Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (6)
Een vorig keer heb ik uitvoerig stilgestaan bij de antichrist. Het zal nog niet zo eenvoudig zijn om hem als persoon te ontwaren. Dat wil niet zeggen dat hij niet te herkennen zal zijn. Herkenbaar zal hij zijn aan de geweldige strijd die hij voert met het rijk van God. Naarmate de komst van Jezus op handen is, zal deze strijd feller worden.
De handen van de antichrist zullen zich zelfs uitstrekken naar de gelovigen. Toch zullen zij niet tot de buit van de antichrist behoren.
Dat heeft als oorzaak dat over de handen van de antichrist heen de doorboorde handen van de Middelaar zich uitstrekken naar de Zijnen. Die doorboorde handen vertellen: 'Vreest niet, want Ik heb de wereld, dus ook de antichrist, overwonnen'.
Dankzij de doorboorde handen van Jezus Christus zal de veilige thuishaven bereikt worden. Jezus Christus staat er voor in! Hij staat er Borg voor!
Het wil intussen niet zeggen dat de veilige thuishaven zonder slag of stoot zal worden bereikt.
Door vele verdrukkingen gaan de gelovigen het Koninkrijk in! Zowel letterlijk als figuurlijk kunnen die verdrukkingen opgevat worden. Wat dat betreft zegt het laatste bijbelboek óók hierover het nodige. Niettegenstaande komen de gelovigen thuis. Zij zullen de eerkroon dragen.
Van belang is erop te letten dat de antichrist in aantocht is. Misschien is het beter te schrijven dat hij al is begonnen met zijn verwoestende activiteiten.
Tot troost zij vermeld dat de antichrist een bepaalde tijd is gegeven. Hij kan niet verder noch langer te keer gaan dan God heeft bepaald. Ook staat er geschreven dat om der uitverkorenen wil de dagen worden verkort.
Positief
De signalen van Jezus' wederkomst zijn veelal negatief. Zowel in de Openbaring van Johannes als in het Evangelie naar de beschrijving van Mattheüs is dit duidelijk op te merken. Ook de brieven van de apostelen laten ons dienaangaande niet in het onzekere.
Toch moeten wij niet alleen aandacht hebben voor de negatieve signalen. Er zal in de eindfase van de wereldgeschiedenis een gering aantal positieve signalen op te merken zijn. Inderdaad, het aantal is gering in tegenstelling tot de negatieve signalen waarvan er zovele in de Schrift staan geschreven.
Men laat zich echter moed ontnemen als men geen oog heeft voor de positieve tekenen. Juist deze tekenen zijn gegeven opdat er niet alleen moed, maar ook troost uit geput zal worden.
De eindtijd laat ons niet alleen maar 'kommer en kwel' horen en zien. Heel positief in die tijd is iimners de loop van het Evangelie.
In dit verband denk ik aan Openbaring 6. In dat hoofdstuk wordt ons een aantal verschrikkelijke tekenen vermeld. Verschrikkelijk, omdat die tekenen dood en verderf inhouden. Toch valt er juist aan het begin van dit hoofdstuk iets bijzonders te lezen. In Openbaring 6 : 2 lezen wij: 'En ik zag, en ziet een wit paard, en Die daarop zat, had een boog, en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwon'.
Het Evangelie zal zijn werk doen. De verhoogde Christus zegent de verkondiging. De harten van jongeren en ouderen zullen worden 'ingewonnen' voor Koning Jezus. Zegenrijk is de tocht van het Evangelie door de wereld.
Dat de verkondiging van het Evangelie er zal zijn tot aan de terugkeer van Jezus Christus op de wolken des hemels, lezen wij duidelijk in Mattheüs 24 : 14: 'En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen'.
Laten wij dit positieve signaal niet onderschatten! Zelfs niet als de boze kracht bijzet aan de andere signalen.
Oog voor de loop van het Woord
De boodschap gaat uit tot aan de einden van de aarde. Overal moet worden verkondigd dat Jezus is Kurios (de Heere die alle macht heeft in hemel en op aarde). Ook moeten overal ter wereld jongeren en ouderen horen dat Jezus Christus Zijn leven heeft gegeven om zondaren zalig te maken.
Het Evangelie moet dus overal en aan eenieder gebracht worden. Daarin behoeft men niet selectief te werk te gaan. Overal waar God gelegenheid geeft om het Woord te brengen, moet deze gelegenheid met beide handen worden aangegrepen. Ook mag en moet het heil overal en aan eenieder niet minimaal, maar maximaal worden aangeboden. Dat daarbij gesproken wordt over geloof en bekering, zal duidelijk zijn. Echter… men zal daarin geen beperkingen aanbrengen!
Het Evangelie behoort onvoorwaardelijk gebracht te worden. De Heere stelt geen voorwaarden! Dat moeten wij dan ook maar niet doen. Hier in de prediking niet en ergens anders in de wereld niet.
Laat die boodschap maar ruim en mild uitgaan tot aan de einden van de aarde. In de veelheid van de onderdanen bestaat de heerlijkheid van Koning Jezus.
