Globaal bekeken
In het derde deel van de dezer dagen opnieuw uitgegeven 'Pastorale adviezen' van de Engelse prediker C. H. Spurgeon (uitgave De Banier, Utrecht), geeft deze blijk ook de 'Zedekundige Zinnebeelden' van Jacob Cats (in vertaling van Richard Pigot) te hebben gekend. Hier volgt 'Een rotten appel in de mande maeckt ook het gave fruyt te schande':
'Schoon kint, die menigmael hier vlytig komt geloopen
Om eenig boom-gewas van my te mogen koopen,
Ick moet nu dankbaer zijn, en brengen aen den dag
Dat u en uws gelijck ten goede dienen mag.
lck ben een oude vrou, en hebbe lange jaren
Met fruyten omgegaen, met fruyten omgevaren,
En onder dit beslag soo heb ick yet gesien
Dat aen de teere jeugt ten goeden kan gediên.
Daer mag geen rotte peer in onse manden wesen,
Een wat’er niet en deugt dat dient ’er uit gelesen;
Want is'er yet geblust, of andersins besmet,
't Is seker dat het quaet zig veerdig overset.
Is 't niet een seldsaem ding! veel hondert gave peeren
En konnen noyt het rot uyt eenen appel weeren;
Maer is'er slegts een vrugt in eenig deel geschent,
Die treckt tot haer bederf al wat'er is omtrent.
Een druyf, die vunstig is, die kan een tros bederven,
Een schaep, dat vyerig is, dat doet een kudde sterven,
Een brant-aer in den schoof besmet het gansche zaet,
So vrugtbaer, weerde maegt, so vrugtbaer is het quaet.
Wel, zij't gij dan geneygt om niet als goedt te leeren,
Wilt boos en dertel volck van uw geselschap keeren;
Want hoe dat schoon gewas is van een zagter aert,
Hoe dat'er ligter smet, en naeuwer dient bewaert.'
Hier volgt nog een fragment uit dit derde deel, dat voor het eerst in Nederlandse taal verscheen (zie mijn artikel), getiteld 'De badende Jongen':
'Een jongen die aan het baden was in een rivier, verkeerde in verdrinkingsgevaar Hij riep tot een voorbijganger om hulp. De reiziger stond er, in plaats van een helpende hand uit te steken, onverschillig bij en gaf de jongen een standje om zijn onvoorzichtigheid. "Ach meneer!", riep de jongen, "ik bid u, help mij nu en geef mij daarna een standje."
Het is voor u niet nodig om u te vertellen dat er sommige predikers zijn, die altijd bezig zijn de zondaar te vermanen. Dan mag deze wel uitroepen: "Het zou beter zijn, als u mij Jezus Christus predikte en mij dan daarna berispte". Wat geeft een berisping over de zonden van het verleden voor hem, die waarlijk een verlicht geweten heeft?
"Ik weet: zij zijn vergeven,
maar toch: hun smart voor mij
is al 't verdriet, de zielsangst,
die z'op U legden. Heer."
Het spreken over leerstellige moeilijkheden of het aan de zondaar verwijten van zijn fouten, komt niet te pas, wanneer hij de zaligheid zoekt. Hem de weg der zaligheid voorhouden, hem aansporen om naar het eeuwige leven te grijpen – dat is uw werk van het ogenblik.'
In een boek van A. Neleman, getiteld 'Sepultura ofte Grafboek van de Augustijnerkerck te Dordrecht' (zie Boekbespreking in dit nummer) troffen we het volgende over Johan Berck:
'Onder een eenvoudige zerk ligt een nog veel beroemder man dan Willem van Beveren. Deze man was Johan Berck, uit een aanzienlijk Kleefs geslacht, dat zich te Dordrecht had gevestigd. Hij werd hier in het jaar 1565 geboren en bekleedde achtereenvolgens de betrekkingen van Schepen, Secretaris en Raadspensionaris. In die hoedanigheid bewees hij de stad gewichtige diensten. Hij blonk uit in rechtskennis, schranderheid en openhartigheid. Deze eigenschappen gaven hem het volste vertrouwen van de burgerij. Zo was hij op 15 maart 1602 bij een belangrijke samenkomst, waarin over de verheffing van Prins Maurits gesproken werd.
