Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (3)
In het boek Openbaring wordt ons duidelijk voorgehouden dat Jezus terugkeert. Aan Zijn wederkomst gaat een aantal tekenen vooraf. Van die tekenen is niet alleen te lezen in het laatste profetische boek van de Bijbel, maar ook in de Evangeliën alsmede de geschriften van de apostelen.
Een vorig keer heb ik een aantal tekenen opgesomd. Ik rondde dat artikel af met een teken waarvan ik meen dat dit in onze tijd op te merken is: de verkoeling van de liefde. Deze verkilling is zowel in de samenleving als in de kerk aanwezig. De samenleving wordt steeds meer ik-gericht. Dat kan ook niet anders, wanneer het functioneren in de maatschappij gaat inhouden dat men zich 'waar' móet maken. Men telt niet meer mee, wanneer men bij anderen achterblijft. Dan wordt men afgeschreven. Ongetwijfeld is de liefde voor elkaar dan ver te zoeken. Zij verkoelt, zij koelt af om uiteindelijk beneden het vriespunt te dalen. Dit laatste wil zeggen dat men geen zorg meer voor elkaar heeft. Het samenleven houdt na verloop van tijd op. Het parool is: eenieder voor zich!
Ook in de kerk
De verkoeling van de liefde treft men ook aan in de kerk. Hoe is dat mogelijk? De kerk is toch een gemeenschap? Als het goed is: een gemeenschap waar de liefde het voor het zeggen heeft. Men kan het ook anders zeggen: de kerk is een gemeenschap waar men zorg voor elkaar heeft. Men draagt er elkaars lasten en op die manier wordt de liefdewet van Christus vervuld.
Helaas… hier is doorgaans maar weinig van te zien. In de christelijke gemeente is er niet altijd sprake van bijbelse liefde. De buitenwacht zegt werkelijk niet altijd: 'Ziet, hoe lief zij elkaar hebben'.
Het komt wel voor dat men in de kerk of in de gemeente met elkaar over de straat rolt. Dat wil zeggen dat men tegenover elkaar staat. Men staat op zijn strepen en men blijft erop staan. Let wel: die strepen hebben niet altijd te maken met wezenlijke zaken. Wanneer het gaat om de rechte leer en het rechte leven (orthodoxie en orthopraxie) mag men op zijn strepen blijven staan. Het is natuurlijk wel van belang, hóe dat wordt gedaan. Nooit of te nimmer mag daarbij de liefde ontbreken. Voor mij is en blijft het een onopgeefbare zaak dat de Gereformeerde Bond in het geheel van de kerk en in de plaatselijke gemeenten opkomt voor de verbreiding en de verdediging van de Waarheid. Maar dan gaat het wel om een zeer wezenlijke zaak. Dan heeft hij daarmee de prediking van het Woord Gods op het oog en indirect het behoud van de zielen.
Het opkomen voor het Woord Gods mag daarom nooit verwijdering of vervreemding geven. Zo'n wezenlijke zaak moet ons aan elkaar binden, schouder aan schouder hebben wij te staan.
Ook hebben wij elkaar vast te houden en elkaar lief te hebben als het gaat om zaken die ondergeschikt zijn aan de prediking van het Woord. Wij moeten elkaar niet afvallen en verketteren als de één over bepaalde dingen anders denkt dan de ander. Zolang de prediking van het Woord Gods niet in het geding is, moeten wij elkaar enige vrijheid gunnen. Daarmee wil ik zeggen – en dat is een goed reformatorisch standpunt – wij behoren het in de hoofdzaken met elkaar eens te zijn, maar in de bijzaken is het geoorloofd verschillend te denken.
Ik kan mij vergissen, maar soms denk ik wel eens dat het verschil van inzicht over de bijzaken de verkilling van de liefde veroorzaakt. Van bijzaken worden soms hoofdzaken gemaakt met als gevolg dat het wezenlijke op de achtergrond verdwijnt. Hete hoofden en koude harten geeft al het gekrakeel om de bijzaken. Men zal begrijpen dat als dit het geval is, er geen aantrekkingskracht van de gemeente of van de kerk uitgaat.
Polarisatie in de gemeente is de dood in de pot. Het staat het werk des Heeren in de weg. De Heilige Geest wordt er zo door bedroefd en als God het niet verhoedt, wordt de Heilige Geest er zelfs door uitgeblust.
Wat zeker is: bij polarisatie trekt de Geest die toch de Geest der liefde is. Zich terug. En dan kan het niet anders of er ontstaat verkoeling van de liefde. Dit laatste is een teken van de eindtijd. Het maakt echter een groot verschil of wij aan dit teken meewerken of dat wij ons rein en onbesmet daarvan weten te bewaren omdat de vreze Gods in ons is.
Daarom stel ik de vraag: als er zo'n twist over ondergeschikte zaken onder ons wordt gevonden, is er dan wel sprake van de vreze Gods in ons leven?
Want wat houdt de vreze Gods in? Het antwoord is heel eenvoudig: liefde tot God en de naaste! En van de liefde tot de naaste staat geschreven dat zij van de ander geen kwaad denkt.
Wanneer de liefde Gods in ons hart is uitgestort door de Heilige Geest, zullen wij óók onze naaste liefhebben. Zeker de broeder en zuster die eenzelfde dierbaar (kostbaar) geloof bezitten als wij.
