De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Getuigenis en dienst in een (post)moderne samenleving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Getuigenis en dienst in een (post)moderne samenleving

10 minuten leestijd

'De christelijke gemeente is in deze wereld geroepen tot getuigenis en dienst. Zij is een gezonden gemeente. In een tijd waarin de kerken moeite hebben om te overleven, roept het missionair gemeente-zijn echter allerlei vragen op. Veel missionair elan dat sinds de jaren vijftig in de Nederlandse kerken ontstond, is immers al stukgelopen op de weerbarstige werkelijkheid. De huidige situatie vraagt dan ook om een heroriëntatie en bezinning: hoe kunnen we in de huidige geseculariseerde samenleving gestalte geven aan de opdracht getuigenis en dienst?'

Wederkerigheid en uitwisseling
Aan het woord is dr. A. Noordegraaf in zijn nieuwste boek 'Vijf broden en twee vissen' (onlangs uitvoerig besproken door dr. P. J. Visser uit Den Haag in de Waarheidsvriend). In dit lijvige, maar uiterst boeiende en goed leesbaar geschreven boekwerk gaat Noordegraaf uitvoerig in op de mogelijkheden van missionair gemeente-zijn in een (post)modeme samenleving. In onze provincie Gelderland komt bovengenoemd onderwerp de laatste tijd ook regelmatig aan de orde tijdens de ringbijeenkomsten van predikanten en bezinningsbijeenkomsten van kerkenraden. De emerituspredikant directeur van de IZB, ds. J. Vroegindeweij en ondergetekende hebben inmiddels al een aantal ringen bezocht en met predikanten gesproken over het missionair-diaconaal werk in de gemeente. Zij doen dit vanuit een tweetal motieven. Het eerste motief is om eens grondig na te denken over de ambtelijke verantwoordelijkheid van de gemeente inzake het kerkelijk missionaire en (wereld) diaconale werk. Het tweede motief is om het eigen kerkelijk werk eens te spiegelen aan de mening van een 'buitenstaander'. Relaties met onze partnerkerken overzee leren ons veel over de wijze van gemeente-zijn elders in de wereld. Wederkerigheid en uitwisseling zijn belangrijke uitgangspunten voor deze relaties.

Spreken over de kerk
De laatste jaren komen er steeds meer mensen vanuit de partnerkerken op bezoek, die vanuit hun manier van kijken, geloven en handelen, kijken naar onze manier van kerk-zijn in al haar facetten. Hun analyses leveren soms verrassende opmerkingen ter nadere bezinning op. Ik noem er twee.
Na vier jaar werken als consulent voor de toerusting tot apostolair gemeente-zijn, verbonden aan de PKV Utrecht, merkt ds. Sri Hadijanto van Oost-Java het volgende op: 'Als je een Javaanse christen naar zijn kerk vraagt, is hij er trots op. Vaak spreken christenen in Nederland vooral over de negatieve dingen van de kerk, dat er zo weinig jongeren zijn en zo weinig activiteiten. Ik vraag me af waarom ze dat doen, waarom ze niet de positieve zaken naar buiten brengen. Gemeenteleden kennen elkaar vaak niet zo goed, terwijl ze toch in dezelfde wijk wonen. Komt dit door gebrek aan saarnhorigheid door het individualisme, of door de werkdruk, of wordt het als normaal beschouwd in een gemeente in een modern land?
Is het niet te gemakkelijk om snel te zeggen: bemoeizucht is niet goed, we hechten aan onze privacy? Is dat in Nederland niet tot een excuus geworden om de verantwoordelijkheid voor elkaar te ontlopen? Gemeenteleden hebben meer ruimte nodig om elkaar te ontmoeten. Ik denk dat de activiteiten van de kerk meer nut hebben in kleine groepen in de wijken. De activiteiten hoeven niet alleen maar in een kerkgebouw plaats te hebben. In zo'n toegankelijke kleine kring voelen gemeenteleden zich meer op hun gemak. Die vorm is intiemer, de sfeer is er minder formeel, zo kan de onderlinge gemeenschap misschien sterker worden en kan men ook veel beter met elkaar meeleven.'

Herevangelisatie
Een jaar geleden bracht mevrouw A. Lumentut van de christelijke kerk van Midden-Sulawesi een bezoek aan de kerkprovincie Gelderland. Na een bezoek aan het jongerenadviescentrum 'Meet-In' te Ede merkte zij treffend op: 'Elkaar helpen kan ook zonder geld. In Ede proef ik iets van de geest van herevangelisatie en kerkvernieuwing. Jongeren met vragen waarop zij geen antwoord hebben, kunnen bij 'Meet-In' terecht om hun problemen met Gods hulp te overwinnen. Dat is de nieuwe uitdaging voor de kerk in Nederland: niet binnen de kerkmuren blijven, maar ingaan op actuele situaties die zij in de samenleving tegenkomt en zo medemensen, die daar niet van weten, bewustmaken van de waarde van het christelijk geloof.'
Met deze uitspraken raken we aan wat Dietrich Bonhoeffer eens over de kerk heeft gezegd: 'De kerk dient uit haar stilstand uit te treden. We moeten weer naar buiten gaan voor het geestelijk debat met de wereld. We moeten het riskeren om aanvechtbare dingen te zeggen als daardoor maar vitale vragen worden aangeroerd'.

