De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gemeenschap – der heiligen (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gemeenschap – der heiligen (1)

Een bijbelstudie over liet woord koinoonia

7 minuten leestijd

'Ik kom niet voor mensen; ik kom alleen voor het Woord', zei iemand eens. Welnu, ieder is welkom. Maar blijft het daarbij? Of blijft dat na teleurstelling alleen over? Is er geen band? Dan is er iets mis. Dan zoekt men die elders. De Bijbel noemt dat: gemeenschap. Koinoonia in het Grieks.

1. Wederzijdse herkenning bij bekeerlingen
Dat woord valt het eerst op Pinksteren, in Handelingen 2 : 42, na de bekering van de drieduizend. 'Zij waren volhardende in de leer der apostelen, en: in de koinoonia, en in de breking des broods en in de gebeden.' Gemeenschap: één van de vier kenmerken dus van een echte gemeente. Was dat nu iets nieuws? Nee, het waren allemaal joden en jodengenoten, bijeen op een joods feest. Hinneh ma tob… Daar was de band van het verbond, het 'ganse huis Israël'. Dat moet ook al een gemeenschapsgevoel gegeven hebben. Maar daar kwam nu iets bij, ja, dwars doorheen. Die mensen werden zo gegrepen door Petrus' preek, zo verslagen en opgericht, dat zij een eigen gemeenschap vormden. Zij wilden het feest meer dan ooit 'vasthouden'. Zij vielen na de leer niet als los zand uitéén; zij zwierven na de emotie van de meeting niet metéén uit. Wat bond hen aan elkaar? Kenden ze elkaar? Drieduizend! En uit zoveel landen? Onmogelijk. Lagen ze elkaar? Dat moest nog blijken: joden uit oost en west zijn heel verschillend! Wat dan? Wat bindt ons in de kerk? De leer der apostelen, de prediking van Petrus over Jezus als de Christus! En het werk van de Heilige Geest. Niet een groepsgevoel of een feeststemming op zich. Maar er is niet alleen de leer. Nee, na en naast die leer wordt toch de gemeenschap apart genoemd, zelfs vóór broodbreken en gebeden. Dus ook voor of na de 'samenkomst': menselijk contact, kennismaking ook, gesprek. Waar komt u vandaan? Zelfs Kretensen en Arabieren… De eerste christengemeente was 'multicultureel'. Heeft dat Woord u ook zo geraakt? Dan zijn wij eens-Geestes! Maar ook vs. 44 hoort daarbij: 'Zij hadden alle dingen 'gemeen': oinos. Hulp in nood. Niemand kwam tekort. Dit is nu de liefde en de eenheid waar Jezus bij Zijn afscheid over sprak en voor bad! Opdat… de wereld gelove!

Een hechte gemeenschap dus – ook een gesloten gemeenschap? 'De Heere deed dagelijks toe tot de gemeente.' Er was dus werfkracht. Men stond dus open voor anderen. En wat er niet staat: de feestgangers gingen na het feest weer terug, de hele wereld in. Zo konden ze er weer tegen!

In de gemeente
Over 'gemeente, ecclesia' gesproken. Is er eigenlijk nog verschil tussen koinoonia en ecclesia? Beide woorden komen hier dus voor in Hand. 2! M.i. beleef je de subjectieve koinoonia in de objectieve ecclesia. Ecclesia: dat is de plaatselijk gemeente, hier van Jeruzalem (m.i. na het feest). Ecclesia wordt het gewone woord in het Nieuwe Testament, de gemeente des Heeren, primair en meestal: de plaatselijke gemeente, éénmaal ook 'landelijk' (de gemeente door heel Judea en Samaria), en dan verder de gemeente overal: volk van God, lichaam van Christus, tempel van de Geest.
Ook en vooral buiten Israël, te beginnen in Antiochië. In die andere context kregen de discipelen een aparte naam: christenen. Geen joden, geen heidenen. Een minderheid buiten het beloofde land. En zo kwamen door Paulus' zending overal in die heidense wereld gemeenten. Helaas los van de synagoge.