Voorts werd hij tweemaal naar de Koning van Engeland gestuurd, die over zijn handelwijze te spreken was en hem tot Ridder verhief. Daarnaast was hij lid van de Staten van Holland en in die functie werd hij als gezant naar Venetië gestuurd. Op 8 augustus 1627 keerde hij in Dordrecht terug.
Na een ernstige ziekte overleed hij op 18 augustus 1627 in de ouderdom van 62 jaar Hij is dus niet lang thuis geweest. Zijn onverwachte dood was een groot verlies voor zijn geboortestad, voor de letterkunst, welke hij beoefende en voor het vaderland, dat een groot staatsman verloor.
Zijn lichaam werd plechtig ter aarde besteld en later werd aan een der zuilen boven zijn graf een marmeren tafel opgehangen, met zijn beeltenis uit wit Italiaans marmer gehouwen erboven.
Voorts stond er in gouden letters een Latijnse tekst op.
Wat Gy zyt, was ik voor dezen, Wat ik ben,
zult Gy ook wezen.
Alhier is bygezet
JOHANNES BERK, Rechtsgeleerden
Een man van Edel Geslacht, maer noch Edeler van Gemoed en Deugt: (…)
(Volgt verder wat hierboven is vermeld, v.d.G.)
op den 8sten van Oogstmaend des Jaers
1627, wedergekomen, onder eene blyde be-
groetinge zyner Kinderen en Vrienden, en
ongemeene toejuichinge der Burgeren,
ontvangen zynde,
heeft Hy, op den 18 den dag derzelver ma-
end,
ter ongemeene droefheid van de zynen
en der Burgeren,
deze aerde verlaten,
in den ouderdom van 62 jaeren 3 maenden
en 15 dagen.'
'Kerkelijk leven bevalt vleermuizen' kopte een artikeltje in De Kerkvoogdij (Ver. van Kerkvoogdijen in de N.H.K.):
'De St. Janskerk in Gouda telt veel meer kerkgangers dan men op het eerste gezicht denkt, zo begint een publicatie in het Nederlands Dagblad van 4 juni 1999. In de kerknok hebben zich tientallen vleermuizen genesteld. Er zitten zelfs unieke exemplaren bij, zoals de watervleermuis en de meervleermuis.
Dankzij de constante temperatuur en luchtvochtigheid, de donkere ruimten tussen de gewelven en de zoldervloer, alsmede de openingen in het dak, voldoet de St. Janskerk precies aan het programma van eisen dat vleermuizen aan hun verblijf stellen, zo blijkt uit de bevindingen van de Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland.
Een woordvoerder van de kosterij weet wat er op de kerkzolder huist, "'s Nachts vliegen ze door de kerk. Daarbij laten ze wel eens wat los, ja." Maar aan verdrijven van het vleermuizenvolk denkt men niet.
De werkgroep deed een aantal aanbevelingen voor bescherming van de vleermuispopulatie en een ecologiewerkgroep van de gemeente zal die aanbevelingen nader uitwerken.
Uit de inventarisatie komt naar voren dat Gouda zo'n 334 vleermuizen in zes soorten telt. Daarbij werden twee wintervleermuizen en 22 meervleermuizen ontdekt. In Nederland komen in totaal 21 verschillende soorten vleermuizen voor De grote hoeveelheid en verscheidenheid in Gouda is volgens de wetenschappers te danken aan de vele overgangen van water op land die Gouda en omgeving kent, aldus de publicatie in het Nederlands Dagblad.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's