Weer een dag
'Des anderen daags wederom stond Johannes en twee uit zijn discipelen. En ziende op Jezus, daar wandelende zei hij: ziet, het Lam Gods. En die twee discipelen hoorden hem dat spreken en zij volgden Jezus.'Johannes 1 : 35-37
Wij zijn de nieuwe maand al weer een heel eind ingeschoven. Zo gaat dat, de ene dag uit, de andere dag in. Ze verschillen niet zo veel van elkaar, ze lijken zo vermoeiend veel op elkaar, vindt u niet?
Weer een dag! verzucht u 's morgens; weer een dag, verzucht u 's avonds. En wat gebeurt er nu eigenlijk? Er gebeurt nooit iets, tenminste niets wat aan de dagen een wending, aan mijn leven een richting geeft. Het blijft bij het oude, al is het jaar nog nieuw. Van al die dagen wordt men zo moe en zo mat dat het niet te zeggen is. Of…
Des anderen daags. Toen, net als nu. Eentonig en toch veelbelovend. Want het zijn de dagen van het jaar des Heeren. Het is de welaangename tijd; wat hier verhaald wordt is evangelie! Weer een dag; het heden der genade duurt voort. Er gebeurt wat, Christus is immers verschenen. Hij haalt de tijd uit het slop, hij neemt haar mee op de weg van zijn heil.
Johannes de Doper stond. Hij nam zijn standplaats in bij de Jordaan; daar preekt hij en daar doopt hij. Weinigen omringden hem, twee worden ons met name genoemd. Om die twee gaat het namelijk in dit evangelie. Zij staan bij Johannes. De een heet Andreas, hij is een broer van Simon Petrus. De ander heet ook Johannes. Hij noemt zijn eigen naam niet; heeft hij die soms verloren? Hij heeft die aan de liefde verloren: de discipel dien Jezus liefhad. Beide zijn leerlingen van Johannes de Doper, discipelen van het eerste uur. Van hem hebben zij gehoord, dat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is; zij hebben daar ernst mee gemaakt en zich bekeerd. Van hem hebben zij ook gehoord, dat hij het licht niet was, al straalde er licht van hem uit. Die na hem kwam. Die was het.
Weer een dag. Des anderen daags wederom. Zal het weer zo gaan als gisteren en eergisteren? Ineens kijkt de Doper verrast op: daar wandelt Jezus. Zou hij Hem niet kennen, sinds de dag dat hij Hem moest dopen? Hij herkent Hem. Jezus was blijkbaar in de buurt van Johannes gebleven, al hadden ze elkaar niet meer ontmoet. Gisteren wel, dat is waar ook. Toen kwam Jezus naar hem toe, en Johannes had vrijuit over Hem gesproken. Vandaag is dat anders. Jezus wandelt wat heen en weer, schijnbaar zonder enige bedoeling. Maar nee, dat is maar schijn. Jezus loopt op iemand te wachten, of op iets te wachten. Johannes weet wat er aan de orde is, vandaag. Hier loopt de bruidegom op Zijn bruid te wachten. De vriend van de bruidegom moet haar tot Christus leiden. Daar wacht Christus op. Ziet u Hem daar wandelen; Hij gaat niet weg, al beweegt Hij zich aan de rand; op de achtergrond. Zo doet Hij nog. Johannes stond, twee van zijn jongeren stonden. Jezus wandelde. Wat zal Johannes doen? Hij richt de blik op Hem, lees ik. Reeds strekt hij zijn vinger uit, en zegt: Ziet het Lam Gods.
Een korte preek, die allereerst bestemd is voor twee van zijn leerlingen. Een krachtige preek, omdat de Heilige Geest, Christus in dit korte woord zo helder verklaart. Wanneer Johannes Jezus hier aanwijst dan verwijst hij die twee, nadrukkelijk naar Jezus: Ziet, het Lam Gods.
Toen hij Jezus zag, zei hij: ziet. Terwijl hij zijn oog op Hem gevestigd hield. Hoe zullen wij anderen aanwijzen, wat wij zelf niet zien? Daar ligt de armoe en de nood van veel prediking; daarom blijven woorden woorden, maar als de aandacht naar Christus gericht is. Hij de aandacht van ons hart, dan valt het niet zwaar, om tot anderen te zeggen: Ziet. Dan doorbreken we de beschouwingen en de beschrijvingen waaraan de verkondiging zo vaak mank gaat, ook onder ons, en dat naar links en naar rechts, en we wagen met het oog op Hem, we wagen het te zeggen: Ziet!
