De media en de kerken
De media en de kerken. In deze volgorde bedoel ik het onderstaande; niet de kerken en de media.
In Trouw kwam dr. A. H. van den Heuvel in een interview op te merken, dat de media vandaag veel invloedrijker zijn dan de kerken. Het artikel zelf leverde er een voorbeeldje van doordat van dr. Van den Heuvel al diens oude functies in de wereld van de communicatie werden opgesomd – gewezen hoofd voorlichting van de Wereldraad, ex-bestuurslid IKON, oud-voorzitter van de VARA, voormalig vice voorzitter van het NOS-bestuur en vandaag hoofd van de World Association for Christian Communication – terwijl ongenoemd bleef, dat hij zeven jaar lang secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk was. En passant wordt hij nog wel als ex-dominee aangeduid.
Van den Heuvel doet in dat interview een aantal stevige uitspraken. 'Kerken – verzucht hij – zijn een regelrechte ramp op mediagebied. Terwijl overal ter wereld mensen naar satelliet-tv zitten te kijken, elkaar met email bestoken en surfen op het internet communiceert de kerk in de taal en met beelden van eergisteren'. De relatie met de media is slecht zegt hij: 'Dat heeft te maken met het feit dat de kerken in wezen machtsinstrumenten zijn. En net als andere machtscentra zijn ze er op uit om de media voor hun eigen karretje te spannen. Ze beschouwen hen als een soort dienstboden. Dat is dom'. En dan volgt de uitspraak dat de media invloedrijker zijn dan de kerken. Dat lijkt in tegenspraak met het feit dat Van de Heuvel de kerken machtscentra noemt. In ieder geval komt hij (impliciet) tot de conclusie, dat de media meer macht hebben. Zou het ook zo kunnen zijn, dat de media vandaag soms 'een ramp' zijn voor de kerken?!
Actueel
We zijn recent nog weer eens met onze neus gedrukt op de macht van de media. De kersverse bisschop van Groningen, dr. Wim Eijk, heeft het geweten. Nog voordat hij goed en wel in functie was, kwam hij uitgebreid in het nieuws vanwege een publicatie van de historicus Ton van Schalk in Hervormd Nederland. Die publicatie kreeg al snel de functie van de zak met veren, die vanaf de kerktoren wordt leeggestrooid. Van Schaik maakte een en ander openbaar uit de collegedicaten van de heer Eijk, uit diens periode van docent aan de priesteropleiding in Rolduc. Het ging over de kwestie van abortus, de doodstraf, homosexualiteit; allemaal maatschappelijk gevoelige thema's, waarbij een principiële stellingname vanuit de kerken bijvoorbaat rekenen mag op kritische stellingname vanuit (bepaalde) media. Treffend was een kop in Hervormd Nederland: 'Het ene mensenleven is het andere niet, abortus veroordeeld, de doodstraf aanvaard'. Ligt in deze als zwart-wit-tegenstelling bedoelde duiding de suggestie opgesloten, dat men bij Hervormd Nederland tegen de doodstraf maar voor abortus is? Zoals vroeger abortus en de kernbewapening tegen elkaar werden uitgespeeld: was men vóór het ene, dan was men tégen het andere.
Het gaat me nu niet om de thema's, waarover dr. Eijk in het nieuws kwam. Wij zouden dan onze vragen met name hebben als het gaat om uitspraken, waarin Eijk relativeert wat de joden in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Het gaat nu echter om de goedkope manier waarop de media met, in dit geval een rooms katholiek kerkleider afrekenden. Wat vandaag met een eigen(soortig) rooms katholiek geluid gebeurt in de media, gebeurt morgen met een specifiek protestants geluid. Al is het vandaag wèl zo, dat de Rooms Katholieke Kerk met haar bisschoppen veel geprofileerder in het nieuws is in ons vanouds protestantse Nederland dan de protestantse kerken. De Rooms Katholieke Kerk is grosso modo, voor de seculiere media althans, 'interessanter' dan de protestantse kerken omdat ze in ethische zaken nogal eens helder naar buiten treedt. De protestantse kerken komen vooral in het nieuws bij uitglijders in het persoonlijke leven van voorgangers of bij schandaaltjes in gemeenten. Bovendien hebben de protestantse kerken (gezamenlijk) weinig boodschap als het gaat om de ethische vragen in de samenleving, zeg over normen en waarden. Het Nederlands Dagblad gaf vorige week – om een voorbeeld te noemen – uitvoerig aandacht aan het feit, dat de SOW-kerken nog steeds geen begin hebben gemaakt met de herderlijke boodschap over normen en waaiden, waarom het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond per schrijven aan het hervormd moderamen in juni 1997 heeft verzocht en waartoe het moderamen zich toen heeft verplicht. Het hoofdbestuur deed dit verzoek na kritische opmerkingen van bisschop Simonis inzake onduidelijkheid van de protestantse kerken aangaande de problemen inzake normen en waarden in de samenleving.