Vermenigvuldiging van het kwaad
Zowel in het boek Openbaring als in de andere geschriften van het Nieuwe Testament wordt ons voorgehouden dat alvorens Jezus terugkeert het kwaad op aarde zich zal vermenigvuldigen.
Ook van dit teken kan men zeggen dat dit duidelijk zichtbaar is! Zowel voor het begin van het leven als voor het einde daarvan is nog maar bitter weinig eerbied. Steeds worden er wetten ontworpen die haaks staan op wat God ons in Zijn Wet voorhoudt.
Wat zijn er in de afgelopen jaren een grenzen verlegd. Men vraagt zich af of er over enige jaren nog wel grenzen zijn. Vooral op ethisch terrein kan er al zoveel dat men zich afvraagt of er over enige tijd nog wel stopborden zijn die zeggen: 'tot zover en niet verder'. Eerlijk gezegd, vrees ik hiervoor.
De vergelijking is niet helemaal juist als ik stel dat het kwaad gelijkt op een glijbaan. Hoe verder men op een glijbaan komt, des te sneller gaat men naar beneden. Maar zo is het ook met het kwaad. Als men eenmaal een voet op het hellend vlak heeft gezet, wordt de tweede er al heel snel bijgetrokken en met grote vaart vliegt men naar beneden.
Het lijkt wel alsof in onze dagen het kwaad niet te stuiten is. En dan heb ik niet alleen het oog op abortus provocatus en actieve euthanasie. Ik denk niet minder aan het kwaad dat ons via de moderne media wordt aangereikt. Trouwens, niet minder aan de gruwelen die de ene mens de andere aandoet.
Wat een onrecht is er in deze wereld! Wat is de ene mens, zoals een Latijns spreekwoord zegt, de andere mens een wolf. Daarvoor behoeven wij niet alleen maar Kosovo te zien. Wij kunnen wel in eigen land, in eigen kerk, soms ook in eigen familie en gezin blijven. Wanneer wij met één vinger naar een ander wijzen, doen wij dit nog altijd met drie naar onszelf.
Het zal duidelijk zijn dat er van het kwaad wel het een en ander in het laatste bijbelboek staat geschreven. Niet altijd in directe zin, maar dan toch wel in afgeleide zin.
Van het kwaad moeten wij zeggen dat dit helemaal behoort bij de eindtijd. Het is zelfs zo dat naarmate de komst van Jezus dichterbij komt, het kwaad zich zal vermenigvuldigen.
Intermezzo
Het bovenstaande, alsmede wat wij in het boek Openbaring lezen, kan somber maken. Het kan zelfs zijn dat iemand het hoofd in de schoot legt en dit defaitistisch (als door een noodlot veroorzaakt) kan ondergaan.
Om die reden wil ik eerst iets anders schrijven alvorens ik nog meer hierover schrijf. Ik houd een soort intermezzo met als doel dat wij goed voor ogen houden waartoe dit alles dient.
Als wij al die verschrikkingen lezen in het laatste bijbelboek, moeten wij niet vreemd opkijken. Want wij kunnen weten dat al deze dingen ons zijn voorzegd. Het wordt ons door het boek Openbaring voorzegd. Maar wat heeft ook de Heiland meer dan eens daarop gewezen.
Wat wil het boek Openbaring ons daarmee zeggen. Trouwens, wat wil de Heiland ons daarmee voorhouden? Dat wij alert, waakzaam zullen zijn! Ons wordt geboden om vol te houden. Want hiervan geldt: 'Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden'.
Wat de waakzaamheid betreft, denk ik een ogenblik aan het Evangelie naar de beschrijving van Mattheüs. Het is mij opgevallen dat na hoofdstuk 24, waarin de Heiland ons vele tekenen van de eindtijd voorhoudt die als het ware een ogenblik onderbreekt door Zijn rede in Mattheüs 25 te beginnen met de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes. Daarmee heeft Hij Zijn discipelen en ons erop willen wijzen dat wij waakzaam zullen zijn. Hoe zullen wij waakzaam zijn? Als de lamp voldoende olie bevat! Dat wil zeggen: als de Geest der volharding in ons gevonden wordt. Die Geest der volharding zal er zijn als wij door een oprecht geloof Jezus Christus deelachtig zijn. Zonder Jezus Christus geen werk van de Geest in ons. Maar wanneer wij Jezus Christus door een oprecht geloof zijn ingelijfd, zal de Geest der volharding ons deel zijn. Die Geest doet ons waakzaam zijn. Hij doet ons ook verlangen naar de komst van Jezus op de wolken van de hemel.
Ik las in een meditatie: 'Alle tekenen maken ons niet somber. Het is alsof het lente is. De grote zomer komt'. Ik wil dat graag onderstrepen. De grote zomer is weliswaar nog niet aangebroken. En toch… zij komt eraan! Dat is een belofte van Hem in Wiens mond nooit enig bedrog is gevonden. Van Jezus Christus mag gezegd worden: 'Wat uit Zijn mond uitgaat, blijft vast en ongebroken'.
Op grond van Zijn belofte mag Zijn Kerk het weten: Hij komt en Zijn komst is het die ons heil volmaakt. Ook zal er een nieuwe aarde zijn waarop gerechtigheid wonen zal. Niet met een neerhangend hoofd, maar met het hoofd omhooggeheven verwacht de Kerk het Koninkrijk Gods dat is en dat kómt.
(Wordt vervolgd)
G. S. A. de Knegt, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's