De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aan de minister van volksgezondheid, welzijn en sport

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan de minister van volksgezondheid, welzijn en sport

6 minuten leestijd

Aan de minister van volksgezondheid, welzijn en sport
Mevrouw dr. E. Borst-Eilers
Parnassusplein 5
2511 VX Den Haag

GB/99/307/JvdG/EK
Huizen, september 1999

'Want ik koud het daarvoor, dat het lijden
van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen'de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden…
Want wij weten, dat het ganse schepsel tezamen zucht en tezamen als in barensnood is tot nu toe…
En wij weten, dat degenen, die God liefhebben alle dingen medewerken ten goede, namelijk degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn' (Romeinen 8 : 18, 22, 28)

Zeer geachte mevrouw Borst,

U bent niet onder de indruk van de kritiek, die de afgelopen weken is losgekomen op de voorstellen van het kabinet om in een laat stadium, na 24 weken, het afbreken van zwangerschap mogelijk te maken en om jongeren vanaf 12 jaar het recht op zelfbeschikking te geven inzake euthanasie. We citeren hier uit een gesprek met u in Trouw d.d. 10 september ll. Er is ook geen sprake van, zegt u in datzelfde vraaggesprek, dat het paarse kabinet met zijn voorstellen christelijk Nederland de oorlog heeft verklaard. De basis van de kabinetsvoorstellen is gelegen in, wat u noemt, 'de tolerante samenleving, een samenleving, waarin ieder de opvatting van anderen respecteert'. Concreet zegt u daarbij 'maar die tolerantie kan natuurlijk niet zover gaan, dat één groep Nederlanders kan zeggen: omdat dit in ons geloof niet is toegestaan, mogen anderen het ook niet'.


In dit schrijven wil het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk zich scharen in de rij van allen, die reeds fundamentele kritiek hebben geleverd op de kabinetsvoorstellen. Hierbij is de vraag of u – en daarin het paarse kabinet – al of niet de oorlog verklaart aan christelijk Nederland voor ons niet relevant. Het gaat om de vraag hoe het kabinet, blijkens deze voorstellen, met het menselijk leven omgaat. Dan kunnen we ten aanzien van deze voorstellen, die op rij staan met eerdere besluiten, niet anders dan een ingrijpende en aangrijpende verschuiving constateren ten opzichte van de christelijk-historische traditie in dit land en in onze Westerse cultuur.
Eeuwenlang was in onze samenleving beschermwaardigheid van menselijk leven in alle fasen van het leven onaangevochten. In een heel klein aantal jaren, gezien op de schaal van de geschiedenis van ons land en volk, is die beschermwaardigheid van menselijk leven, met name in de beginfase en in de eindfase, zwaar ter discussie gesteld. Dat geldt in de medische wereld, waar altijd de eed van Hippocrates symbool en garantie was voor die beschermwaardigheid. Het geldt ook voor de overheid, die de eeuwen door hoedster en beschermster van het leven was.
Wij moeten, tot ons grote verdriet, constateren, dat sinds het aantreden van het paarse kabinet de regering in dit land haar functie als hoedster van het leven meer en meer prijsgeeft. In toenemende mate komt met name op dit punt openbaar de breuk met de christelijk historische traditie, maar ook met de klassiek humanistische traditie in dit land. De beschermwaardigheid van menselijk leven staat niet alleen bij christenen hoog genoteerd. Ook vandaag zien we gelukkig, dat diepe verontrusting over de kabinetsvoorstellen niet alleen een zaak is van christenen, maar dat deze verontrusting breed resoneert in onze samenleving.
Wij willen u dringend oproepen af te zien van de voorstellen, die u nu hebt ingediend. Het is natuurlijk zeer wel mogelijk, dat het parlement de voorstellen terugwijst. Maar de beschermwaardigheid van menselijk leven wordt niet beslist bij meerderheid van stemmen. Wij spreken u, in uw hoge verantwoordelijkheid als minister van volksgezondheid, en in u het hele kabinet aan, om terug te komen van voorstellen die naar onze overtuiging heilloos zijn.


U mag uit het bovenstaande intussen niet concluderen, dat wij het lijden zouden onderschatten. Wij voeren zeker ook geen pleidooi om lijden te rekken en realiseren ons zeer wel, dat medische wetenschap vandaag vele mogelijkheden heeft om dat te doen. Bestrijding van pijn en lijden moet met alle verantwoorde middelen worden nagestreefd. Maar het leven, hoe geschonden ook, mag naar onze overtuiging zeker niet door de mens eigenmachtig worden beëindigd. Wanneer u hiertoe nochtans de mogelijkheid wilt scheppen, kan niet het tegen-argument doorslaggevend zijn, dat jongeren vanaf 12 jaar op tal van terreinen nog geen zelfbeschikking hebben. De dieper liggende vraag is of lijden kan en mag worden opgelost wanneer mensen zelf mogen besluiten het leven te beëindigen.
Lijden is van alle tijden en van alle plaatsen. Het heeft te maken met de gebrokenheid van het bestaan. Hier willen wij daarom ter sprake brengen de Heilige Schrift. Alleen daarin, naar wij geloven en belijden, wordt het totale menselijke leven tot de bodem gepeild, zowel in de verhouding van de mens tot God alsook in het intermenselijke verkeer, en wordt aan de mens geopenbaard, dat God alleen leven geeft en recht heeft dit te nemen.
Met Paulus, die wij in de teksten bovenaan deze brief citeren, belijden we, dat de hele schepping zucht. In het lijden van de schepping zijn gradaties. Maar zou het lijden op deze wereld worden opgelost met rigoureuze maatregelen om lijdend leven te beëindigen, dan zou het lijden alleen nog maar groter worden.


Wij willen niet nalaten u te wijzen op Jezus Christus, van Wie de kerk al in de eerste eeuwen van onze jaartelling in het Apostolicum kort en krachtig heeft beleden, dat Hij heeft geleden en is gekruisigd, gestorven en begraven, maar ook dat Hij op de derde dag is opgestaan uit de dood. Dieper lijden dan Hij heeft ondergaan, heeft niemand in deze wereld ooit ervaren. Hij heeft de dood niet zelf ingeroepen. Maar juist Hij was het, die verrees uit de dood en zo heeft getoond lijden en dood te hebben overwonnen. Daarom kan ook het geloof over lijden heen zien en uiteindelijk belijden, dat het lijden van deze tegenwoordige wereld niet opweegt tegen de heerlijkheid, die wacht. In het geloof kan lijden ook gedragen worden, hoe aangevochten dat geloof ook kan zijn, in het zicht op Hem, van wie wij zeggen, dat Hij onze ziekten op zich genomen heeft en ons lijden heeft gedragen. Hij is het, die meer dan een mens mee kan lijden en ook lijdt in diepten van het menselijk bestaan.


U mag ervan overtuigd zijn, dat u binnen de christelijke gemeente in uw hoge verantwoordelijkheid wordt gedragen in de gebeden en dat het beleid, dat u samen met het kabinet voert als dienares van God, voor Gods Aangezicht wordt gebracht in de naam van Jezus Chrisms.

Intussen verblijven wij met verschuldigde hoogachting,

Voor het hoofdbestuur van de
Gereformeerde Bond in de
Nederlandse Hervormde Kerk

ds. G. D. Kamphuis, voorzitter
dr. ir. J. van der Graaf, alg. secretaris

cc: De minister president, 's Gravenhage
Moderamen hervormde synode, Leidschendam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aan de minister van volksgezondheid, welzijn en sport

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's