Ambtelijke zorg voor prediking en prediker (3)
Drukte en stilte
Het is voor een dienaar van het Woord een enorme verzoeking om 'druk Zijn' te verwarren met 'in een rechte verhouding met God staan'. Hij is een gewoon zondig mens, die ook te worstelen heeft met gebreken, zwakheden, zonden. Ik geef toe dat in vele pastorieƫn een grote druk op de predikant en op zijn gezin ligt. Er is in de gemeenten veel nood en verdriet, en gebrokenheid. Maar als broeders van de kerkenraad die opzicht en zorg hebt over de dienaren van het Woord moet u samen met hen eens nagaan onder welke druk zij staan in het leven. Help de dienaren eens de onbelangrijke dingen uit hun leven weg te halen. Help hen te geloven dat ze niet aItijd alles zelf moeten doen. We denken zo vaak dat onze inbreng en aanwezigheid onontbeerlijk is en dat iedereen daar van afhankelijk is. Niets is echter minder waar. Ook voor een dienaar van het Woord is de kern van de zonde: zelfbedrog.
Hij heeft de stilte nodig, de rust van geheiligde aandacht, van geheiligde studie, van de vorming door de Schriften.
Help hem daarbij, stimuleer hem daarin, gun hem de tijd ervoor om zich op deze wijze voor te bereiden. Prediking met volmacht komt voort uit zwijgen, uit geheiligde concentratie, uit biddende meditatie, uit verborgen omgang met God.
Wij verlenen de prediking geen volmacht, dat doet de Heilige Geest!
Maar, een kerk, die het stille luisteren heeft verleerd praat. Als kerk, als dienaren van het woord is er onder ons gebrek aan stilte, het onvermogen om te zwijgen. Om te zwijgen voor God en Zijn Woord! Mijn ziel is immers stil tot God! Dienaren, ambtsdragers die zorg dragen voor de prediking zullen steeds weer moeten inkeren tot een geheiligd leven, een leven met God; de verborgen omgang met God en de vertrouwde, vaste, regelmatige omgang met Zijn Woord. In zulk soort momenten gaan tekstwoorden je raken, ze dalen a.h.w. in je hart, ze gaan in je branden. En je kunt niet anders meer: je wilt ze ook verkondigen. En je zoekt biddend naar die momenten waarin deze woorden vonken in het leven van iedere dag, het leven van hen die de Heere aan ons heeft toevertrouwd. De thema's die zich vanuit de tijd in de wereld aan ons opdringen worden zo gezet in de lichtbundel van het verbond, van zonde en genade, van verzoening.
Maar op de duur gaat er iets mis wanneer we ons niet meer oefenen in de theologische doordenking van het geloofsleven. Wanneer we dat in het kader van de doordenking en de omgang met de Schrift weer biddend opnemen en daarmee in de tijd staan dan hoeven we niet in een negatieve spiraal te blijven. We hebben genezing nodig van een theologische oppervlakkigheid naar de diepten van het verstaan van de Schriften. Zo is er hoop op God die de doden levend maakt. Die grote dingen doet door de verkondiging van het Woord.
De hele Schrift
Door voortdurende en volhardende studie van de Schrift gaan lang gesloten delen van de Schrift open en de gemeente hoort iets nieuws! Een onbekende tekst, een moeilijk gedeelte bloeit open. De lectio continua kan daarbij uitermate goede diensten bewijzen. Dan moet je je als dienaar ook verdiepen in die woorden en teksten die je zelf anders niet had gekozen. Studerend en prekend blijken zulke gedeelten soms vol goud te zitten. Schriftstudie opent onze ogen voor de hele openbaring, het hele Woord van God. Dat verlost ons van eenzijdigheid. Eenzijdigheid is altijd een invalshoek voor ketterij. Gods waarheid is veelkleurig, en diep. Ze opent nieuwe perspectieven, die we tot nu toe niet zagen. Dan stuit je soms op grote verrassingen. Het is tot schade voor de gemeente en voor ons dat hele gedeelten van de Schrift soms dicht blijven onder ons. Dan delen we niet de verborgenheden van de Schrift uit, we wijzen het bekende pad, de platgetreden weg. Om dan maar helemaal te zwijgen over het verkondigen van de volle raad van God. We doen de rijkdom van het Woord van God tekort. Als ons de vraag wordt gesteld: 'Is dat nu de mening van de Geest, is dat nu de boodschap van God in deze tekst, kunnen we dan 'ja' zeggen.
