Dienstvaardig tot Zijn eer (5)
In het vorige artikel hebben we een begin gemaakt met het taakgericht leidinggeven. Daarbij zijn we gestuit op het begrip aansprakelijkheid. Voor we een bespreking hiervan verder uitwerken gaan we eerst terug naar de Schrift. We gaan na op welke wijze Nehemia beleid maakte ten behoeve van de herbouw van Jeruzalem.
Nehemia en zijn strategisch beleid
Het maken van beleid is er uiteraard niet op gericht de vrijheid van de Geest uit te blussen, maar om binnen de gemeente ordelijk kanalen te graven waardoor de Geest Zijn werk doet. De Geest bedroeven of zelfs uitblussen is iets wat ons niet moeilijk afgaat. Nehemia beseft dat terdege als het verlangen in hem opkomt om Jeruzalem te herbouwen. Zijn geestelijke voorbereiding, zoals deze in de eerste hoofdstukken beschreven staat, is er één van diepgaande verootmoediging. Na een pleidooi bij koning Arthahsasta krijgt hij verlof om naar Jeruzalem te gaan. In Jeruzalem aangekomen onderneemt hij eerst een inspectietocht. Deze mondt uit in een vergadering met de inwoners van Jeruzalem. Tijdens deze vergadering wordt een aanvankelijk plan gemaakt waarbij rekening gehouden wordt met de tegenstand van Samballat, Tobia en Gesem. In hoofdstuk drie wordt het goed doordachte plan beschreven waarbij allerlei mensen ingeschakeld worden. Twee instrumenten staan de bouwers ten dienste, een troffel om te bouwen en een zwaard om te verdedigen tegen tegenstanders van het werk Gods. Wanneer de dreiging en de bespotting erg groot is, zien we dat Nehemia en het volk weer in gebed gaan. Zo betuigen ze hun afhankelijkheid aan de Heere hun God. De lijnen naar beleid voor gemeenteopbouw vandaag zijn gemakkelijk te trekken. Ook nu zijn er gevaren en bedreigingen genoeg. Het grootste gevaar is misschien nog wel te denken dat wij het op eigen kracht wel af afkunnen. Een beleidsplan is goed, mits er in de strategie rekening gehouden wordt met de Heere die het ons 'zal doen gelukken', en de satan die er op uit is de gemeente af te breken.
Aansprakelijkheid bij taakgericht leidinggeven
Het beleid van Nehemia was doorzichtig. Wat hij deed gebeurde in overleg met de Heere en het volk. Dat maakte hem aansprakelijk. Hij was aanspreekbaar op zijn strategisch beleid. Aansprakelijkheid vloeit voort uit verantwoordelijkheid. De woorden verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid komen we in de bijbel niet tegen, maar wel het rekenschap afleggen van onze daden. In Mattheüs 12 : 36 staat dat van elk ijdel woord, dat de mensen zullen gesproken hebben, rekenschap moet worden gegeven in de dag van het oordeel. Verantwoording afleggen van onze daden komt ook aan de orde in de gelijkenis van de 'onbarmhartige dienstknecht' (Matt. 18 : 23 vv.) en in die van de 'talenten'(Matt. 25 : 14-30). G. J. Buijs wijst er in Verantwoordelijkheid op dat oog in oog met Christus blijkt hoe ver we van ons ware mens-zijn afgedwaald zijn. Vanuit het leidinggeven betekent verantwoordelijkheid niet een onbegrensd, dwingend heersen over mensen en dingen en die aan eigen grillen dienstbaar maken, maar het betekent heersen door te dienen. Wanneer we 'gehoorzaamheid' toetsen aan christelijke houding, bijbels gezag en relateren aan waarheid en eenheid, dan zal dit geen eisende, autoritaire nadruk op gehoorzaamheid opleveren. Predikanten en godsdienst-pastoraal werkers worden voor de uitvoering van hun taken betaald en dienen verantwoording af te leggen aan de kerkenraad en uiteraard aan de Heere God Zelf. Kerkenraadsleden en gemeenteleden die leiding geven zijn vrijwilligers en dienen verantwoording af te leggen aan God. Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend, maar staat in dienst van de opbouw van het koninkrijk van God. Belijdende gemeenteleden hebben beloofd mee te werken aan de opbouw van de gemeente. Dit geeft aansprakelijkheid. Aansluiten bij het functionele denken in deze tijd is vanuit de Bijbel legitiem, wanneer aansprakelijkheid eerst gerelateerd wordt aan het verantwoording afleggen tegenover God, vervolgens tegenover degenen die over ons gesteld zijn en onze naaste. Taakgericht leidinggeven dient te geschieden vanuit de waarheid, ten dienste aan onze naaste, ter wille van de eenheid in en de opbouw van de gemeente. Gemeenteopbouw is niet iets voor hobbyisten die vrijblijvend maar iets doen in de gemeente, maar is werk waarvan eens verantwoording afgelegd dient te worden.
