Een theologisch debat in Leiden
Inleiding
Op maandag 27 september jl. vond de jaarlijkse studiebijeenkomst plaats die gewijd is aan de zogenaamde Leidse lezingen. Deze keer stond wel een heel cruciaal onderwerp op de agenda, namelijk de christologie.
Met andere woorden het ging om de vraag die ooit Jezus aan zijn discipelen stelde: wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen ben. De aanleiding tot deze bezinning was het verschijnen van twee, inmiddels bekende boeken, namelijk van prof. dr. H. M. Kuitert en van prof. dr. A. van de Beek. Het boek van Kuitert heet: Jezus, nalatenschap van het Christendom. Het boek van Van de Beek draagt als titel: Jezus Kurios. De bijeenkomst werd deze keer gehouden in de aloude Hooglandse kerk vanwege het grote aantal belangstellenden. Ongeveer 550 mensen, komend uit de volle breedte van de kerk in ons land, waren aanwezig om deel te nemen aan de gedachtewisseling over het hart van het christelijk geloof. Het is een dag met een overladen programma geworden. Maar liefst acht lezingen werden gehouden, waaronder twee door de auteurs van de boeken. Daarnaast was er gelegenheid tot discussie. Dankzij de strakke leiding van de voorzitter van het theologisch debat, dr. A. A. Spijkerboer, verliep alles volgens planning. Wanneer ik terugkijk op deze dag heb ik toch wel het gevoel dat er sprake was van een bijzondere gebeurtenis. Graag geef ik van dit gebeuren een korte impressie voor de lezers van de Waarheidsvriend.
De christologie
De kernvraag die ons bezighield was de vraag: wat belijden we aangaande Jezus? Daar kwamen twee diametraal tegenover elkaar staande antwoorden op. Het ene antwoord is van Kuitert. Het houdt in: Jezus zag zichzelf als een jood, en niet als de Zoon van God, dus niet als God zelf. Dat zou tegen alles wat joods is indruisen. Er is maar één God (Deut. 6). Waar het om gaat in het optreden van Jezus is, dat het geloof aangaande de ene God van Israël nu ook naar de andere volkeren gebracht is. Het geloof in Jezus hoeft dus niets te maken te hebben met het klassieke belijden aangaande Jezus als de Christus, de Zoon van God. De kerkelijke Christus bladdert in onze tijd steeds meer af. En waarom zou dit zo erg zijn?
De visie van Van de Beek staat hier diametraal tegenover. Hij kiest zijn positie vanuit het belijden van de vroege kerk en haar confessie. Jezus is de Kurios, de Heer, de Zoon van God. Dat is geheel in overeenstemming met het bijbelse getuigenis (de bronnen, fontes). Het Nieuwe Testament getuigt op indrukwekkende wijze dat God mens geworden is. Jezus is de mens geworden God. God gaat in Hem in in het lijden en de schuld van deze wereld. God draagt deze wereld in zijn nood, sterker nog: Hij neemt zelf de schuld van de wereld op zich.
Reacties op Van de Beek
Een groot deel van de dag was gewijd aan lezingen waarin gereageerd werd op hetgeen in de beide boeken naar voren wordt gebracht. 's Morgens gingen eerst enkele personen in op de theologische visie van Van de Beek. Dr. L. Th. Witkamp typeerde de insteek van Van de Beek als ernstig, vroom en pre-modern. Met dat laatste bedoelde hij dat Van de Beek helemaal geen rekening houdt met het historisch kritisch onderzoek van de Bijbel zoals dat door de Verlichting tot stand gekomen is. Zoals Van de Beek de Bijbel leest, zo kan het niet meer vandaag.
Daarna betoogde dr. H. Veldhuis dat hij de visie van Van de Beek te eenzijdig vond. Is het bijbels om te zeggen dat alles er hopeloos voor staat, ook in de kerk, omdat God in Jezus niet gekomen is om het beter te maken, maar om de wereld te dragen. Waar blijft de betekenis van de opstanding van Jezus? Ga je niet te ver door te zeggen dat de gebrokenheid (het kruis) als zodanig tot de schepping behoort? Is dit pessimisme wel juist?
Dr. C. van der Kooij ging in op de gedachte van Van de Beek dat God zichzelf in morele zin verantwoordelijk houdt voor het mislukken van Zijn schepping. Overschrijd je dan niet het bijbels spreken? Er is toch onderscheid tussen Gods schepping en onze zonde? Verband hiermee houdend is de vraag of er in bijbelse zin geen perspectief is voor deze wereld? Er is toch het Lam Gods, dat staat als geslacht? (Openbaring 5).
Kuitert kon eigenlijk niets beginnen met het uitgangspunt van Van de Beek, namelijk het belijden van de vroege kerk aangaande Jezus als de Kurios. Het is mooi als mensen dat (nog) geloven, maar ik doe er niets mee, vooral als het gaat om de ontmoeting met andere godsdiensten. Het staat allemaal nog te bezien wie er gelijk heeft.
