De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (7)

9 minuten leestijd

Het zal ons uit de vorige artikelen wel duidelijk zijn geworden dat het boek Openbaring een profetisch boek is! Het gaat daarin om de slotfase van de wereldgeschiedenis.
Deze slotfase kan ons angst aanjagen. Vooral als men leest welke verschrildkingen er over de aarde zullen gaan.
Als men de Openbaring van Johannes goed leest, hoort men als het ware de oordelen Gods over de aarde razen. Het lijkt alsof er geen einde aan komt.
En toch… er komt een einde aan! God Zelf maakt er een einde aan. Hij zendt Zijn Zoon voor een tweede keer. De wederkomst van Jezus houdt in dat God de overwinning behaalt op alle machten die Hem vijandig gezind zijn.
Dat is een troost voor allen die de Heere Jezus Christus als hun Heere en Heiland hebben leren kennen. Jezus komt! Het Koninkrijk Gods komt! Maar de komst van het Koninkrijk met de Koning gaat niet zonder slag of stoot. Het Koninkrijk komt door vele verdrukkingen heen.
De troost van het laatste bijbelboek is voor de Kerk dat de Heere ondanks alle gerichten Zijn Kerk in stand houdt. Hij zal haar niet begeven noch verlaten. Al kan de Kerk haar Heere niet altijd vasthouden. Hij houdt haar vast. Dat heeft slechts één oorzaak: Zijn trouw. Zijn welbehagen.

Niet passief
Een vorig keer vertelde ik iets over de loop van het Evangelie over de aarde. Van die loop mag gezegd worden wat er in Jesaja 53 staat geschreven: 'Het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan'.
Van groot belang is dat wij de loop van het Evangelie in de wereld in de gaten houden. Mattheüs houdt ons voor dat Jezus komt als overal het Evangelie is verkondigd. Een Maranatha-christen zal daarom altijd benieuwd zijn naar de verbreiding van het Evangelie in deze wereld. Naarmate dat in meer landen geschiedt, naar die mate komt de wederkomst dichterbij.
Trouwens, de zending ver weg en dichtbij moge ons allen actief doen zijn, ook al zullen wij niet allen uitgezonden kunnen worden. Dit laatste schrijf ik opzettelijk! Wanneer wij namelijk het laatste bijbelboek lezen, lezen wij er niet alleen van een grote schare die niemand tellen kan. In datzelfde profetische boek lezen wij niet minder over velen die het Koninkrijk Gods niet zullen binnengaan. Met andere woorden: er zullen velen verloren gaan!
Dat is een aangrijpende zaak: velen in de buitenste duisternis waar wening en knersing der tanden zal zijn. De Heiland heeft er al over gesproken tijdens Zijn omwandeling op aarde. De apostelen laten in hun brieven ons dienaangaande niet in het ongewisse, maar ook het boek Openbaring niet. De schilderingen, getekend in het laatste bijbelboek, zijn niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Er zullen jongeren en ouderen verloren gaan en terechtkomen in de buitenste duisternis.
Ik schreef: dat is een aangrijpende zaak! Maar grijpt ze ons werkelijk aan? Wanneer dit het geval is, zullen wij niet passief aan de kant blijven staan, maar met het Evangelie werkzaam zijn ver weg èn dichtbij.
Hoe meer wij op de hoogte zijn van de mogelijkheid dat mensen voor altijd verloren gaan, des te meer zal onze gestalte missionair zijn. Trouwens, ook het gehalte van ons christen-zijn. Wie niet missionair is, mag zich afvragen wat het christen-zijn voor hem inhoudt.
Wie Jezus Christus als zijn Zaligmaker heeft leren kennen, wordt Zijn beeld gelijkvormig. Wat dat allemaal inhoudt, is niet in een paar woorden te zeggen. Maar wel houdt het onder meer dit in, dat men een hart krijgt voor de naaste. Men wordt bewogen met hen die dreigen voor altijd verloren te gaan.
Wellicht werpt iemand mij tegen dat het behoud van een zondaar niet het enige motief kan zijn waarom wij in Woord en Daad actief zijn onder hen die Christus niet kennen. Dat is juist! Uiteindelijk zal het motief blijken te zijn: de eer van God. Maar let wel: de redding van een zondaar sluit de eer van God niet uit, doch in.
Om die reden moeten wij doen wat onze hand vindt om te doen. Het zaad van het Evangelie moet maar ruim uitgestrooid worden. Eenieder moet op de plaats waar God hem gezet heeft ruim en mild het Evangelie uitdragen.
Wij moeten doen als een boer die zijn land bezaait. Hij laat het zaad vallen op de gehele akker. Soms zelfs wel eens buiten de akker.
Als wij stellen: de wereld is de akker, zo strooien wij het zaad van de wedergeboorte uit over de gehele wereld.
Maar redden wij dan mensen van het eeuwig verderf? Wij doen dat niet, maar het zaad, het Evangelie doet het. Van ons wordt ook niet gevraagd dat wij mensen van dood levend maken. Dat doet de Heere! Hij werkt leven, eeuwig leven door Zijn Woord en Geest.