Beheersbaarheid en controle
Er zijn gemeenten waar de angst leeft voor de onbeheersbaarheid van allerlei activiteiten. Vrees voor wildgroei van allerlei commissies die een eigen koers gaan varen waarbij de waarheid in het geding dreigt te komen. Ook angst voor allerlei vormen van activisme die het werk van de Geest in de weg staan. Verder angst voor activiteiten die de eenheid van de gemeente in gevaar kunnen brengen. Beheersbaarheid is dan ook erg belangrijk. Voor het beheersbaar houden van het werk in de gemeente is een duidelijke beleidslijn nodig. Beleid dat de kerkenraad in samenspraak met de gemeente gemaakt heeft, maar dat tevens op een goede manier 'gecontroleerd' dient te worden. Wanneer het beleid in de gemeente beheersbaar en controleerbaar is, hoeven we ons niet door angst voor scheefgroei te laten beheersen. Angst is namelijk een slechte raadgever. Angst is ongeestelijker dan middelen gebruiken om de gemeenteopbouw beheersbaarder te maken. Een beleidsplan is dan ook een belangrijke manier om de gemeente op orde te houden en toe te werken naar de toekomst. Uiteraard geldt wel: 'zo de Heere het huis niet bouwt, vergeefs werken de bouwlieden daar aan'.
Aansprakelijkheid in deze tijd
J. H. Hegeman geeft vier hoofdkenmerken voor aanspreekbaarheid in zijn aangehaald boek. Deze vier kenmerken zijn een afspiegeling van de wijze waarop in de meeste organisaties met verantwoordelijkheid wordt omgesprongen. We geven deze kenmerken weer en bezien dan of deze binnen de christelijke gemeente bruikbaar zijn. De vier hoofdkenmerken van aansprakelijkheid zijn:
1. nadruk op beheersing van het handelen. De leidinggevende stelt criteria op voor wat er moet gebeuren, stelt vast wat door wie moet gebeuren, wie waar verantwoording aflegt. Er is ook een duidelijke planning vanuit een goede verdeling van taken.
2. nadruk op de geobjectiveerde norm. Belangrijk is het dat de leider duidelijke criteria gebruikt vanuit een herkenbare bron. Iedereen in de organisatie moet daaraan kunnen refereren en zich daaraan kunnen spiegelen.
3. nadruk op externe legitimatie. De leider moet duidelijk aangeven waarom en waartoe iets moet gebeuren. De betekenis van het handelen wordt daaraan afgemeten.
4. nadruk op gehoorzaamheid. De leider verwacht van zijn ondergeschikte dat hij doet waarvoor hij opdracht heeft gekregen. Hier geldt dan vooral wat binnen de organisatie als zinvol aangemerkt wordt.
Wanneer wij bovenstaande vier kenmerken van aansprakelijkheid relateren aan de bijbelse verantwoordelijkheid, dan blijken er veel parallelle lijnen te lopen. Bovenstaande elementen zijn dan ook onontbeerlijk voor het maken van een beleidsplan.
