Uit de pers
Chemie of schepping
In een helder artikel waarschuwt Doeke Post voor de heilloze weg die de voorstellen van de ministers Borst en Korthals behelzen (Centraal Weekblad van 3 september 1999 onder het opschrift Kerken komen op voor het leven). U zult het al wel gelezen of gehoord hebben intussen: de abortuspil, abortus ook na 24 weken als blijkt dat de ongeborene ernstig ziek of gehandicapt is, kinderen van twaalf jaar die zelf zouden mogen besluiten tot euthanasie. Het moet allemaal mogelijk worden, aldus Post, als het aan het paarse kabinet ligt. 'Maar de gehandicapte, de ernstig zieke en het ongeboren kind zijn hun leven niet meer zeker als we verder deze weg bewandelen. Het is bovendien een misvatting te denken dat we door leven te doden, het lijden kunnen uitbannen', is de mening van Post. Hij geeft in zijn artikel onder andere aan waar de bron van de voorstellen van 'paars' ligt:
'De grondslag van het denken in het paarse kabinet is een weerspiegeling van de tendensen in onze samenleving. En die hebben te maken met een verregaande materialistische kijk op het leven. Met het begrip "materialisme" bedoel ik niet alleen dat er meer oog is voor financiële waarden dan voor geestelijke normen; meer nog denk ik aan het feit dat mens en wereld worden gezien als een organisme dat uit materie bestaat.
Ook levende wezens zijn samengesteld uit stoffelijke en te analyseren delen. Dat we ook een psyche, een geest, hebben is inherent aan de materie. Zoals prof. Buitendijk vroeger zei dat wij uit een bezield lichaam bestaan, zo heeft men tegenwoordig de idee dat chemische structuren ook de geest bepalen.
Daar zijn natuurlijk best aanwijzingen voor. Je kunt iemands geest immers volledig veranderen door hem bepaalde medicijnen toe te dienen. Deze werken in op de materie, op de chemische structuren, en veranderen die.
De mystiek van het leven is voor de ontkerstende mens volledig verdwenen en leven is een chemisch proces geworden. Dat betekent dat we met dat leven zouden mogen manipuleren.'
Post geeft aan dat we dat al uitgebreid doen: via medicijnen psychische processen veranderen en sturen. Ook de genetische ontwikkelingen laten ons niet in het onzekere doordat ze duidelijk laten zien waar 'de aansturing zich bevindt van alles in ons lichaam'. Gevolg van dit alles is echter, aldus Post, dat alles als materie wordt gezien. Zelfs de geest van de mens is in de materie opgenomen.
'Deze nieuwe ontwikkelingen maken het bestaan van een Schepper overbodig. God is niet meer de generator van het leven, maar de genen zijn het die de materie vorm geven. De postmoderne mens heeft een wetenschap die opereert buiten de mysteries om en vooral onafhankelijk is van een Schepper van het leven.
Deze tendens zal diepgaande gevolgen hebben voor ons handelen ten aanzien van het leven. Beschermwaardigheid wordt dan niet meer gebaseerd op het feit dat wij geen bezitter van ons leven zijn en dat het God is die eigenaar is van dat leven. Ze wordt gefundeerd op de rechten van de mens en op de algemene waarde dat doden maatschappelijk niet geaccepteerd wordt, behalve wanneer de maatschappij er regels voor geeft.
De materialistische benadering van de werkelijkheid maakt het mogelijk gemakkelijker met het leven te manipuleren. We stellen als mensen immers gezamenlijk de norm en die norm ontlenen we aan wat in de maatschappij als toelaatbaar wordt beschouwd. De normen die we eerst als christelijke maatschappij hebben ontleend aan "Boven", komen nu van "beneden". We beslissen met elkaar op rationele wijze wat goed is en waar we de grenzen leggen.
