De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Het Koninkrijk komt! – en de dwaling van de kerk. Onder redactie van Feike F. ter Velde, uitg. Het Zoeklicht, Doorn, 52 blz.
Bij het lezen van dit boekje, waaraan meewerkten dr. Arthur P. Johnston (president van 'Tyndale' Theol. Seminarie te Badhoevedorp), drs. J. Koppelaar (Abbenbroek) en Feike F. ter Velde (hoofdredacteur van 'Het Zoeklicht'), wrijft men zich de ogen uit. Met name is dat het geval met de bijdrage van Feike ter Velde. De grote dwaling van de kerk is dat ze leert dat het Koninkrijk van God reeds op aarde gekomen is en samenvalt met de kerk, een dwaling die zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de kerk der Reformatie domineert, aldus Feike ter Velde. Toekomstverwachting is er in de kerk nauwelijks. Ook aan de Heidelbergse Catechismus is elke toekomstverwachting vreemd, behalve in de ene zin uit de Geloofsbelijdenis: Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Er is geen plaats voor een duidelijke toekomstverwachting voor Israël als Gods verbondsvolk, geen plaats voor de opname van de gemeente, de komst van de antichrist, enz. De leer van de heersende kerk is die van het sociale evangelie en van de bevrijdingstheologie. Communisme, socialisme en democratie worden gezien als de realisering van het Koninkrijk van God op aarde, zoals de kerk der eeuwen dat sinds Augustinus is gaan belijden. Ook de Evangelische beweging wordt in toenemende mate door deze leer beïnvloed. Als men niet méér gelooft dan dat Jezus komt om te oordelen de levenden en de doden, dan is er niet veel vreugde te ontwaren, enz. De ene karikatuur volgt op de andere. Kennelijk doet drs. Koppelaar het nog niet goed genoeg, want Feike ter Velde scherpt diens woorden extra aan als hij schrijft van een pertinente ketterij, terwijl drs. Koppelaar, als hij spreekt van een onvervalste ketterij, doelt op de gedachte dat de heiligen vanuit de hemel met Christus regeren.
De bijdrage van dr. Arthur Johnston is niet veel anders. De kerk is één van de middelen om gerechtigheid op aarde te bewerkstelligen, sociale gerechtigheid is een wezenlijk en integraal deel van het Evangelie, de koninkrijkstheologie benoemt satan tot het symbool van de kwade structuren of ontkent het bestaan van satan geheel, wil niet weten van persoonlijke zonden (omdat de maatschappij schuldig is aan het kwaad) en dwaalt door te beweren dat de vernietiging van de maatschappij Gods grootste werk op aarde is vóór de wederkomst van Christus. Is dat werkelijk waar? Wordt dat allemaal geleerd in de kerk? Toegegeven, er is in de kerk een stuk horizontalisme waar we onze zorgen over hebben. We hebben heel wat bezwaren tegen een alleen maar horizontale benadering van het Evangelie. Toch zullen er maar weinigen zijn die zich in de karikaturen van Feike ter Velde en dr. A. Johnston herkennen. Trouwens, heeft het Evangelie ook niet de dimensie van gerechtigheid in zich? Wijzen de profeten van het Oude Testament (Amos o.a.) daar niet steeds weer op? Hekelde Jezus niet de onbarmhartigheid van hen die niet naar de naaste omzien en die de arme laten verhongeren aan de poort? Dr. Johnston zegt zelf dat er 'wel enige waarheid in sommige elementen daarvan' zit. Maar dat 'enige' en 'sommige' is wel erg mager, zeker als hij er op laat volgen dat deze dingen uitermate misleidend zijn als ze worden geïnterpreteerd binnen het raamwerk van de koninkrijkstheologie en vaak instrumenten worden van onderdrukking van echte, bijbelse evangelisatie.
De toon van de bijdrage van drs. Koppelaar is wat milder. Toch zijn er bij zijn bijdrage ook vragen te stellen. Zo bijv. als hij zegt dat we van Israël niet kunnen spreken als Gods volk omdat het eerst tot bekering tot Christus moet komen, wat op zichzelf waar is, maar wat op gespannen voet staat met Paulus' woorden: Heeft God Zijn volk verstoten? (Rom 11 : 1) Drs. Koppelaar zegt dat de sleutel van het verstaan van de toekomende dingen in Openbaring 20 ligt. Daar zit voor mij inderdaad een scharnier, maar dan anders kan Koppelaar het bedoelt: uit Openbaring 20 wordt de gedachte aan een letterlijk Duizendjarig Vrederijk opgepakt, welk Vrederijk vervolgens volgestopt wordt met oudtestamentische profetieën die nog niet vervuld zijn. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen aanhanger van de vervangingstheologie. Ik geloof op grond van Romeinen 9-11 dat er vele beloften voor Israël zijn (God heeft Zijn volk niet verstoten) en dat die beloften niet buiten het geloof in Christus om zijn. Ik geloof ook dat nog vele oudtestamentische profetieën op vervulling wachten. Maar ik ben geen aanhanger van de leer van het duizendjarig rijk en ik geloof in géén geval een opname der gelovigen voordat Jezus wederkomt, noch in tweeërlei wederkomst van Christus. Val ik nu buiten het bijbelgetrouwe christendom? Komt Feike ter Velde mij nu vertellen dat ik pertinente ketterij voorsta? Nee, het gaat me niet om het Duizendjarig Vrederijk op zichzelf. Daar kan en mag mijns inziens onder bijbelgetrouwe christenen verschil van inzicht over zijn. Maar het gaat me om de toon van het boekje, die op veel bladzijden weinig anders dan ordinair schelden op de kerk is. Ik had dat van 'Het Zoeklicht' niet verwacht. Het boekje rammelt ook aan heel wat kanten, bijvoorbeeld als gezegd wordt dat nu, mede dankzij het werk van Het Zoeklicht, zo'n tachtig procent van de predikanten in het komende Vrederijk op aarde na de wederkomst van Christus gelooft, en dat die zekerheid, evenals de opname van de gemeente in heerlijkheid vóór de eerste wederkomst van Christus, aan heel de kerk concreet vanaf de kansel gepreekt moet worden.
Ik heb aan 'Het Zoeklicht' twee vragen. Is er ruimte voor hen die de Heere Jezus hartelijk liefhebben en niet geloven in een Duizendjarig Vrederijk, of vallen zij onder het oordeel: ketterij? Mijn tweede vraag is: Is de toon van dit boekje de toon die Het Zoeklicht in het vervolg aanslaat? Dan weten we waar we aan toe zijn. Ik kan mensen die een Duizendjarig Vrederijk verwachten aanvaarden als broeders en zusters. Geldt dat ook andersom? In ieder geval is de toon van het boekje niet in de lijn van de oprichter van Het Zoeklicht, Johannes de Heer, die mild en bewogen sprak en schreef.
Dit boekje is een misser en ver beneden de bijbelse maat. De kerkvader Augustinus (hij heeft toch ook wel goede dingen gezegd?) zei al: 'Indien er geen hoogmoed bestond zo zouden er geen sektariërs zijn'. De lees dit boekje als een sektarisch boekje.
Verdrietig!
H. Veldhuizen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 19 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 19 Pagina's