De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dienstvaardig tot Zijn eer (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dienstvaardig tot Zijn eer (4)

9 minuten leestijd

Leidinggeven vanuit vier stijlen
In de vorige aflevering hebben we het leidinggeven in de gemeente globaal bezien vanuit vier gezichtspunten: waarheid, eenheid, taak en relatie. In dit artikel gaan we nader in op het leidinggeven vanuit waarheid en eenheid, en tevens maken we een begin met de bespreking van leidinggeven vanuit de taak, waarbij het functionele aspect van het kerkelijk werk verder uitgewerkt wordt.

Je laten leiden door de waarheid?
Leidinggeven vanuit de waarheid is niet gemakkelijk in deze tijd, waarin gezegd wordt dat elke waarheid relatief is. Laten we ons eerst oriënteren op de Schrift. De waarheid is allereerst een uitspraak over de werkelijkheid zoals Jezus zegt: gij gelooft niet omdat Ik u de waarheid zeg (Joh. 8 : 45). De waarheid komt ook in de bijbel voor als een atmosfeer, een klimaat waarin mensen leven en werken. De apostel Johannes spreekt over het 'in de waarheid wandelen' (2 Joh. 4). Voor ons mensen is het van nature moeilijk te weten of wij in de waarheid wandelen, wij hebben nodig ons aan de waarheid over te geven, zo komen wij tot 'kennis der waarheid' (1 Tim. 2 : 4). Jezus is Zelf de Waarheid in eigen Persoon. Hem navolgen is in de waarheid wandelen. De Geest der waarheid wil ons daarin leiden (Joh. 16 : 13).

Leidinggeven vanuit de waarheid.
Wanneer binnen een gemeente de nadruk komt te liggen op gemeenteopbouw is het van belang dat er eerst een bezinning komt. Deze bezinning zal plaats moeten vinden rondom de geopende bijbel. Degene die hieraan leiding geeft, zal in dit beginstadium vooral gericht zijn op de waarheid. Drs. M. van Campen schrijft dat de tijd die hieraan besteed wordt een diepte-investering is en geen verlies, maar winst oplevert. Het is vaak genoeg gebeurd dat allerlei 'vernieuwingen' zomaar ineens in de gemeente ingevoerd werden, waardoor allerlei weerstanden naar boven kwamen. Wanneer de noodzaak van gemeenteopbouw geponeerd wordt vanuit de waarheid, en allerlei bijbelteksten als drukmiddel gebruikt worden om veranderingen binnen de gemeente te forceren, is het de vraag of zo op een goede manier leiding wordt gegeven. De leidinggevende heeft niet de waarheid in pacht, maar zal ook in het leidinggeven in de waarheid moeten wandelen. Alleen al het woord gemeenteopbouw kan bij gemeenteleden allerlei associaties oproepen waaruit weerstanden ontstaan. Het eerste principe van gemeenteopbouw is groeien in genade, gemeenschap en getuigenis en het tweede is dat je het samen doet. Samen ontdekken wat de Schrift zegt over deze principes, daar moet leiding aan gegeven worden. Neem in het leidinggeven de weerstanden en misschien onterechte associaties serieus. Benoem ze of laat ze benoemen en onderzoek ze in het licht van de Schrift en benadruk de noodzaak van het gebed om de leiding van de Heilige Geest die in alle waarheid leidt. De waarheid op deze wijze hanteren voorkomt, dat leidinggeven vanuit de waarheid ervaren wordt als het forceren vanuit een autoritaire leiderschapsstijl met alle negatieve reacties van dien. Openheid in de communicatie is van essentieel belang. Leidinggeven vanuit de waarheid zorgt ervoor dat je niet vervreemdt van mensen omdat je te ver vooruit loopt en dat er niet allerlei communicatiestoornissen ontstaan waardoor tegenstellingen zich verscherpen. De waarheid heeft wel autoriteit, maar wil geloofd en nageleefd worden vanuit de liefde tot Christus die de Waarheid is. Leidinggeven met de waarheid in de hand is niet een kwestie van winnen, maar van goed spel volgens de schriftuurlijke regels van de Waarheid. Leidinggeven vanuit de waarheid forceert niet, maar overtuigt vanuit een persoonlijke overtuiging. Ten diepste is het alleen de Heilige Geest Die leidt in de Waarheid en het uit Christus neemt Die Zijn gemeente leidt. Tenslotte wijs ik er nog op dat het leidinggeven van iemand veelal samenhangt met het godsbeeld waarmee iemand is opgegroeid. Het maakt nogal verschil of iemand God ziet als een strenge, normerende, ingrijpende God of een helpende en beschermende God. Dat kan gevolgen hebben voor iemands visie op het leidinggeven. Belangrijk is daarbij dat het godsbeeld vanuit de Schrift gecorrigeerd wordt zodat er evenwicht komt.