Een van die grenzen is de mate van lijden. Daarnaast hechten we in onze maatschappij ook erg veel waarde aan het gaaf-zijn van de materie. Beide elementen lijken op dit moment de ethiek te bepalen. Lijden is ondraaglijk als we als maatschappij stellen dat het zo is. Vroeger had het lijden een louterend karakter. Het hoorde bij het leven en het dragen ervan werd door God mogelijk gemaakt. De postmoderne mens aanvaardt het lijden nauwelijks. We willen het lijden uitbannen, evenals we de afwijkingen willen uitbannen. We accepteren het niet meer. De cultuur is er een van gaaf-zijn. De hoogste waarde in het leven is gezondheid en gaafheid: jong, mooi en gezond.
Het lijkt er inderdaad op dat we de idealen van de maatschappij willen bereiken door lijden op te lossen via de weg van het doden. In de hele discussie over demente ouderen werd heel sterk de nadruk gelegd op wat de gezonde mens als ondraaglijk lijden bestempelt. De demente oudere merkt zelf immers nauwelijks meer dat hij of zij het geheugen mist; er lijkt geen sprake van lijden. Toch vinden wij dat dementie geen leven meer is. Vanuit die visie komen de geluiden dat ook dementen een zachte dood zouden moeten sterven en dat levensbeëindiging mogelijk moet zijn.'
De snelle ontkerstening van onze samenleving geeft weinig hoop dat deze ontwikkelingen nog te keren zouden zijn.
'Ik denk dat we vanuit de kerken een sterk offensief zullen moeten voeren tegen de schrikbarende ontwikkelingen. Inderdaad zijn de gehandicapte, de ernstig zieke en het ongeboren kind hun leven niet meer zeker als we deze weg verder gaan bewandelen. De christelijke visie op het leven als geschapen leven zal krachtdadig moeten worden verdedigd, willen we iets van een reveil beleven. Als kerken moeten we ons mobiliseren om gezamenlijk tegen de ideeën van de huidige samenleving te ageren. De politiek moeten we ervan proberen te overtuigen dat we een verkeerde weg opgaan.
De nieuwe wetsvoorstellen dienen kritisch bekeken te worden vooral met het oog op de visie van waaruit ze worden gepresenteerd. De voorstellen staan namelijk niet op zichzelf; ze hebben een gezamenlijke achtergrond.
We moeten beseffen dat we deze maatschappij niet kunnen verbeteren en lijden en afwijkingen niet kunnen voorkomen door lijdend leven te beëindigen. De dood is hiervoor niet de oplossing. Alleen als we aanvaarden dat deze wereld een gebroken wereld zal blijven, kan er een andere visie ontstaan.'
Intussen zijn er in veel plaatsen samenkomsten belegd van gebed en bezinning op deze aangrijpende ontwikkelingen. Misschien dat we mede door deze nood als christenen elkaar meer nodig krijgen om gemeenschappelijk in verootmoediging op te trekken en ons protest te laten horen tegen deze ontwikkelingen.
Open brief
In Woord en Dienst van 11 september 1999 staat een aangrijpende open brief te lezen van ds. G. H. Baudet aan de beide al genoemde ministers, met als opschrift Over abortus…
Uitvoerig stelt hij zich voor en als je niet beter weet, lijkt het een beetje al te egocentrisch. Ds. Baudet somt in een uitvoerig curriculum vitae zijn hoedanigheden en verworvenheden op. En sluit dit deel af met: 'Het is mij daarom, zoals ik u reeds schreef, een buitengewoon genoegen om u deze brief te kunnen schrijven. Te kunnen inderdaad. Want dat lag niet voor de hand', aldus ds. Baudet. Hij vertelt dan dat de gynaecoloog in het voorjaar van 1945 zijn moeder, zwanger van hem, laat merken dat er iets ernstigs aan de orde is. In december van dat jaar komt hij ter wereld met de nodige ingrijpende handicaps. Stel dat uw voorstellen van 1999 in 1945 al wet waren geweest, 'dan was de kans buitengewoon groot geweest dat ik in december van dat jaar niet geboren was, maar vóór die tijd al stilletjes was weggezogen. Dat zou toch, zeker in het licht van het hierboven geschetste leven dat ik leid, doodzonde zijn geweest!?', aldus Baudet. Ik citeer nu de rest van de brief:
'Welnu, ik meen, daar ga ik tenminste van uit, dat mijn verhaal niet uniek is en niet op zichzelf staat. Er zullen vele verhalen, verwant aan het mijne, te vertellen zijn. Daarom wordt deze brief ook geschreven. Want er lijkt mij nog wel een en ander af te dingen op de voorstellen die u gedaan hebt. Ik zal u een paar vragen stellen.