Laakbaar
Maar kort en goed, ik noem de wijze waarop Hervormd Nederland dr. Eijk in beeld bracht uitermate goedkoop. Citaten uit collegedicaten werden uit hun verband gerukt en met een zekere gretigheid publiek gemaakt om de betrokkene te kruisigen. De visie, die Eijk heeft op de omstreden thema's, zullen in een pastorale context, of bij het leiding geven aan zijn kerkprovicie, anders functioneren dan in een college voor studenten. Bovendien is het aan de betrokkene zelf of hij lesstof aan de publiciteit wenst prijs te geven. Dat zal hij nooit onbewerkt of nader toegelicht doen. De nu opgevoerde citaten waren onrijp voor publicatie. 'Maar pas écht onrijp is het om de boodschapper daarover de les te lezen', commentarieerde Trouw. De citaten werden 'eenzijdig gebruikt, buiten de context of zelfs uit het rijk der fabelen geplukt'.
Inmiddels heeft de betrokkene niet eens de kans gekregen om in een herderlijke brief aan zijn parochianen te laten blijken wat hij in zijn nieuwe functie beoogt. Hij heeft zich direct moeten verweren tegen de vloedgolf van verdachtmakingen, die via de media over hem is gekomen.
En bij Hervormd Nederland wrijft men zich ongetwijfeld in de handen. Want daar heeft men de trend gezet voor de beeldvorming van de nieuwe bisschop in de mediarel, die losbrak. Men heeft om zo te zeggen goed gescoord.
Breder
De heer Van Schaik heeft zich intussen verweerd en gezegd, dat hij als journalist slechts zijn werk heeft gedaan. Van Schaik zelf is praktiserend rooms katholiek. Bij informatie bleek ons dat hij 'behoudend katholiek' is. Maar men mag zich afvragen wat de auteur ten opzichte van zijn kerk heeft beoogd met de golf van negatieve publiciteit, die hij losmaakte. De journalist heeft het hier gewonnen van de kerkmens.
Daarom laat ik nu de affaire om de roomse bisschop voor wat die is. De rel, die is ontstaan, heeft in dit geval niets te maken met het feit, dat Van den Heuvel de kerken 'een regelrechte ramp op mediagebied noemt.' Hier gaat het om de rol van de media zelf.
Op de vraag of er christelijke media moeten bestaan antwoordt de oud-Varaman Van den Heuvel intussen wel bevestigend. Want, zegt hij: ' Er zijn thema's, die slecht liggen bij het publiek – kerken noemen dat profetische onderwerpen – en dan is er iemand nodig die, soms brakend van angst en ellende, ze toch aan de orde durft te stellen. Zo'n man of vrouw moet publiekelijk op het schild worden geheven door media die hun beleid niet alleen laten bepalen door de kijk-, luister- en leescijfers maar die desnoods bereid zijn om zich omwille van de harde waarheid aan het kruis laten nagelen'. Dat is niet slecht gezegd door de ex-dominee, die ooit kerkleider was in de Hervormde Kerk. Al zal Van den Heuvel met die 'harde waarheid' ongetwijfeld op andere zaken doelen dan anderen binnen de kerken urgent achten. Feit is, dat Van den Heuvel hier met zoveel woorden het goed recht van de christelijke media onderkent. Dat mag opmerkelijk heten voor iemand, die toch in de traditie van de Doorbraak – de doorbraak van christenen naar niet christelijke organen en organisaties – staat. Die organen blijken dus kennelijk niet alles uit de kerken meer op de juiste wijze voor het voetlicht te kunnen brengen. Dat is vandaag dan nog zacht gezegd. Vaak ontbreekt de meest elementaire kennis van waar het in de kerk(en) om gaat.
Dit betekent intussen, dat we ook de vraag moeten stellen hoe de christelijke media ten opzichte van de kerken staan. Helaas moeten we dan in de protestants-christelijke wereld over kerken (meervoud) spreken, terwijl Rome door de media gemakkelijker te hanteren valt, omdat daar de kerk één gebleven is en verschillen zich slechts intern voordoen. De kerkelijke verdeeldheid maakt de functie van de christelijke media gecompliceerder. De media staan ten opzichte van de kerken onafhankelijk. De vraag is wel of ze het welzijn van de kerken willen dienen in een verantwoorde berichtgeving en commentaar.