In de wereld
Hoe staat die gemeente nu in de wereld? Wat is waar: antithese of solidariteit? Het moet wel een exclusieve gemeenschap blijven: 'Welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis?' vraagt Paulus aan de gemeente in een havenstad (2 Kor. 6 : 14). Er is een kloof, de antithese. Maar intussen: dat 'andere' had spontane werfkracht, de gemeenschap was zo dus toch open. Er is ook een brug over de kloof: de naastenliefde, de solidariteit, de roeping. Jezus zei immers: niet van de wereld zijn, wel in de wereld gezonden.
Toepassing. Wij leven in Nederland (Europa) deels nog in een gekerstende cultuur, met dorpen waar de kerk nog volkskerk is. Maar deels ook in een ontkerstende wereld, vooral in de grote steden, waar alleen nog een 'restgemeente' over is. Al bij de Renaissance kwam i.p.v. de middeleeuwse wij-cultuur, de ik-cultuur van de Nieuwe Tijd. En bij de Verlichting werden de mensen helemaal 'mondig'. Geloof werd een privézaak. Daar kwam de Industriële Revolutie bij: die verbrak ook nog de dorpsgemeenschap en bouwde industriesteden. Voor de Gemeinschaft kwam de Gesellschaft (Tonniës): de moderne maatschappij. En de stadslucht maakt vrij. Vrij van sociale controle, vaak ook vrij van zinvolle verbanden, van de kerk, van normen en waarden. Twee oorzaken dus voor individualisme. Maar juist in die grote stad kun je weer iets van een bezield verband terugvinden in de kleine kerk: de warme geloofsgemeenschap. Misschien wel meer dan in die dorpsgemeente.
Hoe het zij, die gemeenschap beleef je primair onder de boodschap, maar ook daaromheen. Het is fijn om elkaar na de dienst aan te spreken, of op te zoeken, op te vangen, kennis te maken, zonodig te helpen. Wel moet zo'n keuzegemeenschap (mentale wijk) oppassen de geografische gemeente niet kwijt te raken. Het gaat in de kerk niet om gelijkgezinden, maar gelijkbeminden.
Maar wij hebben in deze tijd van geloofscrisis elkaar wel heel hard nodig: vermaant elkaar, vertroost elkaar.
Bonhoeffer zei op het seminarie tegen zijn studenten: pas op, er is verschil tussen psychische liefde, die claimt, en geestelijke liefde, die geeft. Alleen Christus verbindt ons, maar Hij verbindt ons dan ook helemaal.

2. Wederzijdse erkenning bij ambtsdragers
Wij komen – op zoek naar koinoonia - ook elkaar tegen als ambtsdragers. Lees Galaten 2 : 9 maar. De apostelen Jakobus, Petrus en Johannes reikten Paulus de 'rechterhand der gemeenschap'. Dat brengt ons weer in… Jeruzalem. Eerst vertrouwden ze die inquisiteur niet! Was hij wel echt bekeerd? Ze schuwden hem, staat er. Maar Barnabas trok zich zijn lot aan en introduceerde hem in de apostelkring (Hand. 9). Hij (!) vertelde hen, 'hoe hij (Saul) onderweg de Heere had gezien, en dat deze tot hem gesproken had'. (Wat gesproken? 'Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?' Want wie aan de Zijnen komt, komt aan Hem. De gemeente is Zijn 'lichaam', heeft Paulus hier meteen geleerd!) En de apostelen in Jeruzalem konden het – via Barnabas – nu 'overnemen'. Zijn bekering overnemen, erkennen, aanvaarden. Later ook zijn roeping tot apostel. Paulus zelf schrijft: 'Ik ging niet direct bij vlees en bloed te rade'. Hij meldde zich niet metéén aan. Maar de band trok: Eén Heere. Eén roeping vooral. 'Ik legde hun het Evangelie (! niet zijn bekeringsgeschiedenis) voor, dat ik onder de heidenen verkondig', zonder te capituleren voor wettische broeders. 'Toen zij zagen, dat mij de prediking van het Evangelie aan de onbesnedenen was toevertrouwd, gelijk aan Petrus die aan de besnedenen, (–) en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten (zij) mij en Barnabas de broederband.' Hier dus ook ambtelijke acceptatie, erkenning, samenwerking, terreinverdeling. Maar niet binnenkerkelijk: het gaat om de Grote Opdracht, naar buiten. Er zit in de afspraak wel afbakening: je moet niet op elkaars terrein komen. Je moet niet elkaar voor de voeten lopen. Een waterscheiding dan maar? Langs elkaar heen leven? Dat ook weer niet. Paulus vervolgt: 'Alleen moesten wij de armen blijven gedenken, en ik heb mij dan ook beijverd dat vooral te doen'.
Overigens sluit deze broederschap geen kritiek uit: Paulus weerstaat Petrus wegens draaierij openlijk (Gal. 2). Dat moet ook kunnen. Weer: om de voortgang van het Evangelie.
Zijn er ook grenzen aan broederschap? Jazeker: Paulus spreekt juist in Gal. 2 ook over 'valse broeders': lieden die waren binnengeslopen om de christelijke vrijheid te verspieden. Elders strijdt Paulus met 'valse apostelen' (2 Kor. 11), 'schijnapostelen, bedriegelijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen'. Daar kun je uiteraard geen gemeenschap mee hebben.

C. Blenk, Delft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gemeenschap – der heiligen (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's