Namen noemen (8)
LOT
Lot is een heel eind meegegaan op de geloofsweg met zijn oom Abram. Van Ur naar Haran en uiteindelijk naar KanaƤn. Maar daar scheiden zich de wegen. Op de tweesprong kiest hij voor wat zijn ogen aan lieflijks zien liggen in de vlakte van Sodom, die er in de verte uitziet als de 'hof des HEEREN'. Terwijl oom Abram geen keus maakt, maar de HEERE zijn keus laat bepalen. Nee, Lot gaat echt niet in Sodom wonen. Hij slaat zijn tenten op 'tot aan Sodom toe'. Maar voor hij het goed en wel weet, woont hij midden in de stad van goddeloosheid, en als de HEERE niet had gered, was hij er ook mee ondergegaan. Zijn vrouw kijkt toch nog om, op de vlucht, en verandert door Gods gestrenge gericht in een zoutpilaar, op de dag dat de HEERE vuur en zwavel laat regenen over Sodom en Gomorra.
We krijgen eigenlijk niet zo'n duidelijk beeld van deze neef van de vader aller gelovigen. Zou dat iets te maken hebben met zijn naam? De betekenis van die naam is overigens ook niet echt helder te herleiden. De meest waarschijnlijke herleiding van de naam 'Lot' is om hem in verband te zien met een woord dat 'verhulling' of 'sluier' betekent. Deze betekenis past in zekere zin ook wel goed bij zijn persoon. Het geloof, dat in zijn oom zo heerlijk tot uiting komt, is er bij Lot ook wel, maar dan zo heel versluierd en bedekt. Lot wordt door de apostel Petrus in zijn tweede brief als een positief voorbeeld aangehaald. Hij noemt hem: 'de rechtvaardige Lot, die vermoeid was van de ontuchtigen wandel der gruwelijke mensen' (2 Petrus 2 : 7). Lot behoort met zijn gezin toch tot het getal der rechtvaardigen in Sodom, dat uiteindelijk te weinig blijkt te zijn om de stad te sparen. Maar dat hij nu zo openlijk voor zijn overtuiging uitgekomen is, daar is niet direct aanwijzing voor. Het geloof heeft bij hem iets 'bedekts'. Dat blijft het ook houden nadat hij door Gods genadige hand uit Sodom is gered. Uit de trieste aangrijpende geschiedenis van de wijze waarop zijn naam in de nageslachten wordt voortgeplant, de verwekking van Moab en Ben-Ammi bij zijn eigen dochters (Gen. 19), wordt op een onverhulde wijze duidelijk dat Gods rechtvaardigen van en in zichzelf grote zondaren zijn en blijven.
De Heere Jezus gebruikt de geschiedenis van Lot als waarschuwend voorbeeld voor de mensen van zijn dagen. Wij luisteren naar zijn prediking van de wederkomst en horen hoe hij daarbij het voorbeeld van Lot en zijn vrouw centraal stelt: 'Desgelijks ook, gelijk het geschiedde in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op den dag, op welken Lot van Sodom uitging, regende het vuur en sulfer van den hemel, en verdierf ze allen. Even alzo zal het zijn in den dag, op weiken de Zoon des mensen geopenbaard zal worden, in dienzelven dag, wie op het dak zal zijn, en zijn huisraad in huis, die kome niet af, om hetzelve weg te nemen; en wie op den akker zijn zal, die kere desgelijks niet naar hetgeen, dat achter is. Gedenkt aan de vrouw van Lot'. Deze vermaning heeft niets 'bedekts' in zich, maar is een heldere en duidelijke oproep om alle versluiering af te werpen en bereid te zijn voor de dag van Zijn toekomst.
M. A. van den Berg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's