Namen noemen (6)
NOACH
Vader Lamech beleeft zware tijden. Zijn naam moet zoiets betekenen als 'strijder', al is de betekenis niet echt zeker. Duidelijk is wel dat zijn 'vechtersnatuur' een totaal andere is dan die van zijn naamgenoot en verre neef in de lijn van Kaïn. Lamech uit de linie van Kaïn was de brallende snoever, die bij alles wat hem in de weg kwam, erop los sloeg. De andere Lamech was veel meer een geestelijke worstelaar, die het als een wondere troost ervaren mocht dat de Heere hem een zoon schonk, die hij Noach mocht noemen: 'Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk dat de HEERE vervloekt heeft'. Noachs geboorte ligt onder de zware slagschaduw van de vloek van God. En toch is vader Lamech er op een wondere manier gerust op, dat God toch door zal gaan, ondanks alle duisternis. En daarbij gelooft hij dat zijn zoon een bijzonder instrument zal mogen zijn. Noach, deze zal ons troosten. Toch is zijn naam niet afgeleid van het werkwoord 'troosten', maar van een ander woord dat 'rusten' betekent. Noach is 'Hij die rust verschaft'. Nu Noach er is durft Lamech er gerust op te zijn al weet hij nog niet precies zich voor te stellen hoe die rust en troost eruit zullen zien.
Had hij kunnen weten hoe zijn profetie bij de geboorte van Noach concreet invulling zou krijgen? Hij heeft in ieder geval in de laatste eeuw van zijn leven mee mogen en moeten maken hoe God zijn zoon gebruikt heeft. Rust en troost? Het leek veel meer de dodelijke onrust, die Noachs werk teweeg moest brengen. Elke hamerslag aan de ark, wilde een waarschuwende klop zijn op het hart van de mensen die Noach bezig zagen. Lamech heeft de zondvloed zelf niet meer meegemaakt. Vijf jaar voor Noachs zeshonderste jaar, toen God alle waterfonteinen en hemelsluizen openzette ging hij heen…
Noach en zijn gezin zijn de smalle poort waardoor de HEERE door Zijn gericht nog geen einde maakt met de mensheid. Al lijkt alles vergeefs, nochtans gaat het leven door en na de zondvloed is de boog in de wolken het teken van Gods verbond van leven dat Hij met Noach heeft gesloten. Noach wordt ons getekend als de mens die onvoorwaardelijk doet wat God zegt: 'En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had' (Gen. 6 : 22) De HEERE verklaart hem rechtvaardig voor Zijn aangezicht (Gen. 7 : 1) Hij spreekt met hem (Gen. 8 : 15) en zegent hem (Gen. 9 : 1). Dit alles neemt overigens niet weg dat hij ook een mens, een zondaar was, getuige de gevolgen van zijn kennismaking met de wijn, met alle dronken gevolgen van dien (Gen. 9 : 20).
Ook buiten de directe geschiedenis van de Zondvloed komen we de naam van Noach in de Bijbel tegen. Ezechiël noemt hem als één van de drie grote getuigen van gerechtigheid, samen met Daniël en Job (Ez. 14 : 14, 20). In het onderwijs van de Heere Jezus wordt de lijn getrokken van de dagen van Noach en die van de toekomst van de Zoon des mensen: 'En gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag, op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen'.
M. A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1999
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's