1. Wie bepaalt of iemand kans heeft om te leven?
2. Wie kan met zekerheid zeggen, dat een ongeborene na de geboorte misschien maar 36 uur zelfstandig zal leven?
3. Wie maakt uit wat geluk is en wie er recht op heeft dat geluk ook te ervaren?
Ik vrees dat, op dit punt aangekomen, conservatieven en progressieven elkaar kunnen vinden: ingrijpen in de zwangerschap is ook na de vierentwintigste week een beetje voor God spelen.
Ik denk dat dat niet goed is. Ik geloof toch dat de natuurlijke weg te verkiezen is. Juist ook ter wille van het verdriet en het leed van de ouders. Ook als je weet dat je samen met je kind maar 36, wie weet 48, uur samen zult hebben, lijkt mij. de natuurlijke weg in pastoraal-ethisch opzicht verkieslijk boven het koel en klinisch weghalen door een buisje. Want dan heb je toch samen de pijn beleefd, toch samen dat kind op de wereld. gezet. En samen weer afscheid genomen. Dat is een heel moeilijk proces, dat weet ik, maar het is wel een oprecht proces. Aborteren vóór zowel als na de vierentwintigste week heeft altijd iets van voor het feit weglopen. Doen of het er niet is. Doen of het er niet is geweest. Ver-niet-igen. Daarmee maak je ook jezelf een beetje kapot.
Je ontneemt jezelf de weg van onvrede, verdriet, troost en tenslotte verzoening.
Want die weg kun je alleen maar gaan, als je werkelijk dwars door het leed bent heengegaan en niet als je voor dat leed in feite bent weggevlucht en de zaak tot "niet" hebt verklaard. Van jou is dan óók iets ver-niet-igd. Je wilt doen alsof het er nooit geweest is, maar dat is een leugen. En dat wéét je! Waar moet je dan heen met je ellende? Wie kan jou nog begrijpen en jouw gevoelens delen?
Tenslotte wil ik wijzen op een uiterst gemeen addertje onder het gras. Toen ik pas geboren was, kon mijn vader voor mij bij geen enkele verzekeringsmaatschappij een ziektekostenverzekering afsluiten. Later alleen voor die kwalen die niet konden worden aangemerkt als een gevolg van de handicap. Mijn huidige verzekering vergoedt alles. Zo hoort het ook. Soms bekruipt mij het angstig voorgevoel, dat uw voorstellen mede zijn ingegeven door de geruchten, dat verzekeraars baby's in de toekomst niet meer wensen te verzekeren wanneer al voor de geboorte vaststaat dat zij gehandicapt zullen zijn. Met andere woorden, dat zij te duur zijn.
Die kant moeten wij in de samenleving niet op. Wij zijn geen Sovjet-Unie, waarin volgens de partij-ideologen geen handicaps voorkwamen. Zei de Pravda.
Wat voor ideologie moeten wij vrezen of verwachten, wanneer in Nederland uw voorstel tot opschonen van onze kinderschare eenmaal tot wet is verheven?'
Het maakt indruk wat ds. Baudet hier doet: de spiegel voorhouden van de gevolgen van de voorstellen die het paarse kabinet heeft gedaan. En dit geluid komt nu eens niet van een kant waar ze het bij 'paars' van zullen verwachten (b.v. klein-rechts, VBOK, Stichting Schreeuw om Leven), maar van iemand die schrijft dat je hem kunt vinden 'in de kringen der vrijzinnige hervormden'.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's