Onze ingewikkelde tijd vraagt om voortgaande, diepgaande studie in de Schriften, biddend om de leiding van de Heilige Geest.
Het gaat om de hele Schrift, en dus om genezing van onze eenzijdigheid. Zo gaan onuitputtelijke diepten van het Woord open, zo worden vertrouwde en nieuwe schatten uitgedeeld. Het 'sola scriptura' blijkt onlosmakelijk verbonden te zijn met het 'tota scriptura'. We spellen opnieuw het 'sola gratia' en het 'sola fide' in haar diepte en bevrijding. Maar, daar gaat de prediking ook opnieuw het leven, het volle leven raken. Dan gaat ef iets van profetisch licht over vallen. Dan vonkt het Schriftwoord in onze tijd. Dan klinkt het niet slechts vertrouwd, maar raakt het ook diep. Het haakt!Dan doet een preek je pijn. Dan wordt de stem van de Heere hoorbaar en gaat het licht van de Geest schijnen over je leven, en gaat het bloed van Christus druppen. Dan wordt je de weg gewezen en biedt de prediking houvast in de complexiteit van het leven van vandaag. Zo was het in de tijd van de profeten. Hun prediking doorscheen het hele, volle leven van het volk. Zij kregen de geest van de tijd door. Inderdaad dat kregen ze! Dat was een geschenk van God. Zij verkondigden het Woord van God met kracht. Onder de leiding van de Geest van God profeteerden ze en stelden hun tijdgenoten onder de heilige kritiek van het Woord van God en wezen hen de heilzame weg van Gods gebod.
Dienaar en dienst
De zorg voor de dienaar en de dienst spitst zich nog wat toe.
Ik maak dat graag duidelijk met twee voorbeelden.
Pascal, de Franse denker, schreef dat het Evangelie alleen kan heen schijnen door kristalhelder glas. Berkelbach van de Sprenkel waarschuwde voor de portierszonden van de prediker. Hij mag de aandacht niet opeisen voor zichzelf. Hij heeft de deur open te houden, mensen te nodigen en te dwingen om binnen te gaan. Hoe vaak en op hoe veel manieren staat de prediker niet storend tussen het Woord en de gemeente. Wanneer zijn leven troebel is, zijn verkondiging onzuiver, onzorgvuldig. Hij staat de Heilige Geest in de weg. Dan vraagt hij meer aandacht voor zichzelf dan voor z'n Koning. Dan doet ie alsof ie zelf de bruidegom is in plaats van de vriend van de bruidegom. Dan is de dienaar niet transparant, niet doorschijnend in de verkondiging tot op Christus. Want hij is niet voldoende in de directe nabijheid van Christus geweest. Hij leeft bij Hem uit de buurt, op een afstand.
Er is geen kind van God zonder zelfverloochening, zonder dat ie sterft aan zichzelf. Een dienaar heeft dat het allermeest nodig, dat zichzelf verloochenen en op de achtergrond plaatsen en zich over te geven voor de zaak van zijn Zender en Koning.
Wie preekt moet voortdurend in het Woord van God leven. Preken veronderstelt dat je helemaal met het Woord van God vergroeid raakt, dat je leven er van doortrokken wordt. 'Wie om zijn preek voor te bereiden, aan het eind van de week naar de Heilige Schrift gaat, preekt over de Bijbel. Wie in de Schrift leeft, preekt uit de Bijbel. Prediking veronderstelt dat ons hele leven doordrenkt raakt van de Schrift; dat onze gedachten, gevoelens, overleggingen in gevangenschap staan van het Woord Gods. Het is dit-in-het-Woord-zijn, dit-in-Christus-zijn dat een dienaar, een preek doorschijnend maakt tot op Christus. Zodat Hij de als de Zon der gerechtigheid Zijn stralen door ons heen laat schijnen; waardoor Hij als de Geest door ons heen ademt en ons de reuk van Christus doet verspreiden.' (Aalders).
(Wordt vervolgd)
G. D. Kamphuis, Amstelveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's