Op reis in Frankrijk (en Genève)
7. Anduze, de Cevennen en de Hugenoten
We begeven ons naar de Cevennen, in het zuiden van Frankrijk, naar het stadje Anduze, bekend en geUefd bij vele, ook Nederlandse, vakantiegangers.
De Cevennen zijn, hoewel de toppen zelden hoger zijn dan 1500 meter, een machtig bergland met diepe kloven en ravijnen. Het Nationaal Park van de Cevennen (vrij toegankelijk) is ongerept gebied, met soms duizelingwekkende hellingen. De Cevennen zijn zeer dun bevolkt en bij uitstek het gebied van de Hugenoten. Maar dan zijn we wel vele kilometers noordelijker dan Anduze.
Laten we eerst eens in Anduze kijken.
Anduze
Anduze is een klein pittoresk stadje met een kleine 3.000 inwoners, aan de zuidelijke rand van de Cevennen. Het stadje heeft zijn welvaart te danken aan zijn wijnbouw, vruchtbomen, moerbeibomen, zijde-industrie en pottenbakkerijen, met name geglazuurde tuinvazen.
Wat ons meer interesseert: het nam al vroeg de Reformatie aan. Zo had Hendrik van Navarre, de protestantse prins van de Bartholomeüsnacht, een van zijn belangrijkste bases in Anduze. Anduze werd overwegend calvinistisch, zodat het wel 'het Genève van de Cevennen' werd genoemd.
Het werd ook tijdens de geloofsvervolgingen het centrum van het verzet en legde een aantal stevige versterkingen aan. Een van de voorwaarden van de godsdienstvrede van Alès (1629) was dat deze versterkingen weer moesten worden afgebroken. Alleen de Tour de l'Horloge bleef staan, omdat deze al enkele eeuwen eerder (in 1320) was gebouwd.
Op het lange stadsplein staat de Temple (Franse naam voor protestantse kerk), een van Frankrijks grootste protestantse kerken. In de zomermaanden worden hier op zondagavond Nederlandstalige diensten gehouden, waarin in de regel hervormd gereformeerde predikanten voorgaan. We mogen verwachten dat Nederlandse kerkgangers zoveel mogelijk ook de morgendiensten van de Église Réformée bezoeken.
Het gaat ons echter niet om Anduze, het gaat ons vooral om het Musée du Désert, het Hugenotenmuseum in het ± zeven kilometer noorderlijker geleden Le Mas Soubeyran.
Hugenoten
Wat zijn Hugenoten? Franse protestanten, die dikwijls aan hevige vervolgingen hebben blootgestaan. Deze vervolgingen braken vooral uit na de Bartholomeüsnacht in Parijs. Vele Hugenoten verlieten het land en trokken naar Zwitserland, Duitsland of Nederland.
In 1598 kwam met het 'eeuwig en onherroepelijk Edict van Nantes' algehele gewetensvrijheid en vrijheid van godsdienstoefening in plaatsen waar dat voorheen al was. Een aantal jaren later leefde de strijd weer op. Er kwamen de beruchte dragonnades: gedwongen inkwartiering van (meestal ruwe) soldaten in protestantse gezinnen, waardoor het huiselijk leven dikwijls onmogelijk werd gemaakt.
In 1685 werd, onder koning Lodewijk XIV, het 'eeuwig' Edict van Nantes herroepen. Naar schatting 200.000 Hugenoten, dikwijls behorend tot de bovenlaag van de bevolking, verlieten het land, ongeveer 50.000 kwamen in Nederland.
Cevennen
Met name in de Cevennen had men het moeilijk. De eenvoudige bevolking zag weinig mogelijkheid om het land te verlaten. De onderdrukking werd steeds zwaarder, men hield godsdienstoefeningen in de open lucht in de 'désert', letterlijk: de woestijn, maar men bedoelde er het woeste ontoegankelijke bergland mee, waar men zich gemakkelijk verbergen kon. Zij die gegrepen werden, werden gevangen genomen, gemarteld, gedood of veroordeeld tot de galeien, wat in de regel eveneens een langzame marteldood betekende.
