De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

U kunt het weten!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

U kunt het weten!

6 minuten leestijd

'Hij heeft u beleend gemaakt,o mens! wat goed is…'Micha 6 : 8a

Neemt u er vooral de tijd voor om de eerste acht verzen van Micha 6 te lezen. Waarom? Omdat in deze verzen van iets wonderlijks wordt verteld. En dat wonderlijke is dan tegelijk aangrijpend en beschamend. In deze verzen stelt de hoge God Zich namelijk kwetsbaar op.
Kwetsbaar.
Je hoort dat woord nogal eens noemen. Wij moeten ons kwetsbaar opstellen. Ons als het ware openstellen voor kritiek. Eigen mening discutabel durven stellen. Welnu, in Micha 6 stelt nu de hoge God Zich kwetsbaar op. Want wat zien we? Dat Hij, om zo te zeggen, afdaalt uit de hoge hemel en dat Hij naar Zijn volk toe komt; naar dat volk dat zijn hart verpand heeft aan de afgod aan de afgoden van het geld en van het bezit en van de macht en van het zinnelijke, ongebonden leven – en dan zegt Hij: Mijn volk. O Mijn volk.
Dus altijd nog: Mijn volk.
Én dan: zég het nu eens: wat heb Ik u toch gedaan? Misdaan? Waarin ben Ik nu toch tekortgeschoten? Wat héb je toch tegen Mij? Betuig tegen Mij. Zég het maar. Ik heb u uit Egypteland bevrijd; Ik heb u uit gevangenschap en slavernij gehaald en altijd weer heb Ik u gered wanneer u in nood verkeerde; wat kan Ik nu toch méér voor u doen dan Ik gedaan heb?
En dan komt er antwoord. Dit antwoord: Wat moeten wij doen om het weer goed te krijgen? En zie u, dat de profeet zich nu als het ware tot tolk gaat maken van het volk? En dat hij nu uit naam van dat volk gaat opnoemen: kunnen we het weer goed krijgen door een offer, neen, door heel veel offers? Waarmede zal ik de Heere tegenkomen en mij bukken voor de hoge God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige kalveren? Met méér? Met een onafzienbare rij van offerdieren en met stromen olie, olijfolie, kostbare olie voor de offers? Of zouden we nog verder moeten gaan en zouden we moeten doen wat de heidenen doen en zouden we onze eerstgeborene geven, ons kind, onze zoon, over wiens geboorte wij toen zo blij waren? Zouden wij die moeten geven om op die manier God tevreden te stellen? Ja, waarmede zullen wij, mensen van nu, de Heere tegenkomen? Zullen wij nog meer proberen om naar Zijn wil, naar Zijn geboden te leven? Zullen wij met nog meer ernst tot Hem roepen in onze gebeden? Zullen wij nog meer over hebben voor kerk en zending en evangelisatie en zullen wij dan kunnen zeggen: nu is het goed; nu hebben wij gedaan wat wij moesten doen?
Ach, vrienden, laten we toch niet altijd weer aan de verkeerde kant beginnen. Hoe kan het toch komen dat er ook onder ons vaak – niet altijd, Gode zij dank! – zo weinig vreugde is omdat de Heere goed is en genadig in Christus? Kan het zijn, dat de oorzaak, of één van de oorzaken hierin te zoeken is, dat wij altijd wat willen doen? Om klaar te zijn om tot Hem te komen? Maar hebben wij dan nooit gehoord wat Paulus zegt: dat God de goddelozen rechtvaardigt terwille van het lijden en sterven van Christus? Omdat Hij goed geweest is en omdat Zijn werk volkomen is, is er een vrijmoedige toegang tot de troon der genade en mogen wij komen zoals wij zijn.
Wat moeten wij doen? vragen de mensen uit de tekst. En mogen wij deze dingen dan niet ook persoonlijk toespitsen en dan kunnen ze worden tot een vraag, tot een knellende en kwellende vraag, tot een levensvraag: Waarmede zal ik de Heere tegenkomen? Alles verzondigd en bedorven… Wat moet ik doen; hoe zal ik Hem welbehagelijk zijn? Vrees komt op in ons hart en tegelijk kan het verlangen er zijn: 'k Zal voor Uw oog naar Uw bevelen leven; Zo word' door mij Uw Naam altoos verheven…
Ja, dát toch, Heere, Uw Naam, Uw eer…? Het komt U toe, maar hoe, Heere, hoe? In mij geen goed, geen gerechtigheid voor Uw aangezicht… Wat moet ik doen…?
Maar is dat wel een vraag? Is het antwoord niet allang gegeven? Wat moet ik doen, wat moet ik geven of hebben? Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is. U kunt het weten: Hij heeft het gezegd, in Zijn Woord, in Zijn wet: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben, maar de Heere, uw God, zult gij liefhebben en Hem alleen dienen! Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is. O mens. Wanneer Hij gaat spreken, spreekt Hij ieder persoonlijk aan. Voor de hoge God staat een ieder apart en persoonlijk. Dan kan ik het dus niet doen met het geloof van vader of met de bekering van moeder. Dan word ik ook niet aangesproken in mijn hoedanigheid van achtbaar burger of kerkelijk meelevend lidmaat. O mens! O kleine mens met een o zo breekbaar en kwetsbaar leven. O kleine mens, zo schuldig staande voor Hem, die heilig is. Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is.
Goed. Dat is in de Schrift altijd: naar Zijn wil en beantwoordend aan de normen van Zijn heiligdom. Goed. Dat wil zeggen: in Christus en door Hem, die Zijn Vader volkomen heeft liefgehad en heeft gehoorzaamd en Wiens leven volmaakt in overeenstemming was met Zijn wil en met Zijn wet; die het geen roof geacht heeft, Gode evengelijk te zijn, maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestalte van een dienstknecht aangenomen hebbende. En zouden we het dan niet tegen elkaar mogen zeggen? Hij heeft u bekend gemaakt, wat goed is. Hij heeft het u bekendgemaakt, dat u de gerechtigheid voor Hem en dat u het waarachtige leven nooit in uzelf zult vinden, niet in uw stipte leven, niet in uw bekering, al mag die ook een wonder zijn van Gods vrijmachtige genade, maar dat het leven gezocht mag worden in Hem, de gezegende Middelaar Jezus Christus.
En zullen wij dan de volgende week ver­ der hierop ingaan, zo God het geeft? Alleen dit dan nog: houdt u dit vast: U kunt het weten! Waar het om gaat; wat nodig is te weten tot ere Gods en tot uw behoud. U kunt het weten!

J. Wieman, Zwijndrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

U kunt het weten!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's