De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Uit een interview met prof. dr. A. van de Beek, Kerkelijk hoogleraar in Leiden, in 'Woord en Dienst' over zijn eerste gemeente was Lexmond, in 1970:

'Het was een harde school voor me. In zowel theologisch als pastoraal opzicht was Lexmond te zwaar voor me. In vier jaar tijd heb ik maar liefst twintig dodelijke ongelukken meegemaakt. De vreselijkste dingen gebeurden er. Bijvoorbeeld een wiel dat losraakte van een auto en een kind verpletterde. Er hing een doem over het dorp. "Wie zou de volgende zijn?"'


Dezer dagen ontvingen we een epistel, waarin kort de ontstaansgeschiedenis van de Hervormde Kerk in Elst (U.) wordt geschetst. Nu de rubriek 'Torenspitsen-Gemeenteflitsen' is beëindigd, volgt hier nog een gedeelte uit deze circulaire:

'Volgens de archiefboeken van de kerk telde het buurtschap Elst in 1765 ongeveer 100 zielen.
Twintig jaar later waren het er nog 150 en nog eens 30 jaar later (in 1815) waren het er 385.
Deze mensen kerkten in Rhenen, maar dat betekende wel 1,5 uur lopen, en "zowel de tedere jeugd als de zwakke ouderen" bleven vaak verstoken van kerkbezoek. Vooral in de winterdagen had het kerkvolk nogal eens last van sneeuw en kou. Schuilen was nauwelijks mogelijk, want tussen Elst en Rhenen was slechts een drietal huizen. Men zocht bij plotselinge buien beschutting onder de bomen.
In 1814, nauwelijks de Franse tijd te boven, waagt de Elsterse bevolking het om te gaan denken aan een eigen predikantsplaats. "Door de rampzalige toestand, waarin het vaderland meer dan 20 jaar zich bevond, is het verzoek om een eigen predikant niet eerder ingediend."
Prompt komt er alle tegenwerking vanuit de kerkenraad van Rhenen. In Rhenen moet een oude predikant vervangen worden en men vreest, dat een ledenverlies erop uit zal draaien, dat Rhenen geen tweede predikant meer mag benoemen.
Rhenen ziet het als hoogmoed van Elst: "Als Elst een eigen kerk en predikant krijgt, zal het ook een eigen regering willen hebben en daardoor zich in het geheel van Rhenen willen afzonderen".
Ook zou de kerk van Rhenen benadeeld worden, als de Elstenaren niet meer in Rhenen in of buiten de kerk begraven zouden worden, en wat zou er van de armen terechtkomen, als men in Rhenen de collectes van de Elstenaren zou moeten missen?
Wel probeert Elst het in 1815 met een rekwest aan de Koning (Willem I), het hoofd van de Staatskerk, maar ze hebben geen schijn van kans, omdat de adviezen van de Rhenense kerkenraad zo negatief zijn.
Den Haag vraagt: "Is het een ware welgemeende zucht van de bevolking van Elst om de bijwoning der Openbare Godsdienst, of komt het voort uit de hoogmoed hunner harten?"
Dan komen er overstromingen: landerijen onder water, bewoners gevlucht, schaarste aan voedsel, zodat de plannen in de ijskast gaan (die er toen overigens nog niet was).
In 1817 neemt men de draad weer op met een nieuw verzoekschrift. Het antwoord van de hervormde kerk is: als Elst in staat is om zelf een kerk en pastorie te voorzien, dan…
In Elst komt nu de geldwerving op gang. Er wordt een fonds opgericht van tabakplanters, die een flink gedeelte van hun tabakopbrengst (zo'n 7%) afstaan. Ook onder de dagloners wordt een inzameling gehouden, die maar dan ƒ 300,– opbrengt. (…)
Op zondag 2 juli 1820 werd de eerste predikant bevestigd, nl. ds. Bisschop, uit Veen (N.-B.). Bij die bevestiging was er op verzoek van de kerkenraad van Elst in Rhenen een wet uitgevaardigd (en alom bekendgemaakt), dat er geen koekkraampjes of andere stalletjes mochten worden geplaatst en dat de kroegen en herbergen gedurende de kerkdienst niet mochten tappen (overtreders zullen naar gestrengheid der wet worden gestraft).'


Kissing Lips heet een recent verschenen geschrift (uitgave Torendruk, Nijkerk) waarin Dolf Lok, opleidingsmanager van de opleiding Journalistiek en Voorlichting aan de CH Ede, een aantal colleges beroepsethiek in de propedeuse van deze opleiding heeft gebundeld. Hier een gedeelte over 'Kraantje-lek':

'Journalisten van een bepaalde krant zitten in het restaurant van de Tweede Kamer op hun gemak te dineren. Een parlementariër van een "bevriende" partij komt even buurten. Zijn er dan "bevriende partijen"? Natuurlijk, dat herkent iedereen die politiek en media kent.
De vrouw vertelt dat er aan het einde van de week een belangrijke commissievergadering is, die voor veel opschudding zal zorgen. Ze mag er natuurlijk niets over zeggen, maar het wordt wel spannend. Ze heeft zojuist de vertrouwelijke stukken opgehaald.
Het gesprek neemt een wending en na verloop van tijd gaat de dame in kwestie naar het toilet. Ze laat de stukken liggen met het uitdagende stempel "VERTROUWELIJK" erop.
Drie keer raden wat er gebeurt.
Mevrouw neemt de tijd en de journalisten krijgen de tijd. Het lijkt alsof er niets gebeurd is, maar de informatiekraan druppelt gestaag.
En als dat nu eens heel belangrijke informatie is voor de doelgroep van jou krant of omroep? Misschien kun je er grote invloed op uitoefenen, misschien kun je een dreigend gevaar afwenden of een conflict voorkomen. Blijkbaar is er journalistiek werk aan de winkel. Of is het "zwart" werk?'


'Vertrouwelijk is vertrouwelijk en geheim is geheim. Wanneer een journalist vertrouwelijke informatie publiceert, zet hij zijn geloofwaardigheid op het spel. Wie zal hem nog ooit in vertrouwen nemen? Behalve wanneer iedereen ervan overtuigd is, dat hij juist heeft gehandeld. Hij heeft een ramp voorkomen of een strafbaar feit gemeld of iets dergelijks. Dat zal hem door de meerderheid niet kwalijk genomen worden en zijn eigen geweten hoeft daardoor niet bezwaard te zijn. Maar de regel blijft dat vertrouwelijke en geheime informatie niet wordt gepubliceerd. Spreuken 25 : 9 zegt: Openbaar het geheim van een ander niet, en 11 : 13: Wie betrouwbaar van geest is, houdt een zaak verborgen.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's