Een vitale gemeente
Het gaat om een levende gemeente. Levend vanuit de bron. Dat is ook wat dr. J. Hendriks wil. Vanuit de kern, de bron komen tot een vitale gemeente, die richting de samenleving vitale vragen aan de orde stelt. Maar de gemeente heeft vaak weinig oog en oor voor de noden in deze tijd. In mijn diaconale praktijk kom ik diakenen tegen die tobben met de vraag hoe zij bijv. armoede op het spoor kunnen komen. Hoe zij via de weg van het diaconaat, het dienstbetoon in contact kunnen komen of weer in contact kunnen komen met randkerkelijken en buitenkerkelijken (daar waar de meeste armoede aanwezig is!). Want zeggen die diakenen er dan gelijk achteraan: de gemeente is zo introvert, zo individualistisch, zo weinig missionair en diaconaal ingesteld. Armoede wordt niet opgemerkt. De medemens in nood is vaak ver weg. Maar men zoekt ook niet! Er is nauwelijks bewogenheid en bezorgdheid over de medemens, die zonder Christus verloren gaat. Dan kom je ook niet in beweging. Je komt ook niet in beweging als je als gemeente van Christus niet geleerd hebt om woorden om te zetten in praktische daden van liefde (Spurgeon), van barmhartigheid en gerechtigheid. Je weet ook niet van armoede af, als je zelf in een riante midden of hoge positie zit.

