Altijd Israël-zondag
Alweer gedurende vijftig jaar wordt er op een speciale zondag aandacht gegeven aan de verhouding van de christelijke gemeente tot Israël. Op een geschiedenis van twee millennia is dat weliswaar nog maar een korte periode. Maar toch. Beter laat dan nooit, zeggen we dan. Na enerzijds de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en anderzijds de verrassende proclamatie van de Staat Israël besloot de Hervormde Synode op 20 mei 1949 om een bepaalde zondag – bij voorkeur vóór de Grote Verzoendag – te bestemmen voor het opwekken van liefde voor Israël. Het gebeurde zonder noemenswaardige bezwaren. En dat verdient bij een kerkelijke vergadering uiteraard een aparte vermelding. Bij nader inzien was het kennelijk te veel gevraagd daartoe steeds de joodse kalender te moeten raadplegen en bovendien verstoorde de wisselende datum te veel de kerkelijke orde, zodat het reeds het daarop volgende jaar werd vastgesteld, dat op de eerste zondag van oktober die bijzondere aandacht aan de verbondenheid met Israël gegeven zou worden. Derhalve altijd in de periode van de belangrijke joodse gedenkdagen in het najaar. Op afstand volgden ook de Gereformeerden in 1984 en de Evangelisch-Luthersen in 1988 met het vaststellen van een jaarlijkse Israël-zondag op eerste zondag van de wijnmaand. Waar het veelbesproken proces van Samen-op-weg al niet goed voor blijkt te zijn!
Waarom niet altijd?
Allemaal prachtig natuurlijk. Wie echter van het diepste van zijn hart geen kuil wil maken om gedachten en gevoelens te vermoorden, die vindt de instelling van één specifieke Israël-zondag op z'n minst merkwaardig. Net zoals het nieuwste fenomeen in de kerkelijke wereld, dat er opeens gesproken werd over 'een jaar met de Bijbel'. In reactie daarop merkte Willem Barnard heel snedig op: Is er dan soms ook een jaar zonder de Bijbel? Eigenlijk dient binnen de christelijke gemeente iedere zondag het besef te leven van een onopgeefbare verbondenheid met Israël. Toch blijkt dat in de praktijk teveel gevraagd te zijn. Alweer enkele jaren geleden werd bij de hervormde kerkenraden in de regio van Gouda een onderzoek gedaan om een beeld te krijgen van de betrokkenheid bij het joodse volk. Op de vraag of er ook trouw voor het Joodse volk voorbede gedaan werd, kwam het onthutsende antwoord: Eén keer per jaar bidden voor Israël, dat is ook regelmatig. Eigenlijk ben ik benieuwd of die ambtsdragers dit ook zeggen tegen de mensen die alleen ter gelegenheid van de viering van het kerstfeest hun gezicht in de kerk laten zien. Alles overwegend zou ik persoonlijk willen opteren voor een wekelijkse betrokkenheid op het joodse volk. Een naar mijn besef magnifieke aanduiding zou ik daarvoor kunnen aandragen: altijd Israël-zondag. Daarbij denk ik aan de raak gekozen titel van een handboek voor het onderricht in de Catechismus, dat verscheen in de eerste jaren na de oorlog: altijd zondag. De schrijvers C. Aalders, B. van Ginkel en P. Ten Have haakten daarbij in op een regel uit een kinderversje: 'k Wou dat het altijd zondag was! Ze deden dit met een knipoog naar de indeling van het oude leerboek van Heidelberg.
Beter ooit dan nooit!
Toch is het beter te kiezen voor een half-ei van een Israël-zondag, dan te blijven zitten met een lege dop van een volstrekt negeren van de bijzonder positie van het volk van God. Misschien is het dienstig nog eens in het kort na te gaan welke drie motieven voor de instelling van zo'n specifieke zondag in de Hervormde Synode van 1949 genoemd werden.
Allereerst zit er de bedoeling achter de liefde tot Israël op te wekken. Het mag duidelijk zijn dat we onmogelijk de Here Jezus van harte als Verlosser kunnen liefhebben, terwijl we tegelijk met aversie ten opzichte van Israël vervuld zijn. Voor we het zelf goed beseffen wordt de liefde ten opzichte van Israël al snel akelig klef. Ooit gebeurde het dat een christen in Jeruzalem op temerige manier zei: Ik houd zoveel van het joodse volk! De reactie was veelzeggend: bescheiden respect zou ook voldoende zijn. Dit kunnen we het beste illustreren door te wijzen op de voorwaarden voor een goede huwelijksrelatie. Wie de ander wil vormen naar het eigen ideaalbeeld, die heeft de mislukking van zijn echtelijke verbintenis van meetaf ingebakken. Het gaat erom dat we de eigenheid van het joodse volk erkennen, anders zijn we onuitstaanbare christenen.
Vervolgens is het de bedoeling te laten uitkomen in de prediking wat de plaats en toekomst zijn van het joodse volk in – wat men destijds aanduidde als – de heilsgang van het Koninkrijk Gods. Eeuwenlang leefde de overtuiging dat er een einde was gekomen aan de bevoorrechte positie van het uitverkoren volk. In afschuwelijke hoogmoed meende de kerk de plaats van Israël te hebben mogen innemen. Na de donkere nacht van de shoah volgde de nieuwe dag van het volksbestaan binnen een eigen Staat Israël. Daar werd duidelijk dat God zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt heeft. De belofte aan Abraham bleek onverkort van gelding te zijn gebleven. Nergens staat in de Bijbel dat God het verbond met zijn volk heeft verbroken. Daar gloort de hoop voor Israël en de volken. Dat geeft perspectief aan de verkondiging van het Woord. Wie zou willen proberen zo iets klein te krijgen op één Israëlzondag? Daar zullen we de messiaanse tijd voor nodig hebben.'Een wekelijkse voorproef is nodig om de gemeenteleden de smaak daarvan te pakken te laten krijgen.
Tenslotte werd gedacht aan de voorbede voor het joodse volk. Om het met de mooie taal van die tijd te zeggen: de dienst op de Israël-zondag drage in hoge mate het karakter van een gebedsure! To the point is de vraag: waar moeten we dan om bidden? Vrij sterk speelden destijds missionaire bedoelingen een rol. Men bad om de bekering van Israël. Na enkele decennia kunnen we erachter gekomen zijn dat ons verlangen voor alles mag uitgaan naar een radicale omkeer van de kerk. Dan pas krijgen we enig benul over de portee van de tesjoeva (bekering) van het joodse volk. Om de juiste bewoordingen te kiezen verdient het aanbeveling het gebedsboek van Israël ter hand te nemen. Wat kunnen we onze winst doen met de suggestie van de dichter van Psalm 122 te volgen: Bidt om de vrede van Jeruzalem. Daarmee kunnen we de beste bijdrage Ieveren aan het vredesproces. Met de shalom voor Israël is immers ook de vrede voor de Palestijnen gegarandeerd!
Het is jammer dat er bij de motivatie voor het houden van een Israëlzondag niet over gesproken werd hoe belangrijk het is om het joodse volk een financiële handreiking te doen. Wat dit betreft zijn er diverse goede doelen te noemen. Als voorzitter van de Stichting Jaffa Project Nederland valt het mij niet moeilijk met een concreet advies af te sluiten. In een volgend artikel kan ik hopelijk duidelijk maken dat het werk van David Portowicz de steun verdient van ieder, die het volk der joden weer op de kaart van Gods heilsplan ziet staan.
G. Hette Abma
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's