Analyse van het huidige gemeentewerk niet genoeg
Veel beleidsplannen die vervaardigd zijn houden alleen een beschrijving in van de huidige gang van zaken in de gemeente. Het is niet meer dan een veredelde gemeentegids waarin van beleidsstrategie geen sprake is. Toch is het wel van belang te weten hoe de zaken er nu voorstaan, maar ook hoe we het in de toekomst willen hebben. Om een goed beleidsplan te maken is het aan te bevelen om de huidige situatie te beschrijven aan de hand van vier aspecten, namelijk de sterke kanten, zwakke kanten, bedreigingen en uitdagingen van het gemeente-zijn. De zwakke kanten kunnen aandachtspunten voor de toekomst zijn en de sterke kanten dienen in stand gehouden te worden. Door de zwakke kanten te formuleren als uitdagingen kan er een positief bouwplan opgesteld worden. Er blijven bedreigingen, zoals we al zagen bij Nehemia, waar rekening mee gehouden dient te worden. Evaluatie, beheersbaarheid en controleerbaarheid van het werk in de gemeente dient dan ook aandacht te hebben. Wanneer deze aspecten in kaart gebracht zijn geeft deze beschrijving al een aantal elementen waar we beleid op kunnen maken.
Beleidsplan en aansprakelijkheid
Het gaat te ver in deze artikelen een bouwplan van een beleidsplan te presenteren, daarvoor zijn andere publicaties. Enkele elementen waarbij ik wil aansluiten zijn de kenmerken van aansprakelijkheid zoals hierboven beschreven. Belangrijke vragen die in het beleidsplan beantwoord dienen te worden vanuit de vier kemnerken zijn:
– Welke norm wordt gehanteerd voor het gemeentewerk, ofwel vanuit welke visie op de Schrift wordt gehandeld? Welke gevolgen heeft dit voor de visie op de ambten, woordverkondiging, verenigingswerk, pastoraat, diaconaat en apostolaat?
– Welke doelen voor de lange en korte termijn vloeien voort uit bovenstaande visie?
– Wat moet er precies gebeuren, waarom moet dit gebeuren en welke criteria zijn hiervoor?
– Hoe is de verdeling van taken? Waar moet iemand aan voldoen om een taak uit te voeren?
– Wie moet waar en aan wie verantwoording afleggen?
– Wanneer en waar wordt er geëvalueerd?
Het beantwoorden van bovenstaande vragen, die niet volledig zijn, kan het gemeentewerk doorzichtiger maken. Tevens geeft het de leidinggevenden in de gemeente middelen om het werk beheersbaar te houden. Wanneer het beleidsplan goed geschreven is, en vervolgens uitgevoerd wordt, kan dit betekenen dat de agenda's van de kerkenraadsvergaderingen voor enkele jaren al van agendapunten voorzien kunnen worden. Het gaat dan over het uitzetten en evalueren van het beleid waarvoor de kerkenraad verantwoordelijk is. Wanneer ieder kerkenraadslid voor een bepaald stuk gemeentewerk verantwoordelijk is, kan hij van tevoren bij het agendapunt een begeleidend stuk schrijven dat besproken wordt tijdens de vergadering. Dit stuk is dan ook de verantwoording van het stukje werk dat gedaan is overeenkomstig de afspraken in het beleidsplan. Helderheid en aansprakelijkheid staan borg voor het kunnen nemen van verantwoordelijkheid waarbij niet op onverwachtse wildgroei gestuit hoeft te worden. Kerkenraadsvergaderingen staan nogal eens bol van 'crisismanagement' waarbij er 'brandjes geblust' moeten worden, terwijl er aan werkelijk beleid niet toegekomen wordt. Wanneer een ambtsdrager aangesproken wordt op zijn functioneren, kan hij terugvallen op het gemeentebeleid dat afgesproken is, uiteraard met inspraak en medeweten van de gemeente. Een 'afrekening' is niet nodig omdat de ambtsdrager zich kan legitimeren. Natuurlijk is het leidinggeven aan gemeentebeleid niet alleen maar het formeel handhaven en controleren van afspraken. Een goede communicatie, waarbij het relationeel aspect niet over het hoofd gezien moet worden, is ook belangrijk. Hier hopen we de volgende keer verder op in te gaan.
A. Pals, Bleskensgraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's