Om Zijn Naam te dragen
Roeping en dienst (3)
'Want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israëls. Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.'Hand. 9 : 10-22 (vs. 15-16)
Je hoort soms zeggen dat de afval vandaag zo ontstellend is, dat de werkelijke dienst van de Heere geen kansen meer heeft. Sprak Jezus niet van de nacht die komt, waarin niemand werken kan? (Joh.9, 4). Een soort permanente Zonsverduistering met een hoofdletter? Maar dat heeft Jezus niet bedoeld. Na Zijn verheerlijking is de nacht wel ingetreden, maar Hij laat het wie Hem toebehoren aan niets ontbreken om door Hem beveiligd die nacht door te komen. Leven door Hem. Leven door de Geest, dicht bij het Woord. Dat het nacht is, kun je merken in zoveel ontluistering en ongerechtigheid. In versleten religie die in 'New Age' mensen helpen moet de triestheid te vergeten. Maar in zo'n zelfde nacht werd Saulus van Tarsen afgezonderd. De Heere zei tot Ananias: deze is Mij een uitverkoren vat om Mijn Naam te dragen.
Boven de glans van de zon
Driemaal wordt in Handelingen de bekering van Saulus weergegeven (Hand.9, 22 en 26). Voor koning Agrippa vertelt Paulus dat het licht dat hem op weg naar Damaskus verscheen, boven de glans van de zon was (26, 13). Het is de openbaring van Jezus Christus, de Opgestane die hem tot getuige maakt van Jezus' dood en opstanding. Zijn reisgenoten hoorden wel het stemgeluid (9, 7) maar verstonden niet wat de Heere hem zei (22, 9). Als bij Jesaja gaat het in deze bekering van Saulus van Tarsen om een roeping tot afgezant. Zijn roeping ligt ook in het verlengde van andere Godsopenbaringen in het Oude Testament. Hij is een vat geworden om de Naam van Christus te dragen. Een vat met een nieuwe levensinhoud.
Een uitverkoren vat
Als Saulus blind in Damaskus is aangekomen, is hij drie dagen en nachten zonder eten en drinken. Opvallend is de zorg die de Heilige Geest aan hem besteedt. Zowel Ananias als hij zelf krijgen een gezicht waarin zij op elkaar betrokken worden (vs. 10 en 12). Wie zei er dat Jezus de Zoon van God niet waarlijk is opgestaan?
De Opgestane noemt Saulus een vat. Zoals Jezus op aarde mensen ook vaten noemde in het huis van de sterke (Matth.12, 29). In Zijn dood en opstanding is die sterke gebonden. Nu is de weg vrij om de boze zijn vaten te ontroven. Weer in handen van de pottenbakker (Jer.18, 3).
Een vat is een kruik, een schotel of beker. Die vul je met water of ander drinken.
Wat is eigenlijk de inhoud van je leven? Waarmee is het gevuld? Waar ben je zelf vol van?
Ons leven zit doorgaans vol. Met werk, de organisatie, relaties en relatieproblemen, de zorgen en onzekerheden, de vakantie, het kerkenwerk, de rouw en het verdriet. En waar in dat alles is je hart? Wat leeft daar in? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Nou ja, je doet je best om het zo goed mogelijk te doen. Meer kan toch niet? Zo deed Saulus van Tarsen het ook. Zijn eigen opsomming van wie hij was en wat hij allemaal deed, is indrukwekkend. In alle opzichten een perfecte Israëliet. Maar hij was vol van zichzelf. Zijn leven liep ervan over. In die drie donkere dagen zonder eten en drinken werd zijn hart gereinigd: wat mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht (Fil.3, 7 e.v.). Om Christus te gewinnen, de rechtvaardigheid die uit God is door het geloof van Christus en de eigengerechtige werken der wet kwijt te raken en levenslang te verzaken.
De Opgestane is voortaan zijn leven, niet meer ik, maar Christus leeft in mij om verder te leven door het geloof van de Zoon van God Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven (Gal.2, 20).
