Wapen – geen actiemodel
Het gebed
Bij oppervlakkige lezing van Efeze 6 lijkt het gebed niet tot de geestelijke wapenrusting te behoren. Tot die uitrusting, om de strijd aan te binden tegen de overheden, de machten, de geweldhebbers van de wereld en van de duisternis der eeuw en tegen de geestelijke boosheden in de lucht, worden gerekend: de waarheid als gordel, de gerechtigheid als borstwapen, het Evangelie van de vrede als schoeisel, het geloof als schild, de zaligheid als helm en het Woord Gods als zwaard.
In deze reeks ontbreekt het gebed. Maar het gebed komt direct daarna te krachtiger aan de orde: 'Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in de Geest…', (vs. 18). Als Paulus de Efeziërs de wapenen heeft aangedaan – zegt Calvijn – dan leert hij ze met gebeden strijden. Want de aanroeping van God is, zegt hij, 'de voornaamste oefening van het geloof en van de hoop'. Maar dan ook: Altijd bidden, voortdurend, zonder ophouden.
Het leven kennende zegt Calvijn verder, dat als mensen in tijden van voorspoed 'gerust en blij' zijn, ze er gewoonlijk niet aan denken om te bidden: 'ja wij vlieden nimmer tot God, dan door tegenspoed gedwongen zijnde'. Altijd bidden is bidden in tijden van voorspoed en van tegenspoed, zegt hij.
Zo behoort het gebed wel terdege tot de hele wapenrusting, die nodig is om weerstand te kunnen bieden aan de machtige verleidingen en dreigingen van de tijd, waarin men leeft. En dan niet alleen bidden voor zichzelf, voor de broeders en voor de voorgangers ('en ook voor mij', vs. 19). Maar ook voor anderen. Die worden niet uitgesloten, zegt Calvijn. Hier mag ook worden gedacht aan 'koningen en allen die in hoogheid zijn' (1 Tim. 2 : 2).
Golf van verontrusting
Er is dunkt mij aanleiding om de integrale betekenis van het gebed in de geestelijke strijd, die gaande is, te benadrukken. Dat geldt zowel het gebed in de binnenkamer als het openbare gebed in de zondagse eredienst en andere samenkomsten van de gemeente.
We zijn als christenen in dit land van meerderheid minderheid geworden. Dat komen we aan de weet. Nochtans is dat is niet het belangrijkste. De heilzame waarden van het Evangelie – voor alle mensen ten goede – worden één voor één vervangen door tegenwaarden, die de samenleving ondermijnen. Machten der duisternis krijgen steeds meer vrij spel. Ze bedreigen het persoonlijke leven en dat van de samenleving. Ook christenen gaan – zo blijkt telkens weer – voor de bijl onder de dictatuur van moderne machten. Er is sprake van secularisatie in het algemeen maar ook van aangrijpende nederlagen in de geestelijke strijd, die gaande is, binnen de gemeente.
In dit alles verliest de overheid steeds meer haar weerhoudende functie (2 Thess. 2) tegenover antichristelijke machten. Zo het volk overigens, zo de priester (Hos. 4 : 9, Jes. 24 : 2). De overheden staan in Efeze 6 niet voor niets in de rij van de machten en de geestelijke boosheden in de lucht!
Van tijd tot tijd breekt een golf van verontrusting los over voorstellen van de regering. Dat gebeurt nu, vanwege het ingrijpende karakter van de voorstellen, die beogen de grens voor de toelaatbaarheid van abortus provocatus te verlengen tot vier en twintig maanden en de leeftijd, waarop iemand zelf het beslissingsrecht heeft om het leven te beëindigen, te verlagen tot twaalf jaar. Deze voorstellen zijn een stap verder op een hellend vlak, dat reeds jaren geleden werd ingezet, toen abortus provocatus werd gelegaliseerd en vervolgens de mogelijkheid van euthanasie wettelijk werd geregeld. Nadat de verontruste stem in de samenleving een tijdlang was verstomd is er nu opeens (terecht) een schrikeffect. Er is echter, gegeven de ontwikkelingen, alle aanleiding om het wapen van het gebed voortdurend te dragen en te hanteren.
Reactie
De vraag is of er inderdaad sprake is, persoonlijk en publiekelijk, van dat gedurig gebed. Geldt hier ook niet wat Calvijn zei, dat in tijden van voorspoed, in ieder geval in tijden, waarin er niet zoveel aan de hand is, de noodzaak voor gebed minder wordt gevoeld?
Behalve het maatschappelijk protest – de regering heeft zelf om breder reactie op haar voorstellen uit de samenleving gevraagd – is er juist nu ook alom de oproep tot gebed. Aan de vooravond van prinsjesdag deze week zijn derhalve in korte tijd op veertig plaatsen gebedsdiensten georganiseerd (wat het aantal betreft ga ik af op berichtgeving in het RD). Het had alles een zeer incidenteel karakter. De diensten voltrokken zich bovendien binnen een kleine sector van de samenleving. Waar is de tijd gebleven dat nationale bidstonden vanwege 'de nood der tijden' in ons land werden uitgeschreven. Het werd door de (nationale) kerk, soms op verzoek van de overheid gedaan.