Leidinggeven en eenheid
Wanneer de bezinning op gang gekomen is, ontstaan soms verschillende visies. Mogen er verschillende visies zijn, of moéten 'alle neuzen een kant uit staan'? Eenheid tussen gelovigen onderling bestaat in verschillende gradaties. Door lid te zijn van de gemeente is er al een formele eenheid, maar de eenheid in het beleven van de diepe religieuze omgang met God is een eenheid van hoger niveau.
In de brieven van Paulus staat de broederlijke liefde centraal en de eenheid is er in het gezamenlijke Hoofd, namelijk Christus. Paulus motiveert zijn oproep tot eenheid vanuit drie invalshoeken in 1 Kor. 12:
we zijn door één Geest tot een lichaam gedoopt (vs. 13); de verschillende leden hebben elkaar nodig (vs. 15); de basis is de eenheid in Christus (vs. 27).
Dat in de gemeente eenheid is in verscheidenheid blijkt duidelijk uit Korinthe 12. De neuzen hoeven dus niet allemaal één kant uit te staan, hoewel de onderlinge liefde en de eenheid in Christus van belang zijn. Een verschil van inzicht hoeft de eenheid niet altijd in de weg te staan. Tweedracht in de gemeente is iets waar Paulus zich tegen teweer stelt. Toch laat hij de waarheid niet opgaan in de eenheid. Er zijn bepaalde visies in de gemeente die Paulus een zodanige zonde noemt dat degene die deze zonde doet uit de gemeente verwijderd dient te worden. (1 Kor. 5 : 2). Ook zijn er verschillen met betrekking tot het huwelijk en kleding (1 Kor. 7 : 12 en 40; 1 Kor. 11 : 16) waarbij Paulus oproept hierover niet met elkaar te twisten (1 Kor. 11 : 16). Tevens zijn er in de gemeente mensen die moeite hebben met gebruiken die niet als normerend in de bijbel beschreven staan. Paulus heeft het over sterken en de zwakken. Het gaat dan niet in de eerste plaats om wie zich aan wie moet aanpassen, maar wat het geloven in de weg kan staan, en wat het geloven bevordert. Kortom, de waarheid heeft een belangrijke plaats binnen de eenheid in de gemeente, maar het is wel nodig dat de waarheid zorgvuldig gehanteerd wordt. De waarheid hanteren als middel om de eenheid te bewaren kan alleen in de vreze des Heeren, die het begin van wijsheid is en waarbij de liefde de boventoon voert.
Is het dan zo dat de liefde oeverloze tolerantie kweekt zodat alle bijbelse normen en waarden verdampen ten gunste van de eenheid? Nee, dat niet, maar de samenhang tussen eenheid en waarheid is belangrijk om twistgierigheid te voorkomen. Paulus zegt ook dat er ketterijen in de gemeente moeten zijn ter wille van het openbaar komen van de onoprechten (1 Kor. 11 : 19).