Om Mijn Naam te dragen
Het leven van Saulus werd na deze grondige reiniging gevuld met de Naam van Christus. Direct na zijn doop verkondigde hij die Naam (9, 20). Paulus zou die Naam dragen voor de heidenen, de koningen en de kinderen Israëls. Unieke plaats in het heilsplan van God.
Maar voor wie de Heere nu wil dienen is de vraag evengoed: dragen wij Zijn Naam? Jezus leeft! Leeft Hij ook in ons en wij in Hem? Saulus had vroeger toch zo zijn best gedaan om zijn levenshuis zelf schoon te houden. Maar het was niet gevuld met de liefde van God geweest. Een huis met bezemen gekeerd staat hoogstens eventjes leeg. En lege vaten klinken niet alleen hol, ze zijn naar het Woord van Jezus in gevaar opnieuw gevuld te worden met van alles en nog wat. Dan wordt het laatste van die mens erger dan het eerste (Luk. 11, 24 – 27). Dat is juist in onze 'cultuur' een reële bedreiging voor de gemeente van Christus in zoveel onmogelijke vormen van New-Age religiositeit. Vergelijkbaar met Paulus' tijd trouwens. Je kunt dat lezen in II Tim.2, 14–- 26 (vs.20 – 21). Aan Timothëus schrijft hij dat in een huis gewoonlijk allerlei vaten zijn. Sommige ter ere, andere juist niet. Paulus wil dat de religiositeit van dwaalgeesten weg zal worden gedaan. Wie dat doet zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik van de Heere, tot alle goed werk toebereid.
Zo is de bekering van Saulus voor ons een aansporing om met elke verkeerde levensinhoud, en ons verkeerde hart naar Christus te gaan om reiniging en vergeving. Om een nieuw hart, dat voor Hem en Zijn Naam en Woord wordt bewaard. Door de Heilige Geest. Wat komt er dan veel aan het licht. Niet bij anderen, maar juist bij mij zelf. Dat is zo omdat de Vaderliefde van God in Christus je leven binnenkwam. O, wat schaam ik mij voor Hem om zoveel. En toch een aangenomen kind dat Hij door Zijn Geest leert bidden: Abba, Vader!
Lijden om Mijn Naam
Slachtoffers maakt Saulus niet meer. Maar om de Naam die hij draagt, zal hij veel lijden. Echt onvoorstelbaar veel. Hij schreef er vaak over in zijn brieven. Wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid van de kracht zij van God en niet uit ons , die in alles verdrukt worden, maar niet benauwd, twijfelmoedig, maar niet mismoedig, vervolgd, maar niet verlaten (II Kor. 4 : 7 e.v.). Wie de Naam van Christus draagt, zal erom lijden. Onvoorstelbaar in onze tolerante samenleving? Toch niet: in hartverscheurend verdriet over zovelen die zonder de Naam van Jezus leven, om hen die zich stoten aan Zijn Woord of het niet eens meer kennen. Om zoveel Godvergeten onrecht, vol pijn en verdriet, dat mensen elkaar aandoen. Teleurstellingen en tegenslagen in het ambtswerk. Ook in dat lijden mag ik zijn Naam dragen, biddend en voorbiddend voor anderen. Als Hij zich niet voor ons goddelozen in de dood had begeven om weer op te staan. Om voor altijd onze Koning te zijn Die bij de Vader intreedt en ons leidt in de waarheid! De Opgestane, Hij leeft in eeuwigheid! En Hij komt weer! Als wij Zijn Naam mogen dragen, wordt dat niet de rampdag van de buitenste duisternis, maar de blijde opstandingsdag voor Zijn gemeente uit Israël en de volken, voor de schepping die nu nog zucht. Hij geeft de werken van zijn handen niet prijs. Hosanna, Hosanna, de Koning komt, in de Naam van de God van Israël! Naam aller namen! Dragen wij die Naam?
C. N. van Dis, Nieuwegein
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's