Boekbespreking
A. Sevenster Sabbatsrust voor een zondagskind. Over 'Der Stern der Erlösung' van Franz Rosenzweig. Kok-Agora 1999, 190 blz. ƒ 39,90.
Franz Rosenzweig (1886-1929) een van de belangrijkste joodse denkers van onze eeuw, werd geboren in Kassel in een rijk, geassimileerd joods gezin. Hij studeerde aan verschillende faculteiten om uiteindelijk te promoveren op een studie over Hegel en de staat. Door intense gesprekken en briefwisselingen met vrienden zoals Eugen Rosenstock en familieleden – waarvan verschillende christen waren geworden – voelde ook Rosenzweig zich gedrongen zich te laten dopen. Op Grote Verzoendag 1913 besluit hij echter jood te blijven.
Tijdens de nadagen van de eerste wereldoorlog schrijft Rosenzweig in minder dan een halfjaar tijd vanuit de loopgraven van het Balkanfront op postvellen van het leger zijn beroemde hoofdwerk 'Der Stern der Erlösung' (De ster der verlossing). Na de oorlog trouwt hij met Edith Hahn en sticht in Frankfurt het Vrije Joodse Leerhuis. Omstreeks 1922 wordt hij getroffen door verlammingsverschijnselen die hem krachteloos maken. Ook het spreken wordt hem onmogelijk. Niettemin wijdt Rosenzweig zich nog aan de vertaling van liederen van Jehuda Halevi en – samen met Martin Buber – aan de 'Verdeutschung' van de Hebreeuwse bijbel. Franz Rosenzweig is gestorven op 10 december 1929.
A. Sevenster, emeritus-predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk is al jaren gefascineerd door de persoon van Franz Rosenzweig en door 'Der Stern der Erlösung'. Gedurende een lange periode gaf hij op het seminarium Hydepark cursussen over dit bijzondere boek. Onlangs verscheen van hem een studie over de Stern.
De titel 'Stern der Erlösung' hangt samen met de Davidsster. Rosenzweig gebruikt de Davidsster als een symbool voor de fundamentele eenheid van het universum. Hij onderscheidt deze ster in twee driehoeken. De ene driehoek die naar boven wijst maakt de relatie zichtbaar tussen God, wereld en mens. De andere driehoek (met de punt naar beneden) staat voor de relatie schepping-openbaring en verlossing. Onderling zijn deze zes 'elementen' van de Davidsster nauw verweven. Achter in het boek van Sevenster staat een mooie afbeelding die de onderlinge verbindingen enigszins verheldert.
'Der Stern der Erlösung' is een eigensoortig boek dat moeilijk toegankelijk is. Helaas geldt dat laatste ook voor het boek van Sevenster. De auteur presenteert zijn boek als een leeswijzer bij Rosenzweigs boek. Om de Stern 'in zijn totaliteit en oorsprong weer zichtbaar proberen te maken'. Het boek wil enig inzicht geven in de hoofdproblemen van de drie boeken van de Stern, voordat die zelf worden gelezen (blz. 12). Toch is 'Sabbatsrust voor een zondagskind' een boek geworden dat eigenlijk niet zonder enige voorkennis van Rosenzweig, zijn tijd en zijn hoofdwerk gelezen kan worden. Omdat substantiële citaten uit de Stern ontbreken, blijft het betoog van Sevenster naar mijn besef nogal in de lucht hangen en is niet altijd duidelijk waar Rosenzweig ophoudt en Sevenster begint.
Daar komt bij dat dit boek een nogal omslachtige opbouw kent. Eerst wordt in deel I de levensloop van Rosenzweig nagegaan, maar dan strikt beperkt tot de relatie met zijn latere boek. Het hoofdstuk heet: op weg naar de Stern. Deze inzet werkt nogal wat vermoedens over mogelijke beïnvloeding in de hand. Daarnaast maakt het de levensschets van Rosenzweig nogal fragmentarisch. Rosenzweigs geboortejaar bijvoorbeeld komt niet in het boek voor; zijn levensgang na de Stern evenmin. Achtergrondinformatie over personen die hem hebben gestimuleerd of beïnvloed wordt slechts mondjesmaat gegeven.
In het tweede hoofddeel van zijn boek geeft de auteur een analyse van de Stern. Ook dan wordt van tijd tot tijd gewezen op invloeden die er van bepaalde kant te zien zijn. Dat levert doublures op met het eerste gedeelte en wekt hier en daar de indruk van een soort cirkelredenering.
In zijn analyse van de Stern geeft Sevenster geen duidelijke verantwoording van zijn eigen interpretatie. Het komt me voor dat hij Rosenzweig leest in het spoor van iemand als Levinas. De stijl van de auteur vertoont de trekken van de dialoog op cursussen. Hij schrijft vooral spreektaal. Daar is uiteraard niets mis mee. Wel maakt dat het lezen van dit boek tot een inspannende aangelegenheid. Er is niet echt sprake van een doorlopend betoog. Net als in menige preek zijn de exegese en toepassing met elkaar verweven. Daarnaast wordt de gedachtegang regelmatig onderbroken door tamelijk willekeurige associaties met het werk van Nijhoff, Neeltje Maria Min, Van Eeden, Beethoven en Goethe. Ook een meer kritische benadering van Rosenzweig zou welkom zijn. Wie jarenlang zijn hart ophaalt aan een groots boek, ziet ongetwijfeld ook schaduwzijden of punten die tegenspraak oproepen.