Taakgericht leidinggeven
Binnen de gemeente zijn er ook verantwoordelijkheden die J. H. Hegeman hiërarchische verantwoordelijkheden noemt. De ambten in de gemeente ontlenen gezag aan God zelf en aan de roeping die mede vanuit de gemeente tot stand gekomen is. Bij hun verantwoordelijkheid is er sprake van iemand die boven de ander staat en iemand die onder de ander staat en de legitimatie hiervan ligt in God zelf die mensen roept tot dienst. Het bovengeschikte heeft dan niet te maken met autoritaire macht, maar vindt plaats vanuit de dienende verantwoordelijkheid zoals die hierboven beschreven is vanuit de waarheid en eenheid. Het ambt komt op uit de charismata, maar wordt daarna een 'tegenover' vanuit de bijzondere roeping. Vanuit dit 'tegenover' is er sprake van een bijzondere verantwoordelijkheid.
J.W. van Pelt schrijft in zijn dissertatie 'Pastoraat in trinitarisch perspectief' over M. Bucer (1491-1551) het volgende: 'Bucers ambtstheologie is afgelezen uit de Schrift en getoetst aan de praktijk van het kerkelijk leven van zijn tijd. Ieder is geroepen zich in de kerk met zijn charisma ten dienste te stellen; voor sommigen gebeurt dit in het ambt. Met 1 Kor 12, Rom. 12 en Ef. 4 wordt de eenheid tussen ambt en charisma exegetisch gefundeerd. Het bijzondere ambt is bij Bucer stimulans voor het algemene ambt, het is nodig voor de verkondiging van het Woord en het uitoefenen van de tucht. Door deze drie aspecten is het ambt bij Bucer in staat zonder exclusief uit te gaan van het bijzondere ambt, het hele gemeentelijke leven in al zijn verscheidenheid te dienen en te leiden. Het gaat bij Bucer primair om gemeenteopbouw, die door middel van de ambten naar de individuele leden wordt uitgewerkt. Het gaat dus niet om de formele onderwerping aan de kerkelijke ordeningen, maar de tucht wordt vooral gezien als opbouw van de gemeente in al zijn facetten'. Drs. M. van Campen stelde al dat Bucers visie op gemeenteopbouw in deze tijd de moeite waard is om te actualiseren. Dit geldt mede voor zijn ambtsvisie.

Aansprakelijkheid in een functioneel tijdperk
Veel taken die voortvloeien uit het ambtelijk gezag kunnen ook gedelegeerd worden aan bijvoorbeeld een godsdienst-pastoraal werker of aan mensen in de gemeente met charismata om leiding te geven. De eindverantwoordelijkheid in de gemeente berust echter wel bij de ambtsdragers die dus ook in eerste instantie aansprakelijk zijn voor het werk in de gemeente. Binnen dit functionele tijdperk klinkt het woord 'aansprakelijk zijn' regelmatig. We stelden al dat er steeds meer een louter functionele invulling aan het ambt gegeven wordt waarbij je als ambtsdrager puur 'afgerekend' kan worden op de taken die de gemeente nuttig acht. Ambtsdragers worden steeds meer aansprakelijk gesteld voor hun daden. Op zich denk ik dat het niet verkeerd is, hoewel dit niets af mag doen aan het algemene ambt der gelovigen. Dit ambt kent evenzeer verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. In dienst van Christus zijn is nooit vrijblijvend, maar eenieder zal daar rekenschap voor af moeten leggen. Dat een beleidsplan daarvoor een goed middel is, hoeft geen betoog, hoewel in verscheidene gemeenten weerstanden te bespeuren waren en zijn. Op de vraag of een beleidsplan de ruimte van de Geest tegengaat hopen we de volgende keer te gaan schrijven. We hopen dan op het begrip aansprakelijkheid in te gaan, waarbij we bezien of dit begrip, zoals het in hedendaagse organisaties gehanteerd wordt, ook bruikbaar is binnen de christelijke gemeente.

A. Pals, Bleskensgraaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dienstvaardig tot Zijn eer (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's