Ziet het Lam Gods. Waar denkt hij aan, waar denken zijn twee hoorders aan? Iedere dag werd er des morgens en des avonds een Lam geslacht tot verzoening van de zonden. Vele, vele lammeren vonden zodoende de dood; zij schreven het woord van zonde en genade met hun bloed aan de wanden van iedere nieuwe dag. Maar ze konden de zonden niet wegnemen, dat niet. Lammeren waren het, een veelvoud. Niet hét Lam! Was dat soms het paaslam, dat tussen twee avonden geslacht werd? Het maakt van de ene dag een andere. Van de dag der verdrukking, de dag der bevrijding. Het Lam. Zeker, nu komen we dicht bij het Lam. De Knecht des Heeren verschijnt als het Lam Gods. Johannes is thuis in de Schrift. Jesaja heeft Hem getekend: als een Lam werd Hij ter slachting geleid. Hij ziet Jezus daar wandelen. Het licht van de Schrift valt over Hem: Ziet, het lam Gods. Het door God beschikte Lam. Gisteren had hij het wat uitgebreider gezegd: dat de zonde der wereld wegneemt. Dat doet dit Lam dus. Het draagt de zonde en gaat er onder gebogen. Het draagt de zonde weg en gaat eraan te gronde. Ziet het Lam Gods. Daar is geen overbodig woord bij.
Het Lam Gods, ziet u wat in Hem? Zoeken wij een Lam, omdat wij geen weg meer weten met deze zonde? Wanneer de wet ons de zonden voor de voeten werpt, springen wij daar dan overheen, lopen wij er langs heen? Dat zal ons niet helpen, wij zullen erover struikelen en vallen. Laat de zonde niet liggen, waar de wet ze neerlegt; Ziet het Lam Gods. Ziet ze op Hem gelegd! Hij is Góds Lam. Niet het Lam in eigen wei en uit eigen stal. Zijn Lam. Ziet. Vol verwondering maak ik u deelgenoot van dit heerlijk geheim: ziet, dat is Góds Lam. Gods Zoon is Gods Lam. Het staat niet aan mij, de zonde weg te dragen. Het staat ook niet aan mij, om een lam te kiezen. Ziet dan toch!
Waarom kijkt u nu een andere kant uit? Hoe meer u van Hem hoort, hoe meer u zich verhardt. En zo rechtstreeks, daar schrikt u van. Ziet! Dat bent u misschien niet gewend. Mag het deze keer!
Sommigen werpen wel eens een schuchtere, een schichtige blik op Hem, als zou dat eigenlijk niet mogen. Gauw kijken ze dan weer voor zich. En wat zien ze voor zich: de zonden! Het Lam is geen Leeuw; het is geen verscheurend dier, het is het Lam, dat geslacht is! Niets en niemand weerhoude u dus. Uw zonden wel het allerminst; Hij draagt ze immers weg. Zien, dat is Hem de zonden meegeven, die ik niet kan tellen en niet kan tillen. In een heilige onbekommerdheid verklaren: het Lam is er goed voor. Het Lam Gods is ook mijn Lam. Ziet het zo, met het oog van geloof en liefde. Ziet het en zegt het voort. Onvoorwaardelijk en zonder voorbehoud. Ziet, het Lam Gods.
Haalt dat iets uit? Herinner ik mij niet dat Johannes het gisteren ook zei? Inderdaad. Waarom wordt het herhaald en wat verwachten we er nu van? O, er valt veel te verwachten, want ik zie Jezus daar wandelen. Ik verwacht het niet van de mensen. Wie gaat op het gesprokene in? Wie gaat er op door? Hoe zelden hoort men in de gemeente over het Lam Gods spreken. We weten het wel, maar we kennen Hem niet. Wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm des Heeren geopenbaard, klaagt de profeet. Johannes, spaar de moeite. De preek is bondig en goed, maar wie wordt er door getroffen? Die twee daar? Die twee hoorden hem dat spreken. Ze hadden het gisteren waarschijnlijk ook gehoord. Ja zeker, ze horen wat hij zegt.
En die twee hoorden hem dat zeggen. Nee, vandaag is gisteren niet. Zij hoorden hem, hun leermeester, dat zeggen: Ziet het Lam Gods. Ik hoor het hem nóg zeggen, denkt Johannes, als hij dit schrijft. En of! Want in dit horen ritselt het van leven, tintelt, het van leven, zien is meer dan een beeld opvangen op het netvlies. Horen is meer dan een klank opvangen op het trommelvlies. Zien en horen, dat is leven. Hoort en uw ziel zal leven. De ogen gaan open, de oren gaan open, omdat het hart open gaat. En zij volgden Jezus. Zo is het horen meer dan horen, het is gehoor geven aan. Weer een dag. Maar wat een dag!
(L. Kievit ✝︎)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's