Ethiek
Dolf Lok, sinds 1997 opleidingsmanager van de opleiding Jouralistiek en Voorlichting aan de Christelijke Hogeschool Ede, bracht dezer dagen een mooi boekje op de markt, getiteld Kissing Lips, 'spreuken voor spraakmakers', waarin hij aan de hand van het Spreukenboek ethische richtlijnen trekt voor de journalistiek. Hij merkt op, dat Nederland 'rijk gezegend' is met christelijke media. Hij zegt er het volgende over:
'Duizenden mensen willen een eigen dagblad, honderdduizenden een eigen omroep. Media met een "eigen" geluid, gebaseerd op de Bijbel, het Woord van God. Door die media willen ze goed voorgelicht worden. Alle aspecten worden belicht en de christelijke invalshoek wordt niet vergeten, zoals bij vele andere media. Op grond van eerlijke, betrouwbare en niet-eenzijdige informatie kunnen lezers en luisteraars hun standpunt bepalen.
Christenen zijn ervan overtuigd, dat deze wereld niet zomaar en niet om zichzelf bestaat. God heeft hem geschapen en Hij schiep de mensen om Hem op die aarde te dienen. De aarde is ook niet het eindstation, net zomin als de dood het einde is voor mensen.
Wie daar weet van heeft, plaatst het gebeuren, in z'n kleine en in de grote wereld, in dat kader. Bijbels gezegd: in de kaders van het Koninkrijk Gods.
Zo'n visie geeft ruimte en perspectief voor nu en voor de toekomst. Daar is niets bekrompens aan. Een christen is echt gelukkig christen te mogen zijn, weet te hebben van deze grote en blijde dingen. Hij kan dat dus ook niet voor zichzelf houden. Sterker: hij mag het niet voor zichzelf houden, dat heil moet alle mensen verkondigd worden.
Dat doet een christen in z'n eigen omgeving, voorts ook vanuit de kerk, maar ook in z'n werk. Journalistiek en communicatie bieden daarvoor uitgelezen kansen. Vanzelfsprekend is dat niet alleen getuigen, een christelijke krant is in de eerste plaats een professionele krant. Dat is de adeldom die verplicht. Maar het is ook een krant met een duidelijke christelijke boodschap, uitkomend in de keuzes van het nieuws, de belichting daarvan en de commentaren. Het blijkt uit het advertentiebeleid, uit de foto's, het taalgebruik en heel de sfeer. Het komt ook sterk tot uitdrukking in de onderwerpen, waarvoor deze krant wel expliciete aandacht vraagt, terwijl die elders allang "uit de mode" zijn. En het medium schuwt een stevige discussie over heikele punten niet. Dat scherpt de lezers op.
Nederland is rijk gezegend met christelijke media, 't Is te hopen dat Nederland er zuinig op is en de veelkleurige afspiegeling van de bevolking in de media koestert. Wat dat betreft is de toekomst niet zorgeloos.'
Juist ook bij de christelijke media luistert het nauw als het gaat om het naar buiten brengen van een beeld van de kerken. Want ook hier geldt, dat de media meer publieke invloed hebben dan de kerken zelf. Ik schrijf hier bewust ook kerken (meervoud). De media samen zijn verantwoordelijk voor het beeld, dat ze van de kerken naar buiten brengen (of in wat ze aan positieve zaken verzwijgen). De kerken hebben geen macht. De media hebben het wel.
Het is, globaal genomen, immers zo, dat mensen zich laten voorlichten door hun dagblad of hun omroep. Die liggen ook altijd voor. Ook bij de christelijke media ligt het journalistieke 'beest' op de loer. Ook daar wil men de primeur van wat nieuws is, in het slechtste geval wat pikant is voor de lezers. Kerkelijke bladen hebben altijd een tweede positie en in het algemeen een kleiner lezersbereik. Waarbij vandaag nog komt, dat die media zich niet beperken tot het directe journalistieke terrein, maar ook nevenactiviteiten of nevenorganen hebben. De invloed van de media, ook van de christelijke media, is groot.
Uit wat vandaag in de seculiere media omgaat, gaat lering uit voor de christelijke media. Ze zijn (inderdaad) geen 'dienstboden' voor de kerken. Maar als zij ook zouden willen scoren met spraakmakende, opzienbarende of provocerende publiciteit ten aanzien van de kerken, waaruit de journalisten zelf voortkomen en wier welzijn ze als leden der gemeente op het oog dienen te hebben, is er iets grondig mis. De publiciteit rondom bisschop Eijk is hier een teken aan de wand. Ze werd op gang gebracht door iemand, die behoort tot de kerk, waarbinnen de aangeklaagde – want dat was hij – moet functioneren.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's