Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (5)
Een vorig keer schreef ik iets over de weerhouder zoals hij ons in 2 Thessalonicensen wordt voorgehouden.
Deze weerhouder draagt er zorg voor dat de antichrist zich enigszins moet inbinden. Dankzij de weerhouder gaat de prediking van het Evangelie door. Deze bewarende macht draagt er zorg voor dat het welbehagen des Heeren door Zijn hand gelukkig en gelukkend voortgaat! Met andere woorden: het Evangelie dringt door in de harten van mensen. De ruiter op het witte paard (Openbaring 6) doet Zijn gezegend werk. Jongeren en ouderen worden als parels aan de Middelaarskroon van Koning Jezus gehecht. Het Evangelie wordt gepredikt en in vervulling gaat dat het zaad der wedergeboorte wortel naar beneden schiet en naar boven vrucht voortbrengt.
Op dit alles valt niets anders te zeggen: Lof zij het Lam!
Hoe lang nog?
De vraag doet zich aan ons voor, hoe lang deze bewarende macht (de weerhouder) nog onder ons zal zijn.
Niet alles mag onder de noemer van de secularisatie gezet worden. Toch denk ik dat het één van de oorzaken is waardoor de weerhouder verdwijnt.
Bij zeer velen beperkt het wereldbeeld zich tot het hier en nu. Op een of andere manier kan men niet meer omhoog zien. Het lijkt wel alsof men het oog alleen nog maar naar beneden kan slaan. Dat dit gevolgen heeft zal duidelijk zijn. Met al de vezels van het bestaan klemt men zich vast aan wat deze wereld te bieden heeft. Vooral aan wat zij aan genot te bieden heeft! Het hedonisme (zucht naar genot) is in onze tijd geen geringe stroming.
Men kan begrijpen dat het Evangelie moeilijk doordringt in een wereld waar men alleen maar leeft bij: hier beneden is het wel. Er is geen opening naar God.
Wanneer alle verwachting op Gods toekomst ontbreekt, kan men zich alleen maar tot de wereld wenden en het daarvan verwachten. In een wereld waarin met God en Zijn dienst geen rekening wordt gehouden leeft men bij de leus: dood is dood.
Wat zeker is: de secularisatie verslaat zijn duizenden en meer. Ook onze gezinnen en gemeenten gaat ze niet voorbij. Wij moeten er maar eens opletten, hoevelen er met ons in onze jeugd meegingen naar de kerk. Evenals wij hebben zij belijdenis gedaan. Ook hebben zij evenals wij aan het avondmaal deelgenomen. En nu… zijn ze in geen velden of wegen meer te bekennen. Met ons hebben zij gezongen: 'God heb ik lief…', misschien zelfs uit volle borst, maar zij zijn een kant opgegaan die van God en Zijn dienst afvoerde. In plaats van vóór Christus laten zij door hun leven zien tégen Hem te zijn.
Dat is een triest gebeuren! En dat komt niet in één gezin of familie voor, maar in zeer vele. Het verdrietige is dat zij nergens meer op zijn aan te spreken. Want als men dit doet, wordt men óf uitgelachen en voor simpel gehouden óf men wordt boos.
Moet men niet zeggen dat de weerhouder is weggevallen en het woord van Jezus zeer ernstig genomen moet worden: 'Wie niet voor mij is, is tegen mij?'
Ik schreef: de secularisatie verslaat zijn duizenden en meer. Het trieste is dat wij als kerken daarop geen antwoord hebben. Wij weten geen dam op te werpen om de secularisatie een halt toe te roepen. Ook weten wij de geseculariseerde mens moeilijk te bereiken. Het lijkt wel alsof ons de woorden ontbreken. Of moeten wij zelf misschien weer leren alleen van genade te leven, zoals ds. W. Dekker onlangs in ons blad schreef.
Zijn wij soms veel te zelfgenoegzaam? Zien wij niet om ons heen, hoevelen ten dode toe wankelen (Spreuken), omdat het wellicht in onze gemeente nog goed gaat.
Laten wij ons niet verkijken op de redelijk gevulde kerkgebouwen bij ons. Deze zelfgenoegzaannheid past ons niet! Zij is ook verkeerd. Want wij moeten er maar eens op letten dat er in onze gemeente méér niet naar de kerk gaan dan dat er op zondag wél komen.
Een ook al gaat het vandaag in onze gemeenten nog redelijk goed, het kan er over enige jaren wel eens heel anders uit zien. Want het verval is in volle gang!
Quis non fleret? Wie zou niet wenen. Drs. A. Vergunst zei dit eens met het oog op de vele kerken die alleen de naam 'gereformeerd' dragen, maar gescheiden optrekken.
Ik zeg het in een ander verband nl. met het oog op de weerhouder die langzaam maar zeker aan het verdwijnen is.
Ik durf niet te zeggen dat hij totaal verdwenen is. Ik moet voorzichtig zijn. Maar men kan de indruk van een langzaam verdwijnen niet bij mij wegnemen, ook als ik zie op het grote verval dat plaatsvindt in de kerken. Wij moeten ons geen zand in de ogen laten strooien door te zeggen dat het nog wel meevalt. Het valt niet mee! En dat niet alleen vanwege de secularisatie, maar ook ten gevolge van de boodschap die geen boodschap meer is. Althans… geen boodschap voor het hart.
