, maar er niet los van. We proberen in een paar Bijbelstudies de Schrift te laten spreken in enkele roepingen tot de dienst van de Heere. De roeping en zending van Jesaja, de dienst van Johannes de Doper, de bekering van Saulus van Tarsen, de roeping en zending van de gemeente van Christus.

Gedateerd
Roeping, zending en dienst van Jesaja zijn opvallend gedateerd: in het jaar toen de koning Uzzia stierf (6 : 1 en 1 : 1). Melaats, omdat hij tegen Gods Wet in de priesterdienst naar zich toegetrokken had. Op dit dieptepunt van God-vergetenheid roept de Heere Jesaja in Zijn dienst. Dat lezen we vaker, uitgerekend in de nacht van massale afval: Elia, Elisa, Jeremia, Ezechiël. Zoals ook Gods Zoon vlees geworden is op het dieptepunt van de duisternis in de wereld. Jesaja mocht zich niet afscheiden, weg bij het volk vandaan. Hij stond middenin de verwarring aan het hof, die tijdens Achaz' bewind wel compleet was. Profeten mogen zich 'qualitate qua' niet terugtrekken in de kring van gelijkgezinden. Geldt dat ook niet voor een christen?
Dat laat ons meteen zien de spanning waarin wij staan als wij de Heere mogen dienen. God heeft een Woord voor deze tijd, in deze uitzichtsloze situatie. En zij die het brengen, zullen dáár aanspreekbaar zijn op het Woord van de Koning. Dat is nog nooit vanzelf gegaan. Daar zijn wij helemaal niet op aangelegd. Als Jesaja niet geschikt was gemaakt door de Heere, zou hij nooit de evangelist van het Oude Testament zijn geworden. Zouden wij de Heere re dan wel kunnen dienen, zonder Hem die eerst bekwaam maakt?

De heilige God
In de tempel is Jesaja. Hij ziet de Heere, de grote Koning van hemel en aarde. Anderen zagen dat niet. Dat is bijzondere verkiezing. Godsopenbaring. Maar deze roeping is niet alleen voor Jesaja's oren bestemd. Dat Jesaja straks Gods roepstem opvangt, hangt kennelijk samen met zijn gehoor, de instelling waarmee hij in de tempel is. Zo is het niet om het even hoe wij in de Schriften het roepingsvisioen van Jesaja lezen. Overweldigend is de heerlijke aanwezigheid van Hem. De Afwezige? Wat een belediging! In deze openbaring ziet Jesaja vurig brandende wezens, serafs met elk zes vleugels. Gezichten bedekt omdat zelfs de ogen van deze hemelwezens de heiligheid van Hem die op de troon was niet konden verdragen. Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heerscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol (3).

Zondaar tussen zondaren
De reactie is die van totale verbazing en verbrijzeling. Zo laat God Zich kennen. Hij is heilig, afgescheiden van de wereld vol bedrog, zelfzucht en consumptie. Juist zo wil Zich laten kennen, de HEERE die in Zijn Naam zegt: Ik ben erbij. Wee mij! Dan ben ik opeens geen haartje beter dan anderen om mij heen. Als Hij erbij is, dan ben ook ik er gloeiend bij, ontdekt als zondaar die voor God niet kan bestaan. Wee mij, want ik verga! Omdat ik een man van onreine lippen ben en ik woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is, want mijn ogen hebben de Koning gezien, de HEERE der heerscharen (5). De zonden van de buren, zijn niet erger dan die van mij zelf. Ik ben niet verheven boven velen van wie ik zie dat zij de dienst van God loslaten: ik ben er zelf een van. Wat zal ik er nog van zeggen? Houd jij je mond maar, man van onreine lippen temidden van al die anderen in, ook onrein van lippen.

Verzoening
Ongeschikt om God te dienen. Al eens beleden? Eerst heb je reiniging nodig! Telkens weer trouwens. Verzoening die je hart (steeds meer) inwint voor de Zender, zodat je Hem vertegenwoordigen gaat. En de Naam niet wordt gelasterd (Rom. 2 : 18-24). Met een kool van het altaar worden Jesaja's lippen aangeraakt. Hij zal niet anders spreken dan zó. Zijn verloren toestand moet wijken, de schuld die eruit voortkwam, verzoend. Bij het altaar vandaan, waarop een dier tot verzoening werd verteerd. In zijn plaats. Heenwijzing naar het volkomen kruisoffer-altaar op Golgotha. Er is verzoening. Alleen door onze grote Hogepriester, Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt. De heilige God zelf roept zondaren en maakt hen bekwaam in Zijn dienst. Grote genade: Hij is erbij, als de Heilige die toch niet wil dat wij te gronde gaan in een leven verloren in schuld. Nabij in nieuwe tongen. Om bij de verzoening vandaan te leven en te spreken. Het Woord dat Hij spreekt,

Gezonden
In de roeping van Jesaja bedoelt God Zijn volk. Niet de geroepene voor zich. Wie zich op zichzelf laat terugwerpen, doet niets anders dan iedereen. Individualist temidden van anderen die dat ook zijn. Maar God heeft het behoud van anderen op het oog, en daartoe riep Hij Jesaja. Wie oren heeft om te horen, die hore! Wie zal Ik zenden, wie zal voor Ons heengaan? Als afgevaardigde gezonden. Om in Zijn Naam te spreken en te handelen, bij Hem vandaan, bij het altaar vandaan. Ingewonnen voor de zaak van de Zender. Gezant met volmacht van de Allerhoogste. In verantwoording aan Hem. Erop aanspreekbaar voor je leefomgeving.

Onbegonnen werk?
Wie meer niet ziet dan zichzelf en de verwarring in kerk, staat en samenleving begint er niet aan. Achaz bijvoorbeeld, vol van eigen politieke ambities. Jesaja echter zegt: Zie hier ben ik, zend mij heen. Ongedwongen en graag. Ziende op de Koning in zijn schoonheid. In Zijn wonderlijke vraag die ik mag horen. Al zou je voor het Woord ook weinig geloof vinden zoals Jesaja, en zien dat verharding en verstarring komen. Slechts een rest zou behouden worden. Benauwend, maar daarmee zeker geen onbegonnen werk. In Christus wordt een rest gered. En dat van die verharding en het ongeloof, is niet een subjectieve mening van een mens, maar Woord van de Koning. Jezus zelf herhaalde het voor Zijn discipelen toen Hij in gelijkenissen sprak (Matth. 13, 14). Net als Paulus die woorden herhaalt (Hand. 28 : 26-27). In de gemeente van Rome is Paulus dan, aan wie hij eerder schreef over de onberouwelijke beloften van God voor Israël die zoveel verder gaan dan een tijdelijke verharding (Rom. 11). Dat geeft moed om bij zoveel vragen toch te volharden bij de heilige liefde van God in Zijn Woord. Die Zichzelf heeft uitgesproken in Zijn Zoon. De Gezondene van de Vader die ons alleen de Vader doet kennen. Begeerlijker dan goud, blijft dit ons laatst behoud: het Woord van onze Koning.

C. N. van Dis, Nieuwegein

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1999

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In de dienst van de Heere

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1999

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's