Om te verkondigen
Roeping en dienst (4)
'Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.'1 Petr. 2 : 1-10 (vs. 9)
Vindt u het ook zo bijzonder dat de Heere mensen in Zijn dienst roept? Dat is een wonder. Telkens weer. Roepingen als van Jesaja, Johannes de Doper en Saulus van Tarsen, raken zo ook de gemeente. In bijzondere roepingen heeft de Heere Zijn gemeente uit Israël en de volkeren op het oog. Wie geroepen en gezonden is, is dat nooit voor zichzelf, maar is dat met het oog op anderen om zich heen. Dienstbaar in de navolging van Christus die het Zijn discipelen zei: Gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook u. Zo is ook de gemeente zelf geroepen en gezonden. Petrus een apostel van Jezus Christus rust de gemeente herderlijk toe tot deze dienst: om te verkondigen de deugden van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Een priesterlijke dienst blijkt dat te zijn.
Een uitverkoren geslacht
Petrus schrijft aan christenen in Klein-Azië. Er zullen erbij zijn geweest, die als proselieten op de Pinksterdag in Jeruzalem waren (1 Petr. 1 : 1). Maar evengoed christenen uit Israël zelf, of zomaar weggeroepen uit het heidendom. In het bedoelde gebied lag bijvoorbeeld ook de stad Efeze. Aan een daar bestaande joods-christelijke gemeente werden op Paulus' werk veel heiden-christenen toegevoegd. Hun namen kennen we verder niet. Maar zij allen worden door Petrus aangesproken als uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader, in de heiligmaking van de Geest tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus (1 : 2). Zoals Paulus een uitverkoren vat heet, is de gemeente een uitverkoren geslacht. Dat is de troost van de verkiezing. Die geldt niet alleen een invloedrijk apostel. Niet alleen een ambtsdrager, een evangelist. Ook de oudere die in een verzorgingstehuis zich afvraagt waarmee hij de Heere kan dienen. Het geldt de hele gemeente Gods. De troost van de verkiezing rust in het Vaderhart van God. Ze is het werk van de Heilige Geest die gelovigen leidt tot gehoorzaamheid aan Jezus Christus. In de reinigende kracht van het bloed van Jezus.
Een koninklijk priesterdom
God had het Zijn volk toegezegd: gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn (Ex. 19 : 6). Zo is nu de ene gemeente van Jezus een koninklijk priesterdom, een heilig volk. De Heere dienen, dat is veel meer dan alleen het Woord van de Koning spreken. Een priester dient, cijfert zichzelf weg. Wie zichzelf niet verloochent, kan geen priesterdienst verrichten in het brengen van geestelijke offers die aangenaam zijn voor God door Jezus Christus (vs. 5). Priesters brachten lofzegging, eer en aanbidding aan Hem, Die dat zo meer dan waard is. Zij moesten het Woord onderzoeken en uitleggen. Bidden, voorbidden, en zegenen. Dat is nu niet meer bestemd voor de afstammelingen van Levi. Maar voor de ene gemeente van Christus. Echt een priesterdom dat bij deze Koning past. Jezus de Hogepriester heeft Zijn leven afgelegd. Maar Zijn Hogepriesterlijk werk voor Zijn gemeente gaat ononderbroken door. Leeft dat ook echt, vurig dienende liefde uit een rein hart (1 : 22)?
Een heilig volk, een verkregen volk
Juist deze heiligheid van de gemeente bindt Petrus ons op het hart, evenals de andere apostelen dat doen in hun brieven: gelijk Hij Die u geroepen heeft heilig is, zo wordt ook gijzelf heilig in heel uw (levens)wandel. Omdat er geschreven is: Weest heilig, want Ik ben heilig (1 : 15-16). Dat wordt niet tot heilige mensen gezegd, die uit zichzelf niet meer kunnen struikelen. Maar tot verloren zondaars, die de Heere voor struikelen wil bewaren. Apart gezet om Hem te dienen, juist omwille van anderen om je heen. Geen kwaadheid meer. Weg met elk bedrog. Geen huichelarij, noch geroddel. Niet in de kerk, maar ook niet op je werk. Zoals Israël zou zijn: een heilig volk voor de Heere (Ex. 19 : 6). Dat was Israël ook niet van zichzelf. Eerst: niet Mijn volk, eerst niet ontfermd. Maar nu Gods volk over wie Hij zich heeft ontfermd (vs. 10). Juist in het geheim dat ook uit de heidenen een verkregen volk erbij geroepen werd. Gods eeuwige verbondstrouw aan Israël heeft altijd ook bedoeld het heil der wereld. In Christus geheiligd en door Hem verkregen. Wat een genade. Zo zorgt Hij zelf voor lofprijzing en dienst.
Verkondigen als lofzeggen
Om te verkondigen de deugden van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Ook dat wist Petrus uit het Oude Testament. Uit Jesaja 43: Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal Mijn lof verkondigen (43 : 21). Welk volk bedoelde de profeet? Israël natuurlijk, en dat blijft gelden. Maar het doel van de Heere met Zijn gemeente is niet anders. Verkondigen dat is allereerst de Heere lofprijzen in Zijn deugden die in Zijn grote daden blijken. Die geheel enige en heerlijke Naam van Hem die de Vader zond in deze wereld verloren in zonde en schuld. Toen God hemel en aarde schiep, hebben beiden de lof van hun Schepper bezongen. Nu kreunt de schepping en zucht in steeds groter ontluistering. Maar onze grote God en Zaligmaker heeft de werken van Zijn handen niet prijsgegeven aan de verwoester. Hij zelf zorgt er voor dat Hij ontvangt waar Hij recht op heeft. Lof, eer, aanbidding en dankzegging. In Zijn gemeente. Opdat er in deze wereld tenminste één plek zou wezen, waar gezongen wordt van de grote daden van Hem. Rond het Woord vergaderd, aan de voet van het kruis van Golgotha bijeen, bij het lege graf van Jezus de Zoon van God. Psalmen, gezangen en geestelijke liederen.
Verkondigen als uitzeggen
Maar verkondigen is tegelijk ook naar buiten toe uitzeggen, de wereld in. Het zo weerbarstige leven in van onze samenleving waar de liefde van velen zo ijzig bevriest. Je dagelijkse werk in, je studie en ontspanning in. Als de kinderen op bezoek komen. Rekenschap geven van de hoop die in je is (1 Petr. 3 : 15). In een herderlijk woord. Een priesterlijke daad, dat naar onze Koning verwijst. In gebed, voorbede voor anderen om je heen. Zo zorgt Christus zelf voor Zijn gemeente, die Hij uit de duisternis riep tot Zijn wonderbaar licht. Zijn daden mogen worden bezongen en uitgezegd. Daar heeft Hij recht op. Dat is Zijn eer. Niet alleen enkele uitzonderlijke groten in het Koninkrijk zullen dat doen. Het geldt vooral de kleinen. Van Johannes de Doper zei Jezus: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand meerder dan Johannes de Doper. Hij voegde daar aan toe: Maar de minste in het Koninkrijk der hemelen is meerder dan hij. (Matth. 11 : 11).
Dat is genadige verkiezing, vrije ontferming. Wist u dat u daar een beroep op mag doen? Voor anderen om je heen, in je gezin, in het ziekenhuis voor je mede-patiënten, of gewoon de collega's op je werk. En voor jezelf mag je ook een beroep doen op Gods barmhartigheid. Zoals Petrus zelf ervaren heeft. Om Zijn grote daden te gedenken en bekend te maken. Wie de HEERE is in de trouw van Zijn verbond. Christen, omdat Hij Christus is (Heid. Cat. 12). Dat wordt een biddend leven: Neem mijn leven laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot Uw lof en dienst bereid.
C. N. van Dis, Nieuwegein
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's