Namen noemen (7)
ABR(AH)AM
Namen kunnen veranderen in de Bijbel. Er zijn verschillende voorbeelden van te vinden. Soms geeft een mens zelf aan dat de naam niet meer bij het wezen past. Denk aan het voorbeeld van Naömi (dat 'lieflijk' betekent) die op het dieptepunt van haar bestaan zegt: 'noemt mij Mara' (bitterheid, Ruth 1 : 20). Het kan ook van Gods kant komen, dat iemand een nieuwe naam ontvangt. Bekend is het voorbeeld van Jacob, die door de worsteling van Jabbok heen voortaan Israël mag heten. Maar ook de naamsverandering van Jacobs grootvader is veelzeggend: Abram, die Abraham wordt.
De vader aller gelovigen, die door Gods verkiezende liefde uit Ur geroepen werd om de geloofsweg te gaan die God hem wijzen zou, heette eerst Abram. De betekenis van deze naam kan op twee manieren verklaard worden. Acht men de naam afkomstig uit de akkadische taal, dan zou Abram zoiets moeten betekenen als: 'heb de vader lief', een oproep aan de broers en zusters van het pasgeboren kind. Met 'vader' is dan de natuurlijke verwekker bedoeld. Waarschijnlijker is echter de hebreeuwse afleiding, waarbij Abram betekent: 'Vader is verheven'. Daarbij is het de vraag of gerefereerd wordt aan de aardse vader, of dat God is bedoeld. In het eerste geval zou de naam aangeven dat Abram verheven is, wat zijn vader betreft, hij is dus van goede afkomst. In het geval dat het een theofore naam is (in verband met God) dan is de verhevenheid van God in Abrams naam beleden.
Hoe het ook zij, in de naam 'Abh' (Abba, vader) heeft bij Abram ook altijd iets van een aanvechting doorgeklonken. Hij die een 'verheven vader' had, dreigde immers zelf zonder kinderen te blijven. Tot op hoge ouderdom bleef hij onvruchtbaar. Hoe zou de weg van Gods belofte een vervolg vinden door deze gelovige, die wel een vader had, maar toch geen vader was? De eigen 'oplossing' via de zijweg van Hagar-lsmaël bood geen uitweg. Uiteindelijk heeft de HEERE, de God en Vader van Abram, de uitkomst gegeven. In Abrams eeuw-jaar (toen hij negenennegentig jaar oud was) veranderde God zijn naam in 'Abraham'. Het klinkt bijna hetzelfde als eerst, maar de nieuwe betekenis geeft een machtig uitzicht. De onmogelijke vruchtbaarheid, door God toegezegd als het getal van de sterren van de hemel, zal werkelijkheid worden, dat belooft de HEERE. En voordat Abraham de zoon van de belofte in zijn armen krijgt, mag hij de naam al dragen: 'Vader van een menigte'. Hoe de taalkundige afleiding in het Hebreeuws precies moet worden gemaakt doet er niet toe, duidelijk is in ieder geval dat Abrahams naam voortaan zo zal klinken, dat hij ook zelf, krachtens Gods verbond, ais vader 'geliefd' en 'verheven' mag worden. De vader van een menigte der volkeren, de vader van het verbond met God, de vader aller gelovigen. Zo spreekt Christus in zijn twistgeding de Joden op hun relatie met Abraham aan: 'Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd opdat hij mijn dag zien zou' (Joh. 8 : 56). Hij is de grote 'Zoon van Abraham', die tegelijk zeggen kan: 'Eer Abraham was, ben ik'. Ook Paulus, tenslotte, verwijst op een bijzondere manier naar deze vader. Hij noemt hem: 'een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs, van onzen vader Abraham, hetwelk in den voorhuid was' (Rom. 4 : 12).
M. A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's