Camisards
Enkele jaren later brak de opstand uit, een meedogenloze oorlog. De eenvoudige Hugenoten van de Cevennen, gekleed in hun 'camise' (hemd, kiel) over hun kleren (vandaar het woord Camisards), verzetten zich om het hardst. Het laatste verzet werd geboden bij de boerderij (eigenlijk een groep van boerderijen) Le Mas Soubeyran, de woonplaats van een van de belangrijkste aanvoerders Pierre Laporte, bijgenaamd 'ridder Roland', die van geen wijken wist. Na de inname werd hij gedood, zijn lijk werd door de straten van Nimes gesleept en daarna in het openbaar verbrand.
Musée du désert
Indrukwekkend is het museum dat in de nog in oorspronkelijke staat verkerende Le Mas Soubeyran ondergebracht is.
We gaan er eens naar binnen. Wat is er veel te zien! We zien een ganzenbordspel om jonge Hugenotenkinderen de juistheid van de rooms-katholieke leer bij te brengen, talrijke documenten en prenten, schilderstukken van het verblijf en godsdienstoefeningen in de désert, piepkleine bijbeltjes en uitneembare avondmaalsbekers (om gemakkelijk te kunnen verbergen), avondmaalspenningen (die men kon laten zien om tot het avondmaal te worden toegelaten) en enkele modellen van galeien. Aan de wand lange lijsten van Hugenoten die tot de galeien veroordeeld waren. 'Mort de la peine', gestorven van uitputting lees je achter de naam van velen.
Nu begrijpen we het embleem van de Hugenoten, dat ook in een van de ramen van het museum afgebeeld is: een aambeeld, waarop met grote hamers geslagen wordt. Eronder de woorden: 'Het aambeeld is het embleem van het Hugenotengeloof, waarop alle hamers breken', en: 'Met deze geloofsbelijdenis blijft ons geloof ook altijd vast'. Eromheen de woorden: 'Hoe meer men er behagen in heeft ons te slaan, des temeer hamers men verslijt'.
Buiten het museum, een klein eindje terug, is een schaduwrijke weide. Hier komen altijd nog elk jaar in september Franse protestanten samen on hen te gedenken die om het geloof geleden hebben. Er staat een gedenksteen: 'Gelijk de eik en gelijk de haageik waarin na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn' (Jesaja 6 : 13b).
Aigues Mortes
We kunnen er niet onderuit een bezoek te brengen aan het honderd kilometer zuidelijker, aan de Middellandse Zee gelegen Aigues Mortes.
Het stadje werd gesticht door Lodewijk IX de Heilige, die hier inscheepte voor twee door hem geleide kruistochten naar het Heilige Land (1248 en 1270). Hij bouwde ook de 37 meter hoge Tour de Constance (met het kleine torentje erbij 40 meter hoog). Deze toren, met muren van meer dan vijf meter dik, werd de gevangenis van vele Hugenoten. De eerste was Abraham Mazel, een van de aanvoerders van de Camisards, maar hij wist met zestien medegevangen te ontsnappen. Toen maakte men er een Hugenoten-vrouwengevangenis van.
Onder andere is hier 38 jaar (!) lang, van haar 16e tot haar 54e jaar, Marie Durand opgesloten geweest, zonder enig venster naar buiten (1730-1768). Moedig en gelovig heeft zij haar gevangenschap gedragen, waarbij zij dikwijls een grote steun was voor haar medegevangenen. Toen ze 25 jaar gevangen had gezeten schreef ze: 'Het verschrikkelijke lijden in de winter, we hadden geen brandstof, alleen een heel klein beetje nog groen hout. Verder alleen wat sneeuw bij de buitenmuur, maar geen hulp of steun van wie dan ook'. 'Résister' (weerstand bieden) schreef ze op de rand van de waterput in haar gevangenis.
In het volgende en laatste artikel hoop ik te schrijven over het Hugenotenkruis. Nu denken we aan de woorden uit Openbaring 7: 'Deze zijn het, die uit de grote verdrukking komen (…). Zij zullen niet meer hongeren en zullen niet meer dorsten (…). God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
H. Veldhuizenm, Huizen
[Tekst afbeelding 1: Embleem van de Hugenoten.]
[Tekst foto: Les Mas Soubeyran, musée du désert.]
[Tekst afveelding 2: Hagepreek. Schilderij in het musée du désert.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's