Goed zaad
De Heere verlangt van ons dat wij het zaad uitstrooien. Vanzelfsprekend behoort dat zaad goed te zijn. Meer vraagt de Heere niet van ons. Hij zelf zorgt ervoor dat er vrucht komt.
Kostelijk als wij zien dat de Heere ver weg èn dichtbij vrucht schenkt. Wat een zegen als wij zien dat de Heere ons daarvoor gebruikt, ver weg of in onze eigen omgeving. Maar let wel: dit gebeurt niet altijd. Het is misschien ook wel goed als wij niet altijd vrucht zien. Want wij zijn verschrikkelijk hoogmoedige mensen. Altijd dreigt het gevaar dat wij met het werk van God omhoog gaan. Daarom is het goed als wij niet alles horen en zien, als het zaad maar goed is. Dan is het voldoende en goed!
Wat zeker is: de gemeente Gods in het heden behoort niet introvert te zijn, maar extravert. Dat wil heel eenvoudig zeggen dat zij er niet is om zichzelf. Maar zij is er voor God en zij is er om een lichtend licht en een zoutend zout in deze wereld te zijn.
Ik sluit dit gedeelte af met wat ik in een kerkelijke periodiek nog niet zo lang geleden heb gelezen. Een gemeentelid vraagt aan zijn dominee die al op jaren is, of hij véél vrucht op zijn bediening heeft gezien. Het antwoord van de dominee is: 'Veel vrucht heb ik niet gezien, maar ik weet dat het zaad dat ik uitgestrooid heb goed was.' Met dit antwoord kon het gemeentelid het doen. Wij eveneens! De Heere geeft de wasdom. Om die reden zingen wij: 'Het is door U, door U alleen om 't eeuwig welbehagen'.

De Gemeente Gods
Wat wij óók in het boek Openbaring duidelijk kunnen lezen is het gegeven dat de Gemeente Gods een Gemeente in de woestijn is. De Kerk is Kerk in de eenzaamheid. Dat wil zeggen dat zij een eigen plaats heeft. Zij is Kerk in de verdrukking. Natuurlijk, zij is wel in de wereld, maar niet van de wereld.
Misschien dat hierbij de vinger een ogenblik gelegd moet worden. Want zijn wij wel Kerk in de woestijn, in de eenzaamheid? Of laten wij ons langzaam maar zeker inpakken door deze wereld en haar begeerlijkheden, waarvan geschreven staat dat zij voorbij zal gaan? Is er nog wel verschil tussen Kerk en wereld? Weten wij als Kerk van verdrukking en daarmee van een vertoeven in de woestijn?
Men zal van mij wel willen aannemen dat wij als Gemeente Gods ons niet vreemd of excentriek moeten gedragen. Het is niet nodig om op te vallen in de zin dat wij ons bespottelijk maken voor de wereld en daarmee de boodschap van het Evangelie in de weg staan. Zo bedoel ik het volstrekt niet. Maar is er… de vreze Gods? Want de vreze Gods geeft een afgezonderd leven. Anders gezegd: de liefde en het respect voor God geven een heilig leven. Een leven dat gewijd is aan de Heere.
In de 'Vriendenbrief' van het Zendingsdiaconessenhuis te Amerongen lees ik in het nummer van juni jl. dat de zusters een 'Wijdingslied' hebben dat zij bij diverse gelegenheden ten gehore brengen. Wat mij in dat lied bijzonder opvalt, is het refrein: 'Dat is zaligheid, als een arm, een doodarm leven Hem wordt toegewijd'.
Twee dingen worden in dit refrein gezegd: een christen is een arm mens, zelfs een doodarm mens. Men blijft dat tot aan het eind van zijn leven. Echter… zijn armoe zal hem steeds opnieuw brengen bij Hem die zoals Huntington Hem noemt, de Kassier der armen is: Jezus Christus.
Luther horen wij zeggen: 'Wir sind Bettler (wij zijn bedelaars)'. Met andere woorden: wij leven en eten van genadebrood. ledere dag opnieuw.
Maar er is nog iets in het refrein van het 'Wijdingslied' van de zusters, wat niet aan onze aandacht mag ontsnappen. Er wordt niet alleen gesproken over een steile en diepe afhankelijkheid (want als wij doodarm zijn, zijn wij zeer afhankelijk), maar er wordt ook gesproken over toewijding aan de Heere. Die toewijding bestaat hierin dat men graag tot eer van God leeft, heel persoonlijk, maar ook dat men zijn leven in dienst stelt van de Heere, wat niet anders inhoudt dan dat men oog heeft voor de naaste. De wereld in nood heeft bij die toewijding alle aandacht. Wel in de wereld, doch niet van de wereld. Een afgezonderd leven en toch dienstbaar.
Het refrein zegt: 'Dat is zaligheid'. Inderdaad, dat is zaligheid: leven tot Gods eer en tot nut van de medemens en zich onbesmet weten te bewaren van de wereld.

De Heere zorgt
De woestijn is een plek van eenzaamheid. In de woestijn is soms niet veel te vinden. Maar toch moet men niet vergeten dat de Heere ook in de woestijn er zorg voor draagt dat er waterfonteinen en palmbomen zijn. Ik weet, in de woestijn kan de Gemeente Gods zich ogenschijnlijk door eenieder en door alles verlaten gevoelen. Maar niet door de Heere. Niet door het Lam, de Koning van de Kerk.
De Heere der heren, het Lam laat niet toe dat Zijn Kerk ten onder gaat. Als er geschreven staat dat aan Hem alle macht is gegeven, dan wil dit ook zeggen: alle macht over alle machten. Zijn Kerk mag het weten en getroost zijn dat het Lam zal triomferen! Maar de Kerk is wel Kerk in de woestijn! Met het refrein van het 'Wijdingslied' van de zusters uit Amerongen!
(Wordt vervolgd)

G. S. A. de Knegt, B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 19 Pagina's

Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 19 Pagina's