Het moet ons daarom tot vreugde zijn als wij horen dat het zendingswerk zich uitbreidt en vooral als wij dan ook nog zien dat God Zijn eigen werk zegent. Want let wel: het werk van de zending is een werk van God. Hij heeft weliswaar aan Zijn Kerk de opdracht gegeven om het Evangelie overal ter wereld te verkondigen, niettemin blijft het Zijn werk. Het heeft alles met Zijn welbehagen te maken, waarvan wij in Jesaja 53 lezen dat Zijn welbehagen door Zijn hand gelukkiglijk voortgaat. Het Evangelie behoort – zoals ik schreef – gebracht te worden tot aan het einde der aarde. Dat zal ook gebeuren, zoals er staat geschreven in de Schrift. Het zal zelfs gebeuren tot aan het einde van de tijden.
Het is niet onjuist op te merken dat vele volken reeds zijn bereikt met het Evangelie. Wie via zendingsbladen of anderszins de loop van het Woord in het oog houdt, zal er mee op de hoogte zijn dat er in deze eeuw méér volken zijn bereikt dan in de negentien eeuwen daarvoor.
Vele oorzaken zouden daarvoor te noemen zijn! Maar dit is toch wel de belangrijkste oorzaak als ik schrijf dat God in deze eeuw zovele geopende deuren heeft gegeven. Geopende deuren ver weg én dichtbij. Het lijkt wel alsof de Heere haast heeft! Dat is ook zo! Dat kan men duidelijk opmerken in het laatste bijbelboek, maar ik wil in dit verband toch ook noemen het Evangelie naar de beschrijving van Markus. In heel Markus is te lezen dat de zaak van het Koninkrijk haast heeft.
Ik heb met dit alles niets anders willen aangeven dan dat wij naarstig de loop van het Evangelie in het oog houden als wij een Maranathachristen zijn. Wanneer wij alleen leven voor het hier en nu zullen wij geen oog hebben voor de verkondiging van het Evangelie en de daarmee gepaard gaande uitbreiding van het Koninkrijk Gods. Echter… wanneer wij vol verlangen en reikhalzend uitzien naar Jezus' komst (Art. 37, NGB) en het Maranatha uit de Openbaring (22) diep in ons hart leeft, zal de loop van het Woord Gods ons zeer ter harte gaan.
Ook is het 'Uw Koninkrijk kome' ons bijzonder op het hart gebonden.
Wat duidelijk is: het is een goede zaak om in de eindfase van de wereldgeschiedenis oog te hebben voor de bewegingen van de zending.
Er is in onze tijd veel te zien en te horen. Men doet zichzelf tekort, maar in indirecte zin ook het Koninkrijk van God als men voor alles en nog wat oog heeft, maar niet voor wat er elders in de wereld aan werk van God te horen en te zien is.
Wie de Heere verwacht, leest naast de Bijbel – zoals ik eerder schreef de krant – maar die laat zich over de loop van het Woord ook informeren via diverse media. Niemand behoeft onkundig te blijven!
Niet aan de kant blijven staan
Wie oog heeft voor de loop van het Woord, zal een hartelijke betrokkenheid hebben op het werk van de zending. Niet dat eenieder altijd uitgezonden kan worden. Dat kan niet en dat behoeft ook niet. Toch zal men participeren in het werk van de zending. Naast het zich laten informeren zal er de geldelijke bijdrage zijn, maar vooral het gebed.
Missionair bewust zijn bestaat niet altijd in iets opzienbarends. Missionair bewust zijn wil vooral zeggen dat er een voortdurend gebed opgaat voor alle werk in Gods Koninkrijk. Er wordt – om zo te zeggen – door het biddende thuisfront even hard gewerkt als door al de mensen overzee die namens ons zijn uitgegaan.
Hoe meer gebed, hoe meer missionair bewustzijn!
Let wel: niet alleen overzee wordt het Evangelie uitgedragen, maar ook in ons eigen land. Dat wordt gedaan van zondag tot zondag in de kerken, maar het wordt ook uitgedragen onder hen die van hun leven geen voet in de kerk hebben gezet.
De zending in eigen land moeten wij niet onderschatten. Het aantal mensen dat van God en gebod niet (meer) afweet, groeit helaas met de dag.
Het zal duidelijk zijn dat wij een taak hebben tegenover al die mensen die zonder God leven en zonder Hem dreigen te sterven.
Het is daarom verkeerd als wij wel oog hebben voor de bewegingen van de zending ver weg, maar minder of helemaal niet voor die in ons eigen land.
Wanneer wij een echte Maranathachristen zijn, staan wij niet aan de kant. In woord en daad zal men van ons horen én aan ons zien dat er geen beter leven is dan een leven met de Heere. Ook hier gaat het niet om spectaculaire (opzienbarende) dingen. Het gaat er maar om of wij in onze geseculariseerde omgeving een waar (oprecht) christen zijn, iemand die in eigen leven weet van die ene Naam die hemel en aarde verenigt tesaam. Het geven van een voorbeeld is wellicht tien keer of meer belangrijker dan het overhandigen van folders waarin veel goeds te lezen is. Woorden wekken, voorbeelden strekken.
Met dit alles wil ik maar zeggen: 'Laat uw licht alzo schijnen, opdat Uw Vader in de hemelen verheerlijkt wordt'.
(Wordt vervolgd)
G. S. A. de Knegt, B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's