Reacties op Kuitert
's Middags kwamen de referenten aan de beurt die reageerden op Kuiterts boek. Allereerst dr. H. E. Wevers. Hij betoogde dat het belijden van Israël aangaande de ene God in Deuteronomium niet betekent dat er van een massief monotheïsme (ééngodendom) sprake is, zoals Kuitert wil zeggen. Er is een stuk beweging in God, ook in het Oude Testament, van waaruit het helemaal niet zo vreemd is dat er in latere ontwikkelingen ruimte is voor b.v. de persoon van de Wijsheid, en in het Nieuwe Testament voor Jezus als de Zoon van God.
Daarna vroeg dr. K. E. Biezeveld zich af of Kuitert, die gekant is tegen normatieve uitspraken, niet in zijn eigen zwaard valt door zich almaar te laten leiden door de historische Jezus? Als hij dan zo pleit voor ruimte voor eigen interpretatie van de bijbelse gegevens aangaande Jezus, waarom mag dan de geloofsuitspraak: Jezus is de Zoon van God, niet meedoen?
Prof. dr. G. G. de Kruijf kon zich vinden in het pleidooi van Kuitert dat het er in het christelijk geloof om gaat dat we leven voor Gods aangezicht (het Psalmengeloof). Maar hoe ervaren we deze God? Toch niet langs de weg van de onmiddellijke ervaring, toch alleen maar omdat God zich op bijzondere wijze openbaart. Dat heeft God op beslissende wijze in Jezus gedaan. Hij is het aangezicht van God. Dit geloof wordt prachtig vertolkt in het lied: 'Er ruist langs de wolken een liefelijke naam die hemel en aarde verenigt te saam'.
Prof. dr. A. van de Beek reageerde op Kuitert door vooral te benadrukken dat hij op zijn beurt niets kon beginnen met de transcendente God van Kuitert. Dat wil zeggen dat God zo hoog, zo ver weg is, dat 'mijn hart zich daaraan op geen enkele manier kan hechten'. Met andere woorden: dit is het einde van mijn geloof als christen. En ook van de christelijke theologie, want als God zo'n hoge God is, dan helpt geen enkel zoekmodel meer. Dan blijft alleen maar over dat wat van beneden komt, ook al spreken we over boven.
Terugblik
Wanneer ik nu na enkele dagen terugkijk op deze studiedag in Leiden, dan geloof ik dat ik aan deze dag recht doe door te zeggen dat er sprake was van een hoogstaand theologisch debat. Het ging om de meest wezenlijke dingen en eigenlijk vond ik alle bijdragen doorwrocht. Hoewel de kritiek van de een voorspelbaarder was dan van de ander.
Maar ik voel toch ook een stuk teleurstelling met betrekking tot deze dag. Prof. De Kruijf gebruikte het beeld van touwtrekken. Aan de ene kant van het touw Kuitert en aan de andere kant Van de Beek. Hij stelde echter vast dat deze krachtmeting alleen maar schijn is. Kuitert trekt helemaal niet en als het lijkt dat Van de Beek daardoor achterover valt, reageert deze met te zeggen dat hij helemaal niet trok. Ik zou het beeld willen aanvullen met te zeggen dat er twee touwen zijn, die van het postmoderne geloof dat Jezus een jood is en meer niet en dat van het klassieke belijden van de kerk dat Jezus de Zoon van God is. Aan beide touwen zijn mensen bezig te trekken, van min naar meer en andersom, maar van enig verband tussen beide touwen is geen sprake meer. De standpunten liggen daarvoor te ver uit elkaar. Je moet gewoon kiezen. Die keus is voor mij niet moeilijk. Ik houd het op de belijdenis van Thomas aangaande Jezus: Mijn Heere en mijn God, met alle aanvechtingen die hieraan verbonden zijn. Een verschil tussen de manier van discussiëren van Van de Beek en Kuitert vond ik overigens dat Van de Beek zich probeerde in te leven in de gedachtewereld van zijn critici, maar dat Kuitert op de tegenwerpingen voor mijn gevoel nauwelijks in ging. Zelfs toen prof. dr. H. J. de Jonge uit Leiden zei dat het historisch (kritisch) toch vastgesteld is dat Jezus zichzelf zag als de persoon in wie Gods heerschappij was aangebroken, haalde Kuitert daarover de schouders op. Al zou dat zo zijn, wat doe ik ermee vandaag? Voor Kuitert is God duister, zoals hij zei. Ik heb het er toch wel moeilijk mee dat zoiets onder de kansel in de kerk gezegd wordt. Is de stap zo groot, dat het ook op de kansel gezegd wordt?
De publicatie
Elke dag die gewijd is aan de Leidse lezingen heeft de referaten op schrift gesteld in de vorm van een publicatie. Dat is ook nu het geval. Hierin staan ook bijdragen van andere theologen. De titel van het boek is: Jezus: bij hoog en bij laag, uitgegeven door Kok, Kampen.
W. Verboom, Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999
De Waarheidsvriend | 19 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1999
De Waarheidsvriend | 19 Pagina's