Op speciale gebedsdiensten moeten we wel zuinig zijn. Al te gemakkelijk komt er gewenning en slijtage. Want aanleidingen ertoe zullen zich steeds meer aandienen. Maar bovendien behoren ze toch een ultieme expressie te zijn van het 'altijd bidden' voor volk en overheid, het altijd dragen van de geestelijke wapenrusting om de tijdgeest te kunnen weerstaan?!
Daar komt bij, dat de gebedsdiensten, gegeven het tijdstip waarop ze werden gehouden, ook in het teken hebben gestaan van het maatschappelijk protest, dat gaande is. Het publieke gebed als ondersteuning van een maatschappelijke beweging, die de publieke zaak van Christus aangaande het leven wil dienen, is hier op zijn plaats en geboden. Als het gebed zelve maar niet iets krijgt van een actiemodel. Het publieke, gemeenschappelijke gebed heeft altijd een kwestbare kant. Er zit niet alleen een publieke maar, zeker in onze tijd, ook een publicitaire kant aan. Het gebed vindt plaats 'op de hoeken van de straten' en krijgt gemakkelijk een onzuivere uitstraling. Wie heeft de 'organisatie' ervan ter hand genomen? Was het een goede dienst? 'Was het vol?'
Ik zeg deze dingen achteraf. Afgezien van het feit, dat vanwege de korte tijd van voorbereiding een reactie vooraf niet mogelijk was, mocht naar mijn oordeel een spontaan gebeuren, gericht op een heilige zaak als bidden, niet doorkruist worden met allerlei vragen.
Deze opmerkingen mijnerzijds willen dan ook slechts bedoeld zijn ter bezinning op de wijze, waarop we met het publieke, gemeenschappelijk gebed inzake ontwikkelingen in onze samenleving omgaan. Het gebed is een geestelijk wapen, geen actiepunt.
In de tijd, waarin de maatschappij-kritische theologie nog furore maakte, werd in Duitsland het politieke avondgebed gehouden. Dorothee Sölle publiceerde er een boek over. Het gebed onderdeel van maatschappelijke actie. Vandaar!
Nationaal
Het zou een grote zaak zijn wanneer kerken samen, met terugdringing van allerlei gevoeligheden inzake eigen identiteit, waarbij met die gevoeligheden wel wordt rekening gehouden, tot een nationale dag van verootmoediging zouden kunnen komen vanwege de ontwaarding van onze samenleving op allerlei terreinen. De hervormde synode heeft een geschrift inzake normen en waarden toegezegd. Het is er niet van gekomen. Zou het nog mogelijk zijn, dat de historische kerk van de Reformatie, in het licht van haar eigen betekenis met betrekking tot de oorspronkelijke grondslagen van onze natie, tot het uitschrijven van een nationale gebedsdag zou kunnen komen, waar andere kerken van heler harte bij aansluiten? Zouden andere kerken het kunnen doen? Dan zouden bidstonden een ander karakter krijgen dan wanneer ze incidenteel, gedragen soms door maatschappelijke organisaties, worden belegd.
Misschien moet dan eerst wel gebed worden gevraagd om verootmoediging te leren inzake de wijze, waarop we vandaag kerk zijn. Ongenuanceerd gezegd: verdeeld, verwereldlijkt, zonder onderlinge liefde, zelf bedreigd door en soms gevangen in het moderne levensgevoel, zonder aansprekend getuigenis naar buiten. Want het oordeel begint bij het huis Gods. Kunnen we in de kerken nog samen bidden in schuldbelijdenis en verootmoediging? Zo niet, dan krijgt publiek gebed ook snel iets van zelfbevestiging van groepen en – nog een stap verder – van zelfverheffing.
Of bidden helpt
Bij het gebed kan het ook niet zo zijn, dat het effect ervan te meten is. Gebedsdiensten aan de vooravond van prinsjesdag zouden het gevaar in zich kunnen bergen, dat men de volgende dag, of in de weken erna, de vrucht ervan zou willen zien. 'Zo bezien kan gemakkelijk de vraag opkomen of bidden helpt. Het niet zien van gevolgen kan moedeloosheid oproepen bij bidders en schouderophalen bij de wereld. Gebed is echter toch niet op effect gericht?! Gebed is de hoofdzaak bij de hantering van de geestelijke wapenrusting. Nood wordt uit handen gegeven. Hoe gebeden uitwerken geven we ook uit handen. Het gedurige gebed is wezenlijker dan het incidentele gebed.
Prof. dr. A. A. van Ruler nam in zijn eerste gemeente Kubaard van tijd tot tijd op de publieke tribune van de gemeenteraad plaats. Als men hem vroeg, waarom hij dat deed, zei hij: 'ik bid elke week voor jullie in de kerk, nu wil ik wel eens zien wat jullie ervan maken'. Bidt zonder ophouden, gebed zonder einde! En nog altijd geldt, dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's