Al met al komt het me voor dat de vertrouwdheid met en de fascinatie voor de Stern de auteur parten speelt. Hoe leg je als specialist in begrijpelijke taal uit wat jouw speciale onderwerp zo boeiend maakt? Wie welwillend dit boek gaat lezen, loopt het risico te verdwalen in een woud van filosofische en theologische begrippen die de aangewakkerde interesse voor Rosenzweig en zijn werk op de proef stellen.
Wat betreft de actualiteit van de Stern: op bladzijde 12 schrijft de auteur dat Rosenzweig niet zo makkelijk als deelnemer is in te passen in de dialoog tussen christendom en jodendom. Het gaat in zijn werk eerder om een botsing dan om een dialoog. Op pagina 117 voegt hij er aan toe: in de Stern is sprake van een afsluiting van de dialoog meer dan het begin van een nieuwe. Volgens Sevenster vervangt Rosenzweig de dialoog voor het gevecht om erkenning. Dit betekende voor hem dat hij in sabbatviering en leerhuis met mst gelaten wilde worden. 'Israël' is namelijk een geheel in zichzelf.
Het zou uitermate boeiend zijn te vememen in hoeverre volgens Sevenster deze positiebepaling van Rosenzweig van betekenis is voor vandaag. Is het gevecht om erkenning nog noodzakelijk, of is Rosenzweig in dit opzicht verouderd?
'Sabbatsrust voor een zondagskind' is – ten slotte – fraai uitgegeven. Dat er in een boek spelfouten staan is nooit geheel te voorkomen, maar op bladzijde 127 heeft de verwisseling van Rosenzweig met Roszenstock gevolgen voor het betoog.
G. van Meijeren, Hierden
Henri van Rijn, Armoede, noodlot of onrecht?, uitg. De Geus B.V., Breda, paperback, 304 blz., ƒ 29,50.
Dit boek is geschreven door een medewerker van de mensenrechtenbeweging ATD/Vierde Wereld. ATD staat voor Aide a Toute Détresse = Hulp in alle nood. Deze beweging is opgericht door de Franse pater frère Joseph Wresinski (✝︎ 1988). Die bewogen pastor is zelf afkomstig uit een zeer arm gezin en heeft zich in zijn organisatie ten doel gesteld de allerarmsten in eigen land en daarbuiten uit hun ellende te helpen ontkomen. In het bijzonder ontfermt deze beweging zich over armen, die, aan lager wal geraakt, hun kinderen noodgedwongen moesten afstaan aan pleeggezinnen en -instellingen. De beweging heeft in ons land een vakantieboerderij en volkshogeschool 't Zwervel in Wijhe.
Het boek draagt de ondertitel 'Eén van de armste gezinnen in Nederland aan het woord' en beschrijft het veelbewogen leven van Irene Meermans (schuilnaam). Deze vrouw, geboren in bittere armoede, poogt jarenlang tevergeefs aan de armoede te ontkomen en haar via de Kinderbescherming elders ondergebrachte kinderen terug te krijgen. Uiteindelijk komt zij er bovenop, mede dank zij de ATD/Vierde Wereldbeweging.
Het werd een boeiende levensgeschiedenis van een bijzondere vrouw, die de zuigkracht van criminaliteit, drankzucht en schuldenlast niet dan met de grootste moeite wist te doorstaan. Deze zuiging is typerend voor groepen mensen, die de fatale cirkel van de diepste armoede niet kunhen doorbreken.
De schrijver gaat echter verder dan de biografie van deze vrouw. Hij maakte studie van haar voorgeslacht, zowel van vaders als moeders kant. Op grond van dit onderzoek komt hij tot de conclusie dat deze familie al sinds het midden van de 18e eeuw, dus al meer dan 250 jaar achtereen, op of onder het minimum heeft moeten leven. Nader onderzoek bracht aan het licht, dat deze van generatie op generatie nooit ontkomen armoedesituatie kenmerkend is voor 4,5% van de bevolking in alle lidstaten van de Europese Unie. Voor mij was dat een schokkende informatie.
De schrijver laat zien, dat de oplossing van het armoedevraagstuk niet gelegen is in recepten of methoden, maar in een duurzaam engagement, een lostverbondendheid.
Het gaat hier over wat we noemen 'de zuigkracht van de samenleving', waarvoor velen de ogen sluiten, als zou het er niet zijn.
De kerk speelt soms een rol in het leven van de hoofdpersoon. Zij wil niet leven zonder religie en geloof. Een centrale rol speelt dat in dit boek echter niet.
Ik wens dit boek met name in handen van diakenen. Zij kunnen er uit leren, dat de zo geheten tweedeling van onze samenleving geen fictie, maar een werkelijkheid is. We moeten diaconale ogen hebben, om met ontferming te zien wie er in ons rijke land buiten de boot vallen en te zoeken naar heil en hulp.
A. Romein, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's