Ergens is het dan ook te begrijpen dat mensen afhaken als zij stenen voor brood krijgen aangereikt. Stenen zijn onverteerbaar. Het hart wordt alleen gevoed en verzadigd door het Levende Brood dat uit de hemel is neergedaald: Jezus Christus. Dat bij dit alles de schriftkritiek een zeer verwoestende rol speelt, behoef ik niet verder duidelijk te maken.
Waakzaam
Al meer dan eens heb ik in de vorige artikelen geschreven dat wij waakzaam dienen te zijn. De Heiland Zelf zegt ons alert te zijn.
Als het waar is dat de weerhouder langzaam maar zeker aan het verdwijnen is, dan kan men niet bevreesd genoeg zijn voor de antichrist. Laatstgenoemde zal zijn slag slaan waar hij kan!
Men onderschat de antichrist als men hem alleen maar ziet als een idee-fixe. Dit laatste wil zeggen: een denkbeeld dat zich bij ons vastzet. Maar let wel: een denkbeeld is een denkbeeld. Het kan ons angst aanjagen, maar het behoeft geen realiteit te zijn. Het kan een projectie van angst voor het kwaad zijn.
Zo is het met de antichrist niet! Zo is het ook met de satan niet. Het beest uit de zee zoals ons dit in het boek Openbaring wordt opgetekend is een realiteit (werkelijkheid).
Maar er is nog iets wat wij niet moeten vergeten. De antichrist moet niet alleen een plaats gegeven worden kort voor de wederkomst van Christus. Alle eeuwen gaat hij tegen God in. In alle tijden en op alle plaatsen probeert hij niet alleen het werk van God verdacht te maken, maar zal hij zelfs niet nalaten 's Heeren werk te verwoesten. Hij heeft slechts een doel voor ogen: God weg en hij op de troon. Niet Jezus is Kurios (de Heere die alle macht heeft in de hemel en op de aarde) maar hij begeert kurios te zijn.
Wat is dan het verschil tussen het werk van de antichrist al de eeuwen door en kort voor de terugkeer van Jezus op de wolken des hemels? Kort voor de wederkomst zal hij alle macht die hij bezit aanwenden om de kerk – zo het mogelijk is – totaal te verwoesten. Hij zal dan laten zien welk een verschrikkelijke macht hij nog heeft. Hij zal in die dagen voor de terugkeer van Jezus zo tekeergaan dat die dagen zullen worden verkort om der uitverkorenen wil. Hoewel er geen afval is der heiligen, zullen toch ook zij de macht van de antichrist ondervinden. Hij zal ze pogen te verleiden, maar – Gode zij dank – de Heere Zelf staat voor Zijn kerk in. Nooit zouden zij staande blijven als het van hen afhing. Achter de grijpgrage klauwen van de antichrist zijn echter de doorboorde Middelaarshanden van Jezus Christus. Hij zorgt ervoor dat de Zijnen geen kwaad overkomt. Zijn doorboorde Middelaarshanden staan ervoor in dat de Zijnen in Vaders handen staan gegraveerd. Nooit of te nimmer zijn ze daar uit te wissen.
Dat wil niet zeggen dat de antichrist het ze in die dagen niet moeilijk zal maken. Misschien dat zij vele martelingen naar het lichaam en naar de geest moeten ondergaan. Niettemin… Jezus hun Heere en Heiland zegt: 'Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld'.
Naast deze bemoediging blijf ik benadrukken: weest waakzaam! Het kon wel eens zijn dat de antichrist bezig is zijn verwoestend werk te doen. Er zijn zéker tekenen in de samenleving, in de kerk alsmede in de wereld, die daarop wijzen.
Een ieder hebbe zijn ogen open en lette op wat er zo al gebeurt.
Hoe is hij te zien?
Alle eeuwen door heeft men zich de vraag gesteld: is de antichrist een persoon óf moet men veeleer denken aan een bepaalde antigoddelijke c.q. antichristelijke stroming.
Ik zeg niet dat het onmogelijk is, maar ik denk dat wij voorzichtig moeten zijn om de antichrist te vereenzelvigen met een persoon. Daarmee sluit ik niet uit dat een persoon iets van de antichrist aan zich of in zich kan hebben. Maar om dan te zeggen: hij of zij is de antichrist, gaat mij iets te ver.
Om die reden zeg ik dan ook dat het nog niet zo eenvoudig zal zijn om de antichrist te identificeren (vereenzelvigen) met een persoon.
Toch zal hij te herkennen zijn. Waaraan zal dit zijn? Hij zal te herkennen zijn aan de strijd die hij voert op leven en dood. Hij heeft slechts één verlangen om het gehele rijk Gods aan de kant te zetten en te vernietigen. Waarom? Omdat hij God Zijn eer niet gunt en de kinderen Gods niet hun eeuwig geluk. De Koning en Zijn rijk moeten verdwijnen.
De strijd tussen het rijk van God en dat van de boze zal steeds heftiger worden. Echter… er komt een einde aan! De kerk des Heeren zal zingen: 'Maar de Heere der heren doet ons triomferen. Hij geducht in macht'. Daarom: het gaat goed, want Jezus is Koning. (Wordt vervolgd.)
G. S. A. de Knegt, B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's