De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Op 27 april ll. aanvaardde dr. C. Gooyer te Huizen het ambt van hoogleraar toegepaste laserspectroscopie aan de faculteit van de exacte wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam met een rede, getiteld 'Kijken met lasers – chemische vergezichten'. Prof. Gooyer maakt ook deel uit van het bestuur van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond. Hier volgt wat hij zei over 'Nieuwsgierigheid en verwondering':

'Ik heb mijn voordracht de titel "Kijken met lasers" meegegeven. Het daarin gebruikte te woord "kijken" dient niet alleen om nieuwsgierigheid aan te geven, de nieuwsgierigheid waarmee wij onderzoek (willen) verrichten in de analytische en de fysische chemie. Nieuwsgierigheid maakt het doen van onderzoek immers tot een spannende aangelegenheid. Het woord "kijken" in de titel gebruikt duidt ook op het feit dat er – naar mijn overtuiging – in het beoefenen van de wetenschap ruimte moet zijn voor verwondering, niet alleen verwondering over de orde die je in de natuur aantreft en de schitterende structuren die je soms onverwacht tegenkomt, maar ook over het feit dat je het gegeven is daarin als mens te mogen participeren. Ik acht het dan ook een voorrecht te mogen werken aan een bijzondere universiteit, een universiteit die – om in de terminologie van deze oratie te blijven – het label christelijk draagt. Ik ben de overtuiging toegedaan dat onderwijs en onderzoek niet waardevrij zijn, niet waardenvrij kunnen zijn en sta van harte achter de doelstelling van de Vrije Universiteit. In mijn colleges pleeg ik daar onder meer gestalte aan te geven door met de studenten bij gelegenheid Psalm 8 te lezen, een psalm waarin de grootsheid van de schepping wordt bezongen en de positie van de mens in zijn juiste proporties wordt gekarakteriseerd: "Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt". Vanuit die houding probeer ik ook in het wetenschappelijk krachtenveld mijn weg te vinden. In dit kader memoreer ik met gevoelens van hoogachting mijn promotor, professor Cor MacLean.'


'Is er iets nieuws onder de zon?', zo luidt de titel van een geschrift, waarin zijn opgenomen de referaten van een studiedag over toekomstverwachting, die in november 1998 werd gehouden aan de Driestar te Gouda (uitgave De Groot Goudriaan/Kampen). Hier volgt een passage uit de bijdrage van ir. J. van de Hoop 'over wetenschap, techniek en toekomst':

'Door de enorme ontwikkeling van wetenschap en techniek is onze samenleving drastisch veranderd. De toekomst ligt als het ware in onze eigen handen. We zijn in staat om grote technische projecten tot stand te brengen, maar beschikken tegelijkertijd ook over mogelijkheden om mens en wereld te vernietigen. Het is daarom belangrijk om over de toekomst na te denken. Door de moderne wetenschap en techniek zijn we in belangrijke mate verantwoordelijk geworden voor de toekomst. De wijze waarop wij nu met behulp van wetenschap en techniek natuur en samenleving vorm geven, bepaalt mede de wereld waarin toekomstige generaties zullen opgroeien. In die zin betekenen de moderne wetenschap en techniek inderdaad iets nieuws onder de zon.
Tegelijkertijd moeten we echter de invloed van wetenschap en techniek ook weer niet overschatten. In 2025 of 2050 zal de wereld er, vergeleken met nu, waarschijnlijk opvallend eender uitzien. Bij de introductie van de telefoon werd bijvoorbeeld voorspeld dat de mensen hierdoor niet langer meer buitenshuis zouden komen en alleen nog maar via de telefoon contact met elkaar zouden hebben. Ook al kunnen we niet ontkennen dat de telefoon ons dagelijks leven ingrijpend heeft veranderd, toch blijkt de toekomstverwachting dat mensen alleen nog maar via de telefoon met elkaar contact zouden hebben veel te overtrokken te zijn geweest. De telefoon is onderdeel van onze dagelijkse leefwereld geworden. Ze heeft nieuwe vormen van communicatie voortgebracht, maar is niet de enige vorm van communicatie geworden. Evenals andere voortbrengselen van onze cultuur worden de producten van de moderne wetenschap en techniek door mensen ingezet om de eigen vrijheid te vergroten, macht over anderen uit te oefenen of het heil van de naaste te bevorderen. De Prediker heeft uiteindelijk dus toch gelijk: Is er enig ding waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen die vóór ons geweest zijn. De mens die de producten van wetenschap en techniek voortbrengt en gebruikt, is ten diepste niet veranderd.'


Een lezer reikte ons het volgende stukje over 'rumoerige catechisatie' aan van ds. H. J. de Groot uit Voorst, geschreven in het boek 'In de Gezonde Apotheek' (1943):

'Ik heb het (hij bedoelt het catechiseren, red.) nu vierenveertig jaar gedaan. Als men mij vraagt naar het geheim – gesteld al, dat ik het heb gevonden – dan wil ik enkele punten opgeven:
a. Voor alles: voorbereiding, keer op keer. Zorg, dat gij het vak onder de knie hebt.
b. Schep sfeer. Maak het catechisatie-uur tot een verlengstuk van de huiskamer. Zorg, dat de leerlingen van u houden als van een vader en een grootvader.
c. Vertel zó prettig, dat ge er zelf schik in hebt.
d. Wees rustig als ge binnenkomt. Als de huiskamersfeer in de pastorie niet goed is, deugt het verlengstuk vanzelf niet.
e. Doe niet plechtig. Spreek gewoon Hollands. Galm niet.
f. Bid niet te lang, bij begin en eind.
g. Kom het jonge goedje met vererende toegenegenheid en liefde tegemoet. Heb eerbied voor de kinderen; en voor de ouders, die hen aan u toevertrouwen; en voor God, de God des doops, die ze u geeft.
En zo ge de kans hebt een tikkeltje humor onder uw onderwijs te mengen, dat is goud waard.
Een vrolijk hart is een gedurige maaltijd. Ook als we zeventig zijn, mogen we nog geen brompotten wezen.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's