Mogelijkheden
Vanuit het diaconaat en apostolaat samen komt de volgende vraag naar voren: 'Zijn er kansen om te groeien in het geloof als gemeente via de weg van het missionaire en diaconale werk?' M.i. zijn die kansen er zeker, als we meer gebruik zouden maken van de gaven binnen de gemeente, die aan eenieder geschonken zijn, tot welzijn van allen (1 Petr. 4 en 1 Kor. 12). Zijn we echter voldoende op zoek naar deze gaven en bieden we mogelijkheden om deze gaven voldoende kansen te geven tot ontplooiing te komen?
Kijken vanuit missionair en diaconaal perspectief is durven te kijken naar jezelf en je de vraag te stellen: hoe functioneert mijn gemeente vanuit haar diaconale en missionaire opdracht en roeping nu en dan vervolgens de vraag stellen op welke wijze die missionaire en diaconale roeping en opdracht dan aan de orde komt, gestalte krijgt en uitwerkt. Noordegraaf schrijft in 'Vijf broden en twee vissen': 'Uitgangspunt is dat missionair gemeente-zijn niet in de eerste plaats een zaak is van acties en projecten, maar van zijn'. Durven we het aan, om de spiegel voor te houden en ons werk te spiegelen aan wat de Bijbel ons leert over gemeente-zijn in een steeds toenemende heidense wereld en de vraag te stellen of dat werk wel aansluit bij al die veranderingen – die ook aan de kerk niet voorbijgaan – in onze samenleving vandaag? Zijn we dan een missionair diaconale gemeente, of doen we er zo af en toe wat aan?
In sommige gemeenten gaan er concreet wissels om. Ik noem enkele voorbeelden van activiteiten vanuit verschillende hedendaagse probleemgebieden zonder uitvoerig op deze voorbeelden in te gaan.
1. Eenzaamheid: *laagdrempelige huiskamerbijeenkomsten met als doel onderlinge ontmoeting en aandacht voor elkaar; *een diaconaal spreekuur, opgezet door de diaconie. Doel hiervan is hulp bieden bij het invullen van formulieren, advies en eventueel loketbegeleiding gemeentehuis en uitkeringsinstanties; *een maaltijdproject georganiseerd door vrijwilligers. Eén keer per maand een bijeenkomst m.n. voor alleengaanden, ouderen, weduwen en weduwnaren, WAO'ers, uitkeringsgerechtigden. Doel hiervan is onderlinge ontmoeting en uitwisseling; *een telefonische hulpdienst. Doel hiervan is om mensen in de gelegenheid te stellen op anonieme wijze hun 'verhaal' kwijt te kunnen. Vrijwilligers hiervoor ontvangen een speciale training om gesprekken op te vangen.
2. Psychosociale problemen: *koffieochtenden, in samenwerking met de maatschappelijke dienstverlening, voor bijv. ex-psychiatrische patiënten, vrouwen in de bijstand, WAO'ers; organiseren van *groepsbijeenkomsten/sociale netwerken, in samenwerking met bijv. het RIAGG of de GLIAGG, voor lotgenoten, bijv. incestslachtoffers, rouwverwerking. Doel hiervan is aandacht voor de mens en zijn problematiek en onderlinge uitwisseling van ervaringen. Vrijwilligers hiervoor ontvangen een speciale training. Ook worden gemeenteleden ingezet die een psychopastorale training hebben gevolgd. Een bijzondere vorm van mantelzorg in de christelijke gemeente!
3. Armoedeproblematiek: *sociale gids; overzicht van adressen en instanties waar naar verwezen kan worden; tips inzake extra ondersteuningsmogelijkheden, informatie uitkeringen en instanties e.d. voor uitkeringsgerechtigden en belangstellende gemeenteleden, samengesteld door de diaconie. *Regulier overleg overheid; enkele diakenen uit plaats X overleggen één keer per maand met de afdeling sociale zaken en/of de wethouder sociale zaken omtrent het minimabeleid, armoedevraagstukken, bijv. over de vraag: hoe kom je noden op het spoor, signaleren van andere knelsituaties bijv. in de gezondheidszorg, oplossen van schuldsituaties (bijv. boeren in de knel), extra ondersteuning van de diaconie e.d. *Volkstuin; beschikbaar stellen van een volkstuin voor minder draagkrachtigen en/of een hobby ruimte voor WAO'ers en AOW'ers, door de diaconie.
4. Bezuinigingen zorg- en opvangvoorzieningen; een speciale *huiswerk-thuisgroep voor (moeilijk) lerende jongeren na schooltijd. Doel is jongeren te helpen bij het huiswerk en tevens na schooltijd op te vangen in een (normale) gezinssituatie vanwege het niet aanwezig zijn i.v.m. werk van de ouders buitenshuis c.q. het niet aanwezig zijn van een volledig gezin; *vrijwilligerscentrale, of vrijwillige hulpdienst. Deze vorm van diaconaal werk komt in veel gemeenten reeds voor. Op allerlei gebied zijn vrijwilligers inzetbaar. Hierbij kan gedacht worden aan vrijwilligerswerk in een verpleeghuis, verzorgingshuis, thuiszorg, dagverblijf voor gehandicapten, assisteren bij recreatie-activiteiten voor gehandicapten. Een vrijwillige hulpdienst heeft als doel binnen de gemeente hand- en spandiensten te verrichten zoals bijv. oppas, boodschappen doen taxidienst, rolstoelrijden, bezoekdienst bij langdurig zieken, klussendienst, enz.
5. Kerkverlating; mogelijkheden zijn het organiseren van laagdrempelige ontmoetingen, bijv. in nieuwbouwwijken. ln sommige gemeenten zijn er speciale blokteams/wijkteams, die zich inzetten voor elkaar in de straat of het blok. Via laagdrempelige activiteiten probeert men contact te zoeken met rand- en buitenkerkelijken. Activiteiten in dit kader zijn: organiseren van een barbecue in de straat, een sportactiviteit, ontmoetingsavond voor nieuwe bewoners, aanspreekpunt per straat voor onderlinge hulp, regelmatig bezoekwerk door steeds dezelfde persoon bij verjaardag, jubilea, vrijwillige bijdrage, geboorte, overlijden, examen, persoonlijk afgeven van een uitnodiging, eerste opvang bij problemen, opvang kinderen, kinderen van en naar school brengen bij ziekte, enz. Genoemde relaties en contacten kunnen uitgroeien tot persoonlijke relaties en vertrouwelijke gesprekken, een bijbelgesprekskring, sing-in bijeenkomsten, een alphagroep en mogelijk huisbezoek.
Genoemde activiteiten kunnen zeker ook in bestaande wijken worden opgezet.

Getuigenis en dienst
Het bovenstaande is zeker niet volledig. Er zullen zeker meer activiteiten te noemen zijn, die een bijdrage kunnen en mogen leveren aan het missionair en diaconaal gemeente-zijn in deze tijd. Veranderingen in de samenleving nopen ons steeds weer opnieuw na te denken over de vraag op welke wijze we daar als gemeente van Christus op in kunnen en moeten gaan. Inderdaad moeten, want de liefde van Christus dringt ons! Na te denken ook op welke wijze en via welke weg het onfeilbare Woord van God in onze moderne tijd bij mensen nog zou kunnen aankomen/landen. Is er nog groei te zien? Verwachten we nog groei? Verwachten we het vooral van de Heilige Geest? Het mag voor ambtsdragers en gemeenteleden een geweldige uitdaging zijn, nieuwe wegen en kansen te zoeken, een nieuwe bedding te vinden voor het werk van Gods Geest. De Heere God heeft ons daarvoor veel middelen en creatieve mogelijkheden gegeven. Hij heeft een geweldig kapitaal (dr. L. Floor) aan gaven in de gemeente geïnvesteerd (1 Petr. 4). Om mensen te brengen aan de voeten van de Heiland, die ze wil redden voor de eeuwigheid en om mensen in de knel in het hier en nu metterdaad bij te staan. Via de opdracht tot getuigenis en dienst. Kerkenraden veel wijsheid en zegen bij de bezinning voor deze uitdagende opdracht gewenst.

A. Peters, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Getuigenis en dienst in een (